Home » Leden » Waarnemingen (Pagina 2)

Categoriearchief: Waarnemingen

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Jaaroverzicht waarnemingen regio Delft 2015

Opzet overzicht

Dit jaaroverzicht wijkt af van wat vele jaren gebruikelijk is geweest. In de tweede ‘Vogelstreken’ van 2015 heeft al een overzicht van waarnemingen van bijzondere soorten tot medio oktober 2015 gestaan. Na herziening van de communicatie-strategie van Vogelwacht Delft e.o. en de daaruit voortvloeiende herstructurering van Vogelstreken heeft dit er o.a. toe geleid dat er geen overzichten met waarnemingen en waarnemers meer worden gepubliceerd. Onze waarnemingensite http://vwgdelft.waarneming.nl/ is de primaire informatiebron voor vogelwaarnemingen in de regio. Hier kan iedereen zijn/haar waarnemingen online doorgeven en op de hoogte blijven van wat er in de regio gezien wordt en door wie. De exponentiële groei van ‘vogelaars’ en de door hen ingevoerde waarnemingen heeft mijn verwerkingscapaciteit daarbij ver overstegen. De te leveren tijdsinspanning staat in geen verhouding tot het resultaat: overzichten op papier met informatie die met gemak met twee muisklikken automatisch én toegesneden op de eigen interesse (´op maat´) door iedere welwillende gebruiker van www.waarneming.nl zelf kan worden gegenereerd. In dit overzicht wordt een algemeen beeld gegeven van welke soorten in 2015 gezien zijn en evt. bijzonderheden. In plaats van enkele statistieken die vroeger bij dit overzicht gevoegd waren, is er een extra overzicht met de fenologie (datum van eerste en laatste waarneming) van zomer- en wintergasten met daarbij de naam van de gelukkige ontdekker. In de tekst van het overzicht zal niet meer worden ingegaan op de eerste aankomstdatum van een soort als deze in het overzicht is opgenomen.

 

Weeroverzicht 2015

‘De extreem zachte november en december zorgen ervoor dat het jaargemiddelde van 2015 in de top tien komt van warmste jaren sinds 1901. 2015 staat op een gedeelde vijfde plaats met een gemiddelde jaartemperatuur in De Bilt van 10,9 graden Celsius tegen 10,1 normaal. Het zag er lange tijd niet naar uit dat 2015 in Nederland zeer warm zou worden. Hoewel de wintermaanden januari en februari vrij zacht waren, was de lente vrij koel. Na een vrij warme zomer ging de herfst koud van start. Maar de herfst eindigde met een extreem zachte novembermaand en december is sinds het begin van de regelmatige temperatuurwaarnemingen in 1706 met afstand nog nooit zo zacht geweest. De lente was vrij koel. Na een vrij warme zomer ging de herfst koud van start. In 2015 is er slechts één ijsdag geweest terwijl acht ijsdagen normaal zijn. Op deze enige ijsdag – 23 januari – is ook de landelijk laagste minimumtemperatuur van afgelopen jaar gemeten: min 8,8 graden Celsius in Wijk aan Zee. Het warmst is het op 2 juli geweest, met in Maastricht 38,2 graden, net onder het record van 38,6 in Warnsveld uit 1944. Dit was tijdens de enige hittegolf van 2015, die van 30 juni tot en met 5 juli duurde. Met een landelijk gemiddeld aantal zonuren van circa 1885 zonuren is 2015 een zeer zonnig jaar. Normaal is de zon 1639 uren te zien. April en juni waren de twee zonnigste maanden met ieder 243 zonuren. Ook in mei, juli en augustus scheen de zon gemiddeld ruim 200 uren. Het meest was de zon te zien in het zuidwestelijk kustgebied: Vlissingen registreerde circa 2000 zonuren. Het noordoosten van het land was het minst zonnig met circa 1750 zonuren. 2015 was een zeer zonnig jaar. April en juni waren de twee zonnigste maanden met ieder 243 zonuren. Wat neerslag betreft waren de regionale verschillen groot. Vooral op de Veluwe was het zeer nat. Het KNMI-station Deelen heeft 1000 mm geregistreerd. In het zuidoosten van het land was 2015 een droog jaar. De minste neerslag tot nu toe viel op het KNMI-station Ell: circa 630 mm. Natte maanden met landelijk gemiddeld 100 mm of meer waren januari, augustus en november. Januari was niet alleen nat, maar ook onstuimig. Op zestien dagen kwam het, vooral in de kustgebieden, tot zware windstoten van minstens 75 km/uur. Opvallend was ook de zware zomerstorm die op 25 juli van zuidwest naar noordoost over Nederland trok. In IJmuiden werd tijdelijk windkracht tien waargenomen en kwamen windstoten voor tot 122 km/uur.’(Bron: Nieuwsbericht KNMI 6 januari 2016). Voor een uitgebreid weeroverzicht over 2015 voor Nederland en Europa kunt u terecht op de website van het KNMI: http://www.knmi.nl/nederland-nu/klimatologie/maand-en-seizoensoverzichten/2015/jaar (Nederland) en http://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/opnieuw-uitzonderlijk-warm-jaar-voor-europa (Europa). Op de website van het KNMI zijn ook radarbeelden te zien van de paniek die uitbreekt bij vogels op oudejaarsavond als het vuurwerk wordt afgestoken: http://www.knmi.nl/over-het-knmi/nieuws/neerslagradar-toont-opvliegen-vogels-door-vuurwerk

De reactie van vogels op vuurwerk is vanaf de jaarwisseling 2007/2008 op radarbeelden te zien op een website van de Universiteit van Amsterdam: http://horizon.science.uva.nl/fireworks/. De resultaten van dit onderzoek zijn in 2011 gepubliceerd in het, gratis te downloaden, wetenschappelijke artikel ‘Birds flee en mass from New Year’s Eve fireworks’ in Oxford Journals.

Zwanen en Ganzen

De zachte winter en het najaar van 2015 zorgde, net als in 2014, voor lage aantallen overwinterende Zwanen en Ganzen. Het max. aantal Kleine Zwaan dit jaar was 32 ex. op 7 januari in de Zuidpolder van Delfgauw. De laatste voor de winter (7 ex.) werden op 14 februari in het Kraaiennest gespot. In het najaar bestond de grootst gemelde groep uit 15 exemplaren. Wilde Zwaan werd in januari/februari veelvuldig gemeld uit het Vockestaert-gebied en het Abtswoudse bos – midden (1 ex.). Medio maart waren er max. 3 bij het Kraaiennest. De laatste werd daar op 20 maart gezien. Op 26 oktober vlogen er 7 exemplaren naar NW over de Broekpolder. Roodhalsgans werd in heel 2015 niet gezien maar op 1 januari 2016 werd er een exemplaar ontdekt in de Duifpolder.

Op 4 en 5 januari werd in de Ackerdijkse plassen een Dwerggans ontdekt en veelvuldig gefotografeerd. Op 5 januari bleek deze vogel naar de Zuidpolder van Delfgauw gevlogen. Op 17 april werd een Rotgans gezien in de Aalkeet-Buitenpolder. Op 4 januari werd in de Duifpolder voor de winter 2014/2015 het maximale aantal van 410 ex. Kleine rietganzen gemeld. De laatste waarneming voor de winter werd op 22 februari in de Aalkeet Buitenpolder gedaan. Kleine Rietganzen waren in het najaar/winter van 2015/2016 vertegenwoordigd met max. 650 ex. op 5 december in de Duifpolder. Van eind oktober tot eind december waren er gemiddeld zo’n 300 – 400 ex. te vinden. Midden-Delfland is daarmee tamelijk uniek aan het worden omdat Kleine Rietganzen de laatste 10 jaar steeds vaker in Denemarken blijven overwinteren en de aantallen die ’s winters in Nederland (Friesland) en Vlaanderen te vinden zijn, heel veel minder zijn geworden. Het hoogste aantal Toendrarietganzen van dit jaar (36 ex.) werd overvliegend Z boven de Bergboezem gezien op 15 december. Van 17 t/m 21 december was er één exemplaar aanwezig in het Vockestaert-gebied. In de Aalkeet-Buitenpolder liep op 1 maart een 3e KJ Groenlandse Kolgans tussen de vele gewone Kollen (foto´s : http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/98371378) Op 30 juni werd in de Broekpolder een Casarca gezien. Op 14 en 15 augustus was er één in de Nieuwe Droogmaking bij Berkel en Rodenrijs.

Eenden

Hoe de warme winters ingrijpen op het overwinteringsgedrag van eenden heb ik hier al vaak besproken. De tendens bij eenden en ganzen om steeds dichter bij hun broedgebieden in het Noordoosten van Europa te overwinteren is in 2015 nog maar eens bevestigd. Typisch Noordelijke eenden als Nonnetje, Grote Zaagbek, ´echte´ Wilde Eend en Smienten (bijna 139.000 ex. cumulatief in 2010 (een ´normale´ wat koudere winter) tegen nu ca. 37.000 ex. cumulatief) komen niet meer, of in minder grote aantallen, naar onze streken. Soorten als Slobeend (717 meldingen, cumulatief 5.048 ex.), Wintertaling (686 meldingen, cumulatief 11.710 ex.) en Pijlstaart (290 meldingen, cumulatief 784 ex.) blijven, zolang het niet vriest, juist bij ons hangen en dat blijkt in onze regio uit de waarnemingen en gemelde aantallen. Begin januari was er één Grote Zaagbek in de Dobbeplas te vinden. Op 23 november was er een man te zien in het Kraaiennest en een paar in het Vockestaert-gebied (foto als bewijsplaat). Nonnetjes waren in januari / februari met 2 ex. in het Kraaiennest vertegenwoordigd. Op 7 februari waren er ook twee op de Dobbeplas te zien. Het hele najaar / winter (t/m 31 december) zijn er géén Nonnetjes in onze regio gemeld!

