Home » Nieuwsbrief » Waarnemingen regio Delft t/m juni 2017

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Waarnemingen regio Delft t/m juni 2017

Jan Koreneef

Oeverzwaluwen

Oeverzwaluwen

Inleiding

De eerste 6 maanden van 2017 hebben aardig wat bijzondere soorten opgeleverd in onze regio. Wederom was het een ‘Steltkluten-jaar’, verbleef er langere tijd een Kraanvogel in de regio en zijn er topwaarnemingen van o.a. Lammergier, Zeearend, Steppekiekendief, Grauwe Klauwier en Hop te melden.

INHOUD

Lees meer in het papieren Jaarverslag 2017 van de Vogelwacht Delft. Alle leden ontvangen dat binnenkort in de fysieke bus. Ook zal het verslag dan te downloaden zijn via deze site.


Winter- en lenteweer 2017

 

Winter

‘Met in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 3,8 °C tegen normaal 3,4 °C was de winter in haar geheel aan de zachte kant. Januari was met een gemiddelde temperatuur van 1,6 °C de koudste sinds 2010. Na een wisselvallige start bouwde zich half januari boven het Europese continent een krachtig hogedrukgebied op. Dit systeem bleef tot de 27e bepalend voor het weer en zorgde voor licht winters weer. Tijdens veel nachten vroor het op uitgebreide schaal licht tot matig. Eind januari werd het wisselvallig en zacht, dit weertype hield de eerste week van februari aan. Februari in haar geheel had in De Bilt een gemiddelde temperatuur van 5,1 °C tegen 3,3 °C normaal. In totaal werden in De Bilt 37 vorstdagen (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C) geteld en vijf ijsdagen (maximumtemperatuur lager dan 0,0 °C), tegen respectievelijk 38 en zeven normaal. De winter was droog met gemiddeld over het land 141 mm neerslag tegen een langjarig gemiddelde van 208 mm. Gemiddeld over het land scheen de zon 230 uren tegen 196 uren normaal’. (Bron: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2017/winter).

Voorjaar

‘De gemiddelde temperatuur over de drie lentemaanden lag in De Bilt met 10,7 °C ruim een graad boven het langjarige gemiddelde van 9,5 °C. Hiermee was de lente van 2017 de op 4 na zachtste sinds het begin van de waarnemingen in 1901. Maart was met 8,6 °C tegen 6,2 °C een van de zachtste maartmaanden sinds het begin van de regelmatige waarnemingen in 1706. Ook mei was zeer warm terwijl april juist vrij koud verliep met dezelfde gemiddelde temperatuur als in maart. De maand mei begon vrij koel met rond de 9e plaatselijk nog vorst. Mei als geheel was een extreem warme maand met een gemiddelde temperatuur van 15,0 °C tegen 13,1 °C normaal. In De Bilt werd de zomerse grens (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger) voor het eerst op 16 mei overschreden. De laatste tien dagen van mei verliepen zomers met op de 27e  op veel plaatsen zelfs tropische temperaturen van 30°C of hoger. De landelijk hoogste temperatuur werd gemeten op 29 mei in Volkel met 33,5 °C. Deze temperatuur behoort bij de hoogste temperaturen ooit gemeten in de lente in Nederland. In totaal werden deze lente in De Bilt acht vorstdagen genoteerd (minimumtemperatuur lager dan 0,0 °C), tegen twaalf normaal. negentien dagen verliepen warm, zes dagen zomers en 1 tropisch tegen veertien, vier en nul normaal. Met gemiddeld over het land ongeveer 107 mm regen tegen normaal 172 mm was het een zeer droge lente. Deze lente werden relatief kortdurende perioden met neerslag afgewisseld door langdurige droge perioden. De eerste 9 dagen van maart brachten ongeveer 30 mm, vervolgens viel van 17-20 maart regelmatig neerslag waarna het pas de eerste 5 dagen van april weer regende. Daarna bleef het droog tot medio april, rond de paasdagen brachten gure buien waarbij naast regen ook korrelhagel en sneeuw viel, landelijk gemiddeld ongeveer 13 mm neerslag. De laatste decade van april en de eerste vijf dagen van mei regende het vrij regelmatig, maar landelijk gemiddeld viel niet meer dan circa 32 mm. Vervolgens viel rond 12 mei circa 10 mm. Aan het einde van de maand brachten onweersbuien plaatselijk 10-20 mm neerslag. De lente was zeer zonnig met gemiddelde over het land 610 zonuren tegen 517 uren normaal. In alle drie de afzonderlijke maanden scheen de zon vaker dan normaal. In maart werden 178 zonuren geregistreerd, in april 200 en in mei circa 232 tegen 125, 178 en 213 uren normaal.’ (Bron: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2017/lente).

