Excursie Tanthofkade en Abtwoudsebos-West
Start Partycentrum Onder Ons (tegenover zwembad Kerkpolder)
Door Pieter Aaldring.
Informatie en aanmelden op donderdag 11 juni tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij Pieter Aaldring, Tel:
De Tanthofkade kent een rijke geschiedenis. Al sinds de Middeleeuwen vormt deze kade een waterscheiding tussen twee polders, de Abtswoudse Polder en de Kerkpolder. Lange tijd mocht de kade niet begroeid worden om zo de kade sterk te houden, maar sinds de 19e eeuw is de kade rijkelijk begroeid met diverse bomen en bloeien er diverse planten en kruiden. Samen met het parkje Buitenhof en de Kerkpolder vormt het een vogelrijkgebied aan de westkant van Delft en Den Hoorn. Er komen diverse soorten zang- en watervogels tot broeden en ook de blauwe reiger en een aantal roofvogels hebben het gebied tot hun domicilie gemaakt. Ondanks de drukte van de doorgetrokken A4 komen er veel vogels voor en is er zelfs aan de andere kant van de Kruithuisweg een grote oeverzwaluwwand door Rijkswaterstaat aangelegd, die door de Vogelwacht wordt beheerd. Ook benieuwd of deze al bezet is ?

Uitnodiging Algemene ledenvergadering
Alle leden van de Vogelwacht Delft e.o. worden uitgenodigd voor de Algemene Ledenvergadering 2026.
De vergadering wordt gehouden op zaterdag 20 juni 2026 in de Natuurschuur. De aanvang is om 14.00 uur.
De vergadering wordt afgesloten met een leuke vogelquiz.
De volledige uitnodiging en het verslag van 2025 kunt u hieronder downloaden.
VerslagALV2025Officieel.pdfDagexcursie Veluwe (Planken Wambuis)
Aanmelden donderdag 4 juni, 19:00-21:00 uur, Gert van der Horn (
De bossen en de heidevelden van de Veluwe vormen een fraaie biotoop voor vogels die we rondom Delft niet zo snel zien. We hebben al diverse keren gebieden hier in het excursie-programma gehad, dus deze is ‘terug van weggeweest’. Maar elke excursie daar weten we weer een beetje meer te ontdekken. Deze keer beginnen we bij Planken Wambuis en maken een wandeling rond de Oud Reemsterhei. Een goede plek voor wilde zwijnen maar ook voor o.a. zwarte specht, boomklever, fluiter, kuifmees, zwarte mees, en gekraagde roodstaart. Soms zijn er ook raven te horen en te spotten.
In de middag bezoek we een ander stuk, bijvoorbeeld de Ginkelse of Edese Heide of het Deelense veld. We gaan dan verder op zoek naar andere typische vogels van die streek, zoals kleine bonte specht, geelgors, bonte vliegenvanger, veld- en boom-leeuwerik, grote lijster, boompieper, goudvink en (vuur)goudhaan. Ook havik en wespendief zijn regelmatig te vinden, en we hebben zelfs al eens een rode wouw mogen spotten. Wat we ook in de kijker krijgen, het gebied is landschappelijk sowieso een aanrader, maar houd rekening met flinke wandelingen!

