Home » Leden

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Je moet ze leren eten

Leo MeewisseOnze VIJVER-EEND is een held! Ik heb al vaker waargenomen dat een reiger, een fuut en een meerkoet best wel in staat zijn om een ongewenste exoot zoals de Amerikaanse rivierkreeft te verschalken. Dat een eend er ook een lekker hapje in ziet is nieuw voor mij. Het bleek wel een bewerkelijke maaltijd, zodat ik ± 10 minuten de tijd had om er foto’s van te maken. De rivierkreeft heeft dus wel degelijk natuurlijke vijanden al moeten onze inheemse predatoren er misschien wel even aan wennen. Ik kan er dagelijks twee tot vier vangen in onze voorsloot en leg ze op de uitrit, maar het is dweilen met de kraan open. De diverse kraaiachtigen weten er wel raad mee.

Hoe komt de smient aan zijn naam?

Toine AndernachEr was een tijd dat de eenden werden onderverdeeld in de hele eendvogels en de halve eendvogels. Jagers en poeliers spraken over halve eenden om de kleinere eenden te onderscheiden van de grotere eenden al was het alleen maar om meer geld te kunnen vragen voor de grotere.

Interessant is dat de halve eendvogel in Nederlandsche Vogelen 1770-1829 nog als aparte soort wordt beschreven. De illustratie die bij de tekst van de halve eendvogel is opgenomen, verraadt echter dat ’t hier om een smient gaat.

Dat hebben de auteurs overigens later ook zelf ontdekt: in deel V is een hoofdstuk Veranderingen, verbeteringen en bijvoegsels, van de benamingen de vogels, zoo als dezelve op den korten inhoud voor ieder deel geplaatst zijn opgenomen. En daarin staat onder andere: Vierde deel, plaat 178 staat Anas Dimidiata, moet zijn Anas Penelope Juvalis. En Anas Penelope is de wetenschappelijke naam voor smient.

De naam halve eendvogel is dus afgeleid van de grootte van de smient. Maar geldt dat ook voor de naam smient?

Lang heeft men gedacht dat dat inderdaad het geval is. In het Woordenboek der Nederlandse Taal (WNT, 1882-1998) staat bijvoorbeeld dat smient waarschijnlijk bestaat uit “een eerste lid beantwoordend aan ohd. smâhi, klein en Eend; (…)”. Ook Eigenhuis (2004) redeneert dat smient waarschijnlijk een afleiding is van smeant dat bestaat uit sme (klein) en ant (eend).

Dat het tweede deel ent afgeleid is van oude woorden voor eend daar zijn de geleerden het wel over eens. Maar met smi ligt het wat ingewikkelder: volgens Kroonen (2013) is het niet mogelijk dat smi in smient ontstaan is uit het Proto-Germaanse woord *smēha– (klein).

Guus Kroonen (persoonlijke communicatie, 15-11-2018) schrijft daarover per e-mail:

Proto-Germaans *smēha– kan zich volgens de ons bekende klankwetten niet ontwikkeld hebben tot Nl. smie-nt en Duits Schmü-ente. De enige mogelijke reconstructie van het eerste lid van deze samenstelling is *smeuh-. Het tweede deel is identiek met Proto-Germaans *anad– ‘eend’. De oorspronkelijke samenstelling was dus *smeuha-anad-, maar het simplex (losse woord) bestond ook: *smeuhō-.
(…)
Verder is het een raadselachtig woord waarvan de diepere oorsprong onbekend is.

Naar de diepere oorsprong van het woord smient kan dus alleen maar worden gegist. Misschien is het uiteindelijk toch weer een klanknabootsing, zoals zoveel andere Nederlandse vogelnamen.