Warmste juni in ruim een eeuw

‘Met een gemiddelde temperatuur van 18,0 °C tegen normaal 15,6 °C eindigde juni 2017 op een gedeelde eerste plaats (samen met 1976) in de rij van warmste junimaanden sinds 1901. Aan het begin van de maand was een hogedrukgebied bepalend voor het weer. Vanaf 3 juni draaide de wind naar zuidwestelijke richtingen en werd het iets wisselvalliger. Een lagedrukgebied dat net west van onze kust noordwaarts trok zorgde op 6 juni voor een zomerstorm langs de westkust en lagere temperaturen. Vanaf 10 juni bepaalden hogedrukgebieden het weer boven onze omgeving en werd het rustig zomerweer. De temperatuur liep regelmatig flink op, vooral van 18 tot en met 22 juni. Het KNMI gaf in die periode code geel uit vanwege de hitte. Tot een officiële hittegolf, waarbij het in De Bilt vijf dagen aaneen 25 °C of hoger en daarvan drie dagen tenminste 30°C moet zijn, kwam het net niet. De maand telde in totaal acht zomerse dagen (maximumtemperatuur 25,0 °C of hoger) en twee tropische dagen (maximumtemperatuur 30°C of hoger), 19 en 22 juni, tegen normaal respectievelijk vijf en een. Het zuidoosten van het land telde vijf dagen waarop de temperatuur boven de 30°C kwam. Het warme weer werd op 22 juni, met in Arcen een maximumtemperatuur van 35,2 °C, de hoogste temperatuur van deze maand, beëindigd met onweer. Daarna volgde een laatste wisselvallige week met aanvoer van diverse storingen vanaf zee. De temperatuur deed een stap terug, maar door de hoge luchtvochtigheid voelde het regelmatig klam aan. Met gemiddeld over het land 62 mm neerslag tegen normaal 68 mm week de hoeveelheid neerslag niet veel af van het langjarig gemiddelde. Lang leek het er op dat de maand net als voorgaande maand als (zeer) droog de boeken in zou gaan, maar de laatste week van de maand leverde vooral in het noorden van het land aardig wat neerslag op. Het neerslagtekort is echter mede door de hoge temperaturen deze maand nog steeds erg groot, vooral in het westen en zuiden van het land, waar de hoeveelheid neerslag beduidend lager was. 2017 tot nu toe hoort dan ook nog steeds bij de 5% droogste jaren. Met gemiddeld over het land 231 uren zon tegen 201 normaal was de maand zonnig. De kust bleef tijdens het rustige zomerweer vaak gevrijwaard van stapelwolken die verder landinwaarts wel ontstonden, waardoor het daar het zonnigst was met 250-270 uren zon. In De Bilt scheen de zon 214 uur, tegen 194 uur normaal. (Bron: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2017/juni ).


Zwanen en Ganzen

Van 22 t/m 27 januari en op 10 februari verbleef een Roodhalsgans bij Schipluiden in de polder Negenhuizen / Zouteveen. Op 10 maart werd een escape gemeld die verbleef rond het verkeersplein bij Westerlee. Ook begin juli was dit exemplaar nog aanwezig. Op 15 februari vlogen 39 Toendrarietganzen naar het oosten boven de Wollebrand – Grienplas. De laatste melding van dit voorjaar voor deze soort dateert van 5 maart in de Aalkeet-Buitenpolder. Rotgans was op 1 januari met 3 exemplaren op Bedrijventerrein Oudeland e.o. te vinden. Op 26 februari was er daar één te vinden. Van 31 januari t/m 3 februari waren er meldingen uit het Vockestaert-gebied en polder Negenhuizen / Zouteveen. De laatste melding van het voorjaar dateert van 7 maart boven de Ackerdijkse plassen. Op 24 januari werden in de Duifpolder 564 Kleine rietganzen (exact) geteld. De laatste werd  op 28 april in de Woudse polder gespot. 22 januari werden er zo’n 4500 Kolganzen bij de Ackerdijkse plassen gezien. Door het zachte winterweer waren de meeste medio februari al vertrokken. De gehele winter (zacht weer) lag het totaal aantal overwinterende Kolganzen in Midden Delfland ver beneden het gebruikelijke. Medio maart waren er in geheel Midden-Delfland ca. 1800 te tellen. Brandganzen waren op 28 januari met ca. 10.000 exemplaren in de Duifpolder te vinden. In de Aalkeet-Buitenpolder / Vlaardingse Vlietlanden, waar de soort ook broedt, waren tot 30 april nog enkele honderden dieren aanwezig. Op 2 februari en 28 maart wordt er resp. geclaimd dat een Dwerggans resp. overvloog bij het Abtswoudse bos west en 2 exemplaren in De Balij aan het foerageren waren. Tot 3 maart was een paar Wilde Zwaan in de omgeving van het Kraaiennest (De Lier) te vinden. Één exemplaar was van 22 januari t/m 19 maart in Polder Schieveen aanwezig. Door de zachte winter (en door de achteruit hollende stand van deze inmiddels met de status ’bedreigd’ gelabelde soort?) waren er (weer) weinig Kleine zwanen. Op 17 januari werden er in polder Negenhuizen / Zouteveen 23 gemeld. Op 21 februari was het al bekeken voor de soort en werden de laatste 2 gezien in het Vockestaert-gebied. Op 28 maart werd in de Bergboezem een vrouw Casarca gezien. Op 29 en 30 maart zat hetzelfde exemplaar in de Ackerdijkse plassen.


Eenden

Dit jaar, i.t.t. 2016, weer een melding van Grote Zaagbek: Op 1 en 8 januari werd er, door slechts 3 personen, een gezien op de Dobbeplas. Nonnetjes waren alleen op 15 februari met  4 ex. in het Kraaiennest te vinden. Op 18 februari wordt een man Nonnetje gemeld uit de Nieuwe Droogmaking. Zo gaat sluipenderwijs het totaal aantal exemplaren en meldingen van jaar op jaar verder achteruit… Hetzelfde geldt voor de Brilduiker: op 5 januari twee man Brilduiker in de Delftse Hout. Leuker bericht is er wat betreft de Topper: een man (ongeringd) was van 27 t/m 29 januari t.h.v. begraafplaats Hofwijk in de Delftse Schie te vinden. Er zijn heel wat foto’s van hem gemaakt. Krooneend heeft de regio het 1e half jaar van 2017 overgeslagen. Pijlstaarten werden de hele winter regelmatig gemeld. Op 26 februari waren er 18 te zien in de Broekpolder – De Ruigte. Ook uit de Ackerdijkse plassen, Vockestaert-gebied en Nieuwe Droogmaking komen regelmatig meldingen van de soort. De laatste twee van het voorjaar werden op 20 april (3 weken eerder dan in 2016!) in de Nieuwe Droogmaking gezien. De eerste Zomertaling van dit jaar werd door meerdere personen op 11 maart (week eerder dan 2016) gezien in de Ackerdijkse plassen. De soort wordt het meest regelmatig gezien in de Ackerdijkse plassen, Nieuwe Droogmaking en Bergboezem e.o. In de Nieuwe Droogmaking werden op resp. 19 maart en 24 juni, 4 en 3 paren gemeld.


