Home » Leden » Waarnemingen

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Waarnemingen regio Delft t/m juni 2017

Jan Koreneef

Oeverzwaluwen

Oeverzwaluwen

Inleiding

De eerste 6 maanden van 2017 hebben aardig wat bijzondere soorten opgeleverd in onze regio. Wederom was het een ‘Steltkluten-jaar’, verbleef er langere tijd een Kraanvogel in de regio en zijn er topwaarnemingen van o.a. Lammergier, Zeearend, Steppekiekendief, Grauwe Klauwier en Hop te melden.

INHOUD

Lees meer in het papieren Jaarverslag 2017 van de Vogelwacht Delft. Alle leden ontvangen dat binnenkort in de fysieke bus. Ook zal het verslag dan te downloaden zijn via deze site.

Jaaroverzicht waarnemingen regio Delft 2016

Opzet overzicht

In dit overzicht wordt een algemeen beeld gegeven van welke soorten in 2016 gezien zijn en evt. bijzonderheden. Als bijlage is een overzicht met de fenologie (datum van eerste en laatste waarneming) van zomer- en wintergasten met daarbij de naam van de waarnemer. In de tekst van jaaroverzicht zal niet meer worden ingegaan op de eerste aankomstdatum van een soort als deze in de bijlage is opgenomen. Oplettende lezers zullen opmerken dat in het halfjaaroverzicht over 2016 enkele spectaculaire soorten voor de regio enthousiast door mij zijn beschreven. Helaas waren deze waarnemingen verzonnen en voorzien van gefalsificeerd bewijsmateriaal om deze geloofwaardig te doen voorkomen. Na deze ontdekking heb ik in dit jaaroverzicht deze waarnemingen verwijderd.

Weeroverzicht 2016

´2016 was een zeer warm jaar. Met een gemiddelde temperatuur van 10,7 °C komt 2016 net in de top-10 van warmste jaren sinds het begin van de waarnemingen. Dit past in de trend van een opwarmend klimaat. De wintermaanden januari en februari waren beiden zacht. Zeer zacht weer werd afgewisseld door koudere perioden. De landelijk laagste temperatuur van min 12,3 °C werd gemeten in Nieuw Beerta op 21 januari. De lente begon laat. Zowel maart als april kenmerkten zich door perioden met een noordelijke stroming waardoor het soms koud weer was met tot ver in april ook winterse buien. In mei daarentegen overheerste de warmte. De zomer was zeer warm en kwam op de 10e plaats in de rij van warme zomers sinds 1901. Het was zonniger dan normaal, maar ook natter. De warmte manifesteerde zich vooral in de nachten. De hoogste temperatuur werd op 20 juli in Eindhoven gemeten, 35,2 °C. Augustus eindigde zeer warm en deze warmte zette zich voort in september, die volop zomers was. Met 17,3 °C was het in De Bilt de op twee na warmste september sinds het begin van de waarnemingen. Oktober en november verliepen juist kouder dan normaal. Eind november en begin december waren er koude nachten onder invloed van hogedrukgebieden. December verliep verder meest zacht maar eindigde koud met mist. Met landelijk gemiddeld 1881 uur zon was 2016 zeer zonnig. Normaal is 1643 uur. In De Bilt komt 2016 met 1812 uur op de negende plaats van zonnigste jaren sinds 1901. Vrijwel alle maanden waren zonniger dan normaal met als uitschieters september, december en in iets mindere mate november. Juni was de enige sombere maand. Aan de kust scheen de zon het meest. De zonnigste plaats was De Kooy met 2046 zonuren wat bijna 300 uur meer dan normaal is. Het minst zonnig was het met 1718 uur in het zuiden van Limburg. Toch is dit nog altijd 150 uur meer dan normaal. Met landelijk gemiddeld ongeveer 757 mm neerslag was 2016 een vrij droog jaar. Normaal valt gemiddeld over het land 849 mm. Het noorden was het droogst. Daar viel ongeveer 150 mm minder dan normaal. De maand juni was zeer nat met in het zuidoosten recordhoge neerslagsommen, tot 277 mm in Ysselstein (Limburg). In het zuiden en oosten van het land waren er in 2016 herhaaldelijk zware onweersbuien die zich vaak langzaam verplaatsten waarbij lokaal veel neerslag viel. In de avond van 23 juni zorgden hagelstenen van 5 tot 10 cm in het zuidoosten op enkele plaatsen voor grote schade. Januari en februari waren ook natte maanden. September en december waren daarentegen zeer droge maanden. Sneeuw kwam weinig voor. In het noordoosten lagen tijdens de koude periode van 3 tot en met 7 januari plaatselijk enkele centimeters sneeuw en van ongeveer 16 tot en met 22 januari lag daar een sneeuwlaag van circa 5 tot 10 cm.‘ (Bron: Nieuwsbericht KNMI 10 januari 2017). Voor een uitgebreid weeroverzicht over 2016 (met interactieve tabel met weerdata) voor Nederland kunt u terecht op de website van het KNMI: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2016/jaar

Zwanen en Ganzen

De zachte winter zorgde, zoals in voorgaande jaren, voor lage aantallen overwinterende Zwanen en Ganzen. Van Kleine Zwaan werd in januari in het Kraaiennest en Duifpolder max. 20 ex. gemeld (12 minder dan het max. aantal van 2015). Op 12 maart waren de laatste 2 nog aanwezig in het Vockestaert-gebied. In het najaar bestond de grootst gemelde groep uit 10 exemplaren in het Vockestaert-gebied. Van 8 januari t/m 7 maart was een paar Wilde Zwaan in de omgeving van het Kraaiennest (De Lier) te vinden. In het Vockestaert-gebied waren er op 9 januari vier en in Berkel en Rodenrijs – de Bergboezem e.o. werden er op 5 februari drie gezien. Op 3 december vlogen 4 ex. over Delfgauw naar NW. De eerste dag van 2016 begon in de Duifpolder met de melding (foto’s als bewijsmateriaal) van een Roodhalsgans. Het zou bij deze ene dag blijven hoewel er van augustus t/m december meldingen van een escape in Kwintheul zijn. Van Rotgans zijn alleen in januari en februari 7 individuele meldingen vanuit verschillende gebieden. Tot 10 februari waren in de Duifpolder max. ca. 450 Kleine rietganzen aanwezig. De laatste werd al op 22 februari gezien, uiteraard onder invloed van het zachte winterweer. De eerste van het najaar werd op 1 oktober gezien in Duifpolder. Het hoogste aantal in het ´najaar´ voor heel Midden-Delfland werd op 25 december geteld: 610 ex. Op 1 januari vloog het hoogste aantal (90) Toendrarietganzen voor 2016 naar ZW bij de Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking. Op 16 december vloog ongeveer de helft van dit aantal (47) over de wijk Koningshof en Keizershof in Pijnacker. Op 17 juni werden in Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking vier Casarca ’s gezien. Op 28 februari waren er 2 in de Droogmakerij van de Oude polder van Pijnacker, evenals op 2 juli in de Wollebrand. Pas op 25 november is er weer melding, ditmaal van 3 ex., in de Bergboezem e.o. (Berkel-en Rodenrijs). Tot medio maart waren ca. 3500 Kol- en ca. 3000 Brandganzen in de polders rond Delft aanwezig. De hoogste aantallen in januari/februari van deze soorten lagen resp. tegen de 8.000 en 15.000 ex.. De Grote Canadese gans blijft het goed doen in de regio. Regelmatig kunnen vele honderden exempla ren worden geteld. Midden-Delfland is goed voor een winterpopulatie van enkele duizenden.

Eenden

Eenden en ganzen overwinteren steeds dichter bij hun broedgebieden in het noordoosten van Europa. Deze trend was versterkt zichtbaar in 2016. ´Noordelijke´ eenden soorten als Nonnetje, Grote Zaagbek, ´echte´ Wilde Eend en Smienten (bijna 139.000 ex. cumulatief in 2010 (een ´normale´ wat koudere winter) tegen nu ca. 56.000 ex. cumulatief) komen niet meer, of in minder grote aantallen, naar onze streken. Soorten als Slobeend (771 meldingen, cumulatief 7.809 ex.), Wintertaling (766 meldingen, cumulatief 11.463 ex.) en Pijlstaart (362 meldingen, cumulatief 1.322 ex.) blijven hier overwinteren en trekken niet verder zuidelijk. Het is opvallend hoe het aantal meldingen en de cumulatieve aantallen zijn toegenomen in vergelijking met 2015 (zie deze bespreking in het jaaroverzicht van verleden jaar). In de laatste twee dagen van 2016 werd, op het nippertje, een man Grote Zaagbek in de Dobbeplas gespot. Nonnetjes waren van 5 januari t/m 8 maart met max. 4 ex. in het Kraaiennest te vinden. Pas vanaf 10 december tot het eind van 2016 waren op dezelfde locatie max. 3 ex. te zien. Een hele bijzondere, binnenlandse, waarneming vanuit de Zaagbekkenfamilie: een man Middelste Zaagbeek die op 23 april op de Dobbeplas aanwezig was. Daar werd op 6 februari ook een paar Brilduiker gezien. Op 5 februari was er een paar in de Broekpolder, op de 7e was daar nog de melding van een vrouw. Op 16 november werd een vrouw Brilduiker gefotografeerd in de Ackerdijkse plassen. Op 16 mei was, gedocumenteerd met foto, een vrouw Topper in de plasjes van het Compensatiegebied N470 aanwezig. Hét vrouwtje Krooneend in de Holierhoekse polder was daar tot 28 februari te vinden. Van 17 t/m 21 april zit een mannelijk exemplaar in Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking. Op 7 september werden daar 6 (juv.?) ex. gefotografeerd. Van 9 t/m 25 september werden in de Broekpolder –  De Ruigte, onafhankelijk van elkaar, zowel een man (eclips) als een vrouw Krooneend gemeld. Pijlstaarten werden de hele winter regelmatig gemeld. Van februari t/m april waren leuke aantallen (tot max. 20 ex.) te zien in de Broekpolder – De Ruigte, Ackerdijkse plassen, Compensatiegebied N470 en Nieuwe Droogmaking. Het laatste ex. van winter 2015/2016 werd op 15 mei in de Ackerdijkse plassen gezien. Op 16 december waren er max. 15 ex. te zien in de Broekpolder –  De Ruigte. Op 13 augustus werden 18 Zomertalingen geteld de Ackerdijkse plassen. Voor eerste aankomst en laatste vertrek van deze soort zie de bijlage met het fenologieoverzicht). De soort wordt in het voorjaar het meest regelmatig gezien in de Ackerdijkse plassen (max. 6 ex.) en in Droogmakerij van de Oude polder van Pijnacker. Van 11 februari t/m 11 maart was een man Witoogeend in Berkel en Rodenrijs – Bedrijventerrein Oudeland e.o. te vinden. Als laatste leuke verrassing bij de eenden: het mannetje Zwarte Zee-eend dat op 18 maart op de Dobbeplas aanwezig was.

Patrijs, Aalscholver, Reigers, Ooievaar, Zwarte Ibis, Lepelaar, Roerdomp en Futen

Patrijs was met 22 ex. op 10 mei in de Harnaschpolder te vinden. Uit het oosten van het werkgebied zijn er meldingen van Patrijs vanuit Droogmakerij van de Oude Polder van Pijnacker (juli) en Bergboezem (mei). Verder zijn er onregelmatige waarnemingen van de soort uit de Klaas Engelbrechtpolder en Duifpolder. Op 13 augustus worden 5 ex. (3 juv.) in de Woudse polder gezien (daar ook meldingen in mei en september). Op 4 februari meldt de dierenambulance Den Haag de vondst (levend) van een Kwartel in de wijk Ypenburg. De vraag is of dit een hele vroege trekker is geweest of een op een of andere manier ‘gekweekt’ en ontsnapt exemplaar. Op 17 april vloog een exemplaar op bij Bedrijventerrein Oudeland e.o. Van 27 t/m 29 mei riep een Kwartel in de Broekpolder – De Ruigte. Op 9 juni werd er een gemeld in de Droogmakerij van de Oude polder van Pijnacker (gedocumenteerd met geluidsopname).

Aalscholvers waren in de Ackerdijkse plassen op 3 januari (50 nesten) en 31 december (30 nesten) al volop bezig met de voorbereidingen van het broedseizoen. In februari en maart waren de oudervogels al aan het pendelen (voedselvluchten) tussen Noordzee en de kolonie. Op 26 juli waren al weer 12 Grote Zilverreigers op de slaapplaats in de Ackerdijkse plassen te vinden. Kleine Zilverreiger was op 1 januari in de Duifpolder te zien. Van 8 januari t/m 18 november zijn er regelmatig meldingen van exemplaren (max. 5 in augustus) van deze soort in de Broekpolder- De Ruigte. Ook vanuit de Duifpolder, Bergboezem e.o., Commandeurspolder en Negenhuizen / Zouteveen e.o. kwamen dit jaar meldingen. Op 5 april is een Koereiger in de Ackerdijkse plassen ter plaatse. Overvliegend wordt een exemplaar op 8 mei in het Vockestaert-gebied gezien. Op 7 september zijn er zelfs 4 ex. in Polder Schieveen te vinden, ´s avonds wordt er geslapen in de Ackerdijkse plassen. Met de aantallen kan het nog gekker: op 8 oktober fotografeert Ferry van der Lans 6 ex.(!) in de Aalkeet-Buitenpolder. Op 18 en 19 oktober wordt er één ex. in Polder Noord Kethel gespot. Van 24 oktober t/m 13 november zit een ontsnapte Koereiger in de Voorafsche Polder / Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker. De Roerdomp lijkt op 3 plaatsen in de regio gebroed te hebben nl.: Kandelaar-gebied, Recreatiegebied Poldervaart en Abtswoudse-bos – midden. Voor onze regio zeer bijzonder zijn de twee meldingen van Woudaap. Op 4 april werd een roepend exemplaar gehoord in het Kandelaar-gebied en op 22 september werd bij de De Lier – Burgersdijk / Kraaiennest een kat met een dode, juveniele Woudaap gezien. Foto´s van het onfortuinlijke dier: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/123938430. Op 18 mei vliegt een adulte Kwak een ‘inspectierondje’ boven de Broekpolder. Op 19 juni vliegt een subadult ex. over de A4. Als ‘klapper’ onder de reigersoorten wordt op 5 juni ’s morgens een Ralreiger boven het Vockestaert-gebied gefotografeerd. ’s-avonds vliegt er een Ralreiger (dezelfde?) boven Delfgauw. Op 13 september vlogen 9 Purperreigers boven de Ackerdijkse plassen naar het zuiden. In polder Schieveen waren op 23 juli 9 Ooievaars aan het foerageren. Op 4 oktober waren er 18 Ooievaars in het Vockestaert-gebied aanwezig. In de trekperiode, op 8 augustus, vlogen er 16 ex. over De Zweth e.o. De hier overwinterende Ooievaars zijn tegenwoordig allen adulte ex., alle jongen trekken naar Afrika, Spanje om daar de winter door te komen. Ook de lichtmasten van de A13 zijn een bekende pleisterplaats voor Ooievaars, op 22 oktober werden er nog 13 ex. geteld. Er zijn 2 zekere voorjaarswaarnemingen van Zwarte Ooievaar (waarvan de melding op 8 mei in de Zuidpolder van Delfgauw waarschijnlijk is veroorzaakt door de heersende oostenwind). Daarnaast een melding uit de Duifpolder op 20 april en een twijfelgeval van mijzelf boven de wijk Tanthof op 29 april. Op 7 augustus waren er 2 juv. ex. te vinden in de Nieuwe Droogmaking. De eerste Zwarte Ibis van 2016 in de regio wordt op 26 maart in Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking gespot. Vervolgens blijft het lang stil maar van 6 t/m 30 juni zijn er twee in de Ackerdijkse plassen te vinden. Deze twee verhuizen op 4 juli naar Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking om daar tot 27 november te blijven. Vanaf augustus komt er een exemplaar bij en vooral in september worden er regelmatig 3 ex. gezien. Lepelaars vlogen met 3 ex. al op 5 januari over Rijswijk – Zuid (naar ZW). Op 1 februari waren er 4 pleisteraars te vinden in het Kraaiennest. In juni / juli zijn er op de bekende plaatsen (Wollebrand, Ackerdijkse plassen, Nieuwe Droogmaking, Broekpolder) regelmatig meldingen van ‘crèches’ met max. 22 ex. Lepelaars (juv. én ad.). Op 27 september vlogen er 60 ex. naar zuidwest boven knooppunt Ypenburg. In de dagen daarvoor waren ook al groepen met 35 tot 50 ex. naar het zuiden trekkend gezien. Op 18 oktober werd de laatste melding (9 ex. in de Broekpolder) van deze soort in 2016 gedaan. De nesten van de Lepelaars in de Delftse Hout waren wederom bezet. Ik heb begrepen dat er zelfs 3 succesvolle nesten waren. Ik neem aan dat er elders meer over valt te lezen in dit jaaroverzicht. In ieder geval is het fantastisch dat de Lepelaar, een ´gewone´ en succesvolle broedvogel in Delft is geworden! Geoorde Futen waren dit voorjaar weer te zien in het gebied ´De Ruigte´ in de Broekpolder. Op 26 juli werden er 27 ex. (incl. juv.) gezien.. De laatste melding van deze soort werd op 25 oktober gedaan, 2 ex. in de Broekpolder. Van 26 juni t/m 6 augustus is een Roodhalsfuut (adult zomerkleed) in de Broekpolder – De Ruigte te vinden. Dat dit gebied een echte Futenbiotoop heeft blijkt wel uit de 42 ex. Dodaars die, na het broedseizoen, op 9 september werden geteld.