Op 13 februari werd in de Dobbeplas een man Brilduiker gezien. Op 4 januari was er een melding van vrouw in de Ackerdijkse plassen en op 7 maart nogmaals een vrouw in de Broekpolder. Van 17 t/m 24 november was daar weer een vrouw te zien. Daarnaast waren er in november meldingen uit de Delftse Hout, Burgersdijk e.o. (De Lier) en Kraaiennest (allen vrouw).

Van 27 februari t/m 6 maart was er een mooi gedocumenteerde Topper (vr.) in de Broekpolder – De Ruigte te bewonderen. Dé Ringsnaveleend was tussen 31 januari en 10 maart daar ook weer te vinden. Op 13 maart werd een man Witoogeend in de Broekpolder – De Ruigte ontdekt. Het dier was alleen die ene dag aanwezig. Krooneenden in de Holierhoekse polder verbleven t/m 24 februari als paar in het gebied. Van 1 maart t/m 4 mei was alleen het vrouwtje nog aanwezig. Op 26 oktober was dit vrouwtje weer terug op de vaste stek (met meldingen tot op het moment van schrijven (januari 2016)). Ander meldingen van deze soort (een man) waren afkomstig uit de omgeving van Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking op 11 april en 20 mei op de Dobbeplas.

Eind augustus werden max. 7 ex. Zomertalingen (waarschijnlijk ad. en juv.) in recreatiegebied Poldervaart gemeld.

Patrijs, Aalscholver, Reigers, Ooievaar, Zwarte Ibis, Lepelaar, Roerdomp, Duikers, Futen, Pelikaan

Patrijs werd uit het ‘laatste bastion’, de Harnaschpolder, gemeld. Op basis van de meldingen van april lijkt de Harnaschpolder en Woudse polder 8 paartjes te herbergen. In augustus worden in de Harnaschpolder, na het broedseizoen, minimaal 24 ex. Patrijs geteld. Sporadisch wordt de soort verder gemeld in aangrenzende gebieden als Woudse polder en Klaas Engelbrechtspolder. In het oosten van het werkgebied wordt af en toe Patrijs gemeld uit Polder Schieveen, Bergboezem en Zuidpolder e.o. Het wachten is op de grote klap als de Harnaschpolder is volgebouwd en de populatie Patrijs daar geen kant meer op kan. Overleven van deze soort op de iets langere termijn lijkt bijna onmogelijk. Van 13 t/m 17 juni riep een Kwartel (onregelmatig) uit de omgeving van het rietveld bij de Golfbaan Schipluiden (de locatie waar enkele jaren geleden de Kwartelkoning zat). Op 30 juni werd er nog een gemeld in de Woudse polder daarnaast was er een onzekere melding in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker op 6 juli.

Aalscholvers waren in de Ackerdijkse plassen op 17 januari al volop aan het broeden (50 bezette nesten). In februari en maart waren de oudervogels al aan het pendelen (voedselvluchten) tussen Noordzee en de kolonie. Op 9 augustus werden al weer 29 Grote Zilverreigers op de slaapplaats in de Ackerdijkse plassen geteld. Op 19 december waren het er 42 tegen 40 in februari. Kleine Zilverreigers herstelden zich van de geleden verliezen na enkele wat koudere winters. Het hele jaar door werden ze gemeld met meestal 1 ex. In de Nieuwe Droogmaking waren er op 5 augustus max. 5 te vinden. In december werd de soort wat meer verspreid gemeld o.a. uit Broekpolder, Duidpolder, Holierhoekse polder en Vockestaert-gebied (soms met 2 ex.). De Kleine Zilverreiger lijkt weer helemaal terug te zijn! Op 6 februari wordt een Koereiger ontdekt in polder Schieveen. Waarschijnlijk steeds hetzelfde dier wordt t/m 24 april o.a. in de Zuidpolder van Delfgauw, Bergboezem en Ackerdijkse plassen gemeld. Op 16 oktober wordt opnieuw een Koereiger ontdekt, ditmaal in de Bergboezem (Groenzoom). De Roerdomp lijkt op 2 plaatsen de regio gebroed te hebben nl. Kandelaar en Broekpolder. Op 5 augustus werden drie Purperreigers tegelijk in de Ackerdijkse plassen gemeld. Op 11 oktober werd een juv. Kwak in de omgeving van De Lier gefotografeerd. Bij de Lange Kleiweg vlogen op 13 augustus 18 Ooievaars over. In november werden er nog regelmatig tot 10 ex. Ooievaars gemeld uit het Vockestaert-gebied. Ook de lichtmasten van de A13 zijn een bekende pleisterplaats voor Ooievaars, vooral van augustus t/m oktober. Trekdrang lijkt geheel verdwenen bij deze vogels en door het zachte winterweer gaat het nog goed ook. In de Groenzoom waren van 17 mei t/m 14 november max. 2 Zwarte Ibissen te vinden. Op 17 april was een eerste Zwarte Ibis in de Ackerdijkse plassen aanwezig. Een kwartiermaker voor de hausse aan meldingen die bijna een maand later begon. Lepelaars vlogen met 14 ex. al op 8 februari over het Vockestaert-gebied. In de Nieuwe Droogmaking – Berkel en Rodenrijs waren op 19 augustus 20 ex. te vinden. Op 4 december werd de laatste melding van deze soort in 2015 gedaan. Het betrof een eerste jaars dier in de Aalkeet-Buitenpolder. Medio juli waren er twee nesten van Lepelaars bezet in de Delftse Hout. Eén nest bevatte drie jongen. Wie had ooit kunnen denken dat de Lepelaar, nu al enkele jaren, een ´gewone´ en succesvolle broedvogel in Delft zou worden? Een overtuigend gedocumenteerde Roodkeelduiker (foto’s) werd op 17 januari in de Delftse Hout gemeld. Geoorde Futen waren dit voorjaar weer te zien in het gebied ´De Ruigte´ in de Broekpolder. Op 10 juli werden er 24 ex. gezien. Vanaf begin augustus komen er meer meldingen van deze soort uit de Nieuwe Droogmaking. De laatste melding van deze soort wordt al op 15 augustus gedaan, 5 ex. in de Broekpolder. Een hele bijzondere waarneming was die van een overvliegende Roze Pelikaan boven bedrijventerrein Oudeland in Berkel en Rodenrijs op 11 juni.

Roofvogels

Waarnemingen van Blauwe Kiekendief zijn vooral in januari in de omgeving van de Ackerdijkse plassen gedaan. Op 23 augustus vloog een (vroeg) juv. beest over de Nieuwe Droogmaking. Rond 9-11 september zijn er wat waarnemingen uit de omgeving Broekpolder/Vlaardingse Vlietlanden/Aalkeet Buitenpolder. In november en december komen de meeste meldingen uit de Vlaardingse Vlietlanden, Ackerdijkse plassen, Broekpolder en Vockestaert-gebied. In slechts twee gevallen gaat het in deze periode om een mannelijk exemplaar. De claim van een Steppekiekendief boven Den Hoorn op 11 mei is bijzonder. De waarneming is (nog) niet goedgekeurd, beoordeel zelf de bijgevoegde foto die als bewijsplaat is toegevoegd: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/102045566. Het Slechtvalkennest op het dak van het Elektrogebouw van de TU Delft is ook dit jaar gebruikt. Op 7 maart werd het eerste ei gelegd en op 21 juni waren er 3 Slechtvalk jongen te zien, klaar om uit te vliegen (http://www.vogelwachtdelft.nl/home/?cat=27) Op 31 juli vlogen 3 ex.(waaronder ook juv.) naar NO in de buurt van de Harreweg. In de Aalkeet-buitenpolder waren op 29 oktober 2 ad. en 1 juv. Slechtvalk tegelijkertijd aanwezig. Op 10 september vlogen er 5 Boomvalken over de Broekpolder (waarschijnlijk trek?). Zwarte Wouw werd op 12 april boven Ypenburg en Delfgauw gezien. Op 11 mei en 25 juni vloog er een exemplaar over de Broekpolder (foto´s). Op 23 mei is er een Rode Wouw geclaimd in de Polder van Biesland. Gezien de summiere beschrijving van een ‘driehoekige staart’ en de tijd van het jaar denk ik dart dit ook een Zwarte Wouw is geweest.

Smelleken werd op 12 januari in de Zuidpolder van Delfgauw door meerdere waarnemers gezien. Er waren slechts twee meldingen uit april en mei. Van 6 oktober t/m 1 november wordt er onregelmatig Smelleken gemeld in de omgeving van Bedrijventerrein Oudeland e.o. (Berkel en Rodenrijs). Op 8 november werd de laatste voor dit jaar in de Kralingerpolder gezien.