Patrijs, Kwartel, Reigers, Ooievaars, Ibissen, Lepelaar, Roerdomp, Futen,

Voor de Patrijs is het ‘laatste bastion’, de Harnaschpolder, danig aan het wankelen. Op 4 april werden 8 exemplaren geteld. In 2016 waren dat er nog 14 exemplaren meer… Verder wordt de soort in de Woudse polder / Klaas Engelbrechtpolder met enige regelmaat gezien.. Van 30 april t/m 3 mei werd een Kwartel in de Ackerdijkse plassen gehoord. Op 9 mei zat er een in de Bergboezem e.o., op 18 mei in de Polder Noord Kethel en op 30 mei vloog er een op in Polder Schieveen. Op 17 januari werden in polder Schieveen 25 en in de Aalkeet-Buitenpolder 15 Grote Zilverreigers gezien. Kleine Zilverreiger werd op 3 januari in het Vockestaert-gebied gemeld en gefotografeerd. In januari / februari zijn er meldingen van deze soort in de Holierhoekse polder en Negenhuizen/Zouteveen. Vanaf april wordt de soort vnl. aan de oostkant van het werkgebied gemeld o.a. Bergboezem e.o., Ackerdijkse plassen, Nieuwe Droogmaking en Bedrijventerrein Oudeland e.o. . Op 14 april werd, op grote afstand, een Koereiger gezien die inviel in de Bergboezem e.o. De Roerdomp lijkt op 2 plaatsen in de regio gebroed te hebben nl.: Kandelaar-gebied / Recreatiegebied Poldervaart en Wollebrand – De Griendplas. Van 19 t/m 25 maart werd een exemplaar veel gefotografeerd in het Abtswoudse bos – west. De eerste Purperreiger werd, evenals in 2016, op 2 april vliegend boven het Vockestaert-gebied gezien. In totaal wordt de soort, na de eerste melding, nog 13 keer vnl. vliegend boven verschillende gebieden gezien. Op 30 maart werd een Kwak gemeld boven de Polder Noord Kethel. Iets verder naar het zuiden, in het Kandelaar gebied, wordt op10 juni een juveniele Kwak (overvliegend, ZW) op de foto gezet. Boven het bezette Ooievaarsnest aan de Hendrick de Keyserweg vlogen op 23 maart 8 Ooievaars. Na enig lawaai van het broedpaar dropen de 8 af en dat werd door het broedpaar ´gevierd´ met een copulatie. De eerste Zwarte Ibissen van 2017 in de regio werden op 19 april in de Nieuwe Droogmaking gespot. Er is ook een melding van 28 maart in het Vockestaert-gebied maar dat lijkt mij gezien de locatie een invoerfout(?). De hele maand april zijn er max. 3 ex. in de Nieuwe Droogmaking te vinden. In mei duiken ze regelmatig op in de Ackerdijkse plassen. Op 8 juni volgt de eerste melding van een juveniel in de Nieuwe Droogmaking. Dit kan maar één ding betekenen: een geslaagd broedgeval in de (directe omgeving) van onze regio! Een onvolwassen Lepelaar vloog op 1 januari al naar het noorden over de Broekpolder. Vanaf (1) februari werden er steeds meer terug kerende vogels gemeld. In juni / juli zijn er op de bekende plaatsen (Wollebrand, Ackerdijkse plassen, Nieuwe Droogmaking, Broekpolder, Polder van Biesland) regelmatig meldingen van ‘crèches’. Cees van Atten zag op woensdag 29 maart 2017 de eerste Lepelaar terug op het nest op het vogeleiland. Op 17 juni waren er zeker 3 juveniele vogels op het nest (gedocumenteerd met foto´s).

Geoorde Futen waren als vanouds vooral te vinden in het gebied ´De Ruigte´ in de Broekpolder. In juni waren er max. 8 – 10 ex. te vinden. De Nieuwe Droogmaking biedt sinds 11 maart onderdak aan max. 2 exemplaren. Op 18 maart en 9 april was een Roodhalsfuut (adult zomerkleed) in de Broekpolder – De Ruigte te vinden. In dit gebied werden in juni ook ca. 10 Dodaars gezien.


Roofvogels / Lammergier

Een vrouw Blauwe Kiekendief werd tussen 5 januari en 24 april regelmatig gesignaleerd in de omgeving van de Ackerdijkse plassen, bedrijventerrein Oudeland e.o., Nieuwe Droogmaking etc. Nu de Steppekiekendief in Groningen heeft gebroed en jongen heeft groot gebracht, went de luxe om deze mooie soort in Nederland te kunnen zien ook snel. Op 3 mei vloog een Steppekiekendief (kleed 2e KJ) boven bedrijventerrein Oudeland e.o. (foto´s: https://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/137737268) Het Slechtvalkennest op het dak van het EWI gebouw van de TU Delft heeft evenals in 2016 tot broedsucces geleid: 4 jongen (2 man, 2 vr.). Op 2 maart werd het eerste ei gelegd. Wat opvalt is dat het eerste ei de laatste jaren steeds vroeger wordt gelegd (in 2013 was dat nog op 16 maart). Op 2 mei zijn de kuikens geringd. Helaas belandden op 22 en 28 mei twee jonge slechtvalken bij mislukte vliegoefeningen op de grond. Door kordaat optreden van John Kleijweg, TU-studenten en de Vogelopvang Delft konden ze weer herenigd worden met de rest van het gezin. Voor een uitgebreid verslag van het wel en wee in en rond de nestkast zie de link: http://www.vogelwachtdelft.nl/home/?cat=27) en de blog van Bart Vastenhouw: http://slechtvalk.ewi.tudelft.nl/.