Verslag excursie Lauwersmeer en meer…
En we begonnen dus met meer. Om maar gelijk met de deur in huis te vallen, meer soorten dan ooit (?!). We konden in dit excursie weekend maar liefst 127 soorten noteren! En daar zaten slechts enkele soorten bij die alleen Kees genoteerd had. Ook zonder zijn (Anjumse) heggenmus en ringmus is het een imposante lijst. De slangenarend die Marc doorgaf hadden graag meer deelnemers genoteerd maar helaas vertoonde die zich niet bij iedereen in beeld. De andere soorten op de lijst zijn door de meeste mensen wel mooi waargenomen (=gezien of gehoord), waaronder enkele zeer bijzondere vogelsoorten.
Het zat dus weer goed mee op deze nieuwe weekendexcursie, en dan zat ook het weer nog mee: op magische wijze wisten we best goed tussen enkele buien door te manoeuvreren. Vertrokken bij de Papaver op de gebruikelijke starttijd (7 uur) met 13 deelnemers, arriveerden de eerste auto’s rond 9:30 bij het startpunt van de excursie in de Fochteloërveen: de vogelkijkhut aan de zuidwestkant. Daar zouden nog 4 extra deelnemers aansluiten. Met enig logistiek ingrijpen van de excursieleiding wisten we het hele ‘nest’ vol te krijgen, terwijl er ondertussen al druk gevogeld werd. Tuinfluiter, zwartkop en boompieper lieten zich al snel horen, maar ook de tonen van de wielewaal werden opgepikt. Hier moesten alle deelnemers nog even goed de oren voor spitsen. En toen we dat toch deden hoorden we in de verte nog een opvallende vogelgeluid. Het deed denken aan de roep van een bosuil, wat ons verraste zo bij daglicht. Gelukkig hadden we kenners onder ons (en Merlin) en trokken we snel de juiste conclusie: het was een van de roepen van de kraanvogel. Jammer genoeg ver weg en (nog) niet te zien, maar een van de wenssoorten van vandaag was in ieder geval binnen bereik. De excursieleider had net voor aankomst het nabijgelegen Compagnonsveld gescand maar daar nog geen kraanvogels gespot.


Tijd voor een kleine wandeling. Ondanks dreigende wolkenluchten zat de stemming er goed in, en liepen we via een stukje bos het grote veengebied in. Daar nog even een boompieper en een robotap (roodborsttapuit, red) bewonderd door de telescoop. De boompieper gaf mooie demo’s en landde telkens terug op hetzelfde takje, precies het takje waar we de telescoop op gericht stond. Superhandig dit soort meewerkende vogelsoorten. Omdat we voor de dreigende bui weer bij de auto wilden zijn maakten we al vrij snel rechtsomkeer. Zo lukte het om de boel droog te houden. Na een klein stukje rijden naar de volgende stop, konden we nogmaals het Compagnonsveld checken op kraanvogels. Helaas gaven die niet thuis, maar we werden wel getrakteerd op een buitje en tussen de druppen door op de kenmerkende zang van de geelgors. Ook te zien waren een blauwborst en enkele roodborsttapuiten, diverse ganzen en meeuwen en een enkele steltloper.
Vrij snel reden we door naar de volgende parkeerplaats, waar de regen alweer plaats gemaakt had voor zonnig weer. Van de parkeerplaats naar de bekende uitkijktoren in de vorm van een 7 was een aardige wandeling door hoge-oude-bomen-bos met diverse open plekken. Behalve veel boompiepers hoorden we ook gekraagde roodstaarten en raven. De eerste konden we maar niet in de kijker krijgen maar de laatste gaven wel een aardige showtje weg. Met z’n vieren lieten ze ons genieten van hun kunsten en hun glanzende veren.

Langs het laatste stukje pad naar de uitkijktoren waren ook veel libellen te zien (o.a. witsnuit en viervlek).

De trapsteilheid van de uitkijktoren verdient een hoger cijfer dan een 7, maar dat terzijde. Het is de moeite om ‘m te trotseren, want het uitzicht boven over de het hoogveen is imposant. Helaas was de kans om een kraanvogel te spotten niet zo groot als gehoopt. Slechts enkele geluksvogels zagen er 1 vliegen in de verte, maar die waren daar wel heel blij mee. Wel kon iedereen de zeearend zien die in de verte vloog, qua spanwijdte natuurlijk ook zeer imposant! Op de terugweg naar de auto konden we alsnog een gekraagde roodstaart mooi in beeld krijgen. We spitsten het hele pad terug naar de auto onze oren in de hoop nog een fluiter waar te nemen, maar jammer genoeg konden we daar naar fluiten. Wel werd nog een boomklever genoteerd. We slingerden door het bos waar geen recht stukje pad te vinden was, maar wisten toch de parkeerplaats weer te bereiken, waar de vogelexcursie door poelkikkers tijdelijk werd omgekwaakt naar een amfibie-excursie.



