Home » Nieuwsbrief

Category Archives: Nieuwsbrief

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Nieuwjaarsgroet 2020 Bestuur

Beste Leden en vrienden van de Vogelwacht Delft en Omstreken.

Het afgelopen jaar domineerden twee onderwerpen het debat over de natuur: de stikstofproblematiek en, in mindere mate, het gevaar van loslopende katten voor (jonge) vogels. Discussies, betogingen, beschuldigingen en ontkenningen gingen en gaan over een weer; volgens mij niet de weg om tot oplossingen te komen.

Op ons lokale niveau hebben we laten zien dat we tot veel in staat zijn. Er zijn, in samenwerking met sponsoren, overheden en partnerorganisaties, maar liefst 4 oeverzwaluwwanden gerealiseerd. Daarnaast is er voor het gebied Buytenhout-West door heel veel betrokkenen een hele mooie gebiedsvisie neergelegd. Wij hebben, als Vogelwacht ook hier ons steentje aan bij mogen dragen.

Met deze voorbeelden wil ik maar aangeven dat, als we gezamenlijk onze schouders ergens onder zetten, er hele mooie dingen voor vogels en onze natuurlijke omgeving gerealiseerd kunnen worden. In overleg en met respect voor elkaars standpunten. Ook voor 2020 staan weer interessante en leuke initiatieven op stapel. Dit naast ons uitgebreide programma van o.a. vogel-excursies, lezingen en cursussen.

Hierbij wil ik jullie namens het Bestuur een heel gezond, voorspoedig en vogelrijk 2020 toe wensen.

Met gevleugelde groet,

Pieter Aaldring
Voorzitter Vogelwacht Delft en Omstreken

De Kerstballentocht

De Delftse Natuurwacht en Duurzaamheidscentrum De Papaver organiseren tijdens de kerstvakantie voor de 33ste keer een speurtocht door de Delftse Hout voor het hele gezin: de Kerstballentocht.

De tocht is geschikt voor jong en oud. De speurtocht, met thema ‘Kriebelbeestjes’, begint bij De Papaver en duurt ca. 1½ uur. Deelname is gratis. De grote kerstballen met keuzeantwoorden hangen in de bomen van de Delftse Hout. Vragenboekjes en antwoordformulieren zijn verkrijgbaar bij De Papaver (Korftlaan 6, Delft), ook buiten openingstijden (in een bak naast de voordeur). Ze liggen ook bij Stadsboerderij BuytenDelft en Restaurant Het Rieten Dak. Kinderen tussen 6 en 12 jaar hebben wel een voordeel: zij maken kans op een prijs! Daarnaast staan er op het antwoordformulier leuke aanbiedingen voor het hele gezin.

De prijsuitreiking vindt plaats op zondag 12 januari 2020 om 14.00 uur in De Papaver.

Verslag excursie Arkemheen, Oostvaardersplassen, en … (14 december 2019)

Gert van der HornDe weersverwachtingen waren niet erg gunstig voor de zaterdag – harde wind en aanzienlijke kans op regen -,  maar desondanks stonden we letterlijk en figuurlijk goedgemutst om 8 uur met 8 personen klaar bij de Papaver. We pasten in 2 auto’s en konden zo in de kortst mogelijke optocht in een dik uur naar Nijkerk rijden. Bij de afslag gingen we traditiegetrouw richting het Hertog Reijnout stoomgemaal aan het Nijkerkernauw.

Rijdend langs de weilanden zien we goed hoe tjokvol die zitten met kieviten, ganzen en wulpen (ook van die laatste soort honderd plus!). Tussen de gebruikelijke ganzensoorten (kol-, brand-, grauwe) speuren we zonder succes naar roodhalsgans. Tussen de kieviten speuren we, met succes, naar goudplevieren.

Bij het stoomgemaal aangekomen stappen we uit om met kijkers en telescopen nog wat intensiever te zoeken naar leuke soorten. Direct vanaf de parkeerplaats zien we al een nonnetje (vrouwtje) zwemmen. Het is winderig en guur maar we laten ons niet kennen en scannen vanaf de dijk het water van dit smalle gedeelte van het Veluwemeer.