De eerste Boomvalk werd op 20 april boven de Balij gespot. Deze waarnemingen werden in de loop van mei en juni gevolgd door meldingen van deze soort in o.a. de Broekpolder, Kandelaar-gebied en Ackerdijkse plassen.

De eerste Zwarte Wouw werd op 31 maart boven de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker gefotografeerd. 30 april was er ´s morgens een melding (3 waarnemers) van deze soort uit de Broekpolder en ´s middag een bij de Balij (hetzelfde ex.?). Op 4 mei vloog er een boven het Vockestaert-gebied naar oost en op 11 mei een naar noordoost boven Klapwijk en Tolhek.

Op 14 april werd een Rode Wouw boven het Kraaiennest gefotografeerd, hetzelfde gebeurde op 30 april boven Sportpark Brasserskade. Een late werd op 2 juni naar west vliegend gemeld boven recreatiegebied Poldervaart. Smelleken wordt 7 keer gemeld waarvan 6 keer tussen 26 januari en 19 februari. Op 25 april was er een jagend te zien in de Ackerdijkse plassen. Op 17 mei zijn er twee meldingen van overvliegende (eerste van 2017) Wespendief: boven Delft – Noord / Polder van Biesland en Tanthof.. Op 20 mei gevolgd door een exemplaar boven het Abtswoudse bos – oost. Op 5 juni werd er een gefotografeerd boven Delft – Noord. Zeearend werd op 2 februari gezien (onvolwassen dier, 3e KJ?) boven de Zuidpolder van Delfgauw. In het kielzog van de spectaculaire Lammergier vloog er op 12 maart een boven Delft – West (foto´s : https://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/135341326). 17 maart vloog er een boven de Ackerdijkse plassen en op 12 mei een juveniel boven Polder Noord Kethel.

De megaklapper op roofvogelgebied was natuurlijk de Lammergier die op 12 maart ’s middags van Delft – West, via Tanthof naar zuid vloog om in de buurt van Pernis te overnachten. Foto’s van het dier uit de Delftse regio: https://waarneming.nl/waarneming/view/135340336 en https://waarneming.nl/waarneming/view/135342993 Helaas worden Lammergieren in Nederland in het algemeen, en dus ook dit exemplaar, door de CDNA niet als ‘wild’ beschouwd. De soortenjager / twitcher blijft dus met een gigantisch mooie waarneming achter zonder dat deze ‘officieel’ op zijn/haar Nederlandse lijst komt te staan. Een uitgebreide toelichting op het besluit om Lammergier niet als ‘wild’ te beschouwen vindt u hier: https://www.dutchbirding.nl/dbactueel/1397/nadere_toelichting_besluit_lammergier. Op maandag 13 maart vloog het dier van Pernis via Giessenburg, waar hij gezien werd door Delftse vogelaars die de achtervolging hadden ingezet, naar Sleeuwijk, Den Bosch en vandaar naar Uden / Volkel om daar uit beeld te verdwijnen.


Rallen en Kraanvogels

Waterrallen hebben nog steeds baat van de zachte winter(s) en worden regelmatig gemeld uit verschillende moerasachtige gebieden. Een zwaartepunt van de meldingen (waarnemerseffect) in het voorjaar is te zien in het Vockestaert-gebied en Ackerdijkse plassen. Op 24 februari vlogen 15 Kraanvogels over het Vockestaert-gebied. 3 dagen later vloog een flinke groep al roepend over Rijswijk- Zuid (aantal onbekend omdat het al donker was). Tussen 26 maart en 8 april kon een Kraanvogel (2e KJ) worden ‘getwitcht’ in de Zuidpolder van Delfgauw (en enkele direct daaraan grenzende gebieden). Zo´n 160 vogelaars hebben deze vogel doorgegeven op de waarnemingensite. Marja van Velze meldde in wijk Buitenhof een bijzonder geval van broedzorg / adoptie. Een jong Waterhoen dat verzorgd (gevoerd) werd door een paar Meerkoeten. Inclusief het Waterhoen waren er 3 monden te voeren.


Plevieren en Steltlopers

Bokjes werden in maart/april tijdens de doortrekperiode in 2017 zeer schaars gemeld, het waren er slechts 6. Tussen januari en maart waren het er 7. Alle meldingen betroffen solitaire dieren. Houtsnip is 25 keer gemeld met een piek van 18 meldingen tussen 18 en 30 januari toen we een iets koudere periode hadden. Tussen 11 maart en 5 april zijn er 5 meldingen die een indicatie geven dat in deze periode de voorjaarstrek plaats heeft gevonden. In de Wollebrand werden in maart / april max. 557 ‘Grutto’s’ geteld. Er zitten altijd heel wat IJslandse Grutto’s tussen, op 20 april werden er zo´n 100 ex. van deze ondersoort geteld.

Steltkluten worden een steeds ´gewonere´ soort in het voorjaar in onze regio. Je zou er bijna blasé van worden. Dit jaar zaten er van 16 april t/m 16 mei max. 4 ex. in de Bergboezem e.o. Van 17 t/m 19 mei maakten de twee ´vaste´ gebruikers een uitstapje naar het Vockestaert-gebied. In april / mei waren er ook nog meldingen van deze soort uit de Wollebrand – Griendplas, Broekpolder, Droogmakerij in de Oude polder van Pijnacker en Groeneveldse polder. Een paar dat in de Ackerdijkse plassen een broedpoging heeft gedaan is niet succesvol geweest. Bij Zevenhuizen was een paar wel succesvol met, op het moment van schrijven, 2 vliegvlugge jongen. Op 26 februari waren de eerste Kluten in de Wollebrand te vinden. 28 maart werden er 45 ex. geteld. Verder werd er (al dan niet succesvol) gebroed in de Ackerdijkse plassen, Bieslandse Bovenpolder, Nieuwe Droogmaking, Bergboezem e.o. en het Compensatiegebied N470.