Roofvogels

Waarnemingen van Blauwe Kiekendief zijn van januari tot medio april vnl. in de omgeving van de Ackerdijkse plassen, het Vockestaert-gebied en bedrijventerrein Oudeland e.o. gedaan. Bijzonder voor de tijd van het jaar (want laat) zijn de meldingen op 8 mei (foto als bewijs) in de Noordpolder van Delfgauw en op 20 juni in de Ackerdijkse plassen. Vanaf medio september wordt deze soort, naast de eerder genoemde gebieden, ook uit het gebied Berkel en Rodenrijs – Bergboezem e.o. gemeld. Spectaculair is de Steppekiekendief (kleed 2e KJ) die boven de Bergboezem e.o. op 9 mei naar het oosten vloog. Ongetwijfeld is deze waarneming aan de oostelijke windrichting, die rond dezer tijd heerste, te danken. Van Bruine Kiekendief waren er twee winterwaarnemingen: op 7 februari in het Vockestaert-gebied en op 27 februari in de Ackerdijkse plassen. Op 21 november werd de laatste waarneming van 2016 voor deze soort (een vrouw) gedaan in de Nieuwe Droogmaking. Het Slechtvalkennest op het dak van het Elektrogebouw van de TU Delft heeft dit jaar tot groot broedsucces geleid: 4 jongen! (2 man, 2 vr.). Op 3 maart werd het eerste ei gelegd. Op 27 mei werd het juv. vrouwtje met ring ´AEJ´ na een noodzakelijke korte opvang bij de Vogelopvang Delft herenigd met ouders en broers en zus in de nestkast. Net op tijd voor lessen in zelfstandig worden en leren jagen. Voor een uitgebreid verslag van het wel en wee in en rond de nestkast zie de link: http://www.vogelwachtdelft.nl/home/?cat=27

Een Boomvalkenpaar was al op 17 april terug uit het winterverblijf en druk aan het baltsen in de Ackerdijkse plassen. Deze waarnemingen werden in de loop van april en mei gevolgd door meldingen van deze soort in de Broekpolder, Kandelaar-gebied en De Balij. Op 14 september werd een ouderpaar met 2 jongen in de Broekpolder gemeld. De eerste Zwarte Wouw werd op 17 maart  boven De Balij naar Noord vliegend gezien. Hetzelfde maar dan naar Oost vliegend gebeurde bij dezelfde waarnemer en in hetzelfde gebied op 21 april. Tussen 2 en 10 mei (o.i.v. oostenwind) waren er 5 waarnemingen van deze soort, vnl. in de omgeving van Pijnacker. Op 10 mei ging het zelfs om 2 ex. Op 17 februari werd een Rode Wouw boven de Dijkpolder in Maasland gemeld. Op 14 september vloog er een naar west boven het Kandelaar-gebied. Op 21 september een naar oost boven de Nieuwe Droogmaking en laatste voor 2016 vloog op 12 november boven de Broekpolder. Smelleken wordt 6 keer zeker en een keer onzeker gemeld met 4 meldingen tussen medio en eind april (o.a. Ackerdijkse plassen, Bergboezem e.o. en Woudse Polder). Op 1 november trok er een naar zuid boven de Duifpolder. 27 november is er een ter plaatste in de Aalkeet-Buitenpolder en op 5 december vloog een ex. over de Bergboezem e.o. Een mager jaartje voor Smelleken.

Op 17 april (dag eerder dan in 2015) vloog de eerste Visarend naar het noorden boven de Holierhoekse polder. Tussen 9 en 11 mei (o.i.v. oostenwind) pleisterde een Visarend in de Broekpolder – de Ruigte zie deze link voor foto´s: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/118280567. Op 19 mei vloog een exemplaar naar NO boven Bedrijventerrein Oudeland e.o. en op 27 mei maakte een Visarend in de avond een fly-by boven het Rieten Dak in het Hertenkamp. De retourtrek begon 19 augustus met een naar zuidwest trekkend exemplaar die op waarnemingensite te volgen is van Nieuwe Droogmaking, via Bergboezem e.o. naar de A4 in Midden-Delfland. 30 augustus vloog een exemplaar naar zuidoost boven Delft – west en op 13 september vloog er een boven de Broekpolder. Op 16 september vlogen exemplaren zowel over de Balij als over de Nieuwe Droogmaking.naar het zuiden. Op 5 mei (oostenwind) vloog de eerste Wespendief van 2016 boven de buitenhof naar Oost. Op 10 mei gevolgd door een exemplaar boven Delft – Noord in dezelfde vliegrichting. Op 17, 27 en 28 mei vliegen er Wespendieven over Woudse polder, Broekpolder en Commandeurspolder. Van 6 juni t/m 15 juli volgen onregelmatige waarnemingen uit het gebied Vockestaert / Polder Noord Kethel en Broekpolder. Op 24 juni wordt een naar ZO trekkend gezien boven Pijnacker – Klapwijk en Tolhek. Op.24 augustus werd op terugtrek de eerste Wespendief boven recreatiegebied Poldervaart gezien. Van 27 t/m 29 augustus werd boven de Broekpolder een trekkende Wespendief gezien. Op de 27e werd er ook een gemeld boven de A4 bij Rijswijk en op de 29e een boven Delft – west. 3, 10 en 13 september waren de laatste waarnemingen van 2016, resp. boven Vockestaert-gebied, Abtswoudse bos midden en Nieuwe Droogmaking. Dat het goed gaat met de Zeearend in Nederland straalt af op onze regio:

Op 10 april vloog er een over de Broekpolder, op 11 april (dezelfde?) vloog er een naar NO boven het Abtswoudse bos – midden en precies een maand later een naar ZO boven de Dobbeplas. Toen moest het meest spectaculaire nog komen: op 22 en 23 juni een pleisterende, 2e KJ, Zeearend in de Ackerdijkse plassen! Zie link voor een (sfeer)foto: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/120266854

Rallen

Porseleinhoen werd op 14 april en vanaf 29 juli gemeld uit de Ackerdijkse plassen. In augustus wordt Porseleinhoen zowel gemeld uit de Broekpolder als uit de Wollebrand – Griendplas. Van 15 augustus t/m 15 oktober trekken veel vogelaars naar de Nieuwe Droogmaking om de daar max. twee aanwezige Porseleinhoentjes te zien of te proberen te fotograferen. Waterrallen hebben uiteraard geprofiteerd van de zachte winter(s) en worden regelmatig gemeld uit verschillende moerasachtige gebieden. Een zwaartepunt van de meldingen is te zien in het Vockestaert-gebied, Ackerdijkse plassen en Balij – De Scheg. Op 4 maart kon een Kraanvogel worden ‘getwitcht’ in het Vockestaert-gebied (link naar filmpje: http://vwgdelft.waarneming.nl/wn_link/list/?id=115114476).

Plevieren en Steltlopers

Goudplevieren profiteren van het zachte weer in de winter en blijven hier tegenwoordig ´s winters hangen in groepjes van enkele tientallen tot max. 200 ex. Het max. aantal voor 2016 van 500 ex, werd op 10 november in de Duifpolder geteld. Bedenk hierbij wel dat enkele tientallen jaren geleden in het najaar in Midden-Delfland vele duizenden Goudplevieren pleisterden… Zilverplevier vloog op 21 maart met 8 stuks naar ZO boven de Broekpolder en op 15 mei was een vrouw in zomerkleed in het Compensatiegebied N470 te vinden. Op 3 en 15 augustus vloog een exemplaar resp. over de Nieuwe Droogmaking en de Zuidpolder van Delfgauw. Op 16 september was een 1e jaars ex. te zien in de Voorafsche polder. In de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker werd op 20, 21, 28 september en op 3 oktober melding gemaakt van deze soort. Op 3 januari waren er ca. 2500 Kieviten in Berkel en Rodenrijs – Bedrijventerrein Oudeland e.o. te vinden. Dit ter illustratie van het de zachtheid van de winter. De eerste Grutto werd op 20 februari in de Nieuwe Droogmaking gezien, evenals het bijzonder late exemplaar op 4 november. In de Wollebrand waren in maart / april max. 450 ‘Grutto’s’ te vinden. Er zitten altijd heel wat IJslandse Grutto’s tussen, op 19 april werden er 150 van deze ondersoort geteld (waar het op IJsland heel erg goed mee gaat i.t.t. onze ‘eigen’ Grutto’s). Grof geschat bestaat ca. 30 % van de aanwezige Grutto’s in de maanden maart /april in dit gebied uit de IJslandse ondersoort. Werden er op 31 januari 2015 nog 26(!) Bokjes gezien op het braakliggende terrein langs de A12 in Nootdorp, dit jaar was het max. aantal daar 4 ex. op 17 januari en 9 april. De soort werd in maart/april tijdens de doortrekperiode regelmatig solitair gezien in verschillende gebieden. In september en oktober was het max. geziene aantal drie in de Nieuwe Droogmaking. Houtsnip is in 2016 slechts 32 keer gemeld en alleen rond 22 en 24 januari (iets kouder weer in het NO van Nederland) is er iets van een ‘piekje’ (4 stuks) in de waarnemingen te zien. Eenzelfde kleine ´piek´ is er in de (trek) periode tussen 11 en 19 november met 9 waarnemingen uit verschillende gebieden. Dit heeft uiteraard alles met het uitblijven van iets dat op winter lijkt te maken. Hoe weinig de winter voorstelde blijkt ook uit de link naar de waarneming met foto van een Kluut die op 1 januari in de Bieslandse Bovenpolder te vinden was: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/113546623. Op 19 januari werd een Kluut als prooi aangetroffen in de Slechtvalkenkast op het EWI-gebouw. Vanaf eind februari begonnen de aantallen Kluten in de Wollebrand te stijgen. Op 9 april zijn er 60 ex. aanwezig (ook doortrekkers). Op 21 juni 40 ex. (ad. en juv.). Verder werd er (succesvol) gebroed in de Ackerdijkse plassen, Bieslandse Bovenpolder, Nieuwe Droogmaking en het Compensatiegebied N470. Het laatste exemplaar voor 2016 werd op 30 oktober in de Wollebrand – Grienplas gezien (nadat de soort daar al sinds 24 juli niet meer gemeld was). 2016 was in onze  regio een ‘Steltkluten-jaar’. Er was een paar op 22 en 23 april in de Ackerdijkse plassen te zien. Vervolgens verhuisden deze van 24 t/m 30 april naar het compensatiegebied N470. Op 30 april werd ook een exemplaar gemeld uit de Nieuwe Droogmaking. Op 1 mei waren er 2 paren in de Ackerdijkse plassen te vinden. Daarna was er t/m 7 mei constant een adult paar in het gebied. Een van de paren die op 1 mei in de Ackerdijkse plassen aanwezig was heeft een mislukte broedpoging (nest verloren gegaan door overvloedige regenval) in de Eendrachtspolder gedaan. Op 18 en 19 juni waren ze weer terug in de Ackerdijkse plassen. Op 20 juni is, helaas tevergeefs, geprobeerd om het andere Steltklutennest (4 eieren) in de Nieuwe Droogmaking te redden van overstroming (langdurige plensregens, stijgend water). De verbazing was dan ook groot toen van 25 t/m 30 juli in het Kraaiennest ineens een paar Steltkluten met 3 juv. opdook. Kennelijk (in de regio) toch een succesvol broedpaar dat niet eerder is opgemerkt? Misschien wel in zo’n plasje langs de A4 waar de laatste waarneming van Steltkluut op 11 september werd gedaan?

Het grootste aantal doortrekkende Bontbekplevieren was 9 op 16 mei (O-wind) in de Ackerdijkse plassen. Op 20 maart was de eerste gezien in het Compensatiegebied N470

Het grootste aantal doortrekkende Bontbekplevieren was 9 op 16 mei (O-wind) in de Ackerdijkse plassen. Op 20 maart was de eerste gezien in het Compensatiegebied N470. Van 10 t/m 16 september waren er max. 5 ex. te vinden in de Nieuwe Droogmaking. Op 12 en 15 augustus trok een Morinelplevier over het Vockestaert-gebied naar zuidwest. Op 10 en 16 april was een Rosse Grutto (foto’s als bewijs) te vinden in de Aalkeet-Buitenpolder. Op 11 juli was er een op de terugtrek in de Ackerdijkse plassen (ook foto als bewijsmateriaal). De laatste Rosse Grutto voor 2016 werd op 17 september in de Nieuwe Droogmaking gezien. Het hoogste aantal Regenwulpen was met 33 ex. ter plaatse in Polder Schieveen op 28 april. Er waren weer hoge aantallen overwinterende Wulpen in het binnenland. In het Vockestaert-gebied waren er op 14 maart ca. 600 ex. aanwezig. Op 19 november werden er 400 ex. geteld op een slaapplaats in de Nieuwe Droogmaking. Op 6 maart was de melding van de eerste Zwarte Ruiter in de Aalkeet-Buitenpolder. Op terugtrek waren de 6 exemplaren op 14 juni in de Ackerdijkse plassen en de 10 ex. in de Wollebrand op 9 juli natuurlijk erg leuk. Op 11 november werd de laatste Zwarte Ruiter voor 2016 in de Nieuwe Droogmaking gefotografeerd. Tureluur trok op 1 februari met een slordige 276 ex. naar ZW boven de Vlaardingse Vlietlanden. De laatste voor 2016 werd op 13 november in het Kraaiennest gezien. Van 6 februari t/m 23 maart ‘overwinterde’ een Groenpootruiter in het Compensatiegebied N470. Op 8 en 11 mei werd in de Ackerdijkse plassen het hoogste aantal, 20, van dit voorjaar geteld. Op 3 oktober vlogen er twee exemplaren over Bedrijventerrein Oudeland e.o., de laatste voor 2016. Op 25 februari werden al 6 Witgatjes in Wollebrand – Griendplas gemeld. De eerste melding was al op 7 januari in het vockestaert-gebied. In de (na)zomer waren 10-12 exemplaren geen uitzondering in hetzelfde gebied en de Broekpolder – De Ruigte. In het laatste gebied waren op 20 augustus 15 ex. te zien. Op 24 december waren er nog 3 aan het foerageren in een sloot in Polder Schieveen. Op 20 april waren de eerste Bosruiters van 2016 in de Ackerdijkse plassen te vinden. Net als in 2015 werd de soort dit jaar opvallend veel gemeld (228 waarnemingen) in hogere aantallen. Iets dat in de jaren hiervoor veel minder voorkwam. Zo waren er van 6 t/m 8 mei zelfs 15 tot 19 ex. in de Ackerdijkse plassen te zien. In het Compensatiegebied N470 waren er in mei/juni 2 tot 5 ex. aanwezig.

Oeverloper was, op 12 augustus, met 8 ex. te vinden in De Wollebrand – Griendplas. Het hoogste aantal van 9 ex. werd in het voorjaar op 11 mei gemeld uit het compensatiegebied N470.

Een bijzondere warneming van Steenloper door Mark Kras op 28 december in Negenhuizen – Zouteveen verdient zeker vermelding. Een andere bijzondere ‘zoute’ steltloper, de Kanoet, werd op 8 januari in de Nieuwe Droogmaking ontdekt. Van 4 t/m 17 oktober zat hij er weer (of een ander exemplaar). Nog meer zílte verassingen: op 17 mei waren er 2 Drieteenstrandlopers in het compensatiegebied N470. Kleine Strandloper wordt in hetzelfde gebied van 11 t/m 13 mei gezien. Tijdens de terugtrek zijn er van 14 september t/m 5 oktober max. 3 ex. te vinden in de Nieuwe Droogmaking. Temmincks Strandlopers (max. 3) werden van 22 t/m 24 april in de Ackerdijkse plassen gezien. Op 16 mei zijn daar zelfs korte tijd 6 ex. te vinden. Op diezelfde datum was er ook een aanwezig in het Compensatiegebied N470. Uit hetzelfde gebied zijn meldingen van 8 t/m 11 en 15 mei. Op 23 juli was er weer een tijdens de terugtrek die er pleisterde. Op 6 mei waren er drie Krombekstrandlopers in de Ackerdijkse plassen (foto’s als bewijs). Van 14 t/m 17 september zijn er max. 3 ex. in de Nieuwe Droogmaking aanwezig. Bonte Strandlopers haalden het hoogste aantal ex., 20, op 25 maart in de Nieuwe Droogmaking. Kemphanen waren reeds op 22 januari in de Ackerdijkse plassen met 2 ex. te vinden. Op 14 juli werd daar ook het hoogste aantal van dit jaar, 49, geteld. Een hele late (of vroege) werd op 26 december in de Aalkeet-Buitenpolder gemeld. Als afsluiting: de Grauwe Franjepoot (vr. ad. zomerkleed) die van 14 t/m 17 mei door 80 vogelliefhebbers is gespot in het Compensatiegebied N470.

Meeuwen, Sterns, Zomertortel, Koekoek, Uilen, Gierzwaluw, Draaihals, IJsvogel, Spechten en Kraaien

Grote Mantelmeeuwen werden, traditiegetrouw, vooral in de maanden januari t/m april gezien en in veel mindere mate in november en december. Op 23 april, 4 mei en 9 augustus komen er meldingen van deze soort uit resp. Bieslandse Bovenpolder, Buitenhof en Nootdorp. De eerste Zwartkopmeeuw was op 12 maart in het Vockestaert-gebied te vinden. In april werd de soort vele malen op verschillende locaties gezien. Het hoogste aantal was daarbij 4 tegelijk (14 april, Nieuwe Droogmaking). De laatste waarneming van deze soort werd al op 10 augustus in de Vlaardingse Vlietlanden gedaan. Op 21 april was de eerste Dwergmeeuw van 2016 voor de regio aanwezig in de Nieuwe Droogmaking. Op 22 april waren er 37 exemplaren in de Ackerdijkse plassen, op 24 april 14 ex. in de Delftse Hout en op 27 april nog max. 3 ex. boven de Dobbeplas. De Slechtvalken gaven blijk van hun opportunistische voedselkeuze door op 26 april een Dwergmeeuw aan hun jongen op het EWI gebouw te voeren…9 januari vloog een eerste winter Pontische meeuw naar oost boven de Broekpolder. Op 26 december werden er twee gefotografeerd in het Kraaiennest.