We voegen samen nog diverse mooie watervogels aan onze lijst toe (o.a. grote zaagbekken, dodaars, brilduikers). Soms scheren ze mooi in beeld voor ons langs over het water. Verder houden ze zich, vanwege de wind, vooral schuil langs de kanten van het water.
Onderaan de dijk kunnen we in de weilanden nog goed zicht krijgen op smienten, ganzen, kieviten en wulpen. Soms gaat er grote groepen in imposante vluchten de lucht in. Af en toe is er een goudplevier tussen te ontdekken. Nabij de parkeerplaats wachtten fazanten ongeduldig tot we er weer vandoor gaan. Gelukkig, vanwege het gure weer, houden we het hier toch niet zo lang vol als voorgaande jaren en vertrekken vrij snel. Ook voor de vogelaars geluk: er is een aangepast plan met een wat meer beschutte vogelplek, een stukje bosrijk “Veluwe” (i.p.v. het Horsterwold uit het programma).

Onze volgende bestemming werd aangeprezen in de laatste editie van Vogels (tijdschrift van de Vogelbescherming), met een illustere naam: Groot Ark en Kuiten. We stopten toch eerst nog even langs de drukke dijkweg (N301) omdat we goed zicht hadden op een grote groep goudplevieren en deze op iemands wenslijst staan. We ontdekten ook nog enkele kemphanen tussen de plevieren, maar stapten daarna toch weer vrij snel de warme auto’s in om richting Putten-Garderen te rijden.

Eerst even een opwarm-stop op een mooie plek in het bos (Landgoed Schovenhorst), niet ver van onze volgende bestemming, met koffie, gebak en sanitaire voorzieningen. Goed bijgepraat, uitgerust en opgewarmd. We moesten we nog een heel klein stukje rijden, het laatste deel over een glibberige zandweg, waarna we aan de rand van de ‘Groot Ark’ konden parkeren. Goed voor een mooie boswandeling. Het was nog steeds droog en het begon zelfs wat op te klaren. Het was hier duidelijk minder guur en stiller qua wind, maar ook qua vogels. Groot Ark is een klein open heideterrein met wat kleine (graf)heuveltjes en afwisselende vegetatie. We liepen het pad om het veld heen, en zagen een grote zwarte vogel in golvende vlucht wegvliegen: zwarte specht! We hoorden ook goudhaantjes roepen.

Net over de helft van het rondje ontdekten we ‘de’ klapekster in een berkje (onderwerp van het artikeltje in Vogels). Hij liet zicht prachtig zien en zelf fotograferen. Zie https://waarneming.nl/observation/183127948/ voor foto’s van Wim Priem. Af en toe vloog hij/zij op om iets te vangen maar kwam dan snel weer terug in hetzelfde boompje. Een genot om naar te kijken. Iedereen heeft ‘m zeker een aantal keer in de telescoop goed kunnen bewonderen. We vervolgden ons pad, en werden verblijd door een groepje goudvinken die zich goed lieten horen maar ook even lieten zien, in vlucht en in de toppen van de bomen. Natuurlijk konden we met onze wandeling ook nog een aantal andere bossoorten aan onze lijst toevoegen, zoals vink, boomkruiper, diverse mezen en een sperwer.

Op een de route terug ‘binnendoor’ reden we door de polders richting het Puttens stoomgemaal aan de andere kant van het Arkemheen gebied. In de polder ‘wemelde’ het van de grote zilver reigers. We parkeerden langs de dijk en op de dijk checkten we wederom het water. Het was nu minder guur, en ook voor de vogels is dit de luwe kant van het water. Grote groepen eenden (smienten o.a.) hielden zich hier op, maar ook meeuwen (o.a. grote mantel), bergeenden en enkele kleine zwanen. Ook hier weer onderaan de dijk de weilanden afgespeurd, alle ‘buizerd paaltjes’ gecheckt om uiteindelijk ‘de’ slechtvalk te vinden op een schuin hekje in de verte. Met de kijker moeilijk te determineren, maar in de telescoop goed herkenbaar en door iedereen gezien.