Temmincks Strandloper werd op 30 april in de Nieuwe Droogmaking gezien. Tussen 8 en 11 mei waren er max. 10 ex. in de Bergboezem e.o. te bewonderen. In de Bieslandse Bovenpolder waren tussen 6 en 9 mei max. 4 ex. van deze soort te vinden. Kleine Strandloper was op 9 mei met max. 4 ex. in de Bergboezem e.o. vertegenwoordigd. Van 10 t/m 12 mei waren er max. 2 op het Bedrijventerrein Oudeland te zien. De eerste twee van 2017 werden op 6 mei in de Bieslandse Bovenpolder gezien. Zilverplevier was tussen 18 en 20 maart te zien in de Bergboezem e.o. Op 7 mei vloog er in hetzelfde gebied een over. Op 12 april werd de eerste Bosruiter van 2017 in de Ackerdijkse plassen gemeld. Opvallend zijn de hogere aantallen waarin deze soort de laatste wordt gezien. Zo waren er op 1 mei maar liefst 37 exemplaren in de Bergboezem e.o. te zien. Op 10 april (meer dan een maand later dan in 2016) was de melding van de eerste Zwarte Ruiter in de Nieuwe Droogmaking.  Op 9 april waren de eerste Regenwulpen in de Commandeurspolder en Dorppolder te zien. Op dezelfde datum vlogen er 28 over de Duifpolder. Het hoogste aantal was 50 ex. ter plaatse in de Ackerdijkse plassen op 23 april. Het grootste aantal doortrekkende Bontbekplevieren (63 ex.) werd op 8 mei in de Bergboezem e.o. vastgesteld. De eerste (winter) waarneming werd al op 21 januari gedaan in de Duifpolder. Op 9 mei werd in de Broekpolder – de Ruigte het hoogste aantal Groenpootruiters van 2017, 24, geteld. Tot slot waarnemingen van bijzondere steltjes voor de regio: Op 25 april werd een Drieteenstrandloper in de Bergboezem e.o. gefotografeerd. Van 25 t/m 26 april was een Krombekstrandloper in de Bergboezem e.o. te vinden. Op 8 mei zijn er nog 3 waarnemers die deze soort in hetzelfde gebied zien. In de vroege ochtenduren van 6 mei worden tijdens een excursie 3 Morinelplevieren opgestoten in de Ackerdijkse plassen. Een hele bijzondere, binnenlandse, waarneming van een Steenloper werd op 5 maart in het Vockestaert-gebied gedaan.


Meeuwen, Sterns, Zomertortel, Koekoek, Uilen, Gierzwaluw, IJsvogel, Hop, Spechten en Kraaiachtigen

De eerste Zwartkopmeeuwen (4) waren al op 28 februari in de Klaas Engelbrechtspolder te vinden. In maart / april werd de soort vele malen op verschillende locaties, veelal overvliegend, gezien. Het hoogste aantal ter plaatse in die periode was, eveneens, 4 op 28 en 31 maart in het Vockestaert-gebied. Op 1 april (vroeg!) was de eerste Dwergmeeuw van 2017 voor de regio aanwezig bij Bedrijventerrein Oudeland e.o. Op 23 april waren er 42 exemplaren in de Delftse Hout. Van 25 januari t/m 13 februari was in de wijk Ypenburg een 2e/3e KJ Pontische meeuw te vinden. Op 29 maart was een 4e KJ vogel in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker op een voerplaats aanwezig. Dezelfde Geelpootmeeuw (inmiddels subadult / 5e KJ) als verleden jaar was op 6 maart in de wijk Voorhof aanwezig. Op 17 maart was een adult exemplaar aan het foerageren in Ypenburg. Een hele vroege Zwarte Stern werd op 1 april bij Bedrijventerrein Oudeland e.o gespot. Op 19 april werden er resp. 8 en 9 ex. gezien in de Vlaardingse Vlietlanden en de Nieuwe Droogmaking. Op 23 april wordt een naar noord overvliegende Noordse Stern boven het Rijswijkse Wilhelminapark geclaimd. Tijdens de Big Day op 30 april van enkele groepen fanatieke vogelaars in ons werkgebied worden in de Broekpolder Zomertortels ontdekt. De soort blijkt daar nog met (slechts) één paar aanwezig te zijn…In totaal zijn er 45 meldingen tot 17 juni. De eerste Koekoek werd (een week eerder dan in 2016) op 7 april gemeld in het Abtswoudse bos – west. Op 11 en 13 juni roepen er drie mannen tegelijkertijd in resp. de Ackerdijkse plassen en de Broekpolder. Kerkuil is 10 keer gemeld (waarvan 3 doodvondsten). De Ackerdijkse plassen en Polder Noord Kethel lijken de beste papieren te hebben voor een onverwachte ontmoeting. Velduilen waren in veel lagere aantallen (max. 3 op 25 maart) dan in 2015 en 2016 op het Bedrijventerrein Oudeland e.o. in Berkel en Rodenrijs te vinden tussen 20 januari en 23 april. Op 20 januari werd er een gezien in het Vockestaert-gebied en op 7 mei een boven de Nieuwe Droogmaking. Bosuil heeft  succesvol gebroed in de Polder van Biesland, Hertenkamp, Rijswijkse Golfclub en (vermoedelijk) in de Noordpolder van Delfgauw. Het Steenuilenpaar uit Berkel en Rodenrijs – Zuidpolder wordt in de besproken periode zo´n 230 keer op de website gemeld naast waarnemingen uit het Vockestaert-gebied, ´t Woudt, Polder Noord Kethel en een nest met 4 juv. in de Dijkpolder. Op 27 januari en 15 februari was de vaste roestplaats van Ransuilen in de wijk Buitenhof met 4 dieren bezet. In 2015 werden er nog 25 ex. gezien. In de zomer zijn er meldingen van uitgevlogen jongen in de Broekpolder, Vockestaert-gebied, de Zweth e.o. Abtswoudse bos – midden, Pijnacker – Oude Polder en Maasland. De eerste Gierzwaluw van 2017 vloog op 15 april (één dag eerder dan in 2016) over het Kraaiennest. Op 8 juni werden 480 ex. foeragerend gezien boven de Broekpolder. IJsvogels zijn in de besproken periode 152 keer gemeld (in 2016 177 keer) en hebben nog steeds profijt  van de afgelopen zachte winter(s). Tussen 5 en 8 mei hadden slechts 5 waarnemers het geluk om een Hop te mogen zien in de Oost Abtspolder. Op 22 april was Ben Gaxiola de enige persoon die dit voorjaar een Draaihals zag (Broekpolder). Kleine Bonte Specht werd tussen 21 en 26 maart 6 keer gemeld in de Broekpolder, waarschijnlijk betrof het een broedpaar(?). Net als afgelopen jaren waren in de zomerperiode Roeken in Midden-Delfland te vinden. Dit jaar waren er 70 ex. aan het foerageren in de Kralingerpolder op 18 juni. De vogels zijn waarschijnlijk afkomstig van de kolonie(s) bij Maassluis.