Op 18 april vloog de eerste Visarend naar het noorden boven het Prins Clausplein. Op 11 augustus zagen behoorlijk wat vogelaars de eerste ‘terugtrekker’ boven de Nieuwe Droogmaking. Daarna volgden in augustus t/m oktober nog 10 exemplaren op 9 verschillende locaties. Het laatste exemplaar van 2015 wordt op 29 oktober boven de Broekpolder gefotografeerd. Op 8 augustus werd de eerste Wespendief van 2015 gemeld in de Aalkeet-buitenpolder. Van 15 augustus t/m 11 september pleisterde een juveniele Wespendief in het Kandelaar gebied. Op 12 september vlogen de laatste voor 2015 boven Broekpolder en Delfgauw naar het Zuiden. Ruigpootbuizerd is tweemaal gemeld een onvolwassen dier op 21 januari in de Holierhoekse polder en een op 25 oktober bij Negenhuizen / Zouteveen e.o. Op 23 november vloog een gefotografeerde Zeearend boven de A20, daarbij voor grote paniek zorgend bij de Ganzen in de Aalkeet-Buitenpolder, naar ZW. De eerste Bruine Kiekendief was op 9 maart present in het Vockestaert-gebied. Er waren wintermeldingen op 2 januari (door Gerard Beerden, die met zijn latere overlijden in 2015 een groot gemis en leegte in de Delftse vogelaarswereld heeft achtergelaten) in de Commandeurspolder en op 22 februari in de Vlaardingse Vlietlanden. Op 6 november werd het laatste, vrouwelijk, exemplaar van 2015 jagend boven de Ackerdijkse plassen gezien.

Rallen

Porseleinhoen is van 8 augustus t/m 2 september gemeld uit De Wollebrand. Op 19 september en 3 november (uitzonderlijk laat, foto als bewijs) werden waarnemingen gedaan in de Nieuwe Droogmaking en op 12 oktober werd er een gezien (en gefotografeerd) in de Voorafsche polder. Kraanvogels werden dit jaar helaas maar heel zelden gezien: één overvliegend N in Delft-Noord op 22 februari en één overvliegend NO boven de Broekpolder op 15 april.

Plevieren en Steltlopers

Goudplevieren hadden weer veel profijt van de zachte winter, op 13 november waren er nog 500 aanwezig in de Groeneveldse polder en op 23 december was de helft van dit aantal nog te vinden in de Zuidpolder van Delfgauw. Op 30 december waren er ca. 2000 Kieviten in De Zweth e.o. te vinden. De eerste Grutto werd al op 9 februari in het Kraaiennest gezien. Bijzonder laat waren de 2 Grutto’s in de Zuidpolder van Delfgauw op 1 oktober. Tussen de vele honderden Grutto´s die in het voorjaar te vinden zijn in De Wollebrand zaten in ieder geval min. 13 IJslandse Grutto´s. Waarschijnlijk hebben er vele tientallen (tot 100-en) tussen gezeten. Met de IJslandse variëteit gaat het nl. uitstekend, iets dat helaas niet van onze eigen ´Weidekoning´ gezegd kan worden. Evenals in 2014 werden in Nootdorp volop Bokjes gezien de afgelopen winter. Op 31 januari werden er 26(!) gespot. In oktober lijkt het bedrijventerrein Oudeland e.o. een hotspot voor deze soort te zijn. Op 6 oktober werden er 10 gezien. Overigens was heel 2015 een goed jaar voor Bokjes met 86 meldingen (in 2013 slechts 31 waarnemingen). Houtsnip werd vnl. in de maanden februari/maart gemeld. De meldingen van oktober t/m december zijn haast verwaarloosbaar. Ook dit zal alles met het uitblijven van iets dat op winter lijkt te maken hebben. Van 22 februari t/m 20 november werden Kluten met regelmaat gemeld in de Griendplas – Honselersdijk. Op 23 juni wordt daar ook het hoogste aantal van dit jaar geteld: 38. Tureluur was met 5 exemplaren al op 2 januari in het Vockestaert-gebied te vinden, op 27 oktober werd daar ook de laatste voor 2015 gezien. De soort lijkt niet meer te overwinteren in het Kraaiennest. Op 12 mei waren er 12 Groenpootruiters aanwezig in de Wollebrand – Griendplas. De eerste en de laatste voor 2015 werden resp. op 11 april en 29 oktober in de Broekpolder gezien. Een Rosse Grutto was op 3 maart te zien in het Kraaiennest en op 20 maart in de Wollebrand. Boven de Vlaardingse Vlietlanden vloog op 19 mei een exemplaar naar ZW. Op 5 september zat er één tussen een groep Kieviten in de Droogmakerij van de Oude Polder van Pijnacker. Een mooie melding van Steenloper was er op 6 september in de Nieuwe Droogmaking.

Door de zachte winter en najaar waren er weer hoge aantallen overwinterende Wulpen in het binnenland. In de Vockestaert waren het er in januari ca. 500 ex. In december waren er regelmatig 400 ex. in zowel de Zuidpolder van Delfgauw als in de Dijkpolder – Maasland te vinden.

Steltkluten worden bijna ´normale´ verschijningen in het voorjaar. Van 16 t/m 23 april zaten er max. 5 exemplaren (meestal 2) afwisselend in de Nieuwe Droogmaking of de Ackerdijkse plassen.

Op 4 april waren in het Vockestaert-gebied 5, en op 6 juni, 5 Bontbekplevieren (ondersoort tundrae) aanwezig. De eerste twee werden op 7 maart in het Compensatiegebied N470 gezien, de laatste twee op 2 september in de Nieuwe Droogmaking.

Temmincks Strandloper (max. 3) werden vooral gezien in de Ackerdijkse plassen (vanaf 1 mei). Van 19 t/m 21 mei zijn er zeer veel meldingen van deze soort uit dit gebied: ´bijvangst´ van veel vogelaars die naar de Breedbekstrandlopers kwamen kijken. Van 13 t/m 15 mei zat er ook een in de Wollebrand, naast losse meldingen op 4 mei (2 ex.) in het Compensatiegebied N470, 10 mei A4-tracé (1) en 18 mei Vockestaert-gebied (1). Op 10 augustus vliegt er een roepend over de Nieuwe Droogmaking. Kleine Strandloper wordt op 30 mei, 14 juli en 16 augustus door meerdere waarnemers uit de Ackerdijkse plassen (en directe omgeving) gemeld.

Zilverplevier is drie keer gezien: op 9 en 22 mei resp. overvliegend in de Vlaardingse Vlietlanden en de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker en een op de ´terugtocht op 2 oktober boven de Nieuwe Droogmaking. Bosuiters werden met max. 6 exemplaren in mei veel als ´bijvangst´ gemeld uit de Ackerdijkse plassen omdat ze in de buurt van de Breedbekstrandlopers foerageerden. Overigens werd de soort dit jaar opvallend veel gemeld (238 meldingen, 138 in 2014), in de (na)zomer vaak met meer dan één exemplaar op verschillende locaties.

Op 18 februari werden al 3 Witgatjes in Wollebrand – Griendplas gemeld. In de (na)zomer waren 10-12 exemplaren geen uitzondering in hetzelfde gebied en de Broekpolder – De Ruigte. Twee hele late vlogen naar Zuid op 15 december bij het Kraaiennest. Regenwulpen (tevens de eerste) vlogen op 6 april met 55 ex. over de Duifpolder. In de Ackerdijkse plassen waren er op 15 augustus 40 ter plaatse.

Kemphanen waren al op 2 januari in het Vockestaert-gebied met 10 ex. te vinden. Op 9 september was het hoogste aantal van dit jaar, 25, in de Broekpolder – De Ruigte te zien. De laatste werd op 1 oktober in de Ackerdijkse plassen gespot. Bonte Strandlopers haalden het hoogste aantal ex., 13, op 2 april in de Nieuwe Droogmaking. Een heel laat exemplaar werd op 4 december in Polder Noord-Kethel gezien. Oeverloper was, zoals bijna jaarlijks, met het hoogste aantal (12 ex.) te vinden in De Wollebrand. Als klap op de vuurpijl: twee Breedbekstrandlopers in de Ackerdijkse plassen! In eerste instantie op 18 mei ontdekt in de Nieuwe Droogmaking en in de middag herontdekt in de Ackerdijkse plassen. Ze bleven tot 21 mei ter plaatse en 164 vogelaars hebben deze waarneming in www.waarneming.nl ingevoerd.

Meeuwen, Sterns, Zomertortel, Koekoek, Uilen, Gierzwaluw, Hop, Draaihals, IJsvogel, Bijeneter en Spechten

Wintermeldingen van Grote Mantelmeeuwen uit de polders bleven, ondanks het ontbreken van koude, niet uit. Opvallend is dat het merendeel in de maanden januari t/m maart werden gezien en slechts een handvol in november en december. Op 24 en 29 april werden behoorlijk late binnenlandse exemplaren gemeld uit Berkel en Rodenrijs en Ackerdijkse plassen (bij de laatste als predator van een eendenei). Op 17 februari werd door Duitse vogelaars een Britse Kleine Mantelmeeuw gefotografeerd langs de A13 (tankstation Ruyven): http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/98192359.