Geelpootmeeuw was op 4, 6 en 19 maart in de wijk Voorhof aanwezig. Op 4 en 7 mei en 25 juni werd er een gezien in resp. Ackerdijkse plassen, Delftse Hout en Woudse polder. Op 13 oktober was een adult ex. te zien in het Vockestaert-gebied en op 24 oktober en 7 november in de Holierhoekse polder. Tussen 13 en 16 april zagen 88 vogelaars een Witwangstern die pleisterde in de Nieuwe Droogmaking. Zwarte Stern was op 15 april in het Compensatiegebied N470 te vinden. Tussen 22 en 28 april wordt de soort met 9, 7 en 2-3 ex. gezien in de Ackerdijkse plassen, Nieuwe Droogmaking, Delftse Hout en Vlaardingse Vlietlanden. In mei / juni volgen nog enkele losse waarnemingen vanuit verschillende gebieden. Een leuke septemberwaarneming werd op de 4e gedaan: een juv. ex. In het Kraaiennest. Zomertortels zijn in 2016 in totaal 23 keer gemeld. Er is slechts één melding in mei, 7 mei om precies te zijn, uiteraard in de Broekpolder. De overige waarnemingen zijn van 8 juni t/m 14 augustus en deze lijken te indiceren dat één paar, in het voormalig bolwerk van deze soort in de regio(!), een broedpoging heeft gedaan. De eerste Koekoek werd (evenals in 2015) op 14 april gemeld in De Balij. In hetzelfde gebied werden er 4 tegelijk gezien op 10 juni door dezelfde waarnemer. Kerkuil werd in 2016 11 keer gemeld. Op 11 maart was er een baltsend exemplaar in de Ackerdijkse plassen aanwezig. In oktober zijn er op twee verschillende locaties meldingen van verkeersslachtoffers op de A4 en één op de N470 langs de Nieuwe Droogmaking. Opbeurender zijn de foto’s van 25 november van een rustend paar Kerkuilen in een schuur in de Voorafsche polder. Velduilen waren net als in 2015 op het Bedrijventerrein Oudeland e.o. in Berkel en Rodenrijs te vinden van 6 februari t/m 16 april. Het hoogste aantal, 5, werd op 17 februari geteld. Tussen 24 maart en 10 april werd zeer regelmatig een jagende Velduil in het Vockestaert-gebied gezien. Op 7 september vliegt er een in Polder Schieveen en van 8 november t/m 15 december zijn er meldingen van max. 2 ex. op het Bedrijventerrein Oudeland e.o. Bosuil werd in 2016 38 keer (2015: 18 keer) gemeld. In Delfgauw heeft Bosuil succesvol gebroed met in ieder geval 2 uitgevlogen juv. In de late winter / zeer vroege voorjaar werden baltsende mannetjes gehoord in Delftse Hout, Balij en de wijk Buitenhof. Op 21 juli werd het Steenuilenpaar uit Berkel en Rodenrijs – Zuidpolder met een uitgevlogen uilskuiken gefotografeerd: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/121622376. Steenuilen waren vaak op de ‘bekende’ locaties te vinden. Opvallend is dat er in 2014, tijdens de muizenpiek, 130 meldingen binnen kwamen, in 2015, met teruglopend voedselaanbod, 200 en nu in 2016 zelfs 309(!?). Ransuilen blijven het onverminderd heel slecht doen met slechts 86 waarnemingen tegen 104 in 2015, wat ook al een slecht jaar was. De vaste roestplaats in de wijk Buitenhof is zowel in januari als december met maar 2 dieren bezet… In de zomer zijn er meldingen van uitgevlogen jongen in het Elsenburgerbos, Pijnacker – Oude Polder, recreatiegebied Kerkpolder, Broekpolder en Abtswoudse bos –oost.. Op 1 en 23 mei werden groepen van ca. 250 ex. foeragerend Gierzwaluwen gezien boven het Vockestaert-gebied en de Broekpolder (voor fenologie zie de bijlage). IJsvogels hebben zich geheel hersteld en werden in 2016 zelfs iets minder vaak gemeld (452) dan in 2015 (495). Dat neemt niet weg dat op iedere nazomer- of najaar-wandeling er een gerede kans is om een ‘blauwe schicht’ te zien voorbij schieten. Op 17 augustus werd een Draaihals op Bedrijventerrein Oudeland e.o., helaas kon slechts de ontdekker deze fotograferen.

Kleine Bonte Specht werd dit jaar maar drie keer uit de Broekpolder gemeld (26 mei, 27 augustus en 21 okotber). De Groene Specht vaart spectaculair wel bij het ontbreken van winters weer: in 2015 waren er al 343 meldingen en in 2016 steeg dat door naar 365. Op 16 maart vloog er een Raaf over Ypenburg. Sinds enkele jaren zijn er (vooral in de zomerperiode) Roeken in Midden-Delfland te vinden. Aan de Zuidkant van de Nieuwe Waterweg bevinden zich Roekenkolonies waarvan de dieren regelmatig in ons werkgebied foerageren Op 7 augustus werden 46 ex,. geteld in de Vlaardingse Vlietlanden. Noordse Kauw werd van oktober t/m december regelmatig gemeld vanuit Negenhuizen – Zouteveen en het Vockestaert-gebied.

Leeuweriken, Zwaluwen, Piepers en Kwikstaarten

Van 12 t/m 14 maart waren max. 8 Boomleeuweriken in de Broekpolder aanwezig. Op 8 oktober vlogen er 7 ex. naar het zuidoosten boven het Abtswoudse bos midden. Op 9 en 16 oktober vloog er 1 over de Nieuwe Droogmaking. De laatste voor 2016 vloog op 30 oktober over de Aalkeet-buitenpolder. Boompieper werd in periode van 23 april t/m 3 mei vier keer gezien (Broekpolder, Midden-Delfland, Bergboezem en Duifpolder). Op 26 mei was er een ter plaatse in de Broekpolder. Van augustus t/m oktober zijn er in totaal 16 meldingen van Boompiepers. De melding van 4 personen van dezelfde opvliegende Boompieper op 5 september op Bedrijventerrein Oudeland e.o. en de 5 overvliegende ex. op 13 september boven de Broekpolder springen er uit. Ook de late, 6 oktober, waarneming van 2 Boompiepers boven Delfgauw moet hier vermeld worden. Op 16 oktober vlogen 110 Veldleeuweriken naar ZW boven de Commandeurspolder. Als broedvogel wordt de soort nog gemeld in Polder Schieveen (max. 14 paar) en Bergboezem (max. 15 paar). Op 8 juli foerageert een groep van ca. 200 Boerenzwaluwen, tijdens een bui, laag tussen de koeien in het Vockestaert-gebied. Op 17 augustus foerageren er zo´n 300 boven Tanthof en het Abtswoudse bos. Het hoogste aantal van 2016 van ca. 500 ex. wordt op een slaapplaats in de Zuidpolder van Delfgauw gezien op 28 augustus en op 5 september bij een vermoedelijke slaapplaats in de Ackerdijkse plassen (gezien vanuit de Zweth e.o.). In de Delftse Hout foerageerden op 24 april zo´n 220 Oeverzwaluwen. De Nieuwe Droogmaking was al in april in trek als een favoriete foerageerlocatie er werden er vele 10-tallen tot meer dan 100 ex. tegelijk gezien door vele waarnemers. Het hoogste aantal Huiszwaluwen, 300, werd op 17 augustus, samen met een zelfde aantal Boerenzwaluwen, in de wijk Tanthof gezien. Een mooie zij het zeer korte waarneming van Roodstuitzwaluw op 11 mei (oostenwind) boven Nootdorp mag niet onvermeld blijven. Helaas slechts door één persoon gezien: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/118371464

Op 4 oktober vliegt het hoogste aantal Graspiepers van 2016, 60, over het Vockestaert-gebied naar zuidwest. Waterpiepers worden o.a. in de Ackerdijkse plassen gemeld op 11 februari, 8 maart en 27 november met het maximum aantal van 20 ex. Op 21 oktober wordt een Oeverpieper geclaimd langs het A4-tracé in het Vockestaert-gebied. Engelse Kwikstaart was dit voorjaar van 14 t/m 16 april met max. 2 ex. in de Nieuwe Droogmaking aanwezig. Op 24 april zit er één man in het Compensatiegebied N470. Op 1 mei in polder Schieveen. Op 7 en 9 mei wordt een Noordse Kwikstaart gezien in resp. Commandeurspolder en het Kraaiennest. Van 24 april t/m 17 mei is een Rouwkwikstaart in het Compensatiegebied N470 veelvuldig gemeld. De eerste Rouwkwik werd op 10 maart bij Bedrijventerrein Oudeland e.o. gezien. Bijzonder is de waarneming in december van een Rouwkwikstaart in het Kraaiennest. Van 10 t/m 24 december werd de vogel regelmatig ´getwicht´. Op 24 april werd een hybride Witte Kwikstaart x Rouwkwikstaart gefotografeerd in het Compensatiegebied N470. Grote Gele Kwikstaart overwinteren in het hele stedelijke gebied (platte daken) en langs slootkanten in het buitengebied van de Delftse regio. Het hoogste aantal van 7 ex. werd op 24 september in de Broekpolder – De Ruigte gezien. De teller voor 2016 is gestopt bij 326 (2015: 273) meldingen, 377 (2015: 298) exemplaren cumulatief), Het merendeel van de waarnemingen wordt tussen september en december gezien. Op 2 januari werden al 10 Witte Kwikstaarten gezien in de Oude Campspolder bij De Lier. Het hoogste aantal Witte Kwikstaarten, 16 ex. werd op 31 juli in de Ackerdijkse plassen gezien. In augustus liep het aantal Gele Kwikstaarten in de Nieuwe Droogmaking op tot ca. 30 exemplaren.

Pestvogel en Lijsterachtigen

Pestvogels hadden een piek op 10 en 11 november. Op 1 november vlogen er 6 over Maasland, op de 10e vlogen er resp. 10 en 7 ex. over de Broekpolder – De Ruigte en Rijswijk-Zuid. 11 november vloog het hoogste aantal van dit jaar, 13 ex., over de Broekpolder – De Ruigte. Helaas waren er nergens pleisterende cq. fotografeerbare Pestvogels in de regio te vinden. Blauwborsten waren dit jaar weer volop aanwezig in gebieden met rietbegroeiing. Nachtegaal herstelde zich, afgaande op het aantal meldingen, enigszins. Waren er in 2015 slechts 47 waarnemingen, in 2016 waren dat er 70. Op 4 mei werden in de Broekpolder 5 zingende mannetjes vastgesteld. Verder heeft de soort waarschijnlijk in De Balij gebroed en waren er waarnemingen, in april, rond de Dobbeplas. Zwarte Roodstaart wordt vnl. gemeld uit Delft – centrum (Spoorzone), Bedrijventerrein Ruyven, Schieoevers, TU-wijk / Technopolis, Harnaschpolder en vergelijkbare ´aansprekende´ bouwterreinen en industriegebieden. Gekraagde Roodstaart wordt in het voorjaar slechts 6 keer gezien. Op 4, 14 en 28 mei in de Broekpolder, een eerste waarneming in de Harnaschpolder op 5 april. Op 10 mei in Pijnacker Klapwijk en Tolhek en op 9 juni op de Schieovers – Zuid. Op 12 september wordt de soort gezien in Maasland – Dijkpolder en in de Broekpolder – De Ruigte. Een best wel laat ´laatste ex.´ van 2016 zat op 8 oktober in een tuin in Berkel en Rodenrijs (foto als bewijs). Van Paapje kwamen in het voorjaar slechts 18 meldingen binnen. Op resp. 8 en 11 mei werden er 4 tegelijk gezien in de Ackerdijkse plassen en Berkel en Rodenrijs – Westpolder Bolwerk. Het najaar compenseerde het voorjaar in ruime mate met maar liefst 113 waarnemingen. Op 30 en 31 augustus waren in resp. het Vockestaert-gebied en de Nieuwe Droogmaking 10 Paapjes tegelijk aanwezig om van te genieten. Roodborsttapuit heeft succesvol gebroed in De Balij, Holierhoekse polder en Kandelaar-gebied. In januari overwinterde een paartje in de Holierhoekse polder. Totaal waren er 235 meldingen van deze soort in 2016. Op 19 en 21 april werd het hoogste aantal Tapuiten van dit voorjaar (4 ex. tegelijk) in het Vockestaert-gebied gezien. De eerste twee terugtrekkende Tapuiten lieten zich op 29 juli in het Compensatiegebied N470 en op 30 juli in de Ackerdjkse plassen zien. Ikzelf blijk op 19 september het hoogste aantal Tapuiten, 6 ex. in de Vlaardingse Vlietlanden, van dit jaar gezien te hebben.

Kramsvogels foerageerden op 3 november met ca. 300 stuks in de Broekpolder – Het Klauerwoud. Op 8 oktober vlogen er ca. 280 Koperwieken naar zuidoost boven de het Abtswoudse bos – midden. Grote lijster is in de Broekpolder met nog maar 1 (max. 2 paren zonder bewijs) paar in de Broekpolder vertegenwoordigd. Enkele jaren geleden waren er heel wat meer paren in dit gebied te vinden. Het verhaal van de Grote lijster in onze regio vertoont griezelig veel parallellen met dat van de Zomertortel…. Beflijsters werden vanaf 4 april gemeld, meestal solitaire exemplaren. Het hoogste aantal van 5 ex,. werd op 23 april op Bedrijventerrein Oudeland e.o., gezien. Op 13 oktober werd de enige najaarsmelding van dit jaar gedaan: een vrouw Beflijster in Schipluiden, helaas nog een raamslachtoffer ook.

Zangers

De eerste zingende Cetti´s zanger werd op 2 januari in de Broekpolder gemeld. Naast de min. 4 zingende mannetjes in de Broekpolder op 27 april zijn er ook nieuwe (vestiging)plekken als Ackerdijkse plassen, Kraaiennest (vanaf 1 april) en de Nieuwe Droogmaking bij gekomen. Op 6 en 7 mei zijn er meldingen van Fluiter in de Broekpolder. Hoe zeker de waarneming op 3 juli van deze soort is, is intrigerend: als het klopt zou het op een broedgeval kunnen wijzen, uiterst onzeker! Op 21 september werd zowel in de wijk Tanthof als in de Delftse Hout een (eerste) Bladkoning ontdekt. Het exemplaar in de Delftse Hout bleef pleisteren tot 11 oktober en kreeg daar zelfs versterking van min. 2 andere soortgenoten op 9 oktober. Van 27 september t/m 30 oktober komen er regelmatig meldingen van deze soort uit de Broekpolder. Daarnaast waren er waarnemingen (nogmaals) in de wijk Tanthof, Dobbeplas, TU-wijk, Rotterdam – De Tempel, Delft- west en Maasland. Het is duidelijk te merken dat veel vogelaars de roep van de Bladkoning goed weten te determineren (totaal 47 meldingen). Op 21 mei wordt ´s middags in het Vockestaert-gebied een zingende Grote Karekiet ontdekt. Helaas hebben maar 15 vogelaars er even van mogen genieten, de dag erna was de vogel gevlogen. Zo fantastisch de nazomer van 2015 onze regio met Waterrietzangers bedeelde, zo karig was het dit jaar. Alleen op 17 en 19 augustus zijn er meldingen van deze soort in de Nieuwe Droogmaking (Slechts 4 gelukkige waarnemers in 2016). Sprinkhaanzangers werden op heel wat plaatsen gehoord: een greep uit de zeker niet volledige lijst met gebieden: Broekpolder, Kandelaar Abtswoudse Bos, De Balij, Vockestaert-gebied (op 9 mei min. 7 zingende mannen) en Ackerdijkse plassen. Op 23 mei was er ´s-avonds grote consternatie aan de Harreweg, precies 4 jaar en 2 dagen na de Krekelzanger in het Kandelaargebied ontdekte Just Palm deze zeldzaamheid in het struweel langs de Harreweg! De volgende dag leek het dier vertrokken te zijn totdat ´s-avonds een Krekelzanger in de Broekpolder – De Ruigte werd ontdekt. Vervolgens ging, net als in 2012, het dak er af! Het dier bleef t/m 1 juni zingen en poseren voor de vogelaars / fotografen. In totaal 276 vogelaars geven op waarneming.nl aan dat ze dit exemplaar gezien hebben. Link naar foto en filmpje van zingende Krekelzanger: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/119201534?_popup=1

De eerste Snor zat op 8 april te zingen in De Balij. In april / mei wordt hij vooral gemeld vanuit het Vockestaert-gebied (op 21 mei min. 3 zingende mannen), de Ackerdijkse plassen en Aalkeet-Buitenpolder. Spotvogel was op 25 mei in de Ackerdijkse plassen met 2 zingende mannen vertegenwoordigd evenals in de Broekpolder op 31 mei. Het gaat niet goed met deze vrolijke zomerse druktemaker en topimitator. het aantal meldingen loopt dit jaar wel verder op naar 136 maar dat wordt veroorzaakt door de alertheid van vogelaars op deze soort. Zwartkoppen waren, zoals gebruikelijk, in het voorjaar in grotere aantallen te vinden in De Balij, Polder van Biesland, Broekpolder en soortgelijke recreatiegebieden. In de Broekpolder werden er 23 geteld op 30 augustus terwijl ze aan het foerageren waren op bessen. Ter illustratie van het gebrek aan winterweer: Tjiftjaffen waren op 2 januari al weer / nog steeds met 2 ex. in de Broekpolder te vinden.

