Home » Werkgroepen
Categoriearchief: Werkgroepen
Uilenbescherming is mensenwerk
Uilen spreken tot de verbeelding van veel mensen. Hun nachtelijke levenswijze, de geluiden, de geruisloze vlucht en hun imago van wijsheid; het maakt ze net wat aansprekender dan veel andere vogelfamilies.
Maar uilen zijn in Nederland voor een groot deel afhankelijk van actieve bescherming door mensen, in de vorm van het aanbieden van nestgelegenheid. De kasten moeten getimmerd, geplaatst, gecontroleerd, onderhouden en, van tijd tot tijd, vervangen worden. Allemaal zaken die veel tijd maar ook geld kosten.
Wij mochten een anonieme schenking ontvangen ter ondersteuning van het ‘uilenwerk’, waarvoor vanaf deze plaats heel veel dank! Ook namens de uilen natuurlijk.
Vogelwerkgroep Midden Delfland
John Kleijweg
Michel Kuijpers

Muskuseenden doen het goed in de Buitenhof ! En bij Jaffa ?
Vanaf augustus 2024 zijn er muskuseenden aanwezig bij/op de begraafplaats Jaffa. In het begin waren het er vier of vijf, misschien wel zes, die vooral aan de noordkant in of langs de singel te vinden waren. Vanaf november zag ik er nog drie, waarschijnlijk steeds dezelfde (2 zwartwit, 1 bruinwit), meestal in/bij het water langs de Christiaan Huygensweg (Fig. 1). Ze zijn niet schuw, komen naar je toe als je blijft staan, naar ze kijkt of een foto maakt. In 2025 kwam ik ze elke keer tegen bij mijn broedvogeltellingen (BMP), en dan was het de vraag: tellen of niet tellen? Sovon raadde me aan om het toch maar te doen: zeker zijn over niet-broeden is lastig.

Twijfel bleef omdat ik ging vermoeden dat het alleen vrouwen (♀) waren, want ze waren vrij klein, hadden geen wratten rond de ogen en snavelbasis en konden goed vliegen; een man (♂) zou dubbel zo groot/zwaar moeten zijn, niet of nauwelijks kunnen vliegen en opvallende rode wratten bij ogen en snavel hebben. Na weer een telseizoen vol muskuseenden (maart-juni 2026), constateerde ik in juli verdacht broedgedrag: in een holte op ruim vier meter hoogte in een treurwilg bleek tenminste vanaf 23 juli een muskuseend te huizen. Elke dag er even langs, meestal zag je niets, maar soms vloog/klom die er verrassend snel in of uit (Fig. 2). Dus toen wat nadrukkelijker de vraag: broedt die wel, of doet tie het niet? En: zou er dan toch een man in het spel zijn?

Nieuwsgierig geworden naar een man, ben ik op 27 juli 2026 naar de Buitenhof gefietst, want daar bleek een duidelijke man aanwezig te zijn (Waarneming.nl). Van 12 december 2024 tot 6 mei 2026 waren er 15 meldingen, waarvan 11 met één of meer foto’s, de meeste van een man, enkele van een vrouw, één van een man en een vrouw. Het totaal aantal varieerde van 1 tot 5.
Ik hoefde niet lang te zoeken: in de berm van het water langs de Glenn Millerstraat werden door enkele bewoners een paar stadsduiven en twee ♀muskuseenden met pullen gevoerd. Een korte wandeling met hen in de directe omgeving leverde 25 muskuseenden op: één man (Fig. 3), een vrouw zonder pullen (Fig. 4), een vrouw met 12 pullen (Fig. 5) en een vrouw met 9 pullen (Fig. 6). Die ene man was een hele duidelijke: groot, zwaarlijvig waggelend en met een kop vol rode wratten. Hij liep achter een nijlgans (♀?) aan en had geen bemoeienis met de andere muskuseenden.