De eerste Zwartkopmeeuwen was op 15 maart in de Dorppolder te vinden. In april werd de soort vele malen op verschillende locaties gezien. Het hoogste aantal was daarbij 4 tegelijk (10 april Duifpolder en 24 april Ackerdijkse plassen). Meldingen buiten het voorjaar die opvallen waren 1 (foto als bewijs) en 28 juli, 20 augustus en op 27 oktober een 2e KJ-vogel (foto als bewijs) in Negenhuizen / Zouteveen e.o. Van Zwarte Stern werd pas op 13 september een groep van meer dan 2 ex. (6 ex.) in de Nieuwe Droogmaking gezien. Voor fenologie van deze soort zie het aparte Fenologieoverzicht 2015 achter deze bijdrage. Op 18 april waren er 6 Dwergmeeuwen in de Vlaardingse Vlietlanden. In hetzelfde gebied werden op 20 en 28 april en 9 mei nog eens max. 2 ex. tegelijk van deze soort gezien. Op 9 augustus vloog er een Grote Stern over Den Hoorn deze zou zijn voorafgegaan door maar liefst twee ex. die op 16 mei boven Nootdorp naar NW zouden zijn gevlogen(?) Ronduit spectaculair waren de max. 13 foeragerende Witwangsterns die op 9 mei in de Vlaardingse Vlietlanden te zien waren. Gelukkig hebben nog aardig wat vogelaars deze verrassing kunnen meepakken. De volgende dag waren ze al doorgetrokken. Een dag eerder, 8 mei, waren in hetzelfde gebied 4 Witvleugelsterns gemeld. Op 9 mei hadden twee vogelaars nog het geluk er één te kunnen spotten. Op 21 juli zou er een Noordse stern over de Broekpolder zijn gevlogen. Op 22 en 24 februari werd een tweede kalenderjaar Pontische meeuw gezien (resp. Broekpolder en Zuidpolder e.o.). Van 27 juli t/m 10 augustus werd regelmatig een Geelpootmeeuw in de omgeving van bedrijventerrein Oudeland e.o. gezien. Eerder, op 2 en 6 januari, werd er een gezien in de Holierhoekse polder en het Vockestaert-gebied. Op 21 en 24 september zijn er meldingen van een adult ex. uit de Woudse polder, Vockestaert en Broekpolder. Op 10 november wordt door twee waarnemers een 2e KJ ex. in de Harnaschpolder gefotografeerd. Zomertortels werden in totaal 12 keer met één exemplaar gemeld. Het meest nog uit de Broekpolder, het voormalig bolwerk van deze soort in onze regio. In ieder geval 10 keer meer dan in 2014… Schrikbarend hoe snel deze prachtige soort in NW Europa op het randje van uitsterven is komen te staan. Net buiten ons werkgebied, in de Vlaardingse Wijk Holy, ontdekte Ben van As begin januari een Oosterse Tortel die vele honderden vogelaars uit heel Nederland op de been bracht. In De Scheg – De Balij werden 5 Koekoeken tegelijk gezien op 14 mei (fenologie: zie overzicht). Kerkuil werd in 2015 10 keer gemeld met een lichte nadruk op Woudse polder en de omgeving van Berkel en Rodenrijs (Zuidpolder, Nieuwe Droogmaking). Op 15 oktober werd er een gefotografeerd in de Ackerdijkse plassen. Op 20 december werd een vers dode 1e KJ Kerkuil gevonden in de Broekpolder. Deze bleek in juli 2015 in Twente te zijn geringd en lijkt op forse afstand van de geboorteplaats een hongerdood gestoven te zijn. Velduilen profiteerden van de uitlopers van de muizenexplosie van 2014 op het Bedrijventerrein Oudeland in Berkel en Rodenrijs. Ze waren tot in april aanwezig. Op 5 maart werden er zelfs 10 exemplaren gezien. In oktober t/m december lijkt dit gebied zijn aantrekkelijkheid verloren te hebben en worden er Velduilen gemeld uit Tanthof (ov.), Broekpolder Bergboezem e.o., Kandelaar, Ackerdijkse plassen, Vockestaert en Vlaardingse Vlietlanden (alle met 1 ex.). Bosuil werd 18 keer gemeld. In Delfgauw werden op 27 en 28 maart 2 juv., net uitgevlogen dieren, gefotografeerd. In mei en september zijn er meldingen voor deze soort in de Ackerdijkse plassen en in december in Ypenburg en Oude Leede. Steenuilen waren vaak op de ‘bekende’ locaties te vinden. Opvallend is dat er in 2014, tijdens de muizenpiek, 130 meldingen binnen kwamen en in 2015, met teruglopend voedselaanbod, 200. Wat dat betreft ging de Ransuil meer ´volgens het boekje´ te werk. In 2014 een ´piekjaar´ met 144 meldingen, teruglopend naar 104 meldingen in 2015. In de Broekpolder werd op 12 mei een groep van max. 300 overvliegende Gierzwaluwen gezien.

Echt bijzonder was de Hop in de Ackerdijkse plassen, die daar al eerder in december 2014 ontdekt was. Op 4 januari 2015 werd het dier herontdekt om op 18 februari voor het laatst gezien te worden. Maar liefst 291 meldingen kwamen van deze vogel binnen. Heel wat ´jaarlijsters´ onder de vogelaars wilden deze soort natuurlijk maar wat graag al in januari op de lijst hebben staan. Helaas kwam er dit jaar geen voorjaarstrekker langs. Op 16 juni werd een Draaihals in de Noordpolder van Delfgauw ontdekt, helaas kon slechts de ontdekker hem bewonderen. Van 24 t/m 28 augustus was dat wel anders toen in recreatiegebied Poldervaart twee fotogenieke exemplaren uitgebreid voor de fotografen poseerden (34 meldingen).

Zoals reeds in het jaarverslag over 2014 beschreven zijn IJsvogels met een krachtig herstel bezig. De vele waarnemingen (soms van meerdere exemplaren tegelijk) vanaf begin augustus zijn gevallen van dispersie. In oktober worden iedere dag meerdere IJsvogels op verschillende locaties gemeld met per locatie soms wel 3 exemplaren. Bijeneter werd slechts één keer overvliegend gezien: Tanthof, 21 september. Kleine Bonte Specht werd vooral in maart (maar ook nog in oktober) in de Broekpolder gezien. In mei en december zijn er tevens meldingen van deze soort in de Ackerdijkse plassen. De Groene Specht vaart spectaculair wel bij het ontbreken van winters weer. Waren er in 2014 nog 270 meldingen, in 2015 waren het er maar liefst 343. Laten we hopen dat het ‘lachen’ hem niet vergaat mochten er ooit weer Elfstedenwinters op het programma komen te staan. Op 23 januari wordt een Bonte Kraai in de Oost-Abtspolder gezien. Tegenwoordig zeer bijzonder, wellicht was dit hetzelfde exemplaar dat vele vogelaars naar de Waalhaven in Rotterdam deed afreizen? Op 18 februari vloog er een Raaf over de Buitenhof. Van dezelfde soort een onzekere waarneming op 13 mei in het Elsenburgerbos. Net als verleden jaar waren in de zomerperiode Roeken in Midden-Delfland te vinden. Dit jaar haalde de teller de 50 stuks in de Commandeurspolder (29 juni) en 30 ex. in de Duifpolder (11 juli). Aan de Zuidkant van de Nieuwe Waterweg floreren de Roekenkolonies waarvan de dieren regelmatig in ons werkgebied foerageren. Noordse Kauw werd in januari t/m april regelmatig gemeld vanuit de Holierhoekse polder en het Vockestaert-gebied. Vanaf oktober zijn er weer vele meldingen uit hetzelfde en meer ´binnenstedelijk´ gebied voor deze soort.

Leeuweriken, Zwaluwen, Piepers en Kwikstaarten

Boomleeuwerik werd in maart regelmatig gezien in de Broekpolder. In april werd deze soort gemeld uit de Nieuwe Droogmaking en Nootdorp. Op 29 september vloog er één over bedrijventerrein Oudeland e.o. Op 25 oktober vloog er een naar ZW over telpost Pijnacker Zuid (geluidsopname als bewijs). De laatste waarneming van 2015 van deze soort waren 2 ex. die op 31 oktober naar O vlogen boven de Broekpolder. Op 30 oktober vlogen ca. 51 Veldleeuweriken naar ZW boven de Ackerdijkse plassen. Als broedvogel wordt de soort nog gemeld in Polder Schieveen, Duifpolder en Bergboezem. Bij elkaar lijkt het aantal broedparen op de vingers van twee handen te tellen…. Op 1 augustus en 22 september was een max. van 300 Boerenzwaluwen bij de Ackerdijkse plassen te vinden. In de Droogmakerij van de Oude polder van Pijnacker werden 185 nestingangen van Oeverzwaluw geteld op 7 juni. Op 14 april waren er 60 aanwezig in de buurt van de oeverzwaluwwand van Pijnacker Klapwijk – Tolhek. De Nieuwe Droogmaking / De Groenzoom was vanaf juli/augustus een favoriete foerageerlocatie. Het hoogste aantal Huiszwaluwen, 100, werd op 12 september in de Broekpolder gezien.