Goudhaantjes, Vliegenvangers, Mezen, Boomklevers, Klapekster, Vinken, Gorzen

Begraafplaats Hofwijk en de Broekpolder waren dit najaar plaatsen met de meeste trefkans op Vuurgoudhaantjes. Het hoogste aantal, 4, werd 24 november op begraafplaats Hofwijk gezien. In Delfgauw werden op 28 maart 10 exemplaren Goudhaan gezien. In het najaar worden ze regelmatig vanuit de Broekpolder gemeld, maar ook op vele andere plaatsen. In de Ackerdijkse plassen heeft een paar Grauwe Vliegenvanger zeker met succes gebroed. In de Broekpolder werden op 13 augustus 5 Grauwe vliegenvangers (3 juv.) gezien, dit lijkt er toch op te wijzen dat er (in de omgeving van) de Broekpolder met succes is gebroed. Van de Bonte werden dit jaar slechts 4 waarnemingen doorgegeven. Op 25 april (de eerste) in recreatiegebied Poldervaart. Op 4 en 7 mei resp. in de Broekpolder en de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker. De enige najaarswaarneming werd op 22 september in Maasland – Dijkpolder gedaan. Baardman was van maart tot eind oktober regelmatig in het Vockestaert-gebied aanwezig (max. 6 ex.). Verder waren er in april meldingen uit de Ackerdijkse plassen. Op 14 oktober had ik zelf een leuk groepje van 8 ex. (hoogste aantal) in het Abtswoudse bos – zuidwest. Op 20 februari lieten drie Witkopstaartmezen zich vereeuwigen: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/114791694. 14 november was er een aanwezig in de Broekpolder. Op 28 februari is er een melding van Witkoppige staartmees in Pijnacker – Klapwijk en Tolhek. Op 13 en 16 oktober verblijft er een op Begraafplaats Hofwijk. De laatste voor 2016 wordt op 14 november in de Broekpolder gezien. Matkop is van begin februari tot begin september 9 keer gemeld vanuit de Broekpolder, alle keren een solitaire vogel. Is deze soort ook al verdwenen als broedvogel in onze regio? En wat gaat de toekomst brengen: helemaal geen meldingen meer? Zwarte Mees werd 3 keer in januari gezien en op 29 maart waren er twee ex. in de wijk Tanthof te vinden .Het was duidelijk geen invasiejaar voor Zwarte Mees. Op 28 september wordt er een gezien in de TU-wijk, op 8 oktober in de Broekpolder en de laatste voor 2016 op Begraafplaats Hofwijk op 18 december. Leek het er enige jaren geleden op dat de Boomklever vast voet aan de grond zou krijgen in onze regio dan is anno 2016 de teleurstelling groot. 2 meldingen in mei en oktober uit de Broekpolder, één melding op 11 november van Begraafplaats Hofwijk. In januari en maart zijn er drie meldingen, van waarschijnlijk zwervende individuen, bij het Haantje / voormalige Calvé-fabriek, Schieoevers – noord en Abtswoudse bos – oost. Op 8 januari komt een melding van Buidelmees in het Vockestaert gebied. Slechts twee waarnemers krijgen het dier in de kijker én op de foto. Op 3 december werden in het Compensatiegebied N470 twee Buidelmezen (man, 1e kj) gezien en gefotografeerd. Beide vogels waren geringd in Castricum (in ieder geval één exemplaar op 1 november 2016). In mei werden de Broekpolder max. 3 baltsende mannen Wielewaal tegelijk gemeld. In het Kandelaar-gebied is in deze periode melding van 1 zingende man. In juli werden max. 3 baltsende mannen, 2 vrouwen en 1 juv.  tegelijk gemeld uit de Broekpolder. Op 19 juli zitten 6 Wielewalen een Havik achterna in hetzelfde gebied. Op 11 mei zat een man Grauwe Klauwier te zingen in de Vlaardingse Vlietlanden. Op 30 mei is een man kort  ter plaatse in De Balij. Dit jaar dus geen broed(verdachte) gevallen maar doortrekkers. Tot 19 maart (vertrek drie dagen eerder dan in 2014 en 2015) was de Klapekster van de Broekpolder een publiekstrekker. Op 3 en 4 oktober duikt een Klapekster op in het Vockestaert-gebied. Van 8 oktober t/m 25 november verblijft dit (hetzelfde?) dier in de Broekpolder. Op 9 oktober zijn er twee Klapeksters in de Balij te vinden. In juli en september worden zo´n 20 ex. Ringmus in de Broekpolder geteld. Het hoogste aantal, 23, wordt op 24 december in de Holierhoekse polder gemeld. Op 8, 13 en 24 februari werden max. 15 Kepen in de Broekpolder gezien. Op 11 oktober waren er 20 Kepen in de Nieuwe Droogmaking aanwezig. Van 6 maart t/m 2 april was het niet allen druk met vogelaars uit de eigen regio op Bedrijventerrein Oudeland e.o. In een groep pleisterende Groenlingen en Rietgorzen waren max. 7 Europese Kanaries te ontdekken (totaal zijn er in deze periode 84 waarnemingen van deze soort op deze locatie ingevoerd). Sijzen waren deze winter eigenlijk overal wel te vinden. In maart, tijdens de terugtrek, werden er in de Broekpolder regelmatig tot 60 ex. gezien. Op dezelfde locatie waren op 14 oktober max. 50 ex. te vinden. In oktober en november worden op verschillende plaatsen doortrekkende groepjes (max. 20 ex.) Sijzen gemeld. Grote Barmsijs is slechts 3 keer (solitair dier) in januari en maart in resp. de Ackerdijkse plassen en de Nieuwe Droogmaking gemeld. Kleine Barmsijs deed het met max. 9 ex. in de Ackerdijkse plassen op 3 januari niet veel beter. Op 3 december werden 8 ex. gefotografeerd in het Kandelaar-gebied. Van augustus t/m oktober worden behoorlijke aantallen foeragerende Kneuen op braakliggend of natuur(ontwikkelings)terrein gemeld. Op 11 september zijn er ca. 25 in de Harnaschpolder en op de 19e van die maand waren er 32 te zien op Bedrijventerrein Oudeland e.o. In oktober waren er twee meldingen van Kruisbek: 12 ex. vlogen op 17 oktober over Maasland en .één ex. op 20 oktober over Delfgauw. 3 december vlogen er twee ex. over de Broekpolder – De Ruigte. Na het hoge aantal meldingen van Goudvink in 2015 volgt in 2016 een dip: in maart slechts één melding uit recreatiegebied Poldervaart en op 18 december een man in de omgeving van de Ackerdijkse plassen. In de omgeving van De Balij is een plek waar de soort in 2016 heeft gebroed. De waarnemingen stonden onder embargo om de vogels tegen overenthousiaste volière-houders te beschermen. Appelvinken werden in mei regelmatig (max. 2 ex.) gemeld vanuit de Broekpolder. Op 8 april was er een melding van 2 ex. in De Balij. Vanaf eind november en december worden Appelvinken gemeld bij het Bedrijventerrein Delftse Poort oost (Ikea) en de Polder van Biesland. 29 augustus werd de enige Ortolaan van 2016 gehoord op het Bedrijven Oudeland e.o. Op 3 oktober vloog over hetzelfde gebied een IJsgors over.

Exoten en escapes

In winter en najaar lijkt een Zwarte Zwaan aanwezig te zijn in de omgeving van Commandeurspolder / Dijkpolder (geen meldingen van februari tot september). Op 25 maart was er een aanwezig op Bedrijventerrein Oudeland e.o. Op 12 april vlogen er twee naar NW boven knooppunt Ypenburg en op 27 juli zat er een in het Kraaiennest. Op 12 november was een exemplaar aanwezig in een vijver in de wijk Tanthof. Een Blauwe Pauw werd op 1 januari in de omgeving van de Ackerdijkse plassen gemeld. Zwaangans was van januari t/m 11 mei met max. 2 ex. te vinden in het Compensatiegebied N470. Op 14 december waren er zes exemplaren aanwezig in de Bergboezem e.o. Kleine Canadese gans werd op 12 januari gezien met 3 exemplaren bij het Abtswoudse bos – west, op 6 februari was er één in de Commandeurspolder en op 1 november één bij Rijswijk – zuid. Op 9 januari was een Indische gans te zien in Dorppolder. Op 9 en 18 december resp. in Negenhuizen / Zouteveen en Berkel en Rodenrijs – Zuidpolder e.o.. Het hele jaar door zijn er meldingen van max. twee Keizerganzen in de Droogmakerij in de Oude polder van Pijnacker. Muskuseend wordt het hele jaar door vnl. uit Pijnacker – Klapwijk en Tolhek gemeld. Op 24 december wordt een Zwartbuikfluiteend gefotografeerd in de Lier – Burgersdijk e.o. Van 29 mei t/m 18 augustus waren 2 Rosse Fluiteenden in de Wollebrand – Griendplas aanwezig. Uit de Zuidpolder van Delfgauw komen tot 22 februari meldingen van een man Carolina-eend. In maart/april zijn max. 4 Mandarijn-eenden te vinden in de Nieuwe Droogmaking. In juni/juli zat een paar in de Ackerdijkse plassen. In december zijn er meldingen van max. 3 ex. in de Lier – Burgersdijk e.o.. Van 10 t/m 25 januari zijn er drie meldingen van een Manengans in de polders Zouteveen/Negenhuizen en Noord-Kethel. Op 18 september is een man aanwezig in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker. De Lier – Burgersdijk e.o. is heel erg goed voor exoten: op 24 december wordt een Ringtaling gefotografeerd. Op dezelfde locatie op 3 en 24 december een Bronskopeend, op 24 december 2 mannetjes Chileense Smient en 1 Kaneeltaling, op 3 december 2 Roodsnavelpijlstaart, op 3 en 24 december een Siberische Taling, idem voor Peposaka-eend, op 3 december een Grote Tafeleend, op 24 december Buffelkopeend. Kokardezaagbek (vr.) werd het hele jaar door vanuit de Nieuwe Droogmaking gemeld. Van 14 t/m 30 december zat er, eveneens een vrouw, in het Wilhelminapark (Rijswijk). Op 3 december was er een man te vinden in De Lier – Burgersdijk e.o. Rosse Stekelstaart wordt tot 13 november uit de Nieuwe Droogmaking gemeld. Op 8 augustus werd een ouderpaar met 8 pulli gezien. In december worden er twee gezien in de Dobbeplas. De rest van het jaar zijn er sporadische meldingen van deze soort uit de Woudse polder, Ackerdijkse plassen en De Lier – Burgersdijk e.o. Bestrijding van deze soort om hybridisering met de bedreigde Witkopeend te voorkomen lijkt vruchten af te werpen: van veel meldingen op verschillende locaties in 2015 naar veel meldingen geconcentreerd in één gebied. Op 28 januari werd een Amerikaanse Zeearend ´gelucht´ vanuit de nabij de Nieuwe Droogmaking gevestigde ´roofvogelboerderij´ (http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/114278188). In de Ackerdijkse plassen was op 28 juli een ontsnapte Valkparkiet te zien. Op 16 november werd in Delfgauw een Prachtrosella gemeld. Van 7 t/m 10 juli vloog een witte Grasparkiet in de Broekpolder rond. Waarschijnlijk rond of op 10 juli geëindigd als roofvogelsnack? In Berkel en Rodenrijs – Westpolder Bolwerk vloog er een naar noord op 17 september. Slaaptrek van Halsbandparkiet leverde op 19 november 60 exemplaren op boven het Abtswoudse bos – midden. Op 24 en 29 juni was een Sint-Helenafazantje (ongeringd) in Compensatiegebied N470 te bewonderen. Daarnaast zijn er heel wat meldingen van allerlei hybride ganzen en eenden gedaan. De waarneming van een hybride Wilde Eend x Krakeend op 16 en 26 februari in het Compensatiegebied N470 mag niet onvermeld blijven. Zie link voor foto´s: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/114720350. Liefhebbers kunnen zelf (onder)soorten en hybriden bekijken op de site http://vwgdelft.waarneming.nl/ via ´overzichten´ en ´waargenomen soorten´ kan op jaar, hybride, al dan niet escape of exoot etc. geselecteerd worden.

De cijfers

In 2016 is de top 2 van plaats gewisseld t.o.v. 2015 wat betreft de meest doorgegeven soorten: Grote Zilverreiger en Buizerd. De Lepelaar gaat van plaats 7 naar plaats 3. De Torenvalk zakt weg naar een 7e plaats, niet verwonderlijk na het Muizenrijke jaar 2014, waarvan de gevolgen (een hoge roofvogelstand), tot in 2015 doorwerkten. De Ooievaar, in 2015 op een 4e plaats, is nu weggezakt naar plaats 13. Kenmerkend voor zachte winters is de hoge score van Kievit en Blauwe Reiger in dit overzicht. Verleden jaar vroeg ik mij op deze plaats af hoelang de Smient nog in de top 10 van cumulatief hoogst gemelde aantallen zou voorkomen. In 2016 is deze soort op de 4e plek te vinden… In 2016 zijn er 64.857 (2015: 57.550) waarnemingen doorgegeven op de waarnemingensite van Vogelwacht Delft e.o. (excl. hybriden, escapes en exoten). Cumulatief zijn er bijna 1 miljoen vogels gezien: 984.055. Alle waarnemers gezamenlijk hebben in totaal 254 soorten (2015: 243) (incl. verzamelsoorten, hybriden, escapes etc.) doorgegeven. In die 254 zitten alle geclaimde soorten, ook enkele, mijns inziens dubieuze. Vermoedelijk zijn in 2016 zo´n 248 vogelsoorten (incl. escapes, exoten, hybriden etc.) daadwerkelijk in de Delftse regio te zien geweest. Net als verleden jaar waren de aantallen gemiddeld wel een stuk minder dan in andere jaren. Hiervoor zijn twee redenen te bedenken: een bar slecht broedseizoen 2016 en (net als in 2015) de gunstige trekomstandigheden, vooral het najaar, waardoor veel vogels op grote hoogte aan ons voorbij vlogen. Daarnaast zorgde het zachte winterweer er voor dat steeds minder (noordelijke) soorten bij ons overwinteren. Hopelijk blijft u bijdragen aan het documenteren van alle veranderingen in de vogelwereld en blijft u uw waarnemingen doorgeven op onze waarnemingensite: http://vwgdelft.waarneming.nl/index.php. Met de feiten in de hand zal Vogelwacht Delft e.o. proberen om het voor vogels aantrekkelijk(er) te maken (en te houden) om in het Delftse voor korte of langere tijd te verblijven, zodat wij van hun kunnen blijven genieten. Wilt u op de hoogte blijven van excursies, lezingen, vogelzaken in de regio en andere vogelwetenswaardigheden: bezoek dan onze website http://www.vogelwachtdelft.nl/home/. U kunt zich daar ook inschrijven voor ontvangst van de digitale nieuwsbrief Vogelwacht Delft en omstreken die 4 x per jaar verschijnt. Graag nodig ik u uit om zelf berichten of korte stukjes te schrijven voor de nieuwsbrief. Stuur uw bericht naar info@vogelwachtdelft.nl. Ook via de verenigingswebsite: http://www.vogelwachtdelft.nl/home/ kunt u bij de waarnemingensite komen. Mailen van uw waarnemingen kan naar: waarneming@vogelwachtdelft.nl.

Jan Koreneef,
Regiomoderator waarnemingen Vogelwacht Delft e.o.

 

STATISTIEKEN:

De soorten met de hoogst gemelde (cumulatieve) aantallen in 2016:

Soort Aantal
Kolgans 226.983
Brandgans 133.246
Kievit 73.718
Smient 56.273
Spreeuw 52.230
Grauwe gans 44.484
Kleine Rietgans 41.892
Wulp 35.038
Grote Canadese gans 27.174
Grutto 26.884

De soorten die in 2016 het vaakst werden doorgegeven:

Soort Aantal
Grote Zilverreiger 1561
Buizerd 1517
Lepelaar 1341
Kievit 1254
Grutto 1165
Meerkoet 1137
Torenvalk 1136
Blauwe Reiger 950
Wilde Eend 932
Krakeend 892

Top 5 van atlasblokken waar de meeste waarnemingen in 2016 werden gedaan:

Atlasblok Gebied Aantal
37-17-31/42 Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking / Klapwijk 6968
37-35-22/23 Broekpolder 6795
37-26-23/24 Ackerdijkse plassen 6680
37-26-41/51 Vockestaert / Vlaardingen / Polder Noord Kethel 5314
37-16-43 Delfgauw – Compensatiegebied N470 2419

De nationale vogel is terug !

Vandaag zijn de eerste Grutto’s in de omgeving van Delft gesignaleerd. Gezien door Jeroen Bes en door Frank vd Knaap. Zie waarneming.nl

Jaaroverzicht 2015 – samenvatting

Binnenkort verschijnt in de nieuwe Vogelstreken het volledige jaaroverzicht voor 2015. De Vogelstreken is het clubblad van de Vereniging Vogelwacht Delft en Omstreken. Alle leden ontvangen dit blad. Onderstaand verhaal zal hierin integraal opgenomen worden. Hieronder een voorproefje.