Piepers, Kwikstaarten, Zwaluwen

Boompieper werd in de periode van 22 april t/m 10 mei negen keer als ‘zeker’ gemeld. Op 22 april, 6 en 10 mei in de Broekpolder. Op 30 april, tijdens de Big Day, waren er 4 exemplaren in de Balij aanwezig. Waterpiepers waren op 18 februari met 37 ex. in het Vockestaert-gebied aanwezig en in de Ackerdijkse plassen met ca. 25 ex. op 26 februari.

Engelse Kwikstaart werd tijdens de Big Day op 30 april voor het eerst gezien in de Nieuwe Droogmaking. Op 3 en 9 mei zijn er meldingen in de Ackerdijkse plassen en op 11 mei in de Bergboezem e.o. Voor de Noordse Kwikstaart geldt bijna hetzelfde verhaal qua locaties en doortrekperiode. Op 30 april en 3 mei gezien in de Ackerdijkse plassen en op 4 mei in de Nieuwe Droogmaking. Dé Rouwkwikstaart (man) die in december 2016 veelvuldig werd gemeld bij het Kraaiennest was na een afwezigheid vanaf 24 december 2016 opeens op 20 februari weer aanwezig. Vanaf 10 maart wordt de soort vaker gezien in o.a. de Broekpolder, de ‘vaste’ plek op de ijsbaan bij Schipluiden, Compensatiegebied N470 en Ackerdijkse plassen. In de Broekpolder werd op 18 maart een hybride Witte Kwikstaart x Rouwkwikstaart opgemerkt. Grote Gele Kwikstaart wordt tot eind maart 106 keer gemeld in gebieden met slootjes en bebouwd gebied met platte daken. De eerste Gele Kwikstaart van 2017 vloog op 27 maart over het Compensatiegebied N470. En, hoewel buiten de besproken periode vallend, op 18 juli waren er volgens een voorzichtige schatting 40 ex. te vinden in de Nieuwe Droogmaking. De Nieuwe Droogmaking en Bergboezem e.o. zijn de kerngebieden voor de in onze regio broedende Gele Kwikstaarten. Op 18 maart vloog de eerste Oeverzwaluw van 2017 over de Broekpolder. In de Oeverzwaluwwand in de Bieslandse Bovenpolder is succesvol gebroed, op 11 mei waren er ca. 100 ex. aanwezig. Ook in de Nieuwe Droogmaking (tot 150 ex.), Compensatiegebied N470, recreatiegebied Poldervaart en Klapwijk en Tolhek werden van april t/m juni regelmatig foeragerende groepen van vele 10-tallen tot 100+ ex. gemeld. Op 23 maart vloog de eerste Boerenzwaluw over het Kandelaar-gebied, de Huiszwaluw was op dezelfde datum in de Bergboezem e.o. en Negenhuizen / Zouteveen e.o. te vinden.


Lijsterachtigen en Tapuiten

Van 3 t/m 25 april was een man Beflijster goed te zien op het Technopolis-terrein Het hoogste aantal van 4 ex. werd op 23 april op Bedrijventerrein Oudeland e.o., gezien. De Grote lijster is in de regio als broedvogel inmiddels even zeldzaam als de Zomertortel; waarschijnlijk nog één paar in de Broekpolder. In januari/februari zijn er wat meldingen vanuit andere gebieden van max. 2 ex. (waarschijnlijk doortrekkers). Kramsvogels waren door de zachte winter behoorlijk schaars. Alleen op 27 januari was een groep van ca. 200 ex. kort aanwezig in de Broekpolder, op 6 februari waren er ca. 80 ex. in de Duifpolder. De Koperwiek is juist een soort die blijft pleisteren of vroeg terugtrekt door het zachte (winter)weer. In de Broekpolder waren er op 4 februari 150 ex. aanwezig. Nachtegaal was op 6 mei met 3 zingende mannen in de Balij te vinden. Verder is er zeker gebroed in de Oost – Abtspolder en Broekpolder. Zwarte Roodstaart was prominent broedend aanwezig op Bedrijventerrein Ruyven. Meldingen van zeer waarschijnlijke broedgevallen van deze soort zijn afkomstig uit Delft – centrum (Spoorzone), Delft – west / Harnaschpolder, Ypenburg en Voorhof. Gekraagde Roodstaart (man) werd van 30 april t/m 14 mei baltsend gezien in de Broekpolder. Op 1 mei werd een man gefotografeerd in Tanthof, op 16 mei was een man baltsend te horen in de Ackerdijkse plassen, een vrouw werd op 24 juni bij de Schieovers – noord gezien. De eerste Paapjes van 2017 werden op 25 april in de Commandeurspolder en de Vlaardingse Vlietlanden gezien. Op 2 mei werden 4 ex. op vrijwel hetzelfde tijdstip gezien in zowel de Aalkeet – Buitenpolder als Broekpolder. Roodborsttapuit heeft gebroed in Oost – Abtspolder en waarschijnlijk in de de Balij en Abtswoudse bos – midden. Vergeleken met 2016 is het aantal waarneming in deze periode gehalveerd: in 2016 189 meldingen tegen 99 nu. De eerste Tapuit werd op 28 maart gespot in de Nieuwe Droogmaking. Op 23 april werden 9 ex. tegelijk op het Bedrijventerrein Oudeland e.o. geteld. De eerste Blauwborst van 2017 werd op 12 maart uit het Vockestaert-gebied gemeld.


Zangers

Cetti´s zangers zijn qua broedvogelstand aan het ‘exploderen’. Vanaf 1 januari worden ze al zingend gemeld. Op 29 maart zijn er zeker 3 mannen aan het zingen in de Ackerdijkse plassen, op 8 april vier in de Broekpolder en 3 in de Aalkeet – Buitenpolder Daarnaast zijn er (nieuwe) (vestiging)plekken als recreatiegebied Poldervaart en Vlaardingse Vlietlanden. De eerste Snor zat op 30 maart te zingen in het Abtswoudse bos – west. In april / mei wordt hij behalve op deze locatie vooral gemeld vanuit het recreatiegebied Poldervaart, Nieuwe Droogmaking, Polder van Biesland en de Ackerdijkse plassen. Een Siberische Tjiftjaf zat op 16 januari te roepen in Ypenburg – Tedingerbroek. In het Aboretum Heempark werd een vermoedelijke hybride Tjiftjaf x Fitis gehoord. De zang was erg fitis-achtig maar met wat monotone tjif-tjif-tjif tonen erin verwerkt (geen ibericus). Op 22 april werd een doortrekkende Fluiter al zingend in de TU-wijk gehoord. Op 30 mei (het wordt eentonig: tijdens de Big Day) zat een man te zingen in de Broekpolder. Ook op 1 en 2 mei werd hij daar nog gehoord. Daarnaast trok er op 1 mei ook een man Fluiter (zingend) door Schipluiden. De eerste Spotvogel van 2017 werd op 12 mei in Rijswijk – Zuid opgemerkt. Op 11 juni waren 4 mannen aan het zingen in de Ackerdijkse plassen, op 17 mei 2 in Negenhuizen – Zouteveen e.o. en op 28 mei 3 in de Duifpolder / Broekpolder. Op Bedrijventerrein Ruyven was op 3 april de eerste Grasmus van 2017 te horen. Van 20 t/m 22 mei zat een ‘twitchbare’ zingende Grote Karekiet in de Polder van Biesland. Op 23 mei is er een melding van een Grote Karekiet in de Ackerdijkse plassen. Het zou zo maar hetzelfde exemplaar geweest kunnen zijn.


Vliegenvangers, Mezen, Grauwe Klauwier, Vinken, Gorzen

Bonte en Grauwe Vliegenvanger werden dit jaar resp. op 30 april en 5 mei voor het eerst gezien in de Broekpolder. In de Polder van Biesland wordt op 31 mei een juveniele Bonte Vliegenvanger geclaimd. Op 14 mei waren twee paren Grauwe Vliegenvanger aan het baltsen in de Broekpolder en in de Ackerdijkse plassen was een bezet nest. In de wijk Ypenburg waren op 5 februari 26 Ringmussen te vinden. Aan de Twee Molentjeskade werd op maart een hybride Huismus x Ringmus gefotografeerd: https://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/135367993. Baardman heeft in het Vockestaert-gebied gebroed; op 1 juni was een ouderpaar met 6 juvenielen aanwezig. Van deze soort waren, net als in 2016, meldingen in april (broedverdacht) uit de Ackerdijkse plassen. Op 17 januari is er een melding Witkoppige staartmees in recreatiegebied Poldervaart. Link naar foto’s: https://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/133732473.

Matkop is dit half jaar 9 keer gemeld vanuit de Broekpolder, net als in 2016 ging het in alle gevallen een solitaire vogel. Daarnaast werd, wel in de nabijheid van de Broekpolder, op 11 mei in eendenkooi het ‘Aalkeetbuiten’, een Matkop gemeld. Tussen 1 januari en 2 april zijn 12 meldingen van Vuurgoudhaantjes doorgegeven. De meeste meldingen kwamen uit de Broekpolder (e.o.) en begraafplaats Hofwijk. Goudhaantjes werden in 2017 (138 meldingen) bijna dubbel zo vaak doorgegeven in vergelijking met 2016 (74 meldingen). Boomklever is in januari en juni uit de Broekpolder gemeld. In De Tempel lijkt hij broedverdacht met waarnemingen in februari en juli. De eerste zingende man Wielewaal was op 30 april in de Broekpolder te vinden. Op 18 mei waren max. 3 baltsende mannen te horen. Vóór de herinrichting van de Broekpolder enige jaren geleden was er nog sprake van ca. 7 broedparen. Op 11 was een doortrekkende man Grauwe Klauwier aanwezig op Bedrijventerrein Oudeland e.o. In de Zweth e.o. werd er een gefotografeerd op 21 mei. Van 1 t/m 29 juni wachtte een man Grauwe Klauwier vergeefs op een partner in het Abtswoudse bos oost. In januari en februari waren er 4 meldingen van één Keep, een betere illustratie van de afgelopen ‘winter’ is haast niet denkbaar… Barmsijzen deden, in navolging van de Keep, exact hetzelfde: 4 meldingen met een max. van 3 exemplaren. Sijzen waren ook zeer schaars. Op 4 februari werd het max. aantal deze winter van 35 ex. in de Broekpolder geteld.