Voordat we door reden naar onze ‘bijtank’-stop kwamen we nogmaals langs het Compagnonsveld voor een kraanvogelcheck – 3 maal is scheepsrecht! Wederom werden gele kwikstaarten en ook de geelgors gesignaleerd. Verder werd elke (blauwe) reiger hoopvol onderzocht op kraanvogel-gelijkenis. We moesten geduldig wachten tot de ‘scoop-scanners’ eindelijk een echte kraanvogel ontdekten. Deze stond aan de overkant van het water in een groot veld rustig te foerageren. Met wat geduld wist uiteindelijk iedereen deze te bewonderen door een van de telescopen. De kraanvogel besloot op een gegeven moment dat het genoeg was en ging op de wieken. Ook dat wekte bewondering. De kraanvogelmissie was geslaagd! Voldaan konden we door naar brouwerij Maallust in Veenhuizen, waar we in biercafé-sfeer onze inwendige mens versterkten. Behalve goede friet had de brouwerij nog meer in het verschiet: er zaten zowel bonte als grauwe vliegenvangers te zingen.
Ook het Fochteloërveen had nog meer in petto, want we er stond nog een laatste stop op het programma. Aan de noordkant is ook een ingang met een lang recht pad (Stallaan) naar een uitkijktoren. Dit pad bood uitzicht op een zeearendnest. Met de telescopen kon het nest enigszins bestudeerd worden. Toch bijzonder dat deze imposante soort in Nederland weer veelvuldig broedt en gezien kan worden. Begeleid door zingende boompiepers vervolgden we onze weg richting een grote (veen)plas. Daar werd nog een bijzondere soort ontdekt die helaas nog maar weinig broedt in Nederland: de roodhalsfuut. Hij bleef ver weg maar met een beetje moeite was ie wel te zien door de telescoop. Al snel werd de aandacht voor deze soort afgeleid omdat Marc een draaihals hoorde roepen. Met man en macht werd gezocht maar niet gevonden. De roep daarentegen was onmiskenbaar en werd vele malen gehoord, en leek ook niet ver weg. We kunnen niet anders concluderen dan dat zo’n draaihals verdraaid goed gecamoufleerd is. Op het pad terug werd door Marc een slangenarend gemeld, vliegend boven de bomen, maar ook die was weer lastig te vinden omdat het pad door een bomenlaan liep en de bomen het zicht nogal beperkten. Nog enkele deelnemers meende ‘m toch zeker gespot te hebben. Weer een prachtige soort op de lijst!

De volgende etappe voor onze excursie was dan eindelijk bij het Lauwersmeer. De deelnemers die niet bij het Lauwersmeer overnachtten haakten nu af om alvast eerder aan de borrel te kunnen of zich mentaal voor te bereiden op de volgende excursiedag 😉
De route naar Lauwersmeer was zeker toeristisch te noemen: we leerden een nieuw stuk Friesland ‘weg van de snelweg’ kennen. De volgende stop was het onder vogelaars bekende Ezumakeeg. Het laatste stukje van de route gaat door mooie vogelvriendelijke polders (hoog gras!) met o.a. wulpen. Het uitzichtpunt (met bankje!) ligt iets verhoogd en biedt daardoor mooi uitzicht op het weidse waterlandschap met vooraan veel ondiep water. Diverse steltlopers en watervogels konden genoteerd worden. Ook regenwulp en roerdomp werden gehoord. Mits we niet te lang de nieuwe waarnemingen overpeinsden hadden we nog net tijd om de grauwe franjepoot die in de Bantpolder was gemeld te proberen (voor de die-hards die nog niet direct naar hotel Schierzicht wilden). Het lag toch op de route naar Lauwersoog. Stukkie rijdend door de polder vloog er een mooi donker valkje vlak voor onze auto langs. Toch maar even gestopt om ‘ m goed te checken: boomvalk! Jammer genoeg was ie daarna weer vrij snel uit het zicht verdwenen.
Langs de route deden we een poging om morinelplevieren te vinden op de omgeploegde velden, maar we kwamen niet verder dan ‘rode tinten’ die scholekstersnavels bleken te zijn. Bij de Bantpolder aangekomen konden we genieten van veel grutto’s, tureluurs, en kieviten. Deze polder is duidelijk ingericht voor de vogels. Er zaten ook kemphanen, sommigen in prachtkleed – zeg maar het bekende macho-tenue uit het vogelboekje. Met de nodige moeite vonden we ook de grauwe franjepoot. Druk aan het foerageren achter in een sloot (met naaimachine/jaknikker achtige bewegingen).
En omdat het een excursie was met ‘meer’ kan het vanaf hier wel een verslag worden met ‘minder’. Na inchecken, gezellig tafelen, Kees naar Anjum brengen en Marc de franjepoot laten zien, konden de oogjes even een tijdje dicht.