Patrijs

Patrijs

Patrijs, Aalscholver, Reigers, Ooievaar, Zwarte Ibis, Lepelaar, Roerdomp, Duikers, Futen, Pelikaan

Patrijs werd uit het ‘laatste bastion’, de Harnaschpolder, gemeld. Op basis van de meldingen van april lijkt de Harnaschpolder en Woudse polder 8 paartjes te herbergen. In augustus worden in de Harnaschpolder, na het broedseizoen, minimaal 24 ex. Patrijs geteld. Sporadisch wordt de soort verder gemeld in aangrenzende gebieden als Woudse polder en Klaas Engelbrechtspolder. In het oosten van het werkgebied wordt af en toe Patrijs gemeld uit Polder Schieveen, Bergboezem en Zuidpolder e.o.

Roofvogels

Waarnemingen van Blauwe Kiekendief zijn vooral in januari in de omgeving van de Ackerdijkse plassen gedaan. Op 23 augustus vloog een (vroeg) juv. beest over de Nieuwe Droogmaking. Rond 9-11 september zijn er wat waarnemingen uit de omgeving Broekpolder/Vlaardingse Vlietlanden/Aalkeet Buitenpolder. In november en december komen de meeste meldingen uit de Vlaardingse Vlietlanden, Ackerdijkse plassen, Broekpolder en Vockestaert-gebied. In slechts twee gevallen gaat het in deze periode om een mannelijk exemplaar.

….

Rallen

Porseleinhoen is van 8 augustus t/m 2 september gemeld uit De Wollebrand. Op 19 september en 3 november (uitzonderlijk laat, foto als bewijs) werden waarnemingen gedaan in de Nieuwe Droogmaking en op 12 oktober werd er een gezien (en gefotografeerd) in de Voorafsche polder. Kraanvogels werden dit jaar helaas maar heel zelden gezien: één overvliegend N in Delft-Noord op 22 februari en één overvliegend NO boven de Broekpolder op 15 april.

Meeuwen, Sterns, Zomertortel, Koekoek, Uilen, Gierzwaluw, Hop, Draaihals, IJsvogel, Bijeneter en Spechten

Hop opvliegend

Hop opvliegend

Echt bijzonder was de Hop in de Ackerdijkse plassen, die daar al eerder in december 2014 ontdekt was. Op 4 januari 2015 werd het dier herontdekt om op 18 februari voor het laatst gezien te worden. Maar liefst 291 meldingen kwamen van deze vogel binnen. Heel wat ´jaarlijsters´ onder de vogelaars wilden deze soort natuurlijk maar wat graag al in januari op de lijst hebben staan. Helaas kwam er dit jaar geen voorjaarstrekker langs. Op 16 juni werd een Draaihals in de Noordpolder van Delfgauw ontdekt, helaas kon slechts de ontdekker hem bewonderen. Van 24 t/m 28 augustus was dat wel anders toen in recreatiegebied Poldervaart twee fotogenieke exemplaren uitgebreid voor de fotografen poseerden (34 meldingen).

Zangers

De eerste zingende Cetti´s zanger werd op 5 januari in de Kandelaar gemeld. De Cetti´s zanger verging het goed door de zachte winter en het mooie voorjaarsweer, in de Broekpolder waren min. 5 zingende mannen aanwezig (20 april). Daarnaast was er in ieder geval een paar in recreatiegebied Poldervaart aanwezig. Vanaf 18 april zat er een zingende man in de Ackerdijkse plassen.

Goudhaantjes, Vliegenvangers, Mezen, Boomklevers, Klapekster, Vinken, Gorzen

Begraafplaats Hofwijk was dit najaar de plek waar de meeste kans op het zien van Vuurgoudhaantjes was. Het hoogste aantal, 10, werd daar op 26 september doorgegeven. In oktober waren er tot 15 exemplaren Goudhaan in de Broekpolder te vinden. Bonte en Grauwe Vliegenvanger werden dit jaar resp. op 25 april en 8 mei voor het eerst gezien, beide in de Broekpolder.

….

De cijfers

In 2015 hebben de top drie van de meest doorgegeven soorten Grote Zilverreiger en Buizerd stuivertje gewisseld wat betreft plaats 1 en 2 en heeft de Torenvalk de derde plaats ingenomen ten koste van de Ooievaar (nu een 4e plaats). De stijging van de Torenvalk zal zeker verband houden met Muizenrijke jaar 2014 waarvan de gevolgen (een hoge roofvogelstand) tot in 2015 doorwerkten. Binnen de lijst doen zich wel verschuivingen voor: de Lepelaar is gedaald van plaats 5 naar plaats 7, maar wordt relatief wel meer doorgegeven dan 2014 (toen 832 meldingen).

….

Jan Koreneef,
Regiomoderator waarnemingen Vogelwacht Delft e.o.

STATISTIEKEN:

De soorten met de hoogst gemelde (cumulatieve) aantallen in 2015
Soort Aantal
Kolgans 174.120
Spreeuw 147.720
Brandgans 144.751
Kievit 64.561
Wulp 40.637
Smient 36.950
Grauwe gans 34.706
Kleine Rietgans 32.661
Grutto 31.530
Grote Canadese gans 24.312
De soorten die in 2015 het vaakst werden doorgegeven:
Soort Aantal
Grote Zilverreiger 1429
Buizerd 1409
Torenvalk 1209
Ooievaar 1014
Grutto 1006
Kievit 947
Lepelaar 905
Kuifeend 871
Blauwe Reiger 848
Grauwe gans 808

 

Top 5 van atlasblokken waar de meeste waarnemingen in 2015 werden gedaan:
Atlasblok Gebied Aantal
37-26-23/24 Ackerdijkse plassen 6907
37-35-22/23 Broekpolder 6860
37-17-31/42 Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking / Klapwijk 4026
37-26-41/51 Vockestaert / Vlaardingen / Polder Noord Kethel 3636
37-16-43 Delfgauw – Compensatiegebied N470 2855

Jaaroverzicht waarnemingen regio Delft 2015

Opzet overzicht

Dit jaaroverzicht wijkt af van wat vele jaren gebruikelijk is geweest. In de tweede ‘Vogelstreken’ van 2015 heeft al een overzicht van waarnemingen van bijzondere soorten tot medio oktober 2015 gestaan. Na herziening van de communicatie-strategie van Vogelwacht Delft e.o. en de daaruit voortvloeiende herstructurering van Vogelstreken heeft dit er o.a. toe geleid dat er geen overzichten met waarnemingen en waarnemers meer worden gepubliceerd. Onze waarnemingensite http://vwgdelft.waarneming.nl/ is de primaire informatiebron voor vogelwaarnemingen in de regio. Hier kan iedereen zijn/haar waarnemingen online doorgeven en op de hoogte blijven van wat er in de regio gezien wordt en door wie. De exponentiële groei van ‘vogelaars’ en de door hen ingevoerde waarnemingen heeft mijn verwerkingscapaciteit daarbij ver overstegen. De te leveren tijdsinspanning staat in geen verhouding tot het resultaat: overzichten op papier met informatie die met gemak met twee muisklikken automatisch én toegesneden op de eigen interesse (´op maat´) door iedere welwillende gebruiker van www.waarneming.nl zelf kan worden gegenereerd. In dit overzicht wordt een algemeen beeld gegeven van welke soorten in 2015 gezien zijn en evt. bijzonderheden. In plaats van enkele statistieken die vroeger bij dit overzicht gevoegd waren, is er een extra overzicht met de fenologie (datum van eerste en laatste waarneming) van zomer- en wintergasten met daarbij de naam van de gelukkige ontdekker. In de tekst van het overzicht zal niet meer worden ingegaan op de eerste aankomstdatum van een soort als deze in het overzicht is opgenomen.

 

Weeroverzicht 2015

‘De extreem zachte november en december zorgen ervoor dat het jaargemiddelde van 2015 in de top tien komt van warmste jaren sinds 1901. 2015 staat op een gedeelde vijfde plaats met een gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt van 10,9 graden Celsius tegen 10,1 normaal. Het zag er lange tijd niet naar uit dat 2015 in Nederland zeer warm zou worden. Hoewel de wintermaanden januari en februari vrij zacht waren, was de lente vrij koel. Na een vrij warme zomer ging de herfst koud van start. Maar de herfst eindigde met een extreem zachte novembermaand en december is sinds het begin van de regelmatige temperatuurwaarnemingen in 1706 met afstand nog nooit zo zacht geweest. De lente was vrij koel. Na een vrij warme zomer ging de herfst koud van start. In 2015 is er slechts één ijsdag geweest terwijl acht ijsdagen normaal zijn. Op deze enige ijsdag – 23 januari – is ook de landelijk laagste minimumtemperatuur van afgelopen jaar gemeten: min 8,8 graden Celsius in Wijk aan Zee. Het warmst is het op 2 juli geweest, met in Maastricht 38,2 graden, net onder het record van 38,6 in Warnsveld uit 1944. Dit was tijdens de enige hittegolf van 2015, die van 30 juni tot en met 5 juli duurde. Met een landelijk gemiddeld aantal zonuren van circa 1885 zonuren is 2015 een zeer zonnig jaar. Normaal is de zon 1639 uren te zien. April en juni waren de twee zonnigste maanden met ieder 243 zonuren. Ook in mei, juli en augustus scheen de zon gemiddeld ruim 200 uren. Het meest was de zon te zien in het zuidwestelijk kustgebied: Vlissingen registreerde circa 2000 zonuren. Het noordoosten van het land was het minst zonnig met circa 1750 zonuren. 2015 was een zeer zonnig jaar. April en juni waren de twee zonnigste maanden met ieder 243 zonuren. Wat neerslag betreft waren de regionale verschillen groot. Vooral op de Veluwe was het zeer nat. Het KNMI-station Deelen heeft 1000 mm geregistreerd. In het zuidoosten van het land was 2015 een droog jaar. De minste neerslag tot nu toe viel op het KNMI-station Ell: circa 630 mm. Natte maanden met landelijk gemiddeld 100 mm of meer waren januari, augustus en november. Januari was niet alleen nat, maar ook onstuimig. Op zestien dagen kwam het, vooral in de kustgebieden, tot zware windstoten van minstens 75 km/uur. Opvallend was ook de zware zomerstorm die op 25 juli van zuidwest naar noordoost over Nederland trok. In IJmuiden werd tijdelijk windkracht tien waargenomen en kwamen windstoten voor tot 122 km/uur.’(Bron: Nieuwsbericht KNMI 6 januari 2016). Voor een uitgebreid weeroverzicht over 2015 voor Nederland en Europa kunt u terecht op de website van het KNMI: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2015/jaar (Nederland) en http://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/opnieuw-uitzonderlijk-warm-jaar-voor-europa (Europa). Op de website van het KNMI zijn ook radarbeelden te zien van de paniek die uitbreekt bij vogels op oudejaarsavond als het vuurwerk wordt afgestoken: http://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/neerslagradar-toont-opvliegen-vogels-door-vuurwerk

De reactie van vogels op vuurwerk is vanaf de jaarwisseling 2007/2008 op radarbeelden te zien op een website van de Universiteit van Amsterdam: http://horizon.science.uva.nl/fireworks/. De resultaten van dit onderzoek zijn in 2011 gepubliceerd in het, gratis te downloaden, wetenschappelijke artikel ‘Birds flee en mass from New Year’s Eve fireworks’ in Oxford Journals.

Zwanen en Ganzen

De zachte winter en het najaar van 2015 zorgde, net als in 2014, voor lage aantallen overwinterende Zwanen en Ganzen. Het max. aantal Kleine Zwaan dit jaar was 32 ex. op 7 januari in de Zuidpolder van Delfgauw. De laatste voor de winter (7 ex.) werden op 14 februari in het Kraaiennest gespot. In het najaar bestond de grootst gemelde groep uit 15 exemplaren. Wilde Zwaan werd in januari/februari veelvuldig gemeld uit het Vockestaert-gebied en het Abtswoudse bos – midden (1 ex.). Medio maart waren er max. 3 bij het Kraaiennest. De laatste werd daar op 20 maart gezien. Op 26 oktober vlogen er 7 exemplaren naar NW over de Broekpolder. Roodhalsgans werd in heel 2015 niet gezien maar op 1 januari 2016 werd er een exemplaar ontdekt in de Duifpolder.

Op 4 en 5 januari werd in de Ackerdijkse plassen een Dwerggans ontdekt en veelvuldig gefotografeerd. Op 5 januari bleek deze vogel naar de Zuidpolder van Delfgauw gevlogen. Op 17 april werd een Rotgans gezien in de Aalkeet-Buitenpolder. Op 4 januari werd in de Duifpolder voor de winter 2014/2015 het maximale aantal van 410 ex. Kleine rietganzen gemeld. De laatste waarneming voor de winter werd op 22 februari in de Aalkeet Buitenpolder gedaan. Kleine Rietganzen waren in het najaar/winter van 2015/2016 vertegenwoordigd met max. 650 ex. op 5 december in de Duifpolder. Van eind oktober tot eind december waren er gemiddeld zo’n 300 – 400 ex. te vinden. Midden-Delfland is daarmee tamelijk uniek aan het worden omdat Kleine Rietganzen de laatste 10 jaar steeds vaker in Denemarken blijven overwinteren en de aantallen die ’s winters in Nederland (Friesland) en Vlaanderen te vinden zijn, heel veel minder zijn geworden. Het hoogste aantal Toendrarietganzen van dit jaar (36 ex.) werd overvliegend Z boven de Bergboezem gezien op 15 december. Van 17 t/m 21 december was er één exemplaar aanwezig in het Vockestaert-gebied. In de Aalkeet-Buitenpolder liep op 1 maart een 3e KJ Groenlandse Kolgans tussen de vele gewone Kollen (foto´s : http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/98371378) Op 30 juni werd in de Broekpolder een Casarca gezien. Op 14 en 15 augustus was er één in de Nieuwe Droogmaking bij Berkel en Rodenrijs.

Eenden

Hoe de warme winters ingrijpen op het overwinteringsgedrag van eenden heb ik hier al vaak besproken. De tendens bij eenden en ganzen om steeds dichter bij hun broedgebieden in het Noordoosten van Europa te overwinteren is in 2015 nog maar eens bevestigd. Typisch Noordelijke eenden als Nonnetje, Grote Zaagbek, ´echte´ Wilde Eend en Smienten (bijna 139.000 ex. cumulatief in 2010 (een ´normale´ wat koudere winter) tegen nu ca. 37.000 ex. cumulatief) komen niet meer, of in minder grote aantallen, naar onze streken. Soorten als Slobeend (717 meldingen, cumulatief 5.048 ex.), Wintertaling (686 meldingen, cumulatief 11.710 ex.) en Pijlstaart (290 meldingen, cumulatief 784 ex.) blijven, zolang het niet vriest, juist bij ons hangen en dat blijkt in onze regio uit de waarnemingen en gemelde aantallen. Begin januari was er één Grote Zaagbek in de Dobbeplas te vinden. Op 23 november was er een man te zien in het Kraaiennest en een paar in het Vockestaert-gebied (foto als bewijsplaat). Nonnetjes waren in januari / februari met 2 ex. in het Kraaiennest vertegenwoordigd. Op 7 februari waren er ook twee op de Dobbeplas te zien. Het hele najaar / winter (t/m 31 december) zijn er géén Nonnetjes in onze regio gemeld!

Op 13 februari werd in de Dobbeplas een man Brilduiker gezien. Op 4 januari was er een melding van vrouw in de Ackerdijkse plassen en op 7 maart nogmaals een vrouw in de Broekpolder. Van 17 t/m 24 november was daar weer een vrouw te zien. Daarnaast waren er in november meldingen uit de Delftse Hout, Burgersdijk e.o. (De Lier) en Kraaiennest (allen vrouw).

Van 27 februari t/m 6 maart was er een mooi gedocumenteerde Topper (vr.) in de Broekpolder – De Ruigte te bewonderen. Dé Ringsnaveleend was tussen 31 januari en 10 maart daar ook weer te vinden. Op 13 maart werd een man Witoogeend in de Broekpolder – De Ruigte ontdekt. Het dier was alleen die ene dag aanwezig. Krooneenden in de Holierhoekse polder verbleven t/m 24 februari als paar in het gebied. Van 1 maart t/m 4 mei was alleen het vrouwtje nog aanwezig. Op 26 oktober was dit vrouwtje weer terug op de vaste stek (met meldingen tot op het moment van schrijven (januari 2016)). Ander meldingen van deze soort (een man) waren afkomstig uit de omgeving van Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking op 11 april en 20 mei op de Dobbeplas.

Eind augustus werden max. 7 ex. Zomertalingen (waarschijnlijk ad. en juv.) in recreatiegebied Poldervaart gemeld.

Patrijs, Aalscholver, Reigers, Ooievaar, Zwarte Ibis, Lepelaar, Roerdomp, Duikers, Futen, Pelikaan

Patrijs werd uit het ‘laatste bastion’, de Harnaschpolder, gemeld. Op basis van de meldingen van april lijkt de Harnaschpolder en Woudse polder 8 paartjes te herbergen. In augustus worden in de Harnaschpolder, na het broedseizoen, minimaal 24 ex. Patrijs geteld. Sporadisch wordt de soort verder gemeld in aangrenzende gebieden als Woudse polder en Klaas Engelbrechtspolder. In het oosten van het werkgebied wordt af en toe Patrijs gemeld uit Polder Schieveen, Bergboezem en Zuidpolder e.o. Het wachten is op de grote klap als de Harnaschpolder is volgebouwd en de populatie Patrijs daar geen kant meer op kan. Overleven van deze soort op de iets langere termijn lijkt bijna onmogelijk. Van 13 t/m 17 juni riep een Kwartel (onregelmatig) uit de omgeving van het rietveld bij de Golfbaan Schipluiden (de locatie waar enkele jaren geleden de Kwartelkoning zat). Op 30 juni werd er nog een gemeld in de Woudse polder daarnaast was er een onzekere melding in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker op 6 juli.