Kortom, als je denkt duidelijkheid te gaan verschaffen over de herkomst van een vogelnaam, dan wordt ’t soms alleen maar ingewikkelder…

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen:

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kroonen, G. (2013). Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden Indo-European Etymological Dictionary Series, Volume: 11. Leiden/Boston: Brill.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Svensson, L. & Grant, P. J. (2016). ANWB Vogelgids van Europa. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, van http://www.wnve.nl.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal, van http://wnt.inl.nl/. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff.

Hoe komt de fuut aan zijn naam?

Toine Andernacht

Als taalkundige ben ik geïnteresseerd in alles wat met taal te maken heeft. In combinatie met mijn fascinatie voor vogels heeft dat geleid tot de aanschaf van verschillende woordenboeken met vogelnamen en Nederlandsche Vogelen waarin vogels tussen 1770 en 1829 rijkelijk zijn beschreven en geïllustreerd. En dat levert al bladerend allerlei leuke observaties op.

Veel vogelnamen zijn afgeleid van het geluid dat die vogel maakt. Koekoek, oehoe en tjiftjaf zijn daar bekende voorbeelden van: de naam is een fonetische nabootsing of suggestie van het geluid. Dit soort vogelnamen zijn (zuivere) onomatopeeën. Er zijn ook half-onomatopeeën zoals schreeuwarend en korhoen. In deze namen wordt alleen verwezen naar een geluid en wordt het geluid zelf niet nagebootst.

Bij sommige vogelnamen is het wat minder duidelijk of er sprake is van een onomatopee. Hoe zit dat eigenlijk met fuut?

Lang heeft men gedacht dat fuut inderdaad een klanknabootsing was, maar dat is niet waarschijnlijk: alleen het bedelend gepiep van de jongen komt bij zo’n soort geluid in de buurt.

Klaas Eigenhuis beargumenteert in zijn omvangrijke en gedegen Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen dat het logischer is dat fuut, via foet, ontstaan is uit zijn vroegere naam aarsvoet. Deze naam verwijst naar de ver naar achter staande poten van fuutachtigen waardoor het lijkt alsof de poten uit de billen steken. Ook zijn wetenschappelijke genusnaam Podiceps heeft indirect dezelfde betekenis: het is een gewijzigde versie van Podicipes (aarspoot of aarsvoet).

Taalkundig is de evolutie van aarsvoet naar fuut ook te verklaren: de v van voet wordt uitgesproken als een f na de s van aars. Daarna is aars weggevallen, waardoor het korter en waarschijnlijk ook netter werd, en bleef foet over. En de overgang van foet naar fuut kan door een klankwet worden verklaard waarin een oe een uu (en uiteindelijk een ui) wordt, zoals ook in hoes -> huus -> huis.

Overigens werd de fuut vroeger ook PronkvogelKeizer en Bonte Visscher genoemd, waarmee zijn statige en kleurrijke karakter werd benadrukt. Dat klonk toch wat complimenteuzer dan aarsvoet….

Toine Andernach

Gebruikte bronnen:
Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.
Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.
Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.
Svensson, L. & Grant, P. J. (2016). ANWB Vogelgids van Europa. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.

 

vervolg van “Een Klein Epos Van Een Kraanmachinist”

Remco Klein
De kraanmachinist van een paar weken terug (zie dit bericht) heeft woord gehouden. Hij is niet meer met zijn kraan in de buurt van de nestholtes van de oeverzwaluwen bij vliegveld Zestienhoven geweest. Hij heeft zelfs een klein zanddijkje neergelegd om te zorgen dat zijn collega’s daar ook wegbleven. En hij heeft een steile wand extra in het zand gemaakt. De 15 oorspronkelijke nestholtes zijn aangevuld met 62 holtes in het nieuwe steile vlak dat de kraanmachinist heeft gemaakt. Waar een vriendelijk verzoek van zo maar een vogelaar toe kan leiden !
Er zijn nu 77 nestholtes bezet. En er wordt druk gefoerageerd voor de jongen. Tenminste 77 jongen, als het er niet meer zijn. Dat mag nog eens broedsucces heten ! Met dank aan een attente kraanmachinist !