De volgende dag begon met zwarte roodstaarten bij het hotel aan de haven. Het weertype was nogal grijs, je zou het zelfs buiig kunnen noemen. We trotseerden dat dapper bij hetzelfde punt als waar we de vorige dag geëindigd waren: iedereen heeft daar dus mooi de grauwe franjepoot nog kunnen zien. Ook 2 sub-adult zeearenden lieten zich goed zien. Het grijs werd net iets minder grijs en ‘breedbekstrandloper’ was het toverwoord om nogmaals Ezumakeeg te bezoeken. Nu de zuidelijke kant.
Diverse kleine steltlopers werden gevonden (in de telescoop), maar zaten ver weg. Enkel op basis van uitsluiting van andere mogelijkheden durfden we 1 van de kleine steltlopers aan te wijzen als de breedbek. Naast krombek en bonte strandlopers. Temmincks strandlopers en bontbekplevieren lieten zich wel even van iets dichter bij zien, en werden dus met meer zekerheid gedetermineerd.
We deden nog een poging om de gemelde morinelplevieren te vinden in de Bantpolder, maar slaagden daar niet in. Het volgende toverwoord was ‘Amigo’, vogelaarsjargon voor Amerikaanse goudplevier. Deze zou op het wad zitten, aan de andere kant van de dijk bij de Bantpolder. Dus werd er nogmaals een tussenstopje geïmproviseerd. Het wad is altijd interessant, de wind en het licht waren gunstig, en het weer was nauwelijks meer grijs te noemen. Al snel spotten we de eerste steenlopertjes op de dijk. Iets verderop zagen we een grote groep wadlopertjes. Tussen de ontelbare kanoeten en goudplevieren een amigo vinden bleek een schier onmogelijke opgave. Zilverplevieren vonden we wel, net als de rosse grutto.
We hadden nog een belofte in te willigen bij baardmanfans. Met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zouden we die in het Lauwersmeer gaan zien: 99% kans aldus Kees. Dus op naar het Jaaps Deengat. Stukje lopen naar de kijkhut. Genoteerd: tureluurs, ganzen, zwanen, zeearend, zomertaling, en ja hoor, ook de BAARDMANNEN, gehoord en gezien! Iets verderop ook groenpootruiter en een mogelijke zwarte ruiter en nog 3 zeearenden.

Om de vaart erin te houden, de volgende stop was aan de zuidkant van het Lauwersmeer, bij het Zomerhuisbos om precies te zijn. Daar zongen de wielewalen ons tegemoet. We hoorden ze de hele tijd roepen maar kregen er geen glimp van te zien, al deden we nog zo ons best om ze te ontdekken hoog in de populieren. Gelukkig was Mari wel een glimpje geel gegund. Grasmus en braamsluiper noteerden we ook. Na een kleine wandeling stonden we op het uitzichtpunt en hadden we vooral weer veel uitzicht. Maar we vernamen er ook blauwborst , bruine kiek en wederom zeearend (direct paniek bij de ganzen met jongen).
Het werd inmiddels tijd de weg terug naar Delft aan te vangen. Er stond nóg meer op het programma: een tussenstop bij de Weerribben. Twee auto’s met deelnemers die nog niet verzadigd waren namen die route met tussenstop. De andere deelnemers reden door naar Delft: de terekruiter in de Nieuwe Driemanspolder had ook een behoorlijke aantrekkingskracht op sommige deelnemers. De Weerribben boden gelukkig ook hun bekoringen. Eerst in de vorm van koffie, soep en andere versnaperingen, vervolgens in de vorm van vogelsoorten. We kregen ze niet op een presenteerblaadje maar we zagen purperreigers, zwarte sterns (één met de staart ‘verdacht’ licht van onder, maar van boven niet wit), bruine kiekendieven, boomvalk, koekoek, en we hoorden roerdomp, waterral, baardman, een sprinkhaanzanger, en veel kleine karekieten. We zagen ook een dreigende lucht naderen en kozen snel eieren voor ons geld: terug naar Delft.
We ontsnapten gelukkig aan de bui en al kletsend leek het of Delft helemaal niet zo ver weg was. Omdat we op de terugweg toch praktisch langs de Nieuwe Driemanspolder kwamen besloten we ons heerlijke vogelweekendje af te sluiten met de terekruiter als toetje. De vogel werkte gelukkig ook goed mee, of eigenlijk de vogelaars die erbij stonden. Dit soort zeldzaamheden zijn vaak te vinden in de buurt van een groep vogelaars die allemaal dezelfde kant op kijken. Ook wij hoorden daarbij en kregen ’m prachtig in beeld, in mooi avondlicht.
Het was een heugelijke excursie met veel prachtige soorten, gezelligheid en ook enkele gevleugelde uitspraken (van Mari o.a.).
Soortenlijst (127):
Ooievaar, Vink, Grasmus, Grauwe Gans, Zwartkop, Tjiftjaf, Boompieper, Zwarte Kraai, Tuinfluiter, Koekoek, Fitis, Koolmees, Boomkruiper, Boerenzwaluw, Grote Canadese Gans
Wielewaal, Kraanvogel, Grote Bonte Specht, Roodborsttapuit, Gierzwaluw, Geelgors, Kievit, Gaai, Merel, Kokmeeuw, Kleine Mantelmeeuw, Blauwe Reiger, Raaf, Gekraagde Roodstaart, Winterkoning, Roodborst, Boomklever, Zeearend, Bruine Kiekendief, Kneu, Putter, Tureluur, Kleine Plevier, Gele Kwikstaart, Witte Kwikstaart, Wilde Eend, Bonte Vliegenvanger, Pimpelmees, Grauwe Vliegenvanger, Huismus, Draaihals, Lepelaar, Waterhoen, Roodhalsfuut, Buizerd, Slangenarend, Zanglijster, Holenduif, Houtduif, Huiszwaluw, Nijlgans, Ekster, Spreeuw, Scholekster, Kuifeend, Fuut, Bergeend, Visdief, Zilvermeeuw, Kauw, Zwarte Roodstaart, Aalscholver, Grutto, Knobbelzwaan, Veldleeuwerik, Wulp, Grauwe Franjepoot, Graspieper, Slobeend, Stormmeeuw, Kluut, Regenwulp, Kemphaan, Meerkoet, Torenvalk, Brandgans, Bosruiter, Kleine Karekiet, Oeverzwaluw, Bonte Strandloper, Breedbekstrandloper, Bontbekplevier, Krombekstrandloper, Roerdomp, Rietzanger, Rietgors, Grote Mantelmeeuw, Kleine Strandloper, Rotgans, Steenloper, Goudplevier, Kanoet, Rosse Grutto, Zilverplevier, Snor, Zomertaling, Grote Zilverreiger, Baardman, Groenpootruiter, Cetti’s Zanger, Roek, Zwarte Stern, Purperreiger, Boomvalk, Sprinkhaanzanger, Waterral, Groene Specht, Tafeleend, Smient, Fazant, Dodaars, Watersnip, Blauwborst, Stadsduif, Temmincks strandloper, Zwarte Ruiter, Heggemus, Ringmus, Oeverloper, Braamsluiper, Groenling, Krakeend en de Terekruiter (in de N3MP)

Verslag van de excursie naar de Zouweboezem
De twaalf deelnemers stonden keurig bij de Papaver om 7 uur `s ochtends paraat. De weersvoorspellingen waren goed, evenals het enthousiasme van de deelnemers. Na een ritje van een klein uur kwamen we bij de Zouweboezem aan. Daar was de krappe parkeerkeerplaats al helemaal bezet. Het bleek dat er meerdere groepen hadden bedacht om deze dag de Zouweboezem te bezoeken. Bovendien was er een activiteit gaande om mensen naar buiten te lokken. Dat was kennelijk goed gelukt.
Gelukkig mochten we van een lokale jongen op hun erf parkeren; dat kostte wel 2 euro. Die knul had een goede dag. Wij zouden dat ook krijgen.
Bij de parkeerplaats zongen al heel veel vogels. Die hadden er kennelijk ook zin in. De eerste purperreigers en zwarte sterns werden daar al gezien. Het dijkje langs de Zouweboezem aflopend werd de intensiteit van zwarte sterns steeds groter. Bij het eerst uitkijkpunt hadden we goed zicht op de nesten. Het blijft een mooi gezicht hoe ze al luid kwetterend af en aan vliegen.

Het tweede uitkijkpunt ligt midden in het riet. Hier de eerste blauwborst, die we nog veel meer te zien zouden krijgen. Ook alle andere rietvogels lieten zich zien en horen. En we hoorden ook nog een hoempende roerdomp ergens in het riet!

Terug op de dijk hadden we al snel de eerste spotvogel te pakken. Deze spotvogel liet zich heel mooi zien, wat de meest ervaren vogelaars deed uitroepen dat ze nog nooit een spotvogel zo goed hadden gezien.

Op het dijkje deden we haasje over met andere groepen vogelaars en deelden we gezamenlijke waarnemingen en ervaringen. Zo zagen we de snor in het riet zingen. En vloog er een koninginnenpage voorbij.
In het grote veld met ruigte kwamen we onder andere een paar parende boomvalken tegen. Ze staan op film.
Het was inmiddels behoorlijk warm geworden (28 graden), tijd voor koffie in het dorp Ameide.
Voor het middagprogramma stond een bezoek aan de Biesbosch nog als optie open, en dat hebben we ook gedaan. Dat is altijd goed om de soortenlijst aan te vullen. Helaas zagen we geen zee- of visarend.
Hierna was het tijd om naar huis te gaan, uitgedroogd en oververhit als we waren.
Soortenlijst (66, exclusief escape en exoten)
Aalscholver, Bergeend, Blauwborst, Blauwe Reiger, Boerenzwaluw, Boomvalk, Bosrietzanger, Braamsluiper, Brandgans, Bruine Kiekendief, Buizerd, Cetti’s Zanger, Ekster, Fitis, Fuut, Gierzwaluw, Grasmus, Grauwe Gans, Groenling, Grote Mantelmeeuw, Grutto, Holenduif, Houtduif, Huismus, Huiszwaluw, Kauw, Kievit, Kleine Karekiet, Kleine Mantelmeeuw, Knobbelzwaan, Koekoek, Kokmeeuw, Koolmees, Krakeend, Kuifeend, Lepelaar, Meerkoet, Merel, Ooievaar, Purperreiger, Putter, Rietgors, Rietzanger, Ringmus, Roerdomp, Scholekster, Slobeend, Smient, Snor, Sperwer, Spotvogel, Spreeuw, Tjiftjaf, Torenvalk, Tuinfluiter, Tureluur, Vink, Visdief, Waterhoen, Wilde Eend, Winterkoning, Witte Kwikstaart, Zilvermeeuw, Zwarte Kraai, Zwarte Stern, Zwartkop
Alle foto’s door Toine Andernach. De video is van Rene Droog.