Boompieper werd in periode van 24 t/m 27 april in de Broekpolder gezien. Op 29 augustus zat er weer een, nu waarschijnlijk op trek naar het overwinteringsgebied. Op 30 september vloog de laatste gemelde voor 2015 over de Zuidpolder van Delfgauw. Op 14 februari (Polder Schieveen), 5 april (Kandelaar), 15 april (Nieuwe Droogmaking) en 30 september (Bedrijventerrein Oudeland) werden er ca. 50 Graspiepers gezien. Dit was gelijk ook het max. geziene aantal van 2015. Waterpiepers worden o.a. in de Ackerdijkse plassen gemeld, het maximum op 22 december was 14 ex. In het Vockestaert-gebied waren het er op 29 december zelfs 15. Engelse Kwikstaart werd dit voorjaar twee keer gezien. Op 1 mei werd er een ontdekt in het Compensatiegebied N470. Op 20 mei zat er een in de Bergboezem e.o. Op 2 mei is er een melding van een Noordse Kwikstaart in het Kraaiennest. Op 8 en 9 mei werd deze soort in resp. Polder Schieveen en Woudse polder gezien. Grote Gele Kwikstaart overwinteren in het hele stedelijke gebied (platte daken) en langs slootkanten in het buitengebied van de Delftse regio. Van trek (meerdere exemplaren overtrekkend) was dit jaar geen sprake bij deze soort. De teller voor 2015 is gestopt bij 273 meldingen (298 exemplaren cumulatief), waarvan ca. 70% van september t/m december is gezien. De eerste Witte Kwikstaart op trek waren op verschillende plekken te zien op 8 maart. Maar ook de maanden daarvoor zijn er behoorlijk wat meldingen van ´overwinterende´ dieren. Het hoogste aantal Witte Kwikstaart op najaarstrek, 20 ex., werd op 18 september in de buurt van het A4-tracé langs de Woudweg gezien. Rouwkwikstaart werd voor het eerst op 8 maart gezien in de Ackerdijkse plassen. In de hele maand maart worden vooral op de IJsbaan van Schipluiden Rouwkwikstaarten gemeld. Van 3 t/m 6 juni wordt een (mogelijke) Rouwkwikstaart in de Broekpolder gemeld. Wellicht een broedgeval? In totaal waren er 42 meldingen van Rouwkwikstaart. In augustus liep het aantal Gele Kwikstaarten in de Nieuwe Droogmaking op tot ca. 30 exemplaren.

Pestvogel en Lijsterachtigen

Pestvogels werden, via een indirecte melding, slechts éénmaal gezien in Tanthof op 9 februari. Blauwborsten waren ´overal´ volop aanwezig. Dit i.t.t. Nachtegaal waarvan de stand in een duikvlucht lijkt te zijn beland. In 2014 nog 129 meldingen, nu slechts 47. In de Broekpolder is veel geschikt broedgebied verloren gegaan door de herinrichting met recreatieve voorzieningen. In januari / februari was er een overwinterende Zwarte Roodstaart in Delft-Centrum. In april werd van verscheidene locaties balts gemeld: Pijnacker Koningshof en Keizershof, Bedrijventerrein Oudeland e.o., Bedrijventerrein Ruyven, Harnaschpolder en Ypenburg. In mei en juni kwamen daar Delft – West, Centrum en Schieoevers-Noord bij. Opvallend is dat op 25 oktober op vier verschillende plaatsen Zwarte Roodstaarten worden gemeld en vervolgens géén enkele melding meer. Het overwinteren heeft dus eind 2015 kennelijk geen vervolg gekregen. Op 11 september waren er 5 Gekraagde Roodstaarten in de Broekpolder te vinden. Het hoogste aantal Paapjes (20 tegelijk) werd op 28 augustus in de Bergboezem gezien. Van verschillende kanten kwamen er berichten dat Paapjes dit najaar goed doortrokken in het Westen van het land. Zo waren er meldingen tot 60 ex. in De Wilck tot wel 80 ex. in het Bentwoud. Roodborsttapuit heeft dit jaar weer met met succes gebroed in het Kandelaar gebied, In januari werden ze regelmatig gemeld uit het Kandelaar / Vockestaert-gebied, Bedrijventerrein Oudeland, Holierhoekse Polder, De Balij etc. Het hoogste aantal Tapuit, 10 ex., werd dit jaar (net als in 2014) gezien in de Nieuwe Droogmaking op 9 oktober. Kramsvogels foerageerden met ca. 450 stuks in de Polder Noord-Kethel op 30 januari. Een dag later waren 364 aanwezig in de Duifpolder. 31 oktober vlogen er ca. 300 naar Z bij het Klauterwoud in de Broekpolder. Op 19 oktober vlogen er 160 Koperwieken naar Z boven de Lage Abtswoudse polder. Grote lijster is met nog maar 1-2 paren in de Broekpolder vertegenwoordigd. In het vroege voorjaar waren er max. 6 doortrekkers (14 maart). In oktober / november worden op verschillende plekken solo trekkende exemplaren gezien. Het houdt niet over… Beflijsters hadden een behoorlijk aantal meldingen uit de Broekpolder maar de hoogste aantallen (max. 15 ex.) werden dit jaar in De Balij gezien (17 april). Bijzonder is de waarneming van Beflijster op 19 oktober in de Broekpolder. Beflijsters zijn typische voorjaars doortrekkers die zelden in grotere aantallen in het najaar worden gezien

Zangers

De eerste zingende Cetti´s zanger werd op 5 januari in de Kandelaar gemeld. De Cetti´s zanger verging het goed door de zachte winter en het mooie voorjaarsweer, in de Broekpolder waren min. 5 zingende mannen aanwezig (20 april). Daarnaast was er in ieder geval een paar in recreatiegebied Poldervaart aanwezig. Vanaf 18 april zat er een zingende man in de Ackerdijkse plassen. Fluiter werd op 26 april in De Tempel (bij Rotterdam) en op 27 april in de Broekpolder gehoord. Op 13 september werd de eerste Bladkoning in de wijk Tanthof ontdekt. Van 30 september t/m 12 november werden nog 8 waarnemingen doorgegeven waarvan 3 uit de Broekpolder. De nazomer stond in het teken van Waterrietzangers. De eerste twee(!) werden op 4 augustus in het Compensatiegebied N470 gezien. Daarna leek er geen rem meer te zitten op het aantal waarnemingen: van 10 t/m 16 augustus zaten er min. 2 ex. in de Nieuwe Droogmaking. Op 10 en 12 augustus werd de soort ook gezien in het Vockestaert-gebied. De regio was in 2015 zéér, zéér goed bedeeld met deze zeldzame soort. Sprinkhaanzangers werden op heel wat plaatsen gehoord: een greep: Broekpolder, Kandelaar (beide min. 3 zingende mannen), Abtswoudse Bos – Midden (min. 2 zingende mannen), De Balij, Vockestaert-gebied en Ackerdijkse plassen. Snor was met drie exemplaren in het Abtswoudse bos – West te vinden en er waren er zeker 2 zingende mannen het Vockestaert-gebied en Ackerdijkse plassen. Vanaf mei komen daar de Vlaardingse Vlietlanden en de Aalkeet Buitenpolder bij (totaal 124 meldingen). Met de Spotvogel gaat het nog steeds niet goed, hoewel het aantal meldingen (waarnemerseffect?) hoger ligt dan in 2014 (98 tegen 73 meldingen). Zwartkoppen waren, zoals gebruikelijk, in het voorjaar in grotere aantallen te vinden in De Balij, Polder van Biesland, Broekpolder en soortgelijke recreatiegebieden. Tjiftjaffen waren op 6 januari al met 7 exemplaren tegelijk in de Kandelaar te vinden. Ter illustratie van het gebrek aan winterweer.

Goudhaantjes, Vliegenvangers, Mezen, Boomklevers, Klapekster, Vinken, Gorzen

Begraafplaats Hofwijk was dit najaar de plek waar de meeste kans op het zien van Vuurgoudhaantjes was. Het hoogste aantal, 10, werd daar op 26 september doorgegeven. In oktober waren er tot 15 exemplaren Goudhaan in de Broekpolder te vinden. Bonte en Grauwe Vliegenvanger werden dit jaar resp. op 25 april en 8 mei voor het eerst gezien, beide in de Broekpolder. Van de Bonte werden vanaf 20 augustus t/m 13 september 10 waarnemingen doorgegeven vaak met 2 exemplaren tegelijk uit Maasland, Delft –West, Broekpolder en Vockestaert-gebied. Er zijn heel wat slechtere jaren geweest met waarnemingen van deze soort. Grauwe werd van mei tot begin juli vnl. uit de Broekpolder gemeld. Waarschijnlijk zaten daar twee paartjes. Vanaf medio juli tot begin augustus is een paar met min. 1 juv. in de Ackerdijkse plassen aanwezig. Het laatste exemplaar van 2015 wordt op 18 september op begraafplaats Hofwijk gezien. Baardman was in maart / april in het Vockestaert-gebied met max. 3 ex. aanwezig. Ook in het aangrenzende recreatiegebied Poldervaart waren in deze periode max. 4 ex. aanwezig. Van mei t/m augustus zijn er meldingen bij de Ackerdijkse plassen. Zelf had ik op 19 oktober 8 foeragerende Baardmannen in het Abtswoudse bos West. Op 1 november waren er 15 ex. in het Vockestaert-gebied aanwezig. Vooral in januari/februari zijn er enkele meldingen van Witkoppige staartmees. In september, oktober en november in elke maand slechts één waarneming. Op 13 maart had Alfred Pellemans een fraaie Witkopstaartmees (foto´s) in De Balij – de Scheg. Matkop wordt het hele jaar door alleen gemeld vanuit de Broekpolder met max. 2 ex. Heel bijzonder is de gedocumenteerde (foto: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/113274734) Glanskop die op 18 december bij het Kraaiennest is gezien. Het eerste zekere geval in de regio! Zwarte Mees wordt op 30 januari in de Broekpolder gemeld. Vanaf 22 september komt een gestage stroom van waarnemingen binnen (max. 7 tegelijk).Het is weer eens een invasiejaar (weliswaar niet erg massief) voor Zwarte Mees en ze duiken dan ook soms midden in de stad op. De enige melding van Boomklever over meerdere maanden komt uit de Broekpolder. In juni, september en december komen er meldingen binnen die lijken te bevestigen dat er nog Boomklevers in de omgeving van Begraafplaats Hofwijk zijn. In februari en mei komen twee meldingen die er op lijken te wijzen dat ook in het Hertenkamp / Delftse Hout, Boomklevers voorkomen. Op 2 en 4 januari komen, voor de vierde achtereenvolgende winter, meldingen van Buidelmees binnen. Helaas blijft het bij drie waarnemingen. Pas op 11 augustus wordt er weer een gezien in de Nieuwe Droogmaking. In de zomerperiode worden in de Broekpolder max. 3 baltsende mannen Wielewaal tegelijk gemeld. In het Kandelaar-gebied verblijven max. 2 paar van deze prachtige soort. Op 29 mei zat een man te zingen in het Bieslandse bos en op 15 juni in het Abtswoudse bos – midden. Onzeker is of dit ook daadwerkelijke broedgevallen geweest zijn

