Home » Actviteiten » Lezingen (Pagina 2)
Categoriearchief: Lezingen
Lezing Ecologische betekenis van begraafplaatsen
Het kan ook anders. Daarbij kan door extensief beheer de begraafplaats ook een rijk natuurgebied worden, waar (korst)mossen, planten, paddenstoelen, insecten, vogels en andere dieren een leefplek kunnen vinden. Zo’n plek is de begraafplaats van Zuidwolde in Drenthe, waar reeds vanaf het begin een extensief beheer wordt gevoerd en waar een verrassende rijke natuur zich heeft ontwikkeld met talloze bijzondere soorten.
Joop Verburg vertelt deze avond welke rijkdom dankzij dit beheer is ontstaan en laat beelden zien van de natuurlijke schoonheid en de bijzondere sfeer van dit gebied.
- Toegang is gratis. Het aantal plaatsen is beperkt, dus kom op tijd!
- Datum: donderdag 12 februari 2026
- Plaats: De Natuurschuur
- Adres: Linnaeuspad 3, 2626 LT Delft
- Zaal open: 19:30 uur
- Aanvang en duur lezing: 20:00 uur – 22:00 uur
https://www.ivn.nl/afdeling/Delft , https://www.vogelwachtdelft.nl, htttps://www.natuurlijkdelfland.knnv.nl
Kijk ook op ons YouTubekanaal: https://www.youtube.com/@natuurlezingendelft

Verslag van de lezing “Zee- en kustvogels langs de Nederlandse kust, invasies en influxen “
“Altijd blijven opletten.”
Verslag van de lezing “Zee- en kustvogels langs de Nederlandse kust, invasies en influxen “, door Kees Mostert, 8 januari 2026
Nee, het werd geen invasie, maar het aantal bezoekers was groter dan verwacht: ondanks het winterse weer werd het gezellig druk in de Natuurschuur. Maar liefst 26 mensen in de zaal en 9 mensen online. We hadden het omgekeerd verwacht. Maar zowel de spreker als het onderwerp beloofden een interessante avond. Kees Mostert is een kenner, kan goed vertellen en Delft ligt vlak bij de kust.
Kust- en zeevogels.
Toch zul je zee- en kustvogels niet gauw in Delft aantreffen. Zeevogels bevinden zich op zee en broeden het liefst op een eiland. Kustvogels zie je vooral op de smalle band langs de zee. Voor het kijken naar zeevogels is Cap Gris-Nez, daar waar het Kanaal op z’n smalst is, een ideale plek. In het najaar en voorjaar trekken daar duizenden zeevogels langs. Maar zover hoeven wij niet te gaan. Op de Pier van Scheveningen is ook veel te beleven. Zeker bij aanlandige, stormachtige wind, dan komen ze dichterbij.
Het valt namelijk niet mee om vanaf de kust zeevogels ver weg te determineren. Dat heb ik tijdens excursies naar kustgebieden ook ervaren. Gelukkig zijn er dan ervaren vogelaars van de Vogelwacht om me heen met goede aanwijzingen, kennis en een telescoop.
De kennis van zeevogels is vanaf de jaren ’70 flink toegenomen. Vanaf die tijd is men begonnen met het tellen, wat makkelijker werd dankzij betere verrekijkers, telescopen en de mogelijkheden om naar de kust te komen. Maar zeevogels tellen is toch echt nog topsport, aldus Kees. Je moet goed kijken naar het silhouet, waar zitten de lichte plekken. Eén van de charmes van deze sport is de zee zelf. Die is zo ontzettend bijzonder en woest. En zien hoe al die vogels, zelfs de kleine stormvogels, de harde wind trotseren. Toch kan het voor de zeevogels ook uit de hand lopen en raken ze zo vermoeid dat ze op de basaltblokken gaan zitten of dood gaan.
Kees toonde vele foto’s van zee- en kustvogels en vertelde hierbij dat door klimaatverandering er soorten zijn die je nu veel minder ziet omdat ze meer in het noorden blijven. Zeekoeten, alken en ijseenden bijvoorbeeld zie je nu veel minder dan 50 jaar geleden.