Aalscholvers waren in de Ackerdijkse plassen op 17 januari al volop aan het broeden (50 bezette nesten). In februari en maart waren de oudervogels al aan het pendelen (voedselvluchten) tussen Noordzee en de kolonie. Op 9 augustus werden al weer 29 Grote Zilverreigers op de slaapplaats in de Ackerdijkse plassen geteld. Op 19 december waren het er 42 tegen 40 in februari. Kleine Zilverreigers herstelden zich van de geleden verliezen na enkele wat koudere winters. Het hele jaar door werden ze gemeld met meestal 1 ex. In de Nieuwe Droogmaking waren er op 5 augustus max. 5 te vinden. In december werd de soort wat meer verspreid gemeld o.a. uit Broekpolder, Duidpolder, Holierhoekse polder en Vockestaert-gebied (soms met 2 ex.). De Kleine Zilverreiger lijkt weer helemaal terug te zijn! Op 6 februari wordt een Koereiger ontdekt in polder Schieveen. Waarschijnlijk steeds hetzelfde dier wordt t/m 24 april o.a. in de Zuidpolder van Delfgauw, Bergboezem en Ackerdijkse plassen gemeld. Op 16 oktober wordt opnieuw een Koereiger ontdekt, ditmaal in de Bergboezem (Groenzoom). De Roerdomp lijkt op 2 plaatsen de regio gebroed te hebben nl. Kandelaar en Broekpolder. Op 5 augustus werden drie Purperreigers tegelijk in de Ackerdijkse plassen gemeld. Op 11 oktober werd een juv. Kwak in de omgeving van De Lier gefotografeerd. Bij de Lange Kleiweg vlogen op 13 augustus 18 Ooievaars over. In november werden er nog regelmatig tot 10 ex. Ooievaars gemeld uit het Vockestaert-gebied. Ook de lichtmasten van de A13 zijn een bekende pleisterplaats voor Ooievaars, vooral van augustus t/m oktober. Trekdrang lijkt geheel verdwenen bij deze vogels en door het zachte winterweer gaat het nog goed ook. In de Groenzoom waren van 17 mei t/m 14 november max. 2 Zwarte Ibissen te vinden. Op 17 april was een eerste Zwarte Ibis in de Ackerdijkse plassen aanwezig. Een kwartiermaker voor de hausse aan meldingen die bijna een maand later begon. Lepelaars vlogen met 14 ex. al op 8 februari over het Vockestaert-gebied. In de Nieuwe Droogmaking – Berkel en Rodenrijs waren op 19 augustus 20 ex. te vinden. Op 4 december werd de laatste melding van deze soort in 2015 gedaan. Het betrof een eerste jaars dier in de Aalkeet-Buitenpolder. Medio juli waren er twee nesten van Lepelaars bezet in de Delftse Hout. Eén nest bevatte drie jongen. Wie had ooit kunnen denken dat de Lepelaar, nu al enkele jaren, een ´gewone´ en succesvolle broedvogel in Delft zou worden? Een overtuigend gedocumenteerde Roodkeelduiker (foto’s) werd op 17 januari in de Delftse Hout gemeld. Geoorde Futen waren dit voorjaar weer te zien in het gebied ´De Ruigte´ in de Broekpolder. Op 10 juli werden er 24 ex. gezien. Vanaf begin augustus komen er meer meldingen van deze soort uit de Nieuwe Droogmaking. De laatste melding van deze soort wordt al op 15 augustus gedaan, 5 ex. in de Broekpolder. Een hele bijzondere waarneming was die van een overvliegende Roze Pelikaan boven bedrijventerrein Oudeland in Berkel en Rodenrijs op 11 juni.

Roofvogels

Waarnemingen van Blauwe Kiekendief zijn vooral in januari in de omgeving van de Ackerdijkse plassen gedaan. Op 23 augustus vloog een (vroeg) juv. beest over de Nieuwe Droogmaking. Rond 9-11 september zijn er wat waarnemingen uit de omgeving Broekpolder/Vlaardingse Vlietlanden/Aalkeet Buitenpolder. In november en december komen de meeste meldingen uit de Vlaardingse Vlietlanden, Ackerdijkse plassen, Broekpolder en Vockestaert-gebied. In slechts twee gevallen gaat het in deze periode om een mannelijk exemplaar. De claim van een Steppekiekendief boven Den Hoorn op 11 mei is bijzonder. De waarneming is (nog) niet goedgekeurd, beoordeel zelf de bijgevoegde foto die als bewijsplaat is toegevoegd: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/102045566. Het Slechtvalkennest op het dak van het Elektrogebouw van de TU Delft is ook dit jaar gebruikt. Op 7 maart werd het eerste ei gelegd en op 21 juni waren er 3 Slechtvalk jongen te zien, klaar om uit te vliegen (http://www.vogelwachtdelft.nl/home/?cat=27) Op 31 juli vlogen 3 ex.(waaronder ook juv.) naar NO in de buurt van de Harreweg. In de Aalkeet-buitenpolder waren op 29 oktober 2 ad. en 1 juv. Slechtvalk tegelijkertijd aanwezig. Op 10 september vlogen er 5 Boomvalken over de Broekpolder (waarschijnlijk trek?). Zwarte Wouw werd op 12 april boven Ypenburg en Delfgauw gezien. Op 11 mei en 25 juni vloog er een exemplaar over de Broekpolder (foto´s). Op 23 mei is er een Rode Wouw geclaimd in de Polder van Biesland. Gezien de summiere beschrijving van een ‘driehoekige staart’ en de tijd van het jaar denk ik dart dit ook een Zwarte Wouw is geweest.

Smelleken werd op 12 januari in de Zuidpolder van Delfgauw door meerdere waarnemers gezien. Er waren slechts twee meldingen uit april en mei. Van 6 oktober t/m 1 november wordt er onregelmatig Smelleken gemeld in de omgeving van Bedrijventerrein Oudeland e.o. (Berkel en Rodenrijs). Op 8 november werd de laatste voor dit jaar in de Kralingerpolder gezien.

Op 18 april vloog de eerste Visarend naar het noorden boven het Prins Clausplein. Op 11 augustus zagen behoorlijk wat vogelaars de eerste ‘terugtrekker’ boven de Nieuwe Droogmaking. Daarna volgden in augustus t/m oktober nog 10 exemplaren op 9 verschillende locaties. Het laatste exemplaar van 2015 wordt op 29 oktober boven de Broekpolder gefotografeerd. Op 8 augustus werd de eerste Wespendief van 2015 gemeld in de Aalkeet-buitenpolder. Van 15 augustus t/m 11 september pleisterde een juveniele Wespendief in het Kandelaar gebied. Op 12 september vlogen de laatste voor 2015 boven Broekpolder en Delfgauw naar het Zuiden. Ruigpootbuizerd is tweemaal gemeld een onvolwassen dier op 21 januari in de Holierhoekse polder en een op 25 oktober bij Negenhuizen / Zouteveen e.o. Op 23 november vloog een gefotografeerde Zeearend boven de A20, daarbij voor grote paniek zorgend bij de Ganzen in de Aalkeet-Buitenpolder, naar ZW. De eerste Bruine Kiekendief was op 9 maart present in het Vockestaert-gebied. Er waren wintermeldingen op 2 januari (door Gerard Beerden, die met zijn latere overlijden in 2015 een groot gemis en leegte in de Delftse vogelaarswereld heeft achtergelaten) in de Commandeurspolder en op 22 februari in de Vlaardingse Vlietlanden. Op 6 november werd het laatste, vrouwelijk, exemplaar van 2015 jagend boven de Ackerdijkse plassen gezien.

Rallen

Porseleinhoen is van 8 augustus t/m 2 september gemeld uit De Wollebrand. Op 19 september en 3 november (uitzonderlijk laat, foto als bewijs) werden waarnemingen gedaan in de Nieuwe Droogmaking en op 12 oktober werd er een gezien (en gefotografeerd) in de Voorafsche polder. Kraanvogels werden dit jaar helaas maar heel zelden gezien: één overvliegend N in Delft-Noord op 22 februari en één overvliegend NO boven de Broekpolder op 15 april.

Plevieren en Steltlopers

Goudplevieren hadden weer veel profijt van de zachte winter, op 13 november waren er nog 500 aanwezig in de Groeneveldse polder en op 23 december was de helft van dit aantal nog te vinden in de Zuidpolder van Delfgauw. Op 30 december waren er ca. 2000 Kieviten in De Zweth e.o. te vinden. De eerste Grutto werd al op 9 februari in het Kraaiennest gezien. Bijzonder laat waren de 2 Grutto’s in de Zuidpolder van Delfgauw op 1 oktober. Tussen de vele honderden Grutto´s die in het voorjaar te vinden zijn in De Wollebrand zaten in ieder geval min. 13 IJslandse Grutto´s. Waarschijnlijk hebben er vele tientallen (tot 100-en) tussen gezeten. Met de IJslandse variëteit gaat het nl. uitstekend, iets dat helaas niet van onze eigen ´Weidekoning´ gezegd kan worden. Evenals in 2014 werden in Nootdorp volop Bokjes gezien de afgelopen winter. Op 31 januari werden er 26(!) gespot. In oktober lijkt het bedrijventerrein Oudeland e.o. een hotspot voor deze soort te zijn. Op 6 oktober werden er 10 gezien. Overigens was heel 2015 een goed jaar voor Bokjes met 86 meldingen (in 2013 slechts 31 waarnemingen). Houtsnip werd vnl. in de maanden februari/maart gemeld. De meldingen van oktober t/m december zijn haast verwaarloosbaar. Ook dit zal alles met het uitblijven van iets dat op winter lijkt te maken hebben. Van 22 februari t/m 20 november werden Kluten met regelmaat gemeld in de Griendplas – Honselersdijk. Op 23 juni wordt daar ook het hoogste aantal van dit jaar geteld: 38. Tureluur was met 5 exemplaren al op 2 januari in het Vockestaert-gebied te vinden, op 27 oktober werd daar ook de laatste voor 2015 gezien. De soort lijkt niet meer te overwinteren in het Kraaiennest. Op 12 mei waren er 12 Groenpootruiters aanwezig in de Wollebrand – Griendplas. De eerste en de laatste voor 2015 werden resp. op 11 april en 29 oktober in de Broekpolder gezien. Een Rosse Grutto was op 3 maart te zien in het Kraaiennest en op 20 maart in de Wollebrand. Boven de Vlaardingse Vlietlanden vloog op 19 mei een exemplaar naar ZW. Op 5 september zat er één tussen een groep Kieviten in de Droogmakerij van de Oude Polder van Pijnacker. Een mooie melding van Steenloper was er op 6 september in de Nieuwe Droogmaking.

Door de zachte winter en najaar waren er weer hoge aantallen overwinterende Wulpen in het binnenland. In de Vockestaert waren het er in januari ca. 500 ex. In december waren er regelmatig 400 ex. in zowel de Zuidpolder van Delfgauw als in de Dijkpolder – Maasland te vinden.

Steltkluten worden bijna ´normale´ verschijningen in het voorjaar. Van 16 t/m 23 april zaten er max. 5 exemplaren (meestal 2) afwisselend in de Nieuwe Droogmaking of de Ackerdijkse plassen.

Op 4 april waren in het Vockestaert-gebied 5, en op 6 juni, 5 Bontbekplevieren (ondersoort tundrae) aanwezig. De eerste twee werden op 7 maart in het Compensatiegebied N470 gezien, de laatste twee op 2 september in de Nieuwe Droogmaking.

Temmincks Strandloper (max. 3) werden vooral gezien in de Ackerdijkse plassen (vanaf 1 mei). Van 19 t/m 21 mei zijn er zeer veel meldingen van deze soort uit dit gebied: ´bijvangst´ van veel vogelaars die naar de Breedbekstrandlopers kwamen kijken. Van 13 t/m 15 mei zat er ook een in de Wollebrand, naast losse meldingen op 4 mei (2 ex.) in het Compensatiegebied N470, 10 mei A4-tracé (1) en 18 mei Vockestaert-gebied (1). Op 10 augustus vliegt er een roepend over de Nieuwe Droogmaking. Kleine Strandloper wordt op 30 mei, 14 juli en 16 augustus door meerdere waarnemers uit de Ackerdijkse plassen (en directe omgeving) gemeld.

Zilverplevier is drie keer gezien: op 9 en 22 mei resp. overvliegend in de Vlaardingse Vlietlanden en de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker en een op de ´terugtocht op 2 oktober boven de Nieuwe Droogmaking. Bosuiters werden met max. 6 exemplaren in mei veel als ´bijvangst´ gemeld uit de Ackerdijkse plassen omdat ze in de buurt van de Breedbekstrandlopers foerageerden. Overigens werd de soort dit jaar opvallend veel gemeld (238 meldingen, 138 in 2014), in de (na)zomer vaak met meer dan één exemplaar op verschillende locaties.

Op 18 februari werden al 3 Witgatjes in Wollebrand – Griendplas gemeld. In de (na)zomer waren 10-12 exemplaren geen uitzondering in hetzelfde gebied en de Broekpolder – De Ruigte. Twee hele late vlogen naar Zuid op 15 december bij het Kraaiennest. Regenwulpen (tevens de eerste) vlogen op 6 april met 55 ex. over de Duifpolder. In de Ackerdijkse plassen waren er op 15 augustus 40 ter plaatse.

Kemphanen waren al op 2 januari in het Vockestaert-gebied met 10 ex. te vinden. Op 9 september was het hoogste aantal van dit jaar, 25, in de Broekpolder – De Ruigte te zien. De laatste werd op 1 oktober in de Ackerdijkse plassen gespot. Bonte Strandlopers haalden het hoogste aantal ex., 13, op 2 april in de Nieuwe Droogmaking. Een heel laat exemplaar werd op 4 december in Polder Noord-Kethel gezien. Oeverloper was, zoals bijna jaarlijks, met het hoogste aantal (12 ex.) te vinden in De Wollebrand. Als klap op de vuurpijl: twee Breedbekstrandlopers in de Ackerdijkse plassen! In eerste instantie op 18 mei ontdekt in de Nieuwe Droogmaking en in de middag herontdekt in de Ackerdijkse plassen. Ze bleven tot 21 mei ter plaatse en 164 vogelaars hebben deze waarneming in www.waarneming.nl ingevoerd.

Meeuwen, Sterns, Zomertortel, Koekoek, Uilen, Gierzwaluw, Hop, Draaihals, IJsvogel, Bijeneter en Spechten

Wintermeldingen van Grote Mantelmeeuwen uit de polders bleven, ondanks het ontbreken van koude, niet uit. Opvallend is dat het merendeel in de maanden januari t/m maart werden gezien en slechts een handvol in november en december. Op 24 en 29 april werden behoorlijk late binnenlandse exemplaren gemeld uit Berkel en Rodenrijs en Ackerdijkse plassen (bij de laatste als predator van een eendenei). Op 17 februari werd door Duitse vogelaars een Britse Kleine Mantelmeeuw gefotografeerd langs de A13 (tankstation Ruyven): http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/98192359.