Inmiddels hadden we al een stukje van de middag versleten, maar we hoopten toch nog even de Oostvaardersplassen te kunnen gaan bezoeken. Wederom afgeweken van het standaard ‘praambult programma’ van eerdere jaren, en in plaats daarvan naar het natuurbelevingscentrum aan de Oostvaardersbosplaats gereden. Dat was een goed zet want het was ondertussen gaan regenen, en terwijl we inmiddels in het centrum stonden voor een sanitaire stop, werd die regen beduidend dikker. Gelukkig kun je hier op de bovenste verdiepingen droog staan met zicht op de plassen. Zo konden we toch nog een stukje Oostvaardersplassen beleven, met edelherten, konikspaarden, heckrunderen en een vos, maar de laatste nieuwe soorten voor de daglijst: slobeend en watersnip. De laatste soort blijft altijd een leuke uitdaging om zelf te ontdekken. De regen en de naderende schemer noopten ons de laatste wandeling te staken en naar de auto te spurten voor de rit huiswaarts naar Delft. Voldaan, met mooie soorten op de daglijst, en met de conclusie dat we ‘Groot Ark en Kuiten’ een mooie toevoeging aan het programma vinden.

Soortenlijst (met dank aan Rik van der Maat)
Roodborst, Merel, Staartmees, Pimpelmees, Koolmees, Boomkruiper, Vink, Boomklever, Graspieper, Spreeuw, Goudvink, Klapekster, Huismus, Houtduif, Turkse tortel, Kauw, Zwarte kraai, Ekster, Kokmeeuw, Stormmeeuw, Zilvermeeuw, Grote Mantelmeeuw, Sperwer, Torenvalk, Buizerd, Slechtvalk, Aalscholver, Brandgans, Kolgans, Grauwe gans, Grote Canadese gans, Nijlgans, Bergeend, Brilduiker, Kuifeend, Wilde eend, Meerkoet, Waterhoen, Slobeend, Krakeend, Wintertaling, Pijlstaart, Nonnetje, Smient, Grote zaagbek, Fuut, Dodaars, Kievit, Watersnip, Wulp, Goudplevier, Kemphaan, Zwarte specht, Grote bonte specht, Blauwe Reiger, Grote zilverreiger, Kleine zwaan, Knobbelzwaan.

Hoe komen de reigers aan hun naam?

Ik wil ‘t niet meteen met de pietendiscussie vergelijken maar de leden van de familie reiger hebben in de loop der tijd ook alle kleuren van de regenboog gehad.

De blauwe reiger was in de 14de eeuw oorspronkelijk gewoon een reiger en daarna lange tijd een grauwe reiger en zelfs een graauwe vischreiger. Die namen kwamen overeen met zijn daadwerkelijke kleur: grijs. En in het Engels is ie nog steeds een grey herron.

De purperreiger kwam pas in 1763 in het Nederlands om de hoek kijken onder de naam Purpere gekuifde Reiger. Maar hij werd in eerst instantie roode reiger genoemd en ook Bruin-roode reiger. In het Fries is het ook een reade reager.

In de 18de eeuw waren zilverreigers bekend onder de naam witte reiger. En alsof dat nog niet genoeg is, is de zeldzamere ralreiger in het Fries een brune reager.

Reigers spreken nogal tot de verbeelding vanwege hun omvang, voorkomen en nabijheid. Vandaar dat ze in sommige dialecten troetelnamen hebben gekregen die verwijzen naar voornamen: De blauwe reiger heet Ome Kees op Terschelling en Blauwe Jaap in West-Friesland. Daarin is ie trouwens niet uniek. De scholekster (bonte Piet), winterkoning (kleine Jan) en wielewaal (Grete van Gluurne) smaken onder andere ook dat genoegen.

Maar de blauwe reiger is vanwege ongepast gedrag in bepaalde streken ook bekend onder minder flatterende bijnamen zoals schijtreiger en krijser. Die laatste hangt samen met de betekenis van reiger zelf. De precieze herkomst is niet helemaal zeker, maar is waarschijnlijk terug te voeren tot het Protogermaanse