Info van de bewoners (Dylan & Zoila) bracht zijn vroegere daden aan het licht: zo’n drie jaar geleden kwamen er twee aanlopen, die man en een vrouw. Na verloop van tijd hadden die 12 kleintjes, waarvan er nu nog drie in leven zijn. Deze drie (♀) kregen dit jaar ook weer kleintjes. Van de eerste dochter is er van de vijf geen een overgebleven. Van de tweede zijn er van de vijf nu nog drie in leven, maar deze zijn geadopteerd door de derde dochter. Deze had er al 11, waarvan er zes nog in leven zijn. Die heeft er nu dus negen (de drie geadopteerde zijn wat groter/ouder). De tweede dochter heeft sinds kort een nieuw nest; waarschijnlijk was de broedtijd er de oorzaak van dat zij het eerdere nest niet verder verzorgde.
Zo trof ik de familie op 27 juli aan. Van de vrouw zonder pullen is het niet duidelijk of het de oorspronkelijke vrouw was of de dochter waarvan geen van de vijf kleintjes het gered heeft. En het kan eigenlijk niet missen: de man is ook de vader van al die pullen, een echte aartsvader, die keer op keer voor uitbreiding van de groep zorgde. Op 6 augustus was er slecht nieuws. Dylan: de mamma met de 12 kleintjes is vanmorgen aangevallen door een hele horde meeuwen. We kunnen de mamma niet meer vinden en er is één kleintje dat eenzaam rondzwemt, helaas laat het zich niet vangen om hem/haar over te dragen aan de dierenambulance. Op 12 augustus iets positiever nieuws: we hebben van de 12 kleintjes er 5 kunnen redden en naar de dierenambulance gebracht . Waar de moeder met de 7 andere is weet niemand.
Terug naar Jaffa. Ik kan er nu wel van uitgaan dat alle drie de muskuseenden daar vrouwen zijn, waarvan er één mogelijk zit te broeden (op 6 en 12 augustus nog gezien in/bij de treurwilg, Fig. 7, 8). Als dat zo is, kunnen we dan, ook al is er geen man in de buurt, spreken van een territorium? Zou die vrouw ergens in juli een retourvlucht Buitenhof genomen hebben? Muskuseenden broedden vrij lang, zo’n 38 dagen. Afwachten, ik laat me verrassen. Wordt vervolgd.


Met dank aan Dylan van der Sman & Zoila Rodriguez Gonzalez voor diverse info en hun zorg voor de muskuseenden in de Buitenhof.
Nieuwe Vogelatlas van SOVON
Onderstaand bericht ontvingen we van de SOVON districtscoördinator van de regio Zuid-Holland noord.
Beste leden van VWG Delft,
In 2026-2030 organiseert Sovon een landelijk atlasproject om alle vogelpopulaties in Nederland opnieuw in kaart te brengen.
Hendrik Jan van Dijk en ik zijn als algemeen districtscoördinator (ADC) voor deze atlas actief in Zuid-Holland noord en eerste aanspreekpunt voor de atlastellingen in deze regio. Veel vogelaars zijn aangesloten bij jullie vogelwerkgroep. We hopen dat jullie als vogelwerkgroep willen helpen bij de tellingen voor de Vogelatlas.
Sovon zal op 11 september de tellers van de vorige atlas aanschrijven met de vraag of zij de atlasblok(ken) die ze in 2012-15 telden, opnieuw willen gaan tellen. De vorige tellers krijgen dus voorrang bij het claimen van hun vorige blok(ken). De tellers van toen van VWG Delft hebben inmiddels al een mail van mij ontvangen. Vanaf 1 oktober zijn de aanmeldingen voor de atlasblokken open voor iedereen.
Nederland is verdeeld in atlasblokken van 5 x 5 km. Elk blok telt 25 kilometerhokken. Slechts 8 hokken uit een atlasblok van 25 hokken hoeven geteld te worden (het Gouden Grid). Per atlasblok wordt er geïnventariseerd op broedvogels en wintergasten. Nieuw zijn de maandelijkse tellingen.
Zie voor meer uitleg: https://sovon.nl/tellen/telprojecten/vogelatlas
Je hoeft een blok niet in je eentje te doen. Je kunt taken delen met medetellers en niet alle onderdelen hoeven in één jaar. De tellingen starten op 1 december 2026 en kunnen gedaan worden tot 30 november 2030. Wie wil kan de tellingen nog op papier inleveren. Maar de verwachting is dat de meeste tellers digitaal in gaan voeren en uploaden. Wil je alvast kennis maken en oefenen met de digitale invoer? Kijk dan naar telproject LiveAtlas op: https://www.sovon.nl/tellen/telprojecten/liveatlas. De lay-out van LiveAtlas zal nagenoeg hetzelfde zijn als die voor de komende atlastellingen.
De resultaten van de Vogelatlas zijn uiteindelijk ook op het niveau van het VWG-werkgebied in te zien. Een atlasproject kan een leuke aanleiding zijn om als werkgroep een eigen vogelinventaris (avifauna) te maken op basis van de atlastellingen.
Voor vragen en opmerkingen kan je mailen naar vogelatlas@sovon.nl. Bij de tellers van de vorige atlas is al een regionaal mailadres bekend waarop je mij en Hendrik Jan direct kunt mailen.
Hartelijke groet,
Rob Berkelder ADC Zuid-Holland noord

Broedvogels inventariseren: Leuk, leerzaam en lonend
De Vogelwacht Delft e.o. is destijds opgericht met het doel de vogelstand in Delft en omstreken te beschermen en waar mogelijk te verbeteren. Al vanaf het begin zijn er daarvoor broedvogeltellingen uitgevoerd. Met een korte dip in de jaren zeventig/tachtig worden deze nog steeds uitgevoerd. Hiermee beschikken we, binnen ons gebied, over een lange reeks gegevens over het voorkomen van broedvogels.
Eigenlijk is er nauwelijks een betere manier te bedenken om vogelzang en vogelgedrag te leren kennen, dan door middel van broedvogelinventarisatie. De methode: in een vastomlijnd gebied wordt, liefst vroeg in de morgen, een route gelopen waarbij het hele gebied doorkruist wordt. Op een plattegrond – digitaal of op papier – wordt elke zangpost van elke vogelsoort opgetekend. Na 8-12 bezoeken in het voorjaar worden deze gegevens, ook weer op papier of digitaal, over elkaar heen gelegd, waarbij het duidelijk wordt waar de vaste territoria zich bevinden en uiteraard hoeveel.
Om zover te komen, spreekt het voor zich dat men de (zingende) vogels wel dient te kunnen herkennen, en daar begint het leren! Want je kunt een zangpost pas noteren, wanneer je weet welke vogel het is die daar zingt. Wat mij de meeste voldoening geeft, is dat deze kennis nuttig wordt gemaakt, over te dragen is aan minder ervaren vogelaars, en bovendien je hele leven bij blijft.
Vanuit de Vogelwacht verzamelen we de gegevens uit ons werkgebied, en publiceren we deze in ons blad Vogelstreken. Deze resultaten zult u allemaal gelezen hebben.
Maar wij zijn niet de enigen die dit doen. Er bestaat een professionele, landelijke organisatie, SOVON, die alle gegevens die aan hen doorgegeven worden, samenvat en publiceert, in samenwerking met het CBS, waarna er een basis voor (overheids-) beleid ontstaat. Voorwaarde hiervoor is dan wel dat elke aangesloten teller op dezelfde manier waarneemt en doorgeeft, de gecertificeerde zg. SOVON methode, waarbij zij ook de interpretatie van de resultaten onder hun hoede nemen. Voor meer informatie, zie: https://www.sovon.nl/tellen. Zo dragen onze tellingen rechtstreeks bij aan de kennis in Nederland over welke vogels voor- of juist achteruit gaan.
Al ruim tientallen jaren worden er vanuit de VWD broedvogeltellingen uitgevoerd. Er zijn gemiddeld ruim 20 enthousiaste tellers actief met deze tellingen. Misschien bent u er weleens een in de vroege morgen tegengekomen in een park of ander groengebied. Om deze tellingen ook in de toekomst te kunnen blijven doen, is versterking van onze werkgroep echter zeer welkom. Wie hier interesse voor heeft, kan zich altijd aanmelden bij ons, wij gaan u hierbij begeleiden! Meer informatie via info@vogelwachtdelft.nl.



Paaskuikens op het vogeleiland
Het voorjaar is in volle hevigheid losgebarsten, zo ook op ons vogeleiland. Naast de vele kleine zangvogels, af en toe een langs fluitende ijsvogel, hebben ook de lepelaars het behoorlijk druk. Sinds hun terugkomst eind februari is er al aardig wat gepasseerd; ijverige nestbouw, liefdevolle paringen en soms ruzie en gebakkelei. Ook kreeg de kolonie visite van geringde lepelaars. Ik kreeg een foto van Michel Kapoen die op 28 maart een geringde lepelaar heeft waargenomen. Een omstander durfde te stellen dat één van die geringde lepelaars deel uitmaakt van een paar dat broed op het eiland.

Vorig jaar is vastgesteld dat er een lepelaar van Zeeuwse afkomst heeft gebroed op ons vogeleiland. Misschien is Delft in trek onder de Zeeuwen. En hoe draagt dit dan bij aan de verspreiding van de lepelaar in Nederland. Er komen steeds meer kolonies bij. De ringnummers zijn gemeld aan de werkgroep lepelaar. Van deze krijgen we binnenkort een terugkoppeling van hun herkomst
In de aanloop naar het paasweekeinde was merkbaar dat er iets stond te gebeuren. Op goede vrijdag stond er een lepelaar in alle voorzichtigheid met de snavel het nest te beroeren. Het vermoeden is dat dan eieren worden gekeerd of dat het nest nog een opknapbeurt krijgt.
Op paaszaterdag lag er bij dat nest een lege eischaal. Een geoefend oor kan het gekir van lepelaar kuikens horen. En met een beetje geduld zie je dan af en toe een fel oranje snaveltje (het zijn net waspeentjes) net boven de rand van het nest en vaak in de buurt van de snavel van vader of moeder. De dagen die volgden, eerste en tweede paasdag, kenmerkten zich door kuikenactiviteit in andere nesten. De nesten liggen goed verborgen en laten zich niet gemakkelijk fotograferen. Die kans kreeg ik pas vrijdag 10 april. Dit kuiken is slechts enkele dagen oud.

Op moment van schrijven (11 april 2026) is de schatting dat er ca 15 paar broeden. Enkele paartjes maken gebruik van de prefab nesten. Niet alle nesten zijn zichtbaar. Deze zijn op het deel van het vogeleiland dat grenst aan het Arboretum.
Het beloofd wat de komende weken…… wordt vervolgd!