De eerste Zwartkopmeeuwen was op 15 maart in de Dorppolder te vinden. In april werd de soort vele malen op verschillende locaties gezien. Het hoogste aantal was daarbij 4 tegelijk (10 april Duifpolder en 24 april Ackerdijkse plassen). Meldingen buiten het voorjaar die opvallen waren 1 (foto als bewijs) en 28 juli, 20 augustus en op 27 oktober een 2e KJ-vogel (foto als bewijs) in Negenhuizen / Zouteveen e.o. Van Zwarte Stern werd pas op 13 september een groep van meer dan 2 ex. (6 ex.) in de Nieuwe Droogmaking gezien. Voor fenologie van deze soort zie het aparte Fenologieoverzicht 2015 achter deze bijdrage. Op 18 april waren er 6 Dwergmeeuwen in de Vlaardingse Vlietlanden. In hetzelfde gebied werden op 20 en 28 april en 9 mei nog eens max. 2 ex. tegelijk van deze soort gezien. Op 9 augustus vloog er een Grote Stern over Den Hoorn deze zou zijn voorafgegaan door maar liefst twee ex. die op 16 mei boven Nootdorp naar NW zouden zijn gevlogen(?) Ronduit spectaculair waren de max. 13 foeragerende Witwangsterns die op 9 mei in de Vlaardingse Vlietlanden te zien waren. Gelukkig hebben nog aardig wat vogelaars deze verrassing kunnen meepakken. De volgende dag waren ze al doorgetrokken. Een dag eerder, 8 mei, waren in hetzelfde gebied 4 Witvleugelsterns gemeld. Op 9 mei hadden twee vogelaars nog het geluk er één te kunnen spotten. Op 21 juli zou er een Noordse stern over de Broekpolder zijn gevlogen. Op 22 en 24 februari werd een tweede kalenderjaar Pontische meeuw gezien (resp. Broekpolder en Zuidpolder e.o.). Van 27 juli t/m 10 augustus werd regelmatig een Geelpootmeeuw in de omgeving van bedrijventerrein Oudeland e.o. gezien. Eerder, op 2 en 6 januari, werd er een gezien in de Holierhoekse polder en het Vockestaert-gebied. Op 21 en 24 september zijn er meldingen van een adult ex. uit de Woudse polder, Vockestaert en Broekpolder. Op 10 november wordt door twee waarnemers een 2e KJ ex. in de Harnaschpolder gefotografeerd. Zomertortels werden in totaal 12 keer met één exemplaar gemeld. Het meest nog uit de Broekpolder, het voormalig bolwerk van deze soort in onze regio. In ieder geval 10 keer meer dan in 2014… Schrikbarend hoe snel deze prachtige soort in NW Europa op het randje van uitsterven is komen te staan. Net buiten ons werkgebied, in de Vlaardingse Wijk Holy, ontdekte Ben van As begin januari een Oosterse Tortel die vele honderden vogelaars uit heel Nederland op de been bracht. In De Scheg – De Balij werden 5 Koekoeken tegelijk gezien op 14 mei (fenologie: zie overzicht). Kerkuil werd in 2015 10 keer gemeld met een lichte nadruk op Woudse polder en de omgeving van Berkel en Rodenrijs (Zuidpolder, Nieuwe Droogmaking). Op 15 oktober werd er een gefotografeerd in de Ackerdijkse plassen. Op 20 december werd een vers dode 1e KJ Kerkuil gevonden in de Broekpolder. Deze bleek in juli 2015 in Twente te zijn geringd en lijkt op forse afstand van de geboorteplaats een hongerdood gestoven te zijn. Velduilen profiteerden van de uitlopers van de muizenexplosie van 2014 op het Bedrijventerrein Oudeland in Berkel en Rodenrijs. Ze waren tot in april aanwezig. Op 5 maart werden er zelfs 10 exemplaren gezien. In oktober t/m december lijkt dit gebied zijn aantrekkelijkheid verloren te hebben en worden er Velduilen gemeld uit Tanthof (ov.), Broekpolder Bergboezem e.o., Kandelaar, Ackerdijkse plassen, Vockestaert en Vlaardingse Vlietlanden (alle met 1 ex.). Bosuil werd 18 keer gemeld. In Delfgauw werden op 27 en 28 maart 2 juv., net uitgevlogen dieren, gefotografeerd. In mei en september zijn er meldingen voor deze soort in de Ackerdijkse plassen en in december in Ypenburg en Oude Leede. Steenuilen waren vaak op de ‘bekende’ locaties te vinden. Opvallend is dat er in 2014, tijdens de muizenpiek, 130 meldingen binnen kwamen en in 2015, met teruglopend voedselaanbod, 200. Wat dat betreft ging de Ransuil meer ´volgens het boekje´ te werk. In 2014 een ´piekjaar´ met 144 meldingen, teruglopend naar 104 meldingen in 2015. In de Broekpolder werd op 12 mei een groep van max. 300 overvliegende Gierzwaluwen gezien.

Echt bijzonder was de Hop in de Ackerdijkse plassen, die daar al eerder in december 2014 ontdekt was. Op 4 januari 2015 werd het dier herontdekt om op 18 februari voor het laatst gezien te worden. Maar liefst 291 meldingen kwamen van deze vogel binnen. Heel wat ´jaarlijsters´ onder de vogelaars wilden deze soort natuurlijk maar wat graag al in januari op de lijst hebben staan. Helaas kwam er dit jaar geen voorjaarstrekker langs. Op 16 juni werd een Draaihals in de Noordpolder van Delfgauw ontdekt, helaas kon slechts de ontdekker hem bewonderen. Van 24 t/m 28 augustus was dat wel anders toen in recreatiegebied Poldervaart twee fotogenieke exemplaren uitgebreid voor de fotografen poseerden (34 meldingen).

Zoals reeds in het jaarverslag over 2014 beschreven zijn IJsvogels met een krachtig herstel bezig. De vele waarnemingen (soms van meerdere exemplaren tegelijk) vanaf begin augustus zijn gevallen van dispersie. In oktober worden iedere dag meerdere IJsvogels op verschillende locaties gemeld met per locatie soms wel 3 exemplaren. Bijeneter werd slechts één keer overvliegend gezien: Tanthof, 21 september. Kleine Bonte Specht werd vooral in maart (maar ook nog in oktober) in de Broekpolder gezien. In mei en december zijn er tevens meldingen van deze soort in de Ackerdijkse plassen. De Groene Specht vaart spectaculair wel bij het ontbreken van winters weer. Waren er in 2014 nog 270 meldingen, in 2015 waren het er maar liefst 343. Laten we hopen dat het ‘lachen’ hem niet vergaat mochten er ooit weer Elfstedenwinters op het programma komen te staan. Op 23 januari wordt een Bonte Kraai in de Oost-Abtspolder gezien. Tegenwoordig zeer bijzonder, wellicht was dit hetzelfde exemplaar dat vele vogelaars naar de Waalhaven in Rotterdam deed afreizen? Op 18 februari vloog er een Raaf over de Buitenhof. Van dezelfde soort een onzekere waarneming op 13 mei in het Elsenburgerbos. Net als verleden jaar waren in de zomerperiode Roeken in Midden-Delfland te vinden. Dit jaar haalde de teller de 50 stuks in de Commandeurspolder (29 juni) en 30 ex. in de Duifpolder (11 juli). Aan de Zuidkant van de Nieuwe Waterweg floreren de Roekenkolonies waarvan de dieren regelmatig in ons werkgebied foerageren. Noordse Kauw werd in januari t/m april regelmatig gemeld vanuit de Holierhoekse polder en het Vockestaert-gebied. Vanaf oktober zijn er weer vele meldingen uit hetzelfde en meer ´binnenstedelijk´ gebied voor deze soort.

Leeuweriken, Zwaluwen, Piepers en Kwikstaarten

Boomleeuwerik werd in maart regelmatig gezien in de Broekpolder. In april werd deze soort gemeld uit de Nieuwe Droogmaking en Nootdorp. Op 29 september vloog er één over bedrijventerrein Oudeland e.o. Op 25 oktober vloog er een naar ZW over telpost Pijnacker Zuid (geluidsopname als bewijs). De laatste waarneming van 2015 van deze soort waren 2 ex. die op 31 oktober naar O vlogen boven de Broekpolder. Op 30 oktober vlogen ca. 51 Veldleeuweriken naar ZW boven de Ackerdijkse plassen. Als broedvogel wordt de soort nog gemeld in Polder Schieveen, Duifpolder en Bergboezem. Bij elkaar lijkt het aantal broedparen op de vingers van twee handen te tellen…. Op 1 augustus en 22 september was een max. van 300 Boerenzwaluwen bij de Ackerdijkse plassen te vinden. In de Droogmakerij van de Oude polder van Pijnacker werden 185 nestingangen van Oeverzwaluw geteld op 7 juni. Op 14 april waren er 60 aanwezig in de buurt van de oeverzwaluwwand van Pijnacker Klapwijk – Tolhek. De Nieuwe Droogmaking / De Groenzoom was vanaf juli/augustus een favoriete foerageerlocatie. Het hoogste aantal Huiszwaluwen, 100, werd op 12 september in de Broekpolder gezien.

Boompieper werd in periode van 24 t/m 27 april in de Broekpolder gezien. Op 29 augustus zat er weer een, nu waarschijnlijk op trek naar het overwinteringsgebied. Op 30 september vloog de laatste gemelde voor 2015 over de Zuidpolder van Delfgauw. Op 14 februari (Polder Schieveen), 5 april (Kandelaar), 15 april (Nieuwe Droogmaking) en 30 september (Bedrijventerrein Oudeland) werden er ca. 50 Graspiepers gezien. Dit was gelijk ook het max. geziene aantal van 2015. Waterpiepers worden o.a. in de Ackerdijkse plassen gemeld, het maximum op 22 december was 14 ex. In het Vockestaert-gebied waren het er op 29 december zelfs 15. Engelse Kwikstaart werd dit voorjaar twee keer gezien. Op 1 mei werd er een ontdekt in het Compensatiegebied N470. Op 20 mei zat er een in de Bergboezem e.o. Op 2 mei is er een melding van een Noordse Kwikstaart in het Kraaiennest. Op 8 en 9 mei werd deze soort in resp. Polder Schieveen en Woudse polder gezien. Grote Gele Kwikstaart overwinteren in het hele stedelijke gebied (platte daken) en langs slootkanten in het buitengebied van de Delftse regio. Van trek (meerdere exemplaren overtrekkend) was dit jaar geen sprake bij deze soort. De teller voor 2015 is gestopt bij 273 meldingen (298 exemplaren cumulatief), waarvan ca. 70% van september t/m december is gezien. De eerste Witte Kwikstaart op trek waren op verschillende plekken te zien op 8 maart. Maar ook de maanden daarvoor zijn er behoorlijk wat meldingen van ´overwinterende´ dieren. Het hoogste aantal Witte Kwikstaart op najaarstrek, 20 ex., werd op 18 september in de buurt van het A4-tracé langs de Woudweg gezien. Rouwkwikstaart werd voor het eerst op 8 maart gezien in de Ackerdijkse plassen. In de hele maand maart worden vooral op de IJsbaan van Schipluiden Rouwkwikstaarten gemeld. Van 3 t/m 6 juni wordt een (mogelijke) Rouwkwikstaart in de Broekpolder gemeld. Wellicht een broedgeval? In totaal waren er 42 meldingen van Rouwkwikstaart. In augustus liep het aantal Gele Kwikstaarten in de Nieuwe Droogmaking op tot ca. 30 exemplaren.

Pestvogel en Lijsterachtigen

Pestvogels werden, via een indirecte melding, slechts éénmaal gezien in Tanthof op 9 februari. Blauwborsten waren ´overal´ volop aanwezig. Dit i.t.t. Nachtegaal waarvan de stand in een duikvlucht lijkt te zijn beland. In 2014 nog 129 meldingen, nu slechts 47. In de Broekpolder is veel geschikt broedgebied verloren gegaan door de herinrichting met recreatieve voorzieningen. In januari / februari was er een overwinterende Zwarte Roodstaart in Delft-Centrum. In april werd van verscheidene locaties balts gemeld: Pijnacker Koningshof en Keizershof, Bedrijventerrein Oudeland e.o., Bedrijventerrein Ruyven, Harnaschpolder en Ypenburg. In mei en juni kwamen daar Delft – West, Centrum en Schieoevers-Noord bij. Opvallend is dat op 25 oktober op vier verschillende plaatsen Zwarte Roodstaarten worden gemeld en vervolgens géén enkele melding meer. Het overwinteren heeft dus eind 2015 kennelijk geen vervolg gekregen. Op 11 september waren er 5 Gekraagde Roodstaarten in de Broekpolder te vinden. Het hoogste aantal Paapjes (20 tegelijk) werd op 28 augustus in de Bergboezem gezien. Van verschillende kanten kwamen er berichten dat Paapjes dit najaar goed doortrokken in het Westen van het land. Zo waren er meldingen tot 60 ex. in De Wilck tot wel 80 ex. in het Bentwoud. Roodborsttapuit heeft dit jaar weer met met succes gebroed in het Kandelaar gebied, In januari werden ze regelmatig gemeld uit het Kandelaar / Vockestaert-gebied, Bedrijventerrein Oudeland, Holierhoekse Polder, De Balij etc. Het hoogste aantal Tapuit, 10 ex., werd dit jaar (net als in 2014) gezien in de Nieuwe Droogmaking op 9 oktober. Kramsvogels foerageerden met ca. 450 stuks in de Polder Noord-Kethel op 30 januari. Een dag later waren 364 aanwezig in de Duifpolder. 31 oktober vlogen er ca. 300 naar Z bij het Klauterwoud in de Broekpolder. Op 19 oktober vlogen er 160 Koperwieken naar Z boven de Lage Abtswoudse polder. Grote lijster is met nog maar 1-2 paren in de Broekpolder vertegenwoordigd. In het vroege voorjaar waren er max. 6 doortrekkers (14 maart). In oktober / november worden op verschillende plekken solo trekkende exemplaren gezien. Het houdt niet over… Beflijsters hadden een behoorlijk aantal meldingen uit de Broekpolder maar de hoogste aantallen (max. 15 ex.) werden dit jaar in De Balij gezien (17 april). Bijzonder is de waarneming van Beflijster op 19 oktober in de Broekpolder. Beflijsters zijn typische voorjaars doortrekkers die zelden in grotere aantallen in het najaar worden gezien

Zangers

De eerste zingende Cetti´s zanger werd op 5 januari in de Kandelaar gemeld. De Cetti´s zanger verging het goed door de zachte winter en het mooie voorjaarsweer, in de Broekpolder waren min. 5 zingende mannen aanwezig (20 april). Daarnaast was er in ieder geval een paar in recreatiegebied Poldervaart aanwezig. Vanaf 18 april zat er een zingende man in de Ackerdijkse plassen. Fluiter werd op 26 april in De Tempel (bij Rotterdam) en op 27 april in de Broekpolder gehoord. Op 13 september werd de eerste Bladkoning in de wijk Tanthof ontdekt. Van 30 september t/m 12 november werden nog 8 waarnemingen doorgegeven waarvan 3 uit de Broekpolder. De nazomer stond in het teken van Waterrietzangers. De eerste twee(!) werden op 4 augustus in het Compensatiegebied N470 gezien. Daarna leek er geen rem meer te zitten op het aantal waarnemingen: van 10 t/m 16 augustus zaten er min. 2 ex. in de Nieuwe Droogmaking. Op 10 en 12 augustus werd de soort ook gezien in het Vockestaert-gebied. De regio was in 2015 zéér, zéér goed bedeeld met deze zeldzame soort. Sprinkhaanzangers werden op heel wat plaatsen gehoord: een greep: Broekpolder, Kandelaar (beide min. 3 zingende mannen), Abtswoudse Bos – Midden (min. 2 zingende mannen), De Balij, Vockestaert-gebied en Ackerdijkse plassen. Snor was met drie exemplaren in het Abtswoudse bos – West te vinden en er waren er zeker 2 zingende mannen het Vockestaert-gebied en Ackerdijkse plassen. Vanaf mei komen daar de Vlaardingse Vlietlanden en de Aalkeet Buitenpolder bij (totaal 124 meldingen). Met de Spotvogel gaat het nog steeds niet goed, hoewel het aantal meldingen (waarnemerseffect?) hoger ligt dan in 2014 (98 tegen 73 meldingen). Zwartkoppen waren, zoals gebruikelijk, in het voorjaar in grotere aantallen te vinden in De Balij, Polder van Biesland, Broekpolder en soortgelijke recreatiegebieden. Tjiftjaffen waren op 6 januari al met 7 exemplaren tegelijk in de Kandelaar te vinden. Ter illustratie van het gebrek aan winterweer.

Goudhaantjes, Vliegenvangers, Mezen, Boomklevers, Klapekster, Vinken, Gorzen

Begraafplaats Hofwijk was dit najaar de plek waar de meeste kans op het zien van Vuurgoudhaantjes was. Het hoogste aantal, 10, werd daar op 26 september doorgegeven. In oktober waren er tot 15 exemplaren Goudhaan in de Broekpolder te vinden. Bonte en Grauwe Vliegenvanger werden dit jaar resp. op 25 april en 8 mei voor het eerst gezien, beide in de Broekpolder. Van de Bonte werden vanaf 20 augustus t/m 13 september 10 waarnemingen doorgegeven vaak met 2 exemplaren tegelijk uit Maasland, Delft –West, Broekpolder en Vockestaert-gebied. Er zijn heel wat slechtere jaren geweest met waarnemingen van deze soort. Grauwe werd van mei tot begin juli vnl. uit de Broekpolder gemeld. Waarschijnlijk zaten daar twee paartjes. Vanaf medio juli tot begin augustus is een paar met min. 1 juv. in de Ackerdijkse plassen aanwezig. Het laatste exemplaar van 2015 wordt op 18 september op begraafplaats Hofwijk gezien. Baardman was in maart / april in het Vockestaert-gebied met max. 3 ex. aanwezig. Ook in het aangrenzende recreatiegebied Poldervaart waren in deze periode max. 4 ex. aanwezig. Van mei t/m augustus zijn er meldingen bij de Ackerdijkse plassen. Zelf had ik op 19 oktober 8 foeragerende Baardmannen in het Abtswoudse bos West. Op 1 november waren er 15 ex. in het Vockestaert-gebied aanwezig. Vooral in januari/februari zijn er enkele meldingen van Witkoppige staartmees. In september, oktober en november in elke maand slechts één waarneming. Op 13 maart had Alfred Pellemans een fraaie Witkopstaartmees (foto´s) in De Balij – de Scheg. Matkop wordt het hele jaar door alleen gemeld vanuit de Broekpolder met max. 2 ex. Heel bijzonder is de gedocumenteerde (foto: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/113274734) Glanskop die op 18 december bij het Kraaiennest is gezien. Het eerste zekere geval in de regio! Zwarte Mees wordt op 30 januari in de Broekpolder gemeld. Vanaf 22 september komt een gestage stroom van waarnemingen binnen (max. 7 tegelijk).Het is weer eens een invasiejaar (weliswaar niet erg massief) voor Zwarte Mees en ze duiken dan ook soms midden in de stad op. De enige melding van Boomklever over meerdere maanden komt uit de Broekpolder. In juni, september en december komen er meldingen binnen die lijken te bevestigen dat er nog Boomklevers in de omgeving van Begraafplaats Hofwijk zijn. In februari en mei komen twee meldingen die er op lijken te wijzen dat ook in het Hertenkamp / Delftse Hout, Boomklevers voorkomen. Op 2 en 4 januari komen, voor de vierde achtereenvolgende winter, meldingen van Buidelmees binnen. Helaas blijft het bij drie waarnemingen. Pas op 11 augustus wordt er weer een gezien in de Nieuwe Droogmaking. In de zomerperiode worden in de Broekpolder max. 3 baltsende mannen Wielewaal tegelijk gemeld. In het Kandelaar-gebied verblijven max. 2 paar van deze prachtige soort. Op 29 mei zat een man te zingen in het Bieslandse bos en op 15 juni in het Abtswoudse bos – midden. Onzeker is of dit ook daadwerkelijke broedgevallen geweest zijn

Het paartje Grauwe Klauwier dat in 2014 in het Kandelaar gebied met succes jongen heeft groot gebracht lijkt op 1 juni baltsend en wel in het Kandelaar gebied terug te zijn. Waarschijnlijk om geen verdere ruchtbaarheid aan dit tweede broedgeval te geven, zijn er geen vervolgwaarnemingen zichtbaar. Ik heb geen idee of er daadwerkelijk is gebroed en of dat succesvol is geweest. Tot 22 maart (exact dezelfde datum als in 2014!) was de Klapekster van de Broekpolder een publiekstrekker. Het blijft een hele mooie en bijzondere soort voor de regio. Op 12 oktober was hij/zij overigens terug op de inmiddels vaste stek. Op 1 januari (Broekpolder), 1 november (Vockestaert-gebied) en 7 november (Woudse Polder) worden 40 exemplaren Ringmus gezien. In de wintermaanden werd af en toe een Keep gezien. Op 15 oktober begint het er qua aantallen wat meer op te lijken, 24 ex. in de Broekpolder. In de dagen er na worden er regelmatig tussen de 10-20 ex. gemeld. Sijs was eindelijk weer eens talrijker in het najaar van 2015, in december waren er ca. 100 te vinden op een slaapplaats in de Broekpolder. Grote Barmsijs was op 11 januari met 12 ex. in de Ackerdijkse plassen te vinden (foto´s). In zowel november als december zijn er twee meldingen van deze soort… Kleine Barmsijs was met 4 ex. in hetzelfde gebied in januari nog schaarser aanwezig. Op 19 oktober vloog de eerste van het najaar over in de Broekpolder. In december zijn er 8 meldingen, hoogste aantal 6 exemplaren, van deze soort in de Ackerdijkse plassen. Van augustus t/m oktober worden behoorlijke aantallen foeragerende Kneuen op braakliggend of natuur(ontwikkelings)terrein gemeld. Op 19 augustus zijn er ca. 100 in de Nieuwe Droogmaking te vinden. Op 2 oktober trekken er zo´n 70 over bij trektelpost Pijnacker Zuid. In mei, juni en oktober waren er drie meldingen van Kruisbek. Op 23 mei 5 ex. en op 26 oktober 2 ex. in de Broekpolder en op 15 juni 5 ex. in Maasland. De winter en het vroege voorjaar brachten een opmerkelijk hoog aantal meldingen van Goudvink (Broekpolder, begraafplaats Hofwijk, Ackerdijkse plassen, Polder van Biesland). Appelvinken deden het in het vroege voorjaar weer best: max. 6 ex. in de Broekpolder op 29 april. Ook in de Balij en de Nieuwe Droogmaking werden ze gezien. 3 meldingen in zowel oktober als november en 5 meldingen in december met max. 2 ex. maakten dat het resultaat voor najaar / winter voor deze soort erg tegen viel. Op 11 oktober werd een IJsgors genoteerd bij de trektelpost Pijnacker-Zuid.

Exoten en escapes

In de regio lijken drie tot vier Zwarte Zwanen te bivakkeren: In januari 2 exemplaren in de omgeving van Berkel en Rodenrijs / Ackerdijkse plassen. In september/november wordt er regelmatig één 1e KJ vogel in de omgeving van de Ackerdijkse plassen / polder Schieveen gemeld. Op 12 december is er een melding bij Kwintsheul. Een Blauwe Pauw werd op 16 mei in de Delftse Hout gezien. Zwaangans werd het hele jaar door gemeld, vnl. uit het Compensatiegebied N470 en de Bergboezem. Kleine Canadese gans is op 27 januari gezien met max. 8 exemplaren in het Vockestaert-gebied Bij latere meldingen is steeds sprake van één exemplaar. In september/oktober is één exemplaar aanwezig in de Bergboezem e.o. In De Balij zitten er 5 op 13 oktober. Op 15 december, tot slot, worden er 3 gemeld uit de Lage Abtswoudse polder. Taverners Candese gans (ondersoort van Kleine Canadese) werd op 9 september en 1 oktober in de Bergboezem e.o. gefotografeerd: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/108061923. Van april t/m oktober werd regelmatig een Indische gans gemeld. Het dier lijkt rond te zwerven in de Polder Noord Kethel, Broekpolder en Aalkeet-Buitenpolder. In februari is er een melding bij Westerlee, in oktober in de Bergboezem e.o. en in december bij de Dobbeplas. In de Holierhoekse polder zat op 24 september een Sneeuwgans (escape) tussen de Grauwe ganzen. Keizergans is op 29 en 30 mei in het Vockestaert-gebied aanwezig. Op 18 december werd de soort zowel in dit gebied gezien als in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker. Ook op 20 december is hij daar nog gemeld. Op 12 juli zaten twee Australische Bergeenden in de Wollebrand – De Griendplas. Uit de Oude Leede / Zuidpolder van Delfgauw komt van mei t/m december melding van een man Carolina-eend. In de Nieuwe Droogmaking zat in ieder geval tot 21 augustus Mandarijneend, waarschijnlijk een paar. Op 17 en 31 mei wordt nl. (ook) een vrouw gemeld. Op 7 november werdt een man in de Ackerdijkse plassen gezien. Er werd een Manengans gefotografeerd op 8 november (tussen de Grote Canadese ganzen) in de buurt van de fietsbrug over de verlengde A4 (ZO van de Golfbaan Schipluiden). Bahamapijlstaart (met kleurring) werd slechts eenmaal in januari gemeld vanuit de Nieuwe Droogmaking. Van 22 juni t/m 10 september waren regelmatig 2 Rosse Fluiteenden in de Wollebrand – Griendplas aanwezig. Kokardezaagbek (vr.) werd het hele jaar door vanuit dit gebied gemeld. Van 7 t/m 16 februari zat er, eveneens een vrouw, in het Wilhelminapark (Rijswijk). Rosse Stekelstaart komt nog steeds regelmatig voor in de Delftse regio hoewel de tijd van de grote(re) aantallen voorbij lijkt. De soort wordt als ´invasieve exoot´ in heel Europa bestreden om hybridisering met de bedreigde (Europese) Witkopeend te voorkomen. Van medio februari t/m medio april werd een man gemeld in de omgeving van de Wollebrand. Van april tot begin mei zitten er max. 2 mannen in de Ackerdijkse plassen. Op 11 mei zijn er drie mannen in de Aalkeet-Buitenpolder gezien. Op 8 augustus dreef een man in het aquaduct (van de dan nog in aanleg zijnde verlengde A4). Het hoogste aantal, 5 ex., 2 man, 2 vr. en een pul, werd op 8 september in de Nieuwe Droogmaking gezien. Vanuit dit gebied wordt de soort vanaf 24 mei tot het eind van het jaar gemeld. Op 17 mei waren kortstondig twee Heilige Ibissen in de Commandeurspolder aanwezig. Op 22 maart en 18 april zorgde een Amerikaanse Zeearend (foto: http://vwgdelft.waarneming.nl/foto/view/8308974) voor vogelpaniek boven de Nieuwe Droogmaking. Het dier was waarschijnlijk afkomstig van de in de nabijheid gevestigde ´roofvogelfarm. Er is slechts één ontsnapte Valkparkiet: doorgegeven in 2015. Op 11 februari vloog er een over in het Rijswijkse Wilhelminapark. Meldingen op 4 juli en 3 november van 5 en 21 exemplaren zijn volgens mij invoerfouten. Vermoedelijk gaat het hier om Halsbandparkieten. Slaaptrek (ZO, richting Schiedam) van Halsbandparkiet leverde op 21 juli in het Abtswoudse bos – midden 50 exemplaren op. Dit jaar waren er over het hele jaar 238 meldingen van deze soort die in heel wat stadstuinen gezien wordt (meestal aan de voor Koolmezen bedoelde pindanetjes). Op 16 juni werd in de wijk Voorhof een ontsnapte Kanarie gefotografeerd. In recreatiegebied Poldervaart werd op 6 februari een hybride Kuifeend x Witoogeend ontdekt (voor foto zie de link: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/97797250). Uiteraard zijn er ook dit jaar heel wat meldingen van allerlei hybride ganzen. Liefhebbers kunnen die zelf bekijken op de site http://vwgdelft.waarneming.nl/ via ´overzichten´ en ´waargenomen soorten´ kan op jaar, hybride, al dan niet escape of exoot etc. naar hartenlust geselecteerd worden.

De cijfers

In 2015 hebben de top drie van de meest doorgegeven soorten Grote Zilverreiger en Buizerd stuivertje gewisseld wat betreft plaats 1 en 2 en heeft de Torenvalk de derde plaats ingenomen ten koste van de Ooievaar (nu een 4e plaats). De stijging van de Torenvalk zal zeker verband houden met Muizenrijke jaar 2014 waarvan de gevolgen (een hoge roofvogelstand) tot in 2015 doorwerkten. Binnen de lijst doen zich wel verschuivingen voor: de Lepelaar is gedaald van plaats 5 naar plaats 7, maar wordt relatief wel meer doorgegeven dan 2014 (toen 832 meldingen).

De Kuifeend is gestegen van een 10e plaats naar een 7e in 2015. Deze stijging is te verklaren: ´bijvangst´ van vogelaars die naar de Ringsnaveleend kwamen kijken in de Broekpolder en gelijk ook de Kuifeenden invoerden die daar werden gezien. Zoals ik al schreef bij de soortbespreking is de IJsvogel een successtory! Als gevolg van de zachte winter steeg het aantal meldingen van 281 in 2014 naar 495 in 2015! Cumulatief ging het aantal exemplaren van 261 naar 495. Daarmee zitten we ver boven het aantal (204) dat in 2008 op wat toen als het hoogtepunt van de IJsvogelstand werd beschouwd. Opvallend en kenmerkend voor zachte winters is de hoge score van Kievit en Wulp in dit overzicht. Als het zo doorgaat met het weer vraag ik mij af hoelang de Smient nog in de top 10 van cumulatief hoogst gemelde aantallen zal voorkomen. De Roerdomp werd in 2015 91 keer gemeld tegen 161 in 2014. In 2014 was dat hoge aantal te verklaren door voorjaars- en zomermeldingen als gevolg van de activiteit van vele vogelaars. 2015 was een wat normaler jaar wat zich direct heeft vertaald in de cijfers. Aparte vermelding verdienen de ´twitcher´-soorten van 2015: Hop met 281, Ringsnaveleend met 289 en Breedbekstrandloper met 164 doorgegeven waarnemingen. In 2015 zijn er 57.550 (2014: 52.071) waarnemingen doorgegeven op de waarnemingensite van Vogelwacht Delft e.o. Alle waarnemers gezamenlijk hebben in totaal 243 soorten (2014: 245) (incl. verzamelsoorten, hybriden, escapes etc.) doorgegeven. In die 243 zitten alle geclaimde soorten, ook enkele, mijns inziens dubieuze. Vermoedelijk zijn in 2015 zo´n 240 vogelsoorten daadwerkelijk in de Delftse regio te zien geweest. De aantallen waren gemiddeld wel een stuk minder dan in andere jaren. Een reden daarvoor moet gezocht worden in de gunstige trekomstandigheden, vooral het najaar, waardoor veel vogels op grote hoogte met rugwind aan ons voorbij vlogen. Verder zorgt het uitermate zachte weer in de winter er voor dat er steeds minder noodzaak is voor noordelijke soorten om bij ons overwinteren. Daarnaast is met de aanleg van de verlengde A4 veel bijzondere vogel(aars)biotoop verdwenen. Het zandlichaam A4 leverde in het verleden wel eens zeldzame soorten als Morinelplevier of Grote Pieper op. Ook de recreatiedruk in de Delftse groengebieden is erg hoog (honden) waardoor veel vogelsoorten het voor gezien houden. De landbouw in het weinige onbebouwde buitengebied is intensief en wordt daarmee nog geschikter als leefgebied voor flora en fauna. De gronden die in Midden-Delfland als compensatie voor de A4 zijn ingericht, zijn onvoldoende om het verlies aan biodiversiteit in de regio te stuiten. In de stad is weinig groen meer over (geheel betegelde tuinen, ‘Gamma-schuttingen’, grootschalige renovatie- / isolatiewerkzaamheden, zonnepanelen op daken, te intensief onderhoud van bomen en struiken) zodat het daar voor veel soorten vogels uiterst moeizaam is om stand te houden. Het bestrijden van ‘enge plekken’ in de stad betekent meestal kap van bomen en struiken en vervanging daarvan door een grasperkje dat kosten efficiënt gemaaid kan worden. Kortom: de Delftse regio heeft vooral veel huizen, inwoners, verkeer, bebouwing, honden, auto’s en uitermate intensief grondgebruik waardoor de vogelstand in het nauw komt. Hopelijk draagt u bij aan het documenteren van al deze veranderingen en blijft u uw waarnemingen doorgeven op onze waarnemingensite: http://vwgdelft.waarneming.nl/index.php. Met de feiten in de hand zal Vogelwacht Delft e.o. proberen om het voor vogels aantrekkelijk(er) te maken (en te houden) om in het Delftse voor korte of langere tijd te verblijven, zodat wij van hun kunnen blijven genieten. Wilt u op de hoogte blijven van excursies, lezingen, vogelzaken in de regio en andere vogelwetenswaardigheden bezoek dan onze website http://www.vogelwachtdelft.nl/home/. U kunt zich daar ook inschrijven voor ontvangst van de digitale nieuwsbrief Vogelwacht Delft en omstreken die 4 x per jaar verschijnt. Graag nodig ik u uit om zelf berichten of korte stukjes te schrijven voor de nieuwsbrief. Stuur uw bericht naar info@vogelwachtdelft.nl. Ook via de verenigingswebsite: http://www.vogelwachtdelft.nl/home/ kunt u bij de waarnemingensite komen. Mailen van uw waarnemingen kan naar: waarneming@vogelwachtdelft.nl.

Jan Koreneef,
Regiomoderator waarnemingen Vogelwacht Delft e.o.

STATISTIEKEN:

:

De soorten met de hoogst gemelde (cumulatieve) aantallen in 2015
Soort Aantal
Kolgans 174.120
Spreeuw 147.720
Brandgans 144.751
Kievit 64.561
Wulp 40.637
Smient 36.950
Grauwe gans 34.706
Kleine Rietgans 32.661
Grutto 31.530
Grote Canadese gans 24.312
De soorten die in 2015 het vaakst werden doorgegeven:
Soort Aantal
Grote Zilverreiger 1429
Buizerd 1409
Torenvalk 1209
Ooievaar 1014
Grutto 1006
Kievit 947
Lepelaar 905
Kuifeend 871
Blauwe Reiger 848
Grauwe gans 808

 

Top 5 van atlasblokken waar de meeste waarnemingen in 2015 werden gedaan:
Atlasblok Gebied Aantal
37-26-23/24 Ackerdijkse plassen 6907
37-35-22/23 Broekpolder 6860
37-17-31/42 Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking / Klapwijk 4026
37-26-41/51 Vockestaert / Vlaardingen / Polder Noord Kethel 3636
37-16-43 Delfgauw – Compensatiegebied N470 2855

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

dec
9
za
08:00 Arkemheense polder, Eemmeer
Arkemheense polder, Eemmeer
dec 9 @ 08:00
Dit gebied is vorig jaar ook bezocht en nu weer opgenomen in ons programma. Arkemheen is een graslandgebied aan het Eemmeer, Nijkerkernauw en Nuldernauw. In de polder Arkemheen zijn nog invloeden van de ‘zout historie’ … Lees verder
jan
11
do
20:00 Lezing: Bescherm de natuur in je...
Lezing: Bescherm de natuur in je...
jan 11 @ 20:00 – 22:00
Geert van Poelgeest vertelt over welke natuur wij hebben en welke argumenten wij hebben om hiervoor op te komen. Wat is het allerbelangrijkste wat zij zouden kunnen doen om deze natuur te beschermen en kans … Lees verder
jan
20
za
08:00 Vogelexcursie: Schouwen Duivenl...
Vogelexcursie: Schouwen Duivenl...
jan 20 @ 08:00
De Tureluur kunt u het hele jaar aantreffen in en rond de Oosterschelde. Geen wonder dat deze vogel het symbool is geworden van een groots natuurontwikkelingsproject aan de zuidkust van Schouwen-Duivenland. De laatste decennia zijn … Lees verder
jan
27
za
hele dag 15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
jan 27 – jan 28 hele dag
15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
De Tuinvogeltelling bestaat 15 jaar en dat vieren we met een tuinvogeltelling. Op de website van de Vogelbescherming is van alles hierover te lezen.
feb
8
do
20:00 Lezing: De stormvloed van 1134
Lezing: De stormvloed van 1134
feb 8 @ 20:00 – 22:00
In 1134 en 1164 is Delfland geteisterd door stormvloeden. Enorme hoeveelheden zand en klei zijn in het Westland en de omgeving van Vlaardingen en Schiedam neergelegd. Door bodemonderzoek en historische bronnen weten we precies tot … Lees verder
teller