Het paartje Grauwe Klauwier dat in 2014 in het Kandelaar gebied met succes jongen heeft groot gebracht lijkt op 1 juni baltsend en wel in het Kandelaar gebied terug te zijn. Waarschijnlijk om geen verdere ruchtbaarheid aan dit tweede broedgeval te geven, zijn er geen vervolgwaarnemingen zichtbaar. Ik heb geen idee of er daadwerkelijk is gebroed en of dat succesvol is geweest. Tot 22 maart (exact dezelfde datum als in 2014!) was de Klapekster van de Broekpolder een publiekstrekker. Het blijft een hele mooie en bijzondere soort voor de regio. Op 12 oktober was hij/zij overigens terug op de inmiddels vaste stek. Op 1 januari (Broekpolder), 1 november (Vockestaert-gebied) en 7 november (Woudse Polder) worden 40 exemplaren Ringmus gezien. In de wintermaanden werd af en toe een Keep gezien. Op 15 oktober begint het er qua aantallen wat meer op te lijken, 24 ex. in de Broekpolder. In de dagen er na worden er regelmatig tussen de 10-20 ex. gemeld. Sijs was eindelijk weer eens talrijker in het najaar van 2015, in december waren er ca. 100 te vinden op een slaapplaats in de Broekpolder. Grote Barmsijs was op 11 januari met 12 ex. in de Ackerdijkse plassen te vinden (foto´s). In zowel november als december zijn er twee meldingen van deze soort… Kleine Barmsijs was met 4 ex. in hetzelfde gebied in januari nog schaarser aanwezig. Op 19 oktober vloog de eerste van het najaar over in de Broekpolder. In december zijn er 8 meldingen, hoogste aantal 6 exemplaren, van deze soort in de Ackerdijkse plassen. Van augustus t/m oktober worden behoorlijke aantallen foeragerende Kneuen op braakliggend of natuur(ontwikkelings)terrein gemeld. Op 19 augustus zijn er ca. 100 in de Nieuwe Droogmaking te vinden. Op 2 oktober trekken er zo´n 70 over bij trektelpost Pijnacker Zuid. In mei, juni en oktober waren er drie meldingen van Kruisbek. Op 23 mei 5 ex. en op 26 oktober 2 ex. in de Broekpolder en op 15 juni 5 ex. in Maasland. De winter en het vroege voorjaar brachten een opmerkelijk hoog aantal meldingen van Goudvink (Broekpolder, begraafplaats Hofwijk, Ackerdijkse plassen, Polder van Biesland). Appelvinken deden het in het vroege voorjaar weer best: max. 6 ex. in de Broekpolder op 29 april. Ook in de Balij en de Nieuwe Droogmaking werden ze gezien. 3 meldingen in zowel oktober als november en 5 meldingen in december met max. 2 ex. maakten dat het resultaat voor najaar / winter voor deze soort erg tegen viel. Op 11 oktober werd een IJsgors genoteerd bij de trektelpost Pijnacker-Zuid.

Exoten en escapes

In de regio lijken drie tot vier Zwarte Zwanen te bivakkeren: In januari 2 exemplaren in de omgeving van Berkel en Rodenrijs / Ackerdijkse plassen. In september/november wordt er regelmatig één 1e KJ vogel in de omgeving van de Ackerdijkse plassen / polder Schieveen gemeld. Op 12 december is er een melding bij Kwintsheul. Een Blauwe Pauw werd op 16 mei in de Delftse Hout gezien. Zwaangans werd het hele jaar door gemeld, vnl. uit het Compensatiegebied N470 en de Bergboezem. Kleine Canadese gans is op 27 januari gezien met max. 8 exemplaren in het Vockestaert-gebied Bij latere meldingen is steeds sprake van één exemplaar. In september/oktober is één exemplaar aanwezig in de Bergboezem e.o. In De Balij zitten er 5 op 13 oktober. Op 15 december, tot slot, worden er 3 gemeld uit de Lage Abtswoudse polder. Taverners Candese gans (ondersoort van Kleine Canadese) werd op 9 september en 1 oktober in de Bergboezem e.o. gefotografeerd: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/108061923. Van april t/m oktober werd regelmatig een Indische gans gemeld. Het dier lijkt rond te zwerven in de Polder Noord Kethel, Broekpolder en Aalkeet-Buitenpolder. In februari is er een melding bij Westerlee, in oktober in de Bergboezem e.o. en in december bij de Dobbeplas. In de Holierhoekse polder zat op 24 september een Sneeuwgans (escape) tussen de Grauwe ganzen. Keizergans is op 29 en 30 mei in het Vockestaert-gebied aanwezig. Op 18 december werd de soort zowel in dit gebied gezien als in de Droogmakerij in de Oude Polder van Pijnacker. Ook op 20 december is hij daar nog gemeld. Op 12 juli zaten twee Australische Bergeenden in de Wollebrand – De Griendplas. Uit de Oude Leede / Zuidpolder van Delfgauw komt van mei t/m december melding van een man Carolina-eend. In de Nieuwe Droogmaking zat in ieder geval tot 21 augustus Mandarijneend, waarschijnlijk een paar. Op 17 en 31 mei wordt nl. (ook) een vrouw gemeld. Op 7 november werdt een man in de Ackerdijkse plassen gezien. Er werd een Manengans gefotografeerd op 8 november (tussen de Grote Canadese ganzen) in de buurt van de fietsbrug over de verlengde A4 (ZO van de Golfbaan Schipluiden). Bahamapijlstaart (met kleurring) werd slechts eenmaal in januari gemeld vanuit de Nieuwe Droogmaking. Van 22 juni t/m 10 september waren regelmatig 2 Rosse Fluiteenden in de Wollebrand – Griendplas aanwezig. Kokardezaagbek (vr.) werd het hele jaar door vanuit dit gebied gemeld. Van 7 t/m 16 februari zat er, eveneens een vrouw, in het Wilhelminapark (Rijswijk). Rosse Stekelstaart komt nog steeds regelmatig voor in de Delftse regio hoewel de tijd van de grote(re) aantallen voorbij lijkt. De soort wordt als ´invasieve exoot´ in heel Europa bestreden om hybridisering met de bedreigde (Europese) Witkopeend te voorkomen. Van medio februari t/m medio april werd een man gemeld in de omgeving van de Wollebrand. Van april tot begin mei zitten er max. 2 mannen in de Ackerdijkse plassen. Op 11 mei zijn er drie mannen in de Aalkeet-Buitenpolder gezien. Op 8 augustus dreef een man in het aquaduct (van de dan nog in aanleg zijnde verlengde A4). Het hoogste aantal, 5 ex., 2 man, 2 vr. en een pul, werd op 8 september in de Nieuwe Droogmaking gezien. Vanuit dit gebied wordt de soort vanaf 24 mei tot het eind van het jaar gemeld. Op 17 mei waren kortstondig twee Heilige Ibissen in de Commandeurspolder aanwezig. Op 22 maart en 18 april zorgde een Amerikaanse Zeearend (foto: http://vwgdelft.waarneming.nl/foto/view/8308974) voor vogelpaniek boven de Nieuwe Droogmaking. Het dier was waarschijnlijk afkomstig van de in de nabijheid gevestigde ´roofvogelfarm. Er is slechts één ontsnapte Valkparkiet: doorgegeven in 2015. Op 11 februari vloog er een over in het Rijswijkse Wilhelminapark. Meldingen op 4 juli en 3 november van 5 en 21 exemplaren zijn volgens mij invoerfouten. Vermoedelijk gaat het hier om Halsbandparkieten. Slaaptrek (ZO, richting Schiedam) van Halsbandparkiet leverde op 21 juli in het Abtswoudse bos – midden 50 exemplaren op. Dit jaar waren er over het hele jaar 238 meldingen van deze soort die in heel wat stadstuinen gezien wordt (meestal aan de voor Koolmezen bedoelde pindanetjes). Op 16 juni werd in de wijk Voorhof een ontsnapte Kanarie gefotografeerd. In recreatiegebied Poldervaart werd op 6 februari een hybride Kuifeend x Witoogeend ontdekt (voor foto zie de link: http://vwgdelft.waarneming.nl/waarneming/view/97797250). Uiteraard zijn er ook dit jaar heel wat meldingen van allerlei hybride ganzen. Liefhebbers kunnen die zelf bekijken op de site http://vwgdelft.waarneming.nl/ via ´overzichten´ en ´waargenomen soorten´ kan op jaar, hybride, al dan niet escape of exoot etc. naar hartenlust geselecteerd worden.