Onverwacht kwam er een vogel in beeld die ik niet had verwacht en Kees ook niet toen hij aan het tellen was. Maar als je blijft doortellen en goed oplet, kan je verrast worden door bijvoorbeeld de velduil. Velduilen vliegen namelijk dwars over zee naar Scandinavië.

Invasies en influxen
Winters weer, zoals in deze dagen, is vaak aanleiding voor vogels om te gaan trekken. Maar ook al zijn nu de weilanden besneeuwd en de plassen bevroren, Kees ziet momenteel geen grote groepen die zich verplaatsen en vraagt zich af waarom dat zo is.
Oorzaken van verplaatsing van vogels is meestal voedselgebrek. Er is sprake van een invasie als er van een vogelsoort veel grotere aantallen ons land binnentrekken dan normaal. Ze komen voornamelijk uit Scandinavië of Siberië. Soms komt dat doordat er in hun broedgebied veel jongen groot zijn geworden dankzij bijvoorbeeld een mastjaar. Misschien dat dit de reden is van de enorme toename van pimpelmezen dit najaar. Strenge winters en ook droogte in de zomer in Zuid-Europa, kunnen dus tot voedselgebrek en dus tot invasies leiden. Het gaat dan om grote groepen vogels die zich op een plek bevinden waar ze eigenlijk niet thuishoren. Er wordt van influxen gesproken als het om enkele exemplaren gaat. Storm kan daarvan de oorzaak zijn, de vogels zijn dan de verkeerde kant opgeblazen.
De eerste strenge winter die Kees meemaakte was die van 1978/1979. Als middelbare scholier trok hij er veel op uit. In die winter ontdekte hij samen met Gerard een bijzondere vogel, een geelsnavelduiker zo bleek later. Een jong exemplaar. Gerard was in het rijke bezit van een fototoestel en had een zwart-wit foto gemaakt. Er was weinig kennis in die tijd en vogelgidsen brachten ook niet altijd uitkomst. Kees hield een dagboek bij en maakte tekeningen van de vogels. De bladzijde met de getekende notenkraker ( invasie in 1968, in 1992 een kleine influx) zal mij waarschijnlijk het beste bijblijven.
In die winter van 1978/1979 was er een invasie van de grote trap, ook wel trapgans genoemd. Er waren er 110 geteld in het Groene Hart en Flevoland. Kees speurde de weilanden tussen Delft en Zoetermeer af en ja, uiteindelijk kreeg hij er één in de kijker. De volgende dag zou hij gidsen voor de jeugdbond in Zoetermeer en hij had gehoopt dat ook zij de Grote Trap zouden zien. Dat mocht niet zo zijn, maar niet getreurd. Die dag zagen ze bij de Noorder Aa 3 grote Canadese ganzen, Dat was voor een deelnemer de topper van de dag. Zo zeldzaam waren ze in die tijd nog.
Kees sloot de lezing af met het tonen van twee vlinders, de rouwmantel en een Oosterse vos, om aan te geven dat je bij alle dieren, ook bij vlinders, invasies en influxen kan verwachten, dus altijd blijven opletten!
Voor de volledige lezing met foto’s en namen van de zee- en kustvogels en het volledige verhaal verwijs ik naar de opname van de lezing op ons you-tube kanaal:
https://www.youtube.com/@natuurlezingendelft

Lezing : Zee- en kustvogels langs de Nederlandse kust, invasies en influxenlezing
Door Kees Mostert
Deze lezing gaat over zeevogels en kustvogels langs de Nederlandse kust. Wanneer er stormen in het najaar optreden kunnen allerlei soorten zeevogels voor onze kust worden waargenomen. Bij harde wind kunnen zeevogels dichter bij de kust komen, waardoor ze beter zichtbaar voor ons worden. Welke soorten komen langs, hoe worden ze geteld en sinds wanneer wordt er zeetrek geteld? Kees Mostert zal er vanavond dieper op ingaan.
Het tweede deel van de lezing zal vooral gaan over invasies en influxen die ook vooral langs de kust plaatsvinden, hoe en wanneer zij ontstaan. Hierbij worden ook enige zangvogels toegelicht
Toegang is gratis. Het aantal plaatsen is beperkt, dus wees er tijdig bij.
Datum: 8 januari 2026
Plaats: DE NATUURSCHUUR
Adres: Linnaeuspad 3 2626LT Delft
Zaal open: 19:30
Aanvang en duur lezing: 20:00 uur – 22:00 uur
Georganiseerd door Vogelwacht Delft e.o, in samenwerking met IVN Delft en Natuurlijk-Delfland
https://www.vogelwachtdelft.nl , https://www.ivn.nl/afdeling/Delft of https://natuurlijkdelfland.knnv.nl Kijk ook op ons YouTubekanaal: https://www.youtube.com/@natuurlezingendelft
Een kijkje in de wereld van de Torenvalk
Een kijkje in de wereld van de Torenvalk, door Gert Ottens
2025 is door Vogelbescherming en Sovon Vogelonderzoek uitgeroepen tot het Jaar van de Torenvalk omdat het niet zo goed gaat met deze roofvogel die bidt voor zijn eten. In dit jaar is er onderzocht wat we kunnen doen om de torenvalk te helpen. Deze sierlijke roofvogels horen nu eenmaal bij ons cultuurlandschap. Er is een link met klimaatverandering te leggen, maar dit aspect is waarschijnlijk niet doorslaggevend. 2025 is ook het ‘Jaar van de Woelmuis’, het hoofdvoedsel van de torenvalk en daarom wordt er ook met de Zoogdiervereniging samengewerkt. Tijdens de lezing worden de eerste (tussen-) resultaten van de onderzoeken vermeld en nemen we een kijkje in de wereld van de torenvalk.
Aanmelden verplicht op natuurlezingenDelft@gmail.com Toegang is gratis. Het aantal plaatsen is beperkt, dus meld je tijdig aan.
Datum: 13 november 2025
Plaats: DE NATUURSCHUUR
Adres: Linnaeuspad 3 2626LT Delft
Zaal open: 19:30
Aanvang en duur lezing: 20: 00 uur – 21:00 /21:15uur ( dit keer geen pauze )
Georganiseerd door IVN Delft, in samenwerking met Vogelwacht Delft e.o. en Natuurlijk-Delfland https://www.ivn.nl/afdeling/Delft , https://www.vogelwachtdelft.nl of https://natuurlijkdelfland.knnv.nl
Kijk ook op ons YouTubekanaal: https://www.youtube.com/@natuurlezingendelft
Foto Edwin ter Hennepe
Impressie lezing over TREKVOGELS 9 oktober 2025 gegeven door Jesse Zwart
Quote van een aanwezige: ‘Hij raakte ons in ons vogelhart met zijn vreugde over de ontdekking van een zeldzame vogel en de gekte daarbij’
Jesse Zwart hield voor de 35 aanwezige toehoorders in de zaal van de natuurschuur in Delft (en 13 mensen online) een boeiende lezing. Als kind al was hij gegrepen door de bijzondere wereld van de vogels, waaronder de trekvogels. Daarbij gestimuleerd door zijn vader. De trigger was het geheimzinnige roerdompgeluid dat hij hoorde vanuit zijn bedje in de buurt van de Amsterdamse Waterleidingduinen.
En dat heeft hem sindsdien niet meer losgelaten. Regelmatig is hij nog op de vulkaan in Scheveningen te vinden waar hij met anderen telt wat er tijdens de trek zoal over komt vliegen. Tussen de enorme aantallen ‘gewone’ trekkers als graspiepers etc, speurt hij naar de enkele ‘bijzondere’ soorten, op geluid: de roepjes en het klapwieken van de vogelslag. Hij ziet ze niet maar hoort ze. Daarom moet er ook niet te veel gepraat worden op zo’n telpost. Als kind, meegegaan met zijn vader, is hij om die reden wel eens weggestuurd van zo’n telpost: “ga jij maar een eindje verderop staan, daar zie je het beter”.
Inmiddels heeft hij, mede door zijn vogelreizen, zo’n 5000 soorten gezien.
Dat vogels enorme afstanden kunnen vliegen is bekend, maar 100.000 km vliegen is wel héél ver. Dat doet de noordse stern (lijkt op een visdiefje maar is wat groter), van de poolcirkel naar Zuidelijk Afrika. Op het moment van de lezing zijn ze net Nederland voorbij. Andere vogels vliegen ook ver, maar iets minder ver. Totaal gaan ieder jaar 4,5 miljard vogels van hun broedgebied naar hun overwinteringsgebied en vice versa. Dat doen ze over 6 routes, de ‘snelwegen’ voor de vogels. Nederland ligt op een knooppunt van die routes. Meestal over land, maar de Rosse Grutto bijvoorbeeld vliegt van Alaska naar Tasmanië 15.000 km over de oceaan. Non stop dus.
De vogels kunnen zich op verschillende manieren oriënteren. Ze volgen landmarkeringen zoals rivieren, kustlijnen, bergketens, snelwegen, etc. Ook hebben sommige vogels een eiwit in hun ogen waardoor ze het aardmagnetisch veld kunnen zien. Dat is ontdekt door de vogels in een donkere kooi te laten vliegen en het aardmagnetisch veld daarin van richting te laten veranderen.
De meeste vogels vliegen de eerste keer met hun ouders mee, maar er zijn ook vogels, zoals de koekoek, die het zonder hun ouders moeten doen. De ouders van de koekoek zijn na het leggen van hun ei al gauw weer vertrokken, de opvoeding wordt overgelaten aan de pleegouders als kleine karekiet of andere kleine vogeltjes. Toch weten ook die jonge koekoeken het overwinteringsgebied te bereiken. Het zit kennelijk ook in hun genen.
Het vergt van die vogels een enorme prestatie, waar ze zich dan ook goed op voorbereiden. Ze wachten het goede weer af, met de goede windrichting. Als ze overdag vliegen verzamelen ze zich in groepen, ’s nachts vliegen ze meestal solo. En ze bereiden zich fysiek voor. Het lichaam van de rosse grutto bijvoorbeeld verdubbelt in gewicht, de hartspier wordt 3 x zo groot en de borstspier zelfs 5 x zo groot. En om gewicht te sparen en omdat ze toch niet eten onderweg, wordt hun maagdarm-kanaal met een factor 20 kleiner. Fascinerend.
Op de vraag uit het publiek of de vele windmolens geen slachtoffers vergen, was het antwoord: ‘ja er vallen slachtoffers maar het valt ook wel mee’. Vogels vliegen doorgaans op grotere hoogte als het weer het toelaat en vaak signaleert een radarsysteem dat er grote aantallen trekvogels aankomen en worden de windmolens stilgezet of gaan langzamer draaien.
Jesse liet de zaal genieten van het enthousiasme van hem en zijn vogelvrienden. Zo vertelde hij de volgende anekdote: ze waren op Vlieland op zoek naar de mongoolse pieper (was gesignaleerd). Hij heeft het geluid opgenomen van hun zoektocht… de spanning en het gejuich daarna toen duidelijk werd dat ze de pieper gevonden hadden (het geluid dan) was hilarisch!
Jesse heeft nog veel meer verteld. Te veel om hier te noemen, Maar de hele lezing is terug te kijken op ons YouTubekanaal ‘Natuurlezingen Delft’ https://www.youtube.com/@natuurlezingendelft
Na afloop werd duidelijk dat het enthousiasme van Jesse aanstekelijk werkte, diverse mensen zeiden dat ze toch eens gingen kijken op de Vulkaan of het havenhoofd. Anderen gingen ‘met vreugdegevoelens’ huiswaarts, met hun oren gespitst of ze een koperwiek hoorden…