Van januari t/m maart zijn er meldingen van Goudvink uit de Broekpolder. Tussen 25 maart en 19 april zijn max. 2 paartjes Goudvink broedverdacht bezig in de Polder van Biesland. Appelvinken werden tussen 29 januari en 17 april met max. 4 ex. gemeld vanuit de polder van Biesland. Op 13 april werd een bezet nest gevonden. Helaas zijn er geen vervolg meldingen ná 17 april zodat het zeer waarschijnlijk is dat dit broedgeval ‘fout’ is afgelopen. Ook uit de Broekpolder komen meldingen van deze soort (max. 2 ex.) tussen 4 februari en 25 juni. Op 27 juni vlogen 60 Kruisbekken zuidoost over de TU-wijk. Ook op de 28e worden er (max. 3 ex.) Kruisbekken overvliegend gemeld over Delft – centrum en Rijswijk – Zuid.

Roodmussen (man, zang) worden op 31 mei en 1 juni geclaimd in de Broekpolder en het Abtswoudse bos – west.


Exoten en escapes

Op 22 januari waren twee Zwarte Zwanen aanwezig in de Ackerdijkse plassen. Van 13 mei t/m 29 juni was één exemplaar aanwezig in recreatiegebied Poldervaart Op 11 juni werd een Indische gans in Polder Noord Kethel gezien. Een geringde Ross’ gans zat op 31 januari in de Duifpolder. Kleine Canadese gans werd op 28 januari gezien met 5 exemplaren in de Ackerdijkse plassen. Zwaangans was van januari t/m 6 mei met max. 3 ex. te vinden in de Bergboezem e.o. Tussen 10 januari en 3 mei was één Keizergans in de Droogmakerij in de Oude polder van Pijnacker aanwezig. Muskuseend wordt o.a. op 1 januari uit Pijnacker – Klapwijk en Tolhek gemeld met 5 ex. (hoogste aantal dit halfjaar). Van 28 maart t/m 22 mei waren regelmatig 2 Rosse Fluiteenden in de Groeneveldse polder aanwezig. Tot en met 31 mei waren  max. 4 Mandarijn-eenden te vinden in de Nieuwe Droogmaking. Op 3 mei was er een bezet nest met eieren in de wijk Koningshof en Keizershof. Hét vrouwtje Kokardezaagbek dat in 2015 en 2016 in de Nieuwe Droogmaking te vinden was, is voor het laatst op 22 januari op deze locatie gemeld. Van 3 januari t/m 16 februari was ook een vrouw Kokardezaagbek te vinden in het Rijswijkse Wilhelminapark. Rosse Stekelstaart wordt vnl. uit de Nieuwe Droogmaking gemeld. Op 25 juli zijn er 6 adulte vogels aanwezig. Er is slechts één melding, 14 juli, van 3 pulli in dit gebied. Op 7 april was in recreatiegebied Poldervaart een Heilige Ibis te zien. Een dag later werd, ongetwijfeld hetzelfde exemplaar, het gefotografeerd in de Broekpolder – De Ruigte. Een Izabeltortel werd in Den Hoorn op 27 juni gefotografeerd. Halsbandparkieten sliepen (of is het een voorverzamelplaats?) op 11 februari langs de A13 / bij Ikea met ca. 70 exemplaren. Liefhebbers kunnen zelf (onder)soorten, escapes, hybriden etc. bekijken op de site http://vwgdelft.waarneming.nl/ via ´overzichten´ en ´waargenomen soorten´ kan op jaar, hybride, al dan niet escape of exoot etc. geselecteerd worden. Incl. exoten, escapes etc. lopen we dit eerste halfjaar flink achter met het aantal waargenomen soorten: 219 tegen 231 in 2016. Helpt u mee om dat aantal op te krikken en uw waarnemingen bij de komende herfsttrek door te geven op de website?

Jan Koreneef

Regiomoderator waarnemingen Vogelwacht Deft e.o.

Deze pagina is 83 keer bezocht

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

jan
11
do
20:00 Lezing: Bescherm de natuur in je...
Lezing: Bescherm de natuur in je...
jan 11 @ 20:00 – 22:00
Geert van Poelgeest vertelt over welke natuur wij hebben en welke argumenten wij hebben om hiervoor op te komen. Wat is het allerbelangrijkste wat zij zouden kunnen doen om deze natuur te beschermen en kans … Lees verder
jan
20
za
08:00 Vogelexcursie: Schouwen Duivenl...
Vogelexcursie: Schouwen Duivenl...
jan 20 @ 08:00
De Tureluur kunt u het hele jaar aantreffen in en rond de Oosterschelde. Geen wonder dat deze vogel het symbool is geworden van een groots natuurontwikkelingsproject aan de zuidkust van Schouwen-Duivenland. De laatste decennia zijn … Lees verder
jan
27
za
hele dag 15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
jan 27 – jan 28 hele dag
15 jaar Nationale Tuinvogeltelling @ Uw eigen tuin
De Tuinvogeltelling bestaat 15 jaar en dat vieren we met een tuinvogeltelling. Op de website van de Vogelbescherming is van alles hierover te lezen.
feb
8
do
20:00 Lezing: De stormvloed van 1134
Lezing: De stormvloed van 1134
feb 8 @ 20:00 – 22:00
In 1134 en 1164 is Delfland geteisterd door stormvloeden. Enorme hoeveelheden zand en klei zijn in het Westland en de omgeving van Vlaardingen en Schiedam neergelegd. Door bodemonderzoek en historische bronnen weten we precies tot … Lees verder
feb
24
za
08:00 Vogelexcursie: Kop van Noord Hol...
Vogelexcursie: Kop van Noord Hol...
feb 24 @ 08:00
Balgzand is een waddengebied dat deels droogvalt bij eb. Het bestaat uit geulen, slikken en kwelders en mag niet betreden worden. Vanuit een vogelhut kan het gebied bekeken worden. De Hondsbossche Zeewering is een zeer … Lees verder
teller