De cijfers

In 2015 hebben de top drie van de meest doorgegeven soorten Grote Zilverreiger en Buizerd stuivertje gewisseld wat betreft plaats 1 en 2 en heeft de Torenvalk de derde plaats ingenomen ten koste van de Ooievaar (nu een 4e plaats). De stijging van de Torenvalk zal zeker verband houden met Muizenrijke jaar 2014 waarvan de gevolgen (een hoge roofvogelstand) tot in 2015 doorwerkten. Binnen de lijst doen zich wel verschuivingen voor: de Lepelaar is gedaald van plaats 5 naar plaats 7, maar wordt relatief wel meer doorgegeven dan 2014 (toen 832 meldingen).

De Kuifeend is gestegen van een 10e plaats naar een 7e in 2015. Deze stijging is te verklaren: ´bijvangst´ van vogelaars die naar de Ringsnaveleend kwamen kijken in de Broekpolder en gelijk ook de Kuifeenden invoerden die daar werden gezien. Zoals ik al schreef bij de soortbespreking is de IJsvogel een successtory! Als gevolg van de zachte winter steeg het aantal meldingen van 281 in 2014 naar 495 in 2015! Cumulatief ging het aantal exemplaren van 261 naar 495. Daarmee zitten we ver boven het aantal (204) dat in 2008 op wat toen als het hoogtepunt van de IJsvogelstand werd beschouwd. Opvallend en kenmerkend voor zachte winters is de hoge score van Kievit en Wulp in dit overzicht. Als het zo doorgaat met het weer vraag ik mij af hoelang de Smient nog in de top 10 van cumulatief hoogst gemelde aantallen zal voorkomen. De Roerdomp werd in 2015 91 keer gemeld tegen 161 in 2014. In 2014 was dat hoge aantal te verklaren door voorjaars- en zomermeldingen als gevolg van de activiteit van vele vogelaars. 2015 was een wat normaler jaar wat zich direct heeft vertaald in de cijfers. Aparte vermelding verdienen de ´twitcher´-soorten van 2015: Hop met 281, Ringsnaveleend met 289 en Breedbekstrandloper met 164 doorgegeven waarnemingen. In 2015 zijn er 57.550 (2014: 52.071) waarnemingen doorgegeven op de waarnemingensite van Vogelwacht Delft e.o. Alle waarnemers gezamenlijk hebben in totaal 243 soorten (2014: 245) (incl. verzamelsoorten, hybriden, escapes etc.) doorgegeven. In die 243 zitten alle geclaimde soorten, ook enkele, mijns inziens dubieuze. Vermoedelijk zijn in 2015 zo´n 240 vogelsoorten daadwerkelijk in de Delftse regio te zien geweest. De aantallen waren gemiddeld wel een stuk minder dan in andere jaren. Een reden daarvoor moet gezocht worden in de gunstige trekomstandigheden, vooral het najaar, waardoor veel vogels op grote hoogte met rugwind aan ons voorbij vlogen. Verder zorgt het uitermate zachte weer in de winter er voor dat er steeds minder noodzaak is voor noordelijke soorten om bij ons overwinteren. Daarnaast is met de aanleg van de verlengde A4 veel bijzondere vogel(aars)biotoop verdwenen. Het zandlichaam A4 leverde in het verleden wel eens zeldzame soorten als Morinelplevier of Grote Pieper op. Ook de recreatiedruk in de Delftse groengebieden is erg hoog (honden) waardoor veel vogelsoorten het voor gezien houden. De landbouw in het weinige onbebouwde buitengebied is intensief en wordt daarmee nog geschikter als leefgebied voor flora en fauna. De gronden die in Midden-Delfland als compensatie voor de A4 zijn ingericht, zijn onvoldoende om het verlies aan biodiversiteit in de regio te stuiten. In de stad is weinig groen meer over (geheel betegelde tuinen, ‘Gamma-schuttingen’, grootschalige renovatie- / isolatiewerkzaamheden, zonnepanelen op daken, te intensief onderhoud van bomen en struiken) zodat het daar voor veel soorten vogels uiterst moeizaam is om stand te houden. Het bestrijden van ‘enge plekken’ in de stad betekent meestal kap van bomen en struiken en vervanging daarvan door een grasperkje dat kosten efficiënt gemaaid kan worden. Kortom: de Delftse regio heeft vooral veel huizen, inwoners, verkeer, bebouwing, honden, auto’s en uitermate intensief grondgebruik waardoor de vogelstand in het nauw komt. Hopelijk draagt u bij aan het documenteren van al deze veranderingen en blijft u uw waarnemingen doorgeven op onze waarnemingensite: http://vwgdelft.waarneming.nl/index.php. Met de feiten in de hand zal Vogelwacht Delft e.o. proberen om het voor vogels aantrekkelijk(er) te maken (en te houden) om in het Delftse voor korte of langere tijd te verblijven, zodat wij van hun kunnen blijven genieten. Wilt u op de hoogte blijven van excursies, lezingen, vogelzaken in de regio en andere vogelwetenswaardigheden bezoek dan onze website http://www.vogelwachtdelft.nl/home/. U kunt zich daar ook inschrijven voor ontvangst van de digitale nieuwsbrief Vogelwacht Delft en omstreken die 4 x per jaar verschijnt. Graag nodig ik u uit om zelf berichten of korte stukjes te schrijven voor de nieuwsbrief. Stuur uw bericht naar info@vogelwachtdelft.nl. Ook via de verenigingswebsite: http://www.vogelwachtdelft.nl/home/ kunt u bij de waarnemingensite komen. Mailen van uw waarnemingen kan naar: waarneming@vogelwachtdelft.nl.

Jan Koreneef,
Regiomoderator waarnemingen Vogelwacht Delft e.o.

STATISTIEKEN:

:

De soorten met de hoogst gemelde (cumulatieve) aantallen in 2015
Soort Aantal
Kolgans 174.120
Spreeuw 147.720
Brandgans 144.751
Kievit 64.561
Wulp 40.637
Smient 36.950
Grauwe gans 34.706
Kleine Rietgans 32.661
Grutto 31.530
Grote Canadese gans 24.312
De soorten die in 2015 het vaakst werden doorgegeven:
Soort Aantal
Grote Zilverreiger 1429
Buizerd 1409
Torenvalk 1209
Ooievaar 1014
Grutto 1006
Kievit 947
Lepelaar 905
Kuifeend 871
Blauwe Reiger 848
Grauwe gans 808

 

Top 5 van atlasblokken waar de meeste waarnemingen in 2015 werden gedaan:
Atlasblok Gebied Aantal
37-26-23/24 Ackerdijkse plassen 6907
37-35-22/23 Broekpolder 6860
37-17-31/42 Berkel en Rodenrijs – Nieuwe Droogmaking / Klapwijk 4026
37-26-41/51 Vockestaert / Vlaardingen / Polder Noord Kethel 3636
37-16-43 Delfgauw – Compensatiegebied N470 2855

Waarnemingen regio Delft tot medio oktober 2015

Jan Koreneef
Opzet overzicht

Voortaan geen overzichten meer met waarnemingen omdat de meeste vogelaars onze waarnemingensite, http://vwgdelft.waarneming.nl/, inmiddels, als vanzelfsprekend, als informatiebron gebruiken. Hier kan iedereen zijn/haar waarnemingen online doorgeven en op de hoogte blijven van wat er in de regio gezien wordt en door wie. Daarnaast heeft de exponentiële groei van ‘vogelaars’ en de door hen ingevoerde waarnemingen mijn verwerkingscapaciteit inmiddels overstegen. Het op papier afdrukken van waarnemingen die maanden geleden zijn gedaan, en voor de meeste van ons vaak oude wijn in nieuwe zakken zullen zijn, wegen niet meer op tegen de tijdsinspanning die er voor moet worden geleverd. Dat wil echter niet zeggen dat er minder ingevoerd moet worden! Alle waarnemingen worden gebruikt voor onderzoek en het beschermen van vogels en hun leefgebieden. Wilt u op de hoogte blijven van excursies, lezingen, vogelzaken in de regio en andere vogelwetenswaardigheden bezoek dan onze onvolprezen website http://www.vogelwachtdelft.nl/home/. U kunt zich daar ook direct inschrijven voor ontvangst van de digitale nieuwsbrief Vogelwacht Delft en omstreken die 4 x per jaar verschijnt. Graag nodig ik u uit om zelf berichten of korte stukjes te schrijven voor de nieuwsbrief. Bijvoorbeeld over een aparte waarneming. Stuur uw bericht naar info@vogelwachtdelft.nl. Een leuke foto erbij maakt het nog completer, maar hoeft natuurlijk niet.