Een Klein Epos Van Een Kraanmachinist

Remco Klein
P1044458(1)Attent gemaakt door een waarneming van gister, fiets ik – ruim voor de plicht roept – richting vliegveld Zestienhoven. In een tijdelijke hoop zand zouden daar 20 oeverzwaluwen zitten. En nesten bouwen ! Dat moet ik zien. En liefst ook fotograferen.

Ik ken het gebied goed en die berg zand heb ik in vijf minuten gevonden. Ze zijn er ! De nesten. Maar waar zijn de zwaluwen? Hoog boven me. Ooit met een 600 mm. lens geprobeerd zwaluwen te fotograferen? Ik concentreer me maar op een witte kwikstaart met jong. Ook mooi. Toch blijven de zwaluwen een uitdaging.

P1044473(3)Na veel proberen heb ik er twee. Maar ik moet nog wel oefenen. Tijdens alle pogingen stopt er achter me een dieplader met daarop een dragline. Hopelijk niet voor hier, niet voor déze zandhoop… Toch wel. In een langzaam maar onverbiddelijk tempo komt de kraan mijn kant op.

Ik hou hem staande. “Of het misschien mogelijk zou zijn om de rechter berg ongemoeid te laten ?” De kraanmachinist kijkt of hij het in Keulen hoort donderen. Op dat moment vliegt een groot aantal oeverzwaluwen uit hun nesten. “Er zitten oeverzwaluwen”.

P1044502(1)De kraanmachinist kijkt de oeverzwaluwen na. “Die maken nesten in steile wanden hé ?” Zegt hij. “Ja”. “Hoe lang duurt dat ?” “Een paar weken” antwoord ik. Hij verslijt me waarschijnlijk voor redelijke getikt. Voor dag en dauw naar een paar gaten in een hoop zand staan te staren. En daar dan ook nog foto’s van maken…”Ik maak wel een paar extra steile wanden, misschien komen er nog meer”. Zegt hij. En trekt op. Met zijn machine van enkele tonnen omzichtig om de nesten heen sturend, naar het linkerdeel van de berg.

P1044445(4)

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

jan
10
do
20:00 Duinlandschap en duinbescherming
Duinlandschap en duinbescherming
jan 10 @ 20:00 – 22:00
De duinen zijn een uniek landschap en Nederland heeft in verhouding een groot duingebied langs de kust. Dit bijzondere gebied is de leefplek van veel bijzondere planten en dieren. Arnoud van der Meulen zal als directeur van Stichting Duinbehoud … Lees verder
jan
19
za
08:00 Schouwen Duiveland
Schouwen Duiveland
jan 19 @ 08:00 – 16:00
De Tureluur kun je het hele jaar aantreffen in en rond de Oosterschelde. Geen wonder dat deze vogel het symbool is geworden van een groots natuurontwikkelingsproject aan de zuidkust van Schouwen-Duivenland. De laatste decennia zijn … Lees verder
feb
14
do
20:00 De Oostvaardersplassen
De Oostvaardersplassen
feb 14 @ 20:00 – 22:00
Wie kent ze niet: de Oostvaardersplassen? In zuidelijk Flevoland schiep de natuur een groot moerasgebied met rietvlaktes, ruige graslanden en waterplassen. Vele vogelsoorten wisten de Oostvaardersplassen te vinden, waaronder een aantal die decennia lang als broedvogel uit Nederland … Lees verder
feb
23
za
08:00 Vogelexcursie: Kop van Noord-Hol...
Vogelexcursie: Kop van Noord-Hol...
feb 23 @ 08:00 – 17:00
Vogelexcursie: Kop van Noord-Holland, de Waddenzeekust van den Oever naar den Helder. Op de terugweg naar Delft bezoeken we de polders achter de Hondsbossche Zeewering. Het Balgzand is een natuurgebied op de wadden tussen Den … Lees verder
teller