(meer…)

Waarnemingen regio Delft voorjaar 2014

door Jan KoreneefVogelaars in actie bij de Europese kanarie en de FraterWijziging in opzet van het overzicht

Al vele jaren is er, o.a. tijdens de Algemene Ledenvergaderingen, enige discussie over de vormgeving van het kwartaaloverzicht van de waarnemingen. De kritiek richt zich vnl. op de hoeveelheid pagina's met waarnemingen die achter de bespreking worden gepubliceerd. In het verleden, voor de opkomst van internet en digitale mogelijkheden om in 'split second' op de hoogte gesteld te worden van bijzondere waarnemingen, was het overzicht vaak de enige manier om verenigingsleden te informeren over wat er gezien was. Dit is het eerste overzicht waarin ik nog verder ga selecteren en 'condenseren' in het aantal vermelde waarnemingen. Zo zijn bepaalde 'gewone' soorten als bijv. Winterkoning (hoewel met een hoog maximum aantal van 21 ex. gemeld in deze periode) niet meer in het overzicht terug te vinden. Van veel andere soorten is alleen de eerste of laatste waarneming en/of het hoogste aantal vermeld. Bij zeldzamere en/of kwetsbare soorten wordt een selectie van gebieden weergegeven waar deze gezien zijn. Dit geeft ruimte om 'echt bijzondere' waarnemingen integraal op te nemen.

Waarnemers die nu wellicht ontevreden worden en denken dat het doorgeven van hun waarnemingen geen zin meer heeft vanwege de strenge selectiecriteria, kan ik gerust stellen. Ten eerste helpt iedere ingevoerde waarneming via onze 'waarnemingen website', http://vwgdelft.waarneming.nl/, bij de bescherming en het monitoren van vogels. Dat deze gegevens gebruikt worden blijkt maar uit het artikel dat in Nature verschenen is waarbij gegevens van Sovon voor het eerst keihard aantonen dat insectenetende vogels sterker achteruit gaan in gebieden met hoge concentraties van de neonicotinoïde imidacloprid in het oppervlaktewater. Ieder jaar 3,5% minder broedvogels zal hopelijk voor nog meer beroering zorgen dan de Bijensterfte die dit middel veroorzaakt en helpen om neonicotinoïden uit te bannen. Dus: het invoeren van al die meldingen en waarnemingen heeft wel degelijk zin. Zonder waarnemingen geen datasets waar wetenschappelijke conclusies aan kunnen worden verbonden. Voor het onderzoek zie de link, bekijk vooral ook even het filmpje als u de link geopend heeft: https://www.sovon.nl/nl/actueel/nieuws/neonicotino%C3%AFden-zorgen-voor-afname-onder-instectenetende-zangvogels

Daarnaast is vanaf januari 2011 op onze eigen onvolprezen website, http://www.vogelwachtdelft.nl/home/, een uitgebreid overzicht (op vogelsoort) aan te klikken waar de 'belangrijkste' 10 meldingen uit een zelf te kiezen periode van een jaar, seizoen of maand te vinden zijn. Deze overzichten blijven op de website altijd beschikbaar en de kans dat een door u ingevoerde waarneming wel te zien is, is aanzienlijk groter.

De overzichten zijn te vinden als u op de hoofdpagina van onze website naar beneden scrollt, links klikken op 'waarnemingen' onder 'werkgroepen'. De tekst van de bespreking van het laatste kwartaal is nu zichtbaar. Binnen deze webpagina even naar beneden scrollen en weer links klikken op 'VWD kwartaaloverzicht' (onder 'Werkgroepen' sub 'Waarnemingen'). Vervolgens kan volop gezocht worden in de databankgegevens. Het overzicht dat op papier in Vogelstreken blijft verschijnen geeft het afnemend aantal niet-computergebruikers toch een kort overzicht van de hoogtepunten van het afgelopen seizoen. Voor alle andere lezers helpt het wellicht om het geheugen op te frissen en bijzondere waarnemingen of een reeds half vergeten jaargetijde te kunnen (her)beleven.

(meer…)

Waarnemingen regio Delft winter 2013-2014

door Jan Koreneef Klapekster in de Broekpolder'Winterweer' 2013-2014

De afgelopen winter was op één na de zachtste sinds het begin van de metingen in ons land in 1706. In De Bilt bedroeg de gemiddelde temperatuur over de maanden december, januari en februari 6,0 graden tegen 3,4 graden normaal (gemiddeld over 1981-2010). Alleen de winter van 2007 was met 6,5 graden nog zachter, terwijl de winter van 1990 net als dit jaar op een gemiddelde temperatuur van 6,0 graden eindigde. In De Bilt kwam de temperatuur gemiddeld over het etmaal de afgelopen maanden op geen enkele dag onder het vriespunt. Halverwege de vorige eeuw zou dat vrijwel uitgesloten zijn geweest, maar door de opwarming van de laatste decennia is de kans op een winter met zo weinig kou toegenomen. Het KNMI schat dat een winter als deze in het huidige klimaat minder dan eens in de vijfentwintig jaar voorkomt. Alle maanden waren zachter dan normaal en vooral februari was bijzonder. In De Bilt bedroeg de gemiddelde temperatuur in februari circa 6,5 graden tegen 3,3 graden normaal, goed voor een vierde plek bij de zachtste maanden sinds 1901. Bij het KNMI kwam de temperatuur in februari niet lager dan -0,1 graden en dat was ook de enige vorstdag. Zo weinig vorst en slechts één vorstdag is in februari niet eerder voorgekomen. De cijfers spreken voor zich: De Bilt noteerde slechts 10 vorstdagen (minimumtemperatuur onder nul graden) tegen 38 vorstdagen normaal, geen ijsdagen (maximumtemperatuur onder nul) tegen zeven ijsdagen normaal en een laagste temperatuur van -3,1 graden. Zo'n hoge minimumtemperatuur is zeker in ruim honderd jaar niet voorgekomen. De winter was ook zonnig: de zon scheen gemiddeld over het land 249 uur tegen 196 uur normaal. Vooral december en februari waren zonnige maanden. Gemiddeld over het land viel de afgelopen drie maanden 189 mm neerslag tegen 208 mm normaal, waarmee deze winter aan de droge kant was.' (Bron KNMI).

Waarnemingen regio Delft 2013

door Jan KoreneefWinterWeeroverzicht 2013

Het afgelopen jaar was vrij koud met relatief weinig neerslag en meer zon dan het langjarig gemiddelde. Het jaar eindigde met zeer zacht en onstuimig weer. De gemiddelde temperatuur was bij het KNMI in De Bilt 9,8 graden tegen 10,1 graden normaal (langjarig gemiddelde over het tijdvak 1981-2010). Vooral de eerste helft van het jaar was koud. De eerste zes maanden waren stuk voor stuk te koud met een lange vorstperiode van zeventien dagen in januari en de relatief grootste afwijking van de temperatuur in maart. Die maand was de koudste sinds 1987 met veel sneeuw en ijs en door wind en kou ook bijzonder lage gevoelstemperaturen. De lente was in ruim veertig jaar niet zo koud geweest. Het jaar telde in De Bilt 13 ijs-dagen (maximumtemperatuur onder nul) tegen 8 ijs-dagen normaal en 64 vorstdagen (minimumtemperatuur onder nul) tegen 58 vorstdagen als norm. De tweede helft van het jaar was veel warmer met vooral in juli en augustus hoge temperaturen, op 5 en 6 september nog tropische warmte en een uitzonderlijk zachte oktober. In de periode 21- 27 juli was in ons land sprake van een hittegolf (een tijdvak van minstens vijf dagen met 25,0 graden of warmer waarvan minstens drie dagen met 20,0 graden of warmer). Het jaar telde in De Bilt zeven tropische dagen (maximumtemperatuur 30 graden of warmer) tegen vier tropische dagen normaal. Op 27 dagen werd 25 graden of meer gemeten, wat vrijwel overeenkomt met het normale aantal van 26 zomerse dagen. Er viel afgelopen jaar gemiddeld in Nederland rond 750 mm neerslag tegen 849 mm normaal. Vooral in de eerste maanden viel weinig neerslag, maar door de lage temperaturen viel de neerslag wel regelmatig in de vorm van sneeuw. Zelfs op 23 mei zijn nog sneeuwvlokken waargenomen, een zeldzaamheid zo ver in het voorjaar. De zomer was droger dan normaal maar de herfst was de op twee na natste in ruim honderd jaar. In het weekeinde van 11 oktober kreeg een groot deel van het land langdurige regen wat op een aantal plaatsen leidde tot wateroverlast. Op 28 oktober stond langs onze kust voor het eerst in zes jaar een zware storm, windkracht 10. In het Waddengebied zijn op 28 oktober zeer zware windstoten gemeten van 140 tot 150 km/uur. Vlieland meldde de hoogste windstoot van 151 km/uur. Ook op 5 december werd aan de kust een uurgemiddelde windsnelheid van windkracht 10 bereikt. De zon scheen dit jaar ongeveer 1705 uur tegen 1639 uur normaal. Daarmee was 2013 aan de zonnige kant. Vooral in de maanden april, juli, augustus en december was het zonnig. Het jaar eindigde onstuimig en zeer zacht. December 2013 staat zelfs op de gedeelde zesde plaats bij de tien warmste decembermaanden sinds 1901. In De Bilt bedroeg de gemiddelde temperatuur ongeveer 5,8 graden tegen 3,7 graden normaal'.(bron: persbericht 27-12-2013, KNMI.). Liefhebbers van weeroverzichten kunnen terecht op de website van het KNMI: http://www.knmi.nl/cms/content/117400/2013_was_vrij_koud_droog_en_vrij_zonnig (Jaaroverzicht weer in 2013) en http://www.knmi.nl/klimatologie/maand_en_seizoensoverzichten/jaar/jaar13.html (Klimatologisch jaaroverzicht 2013)

(meer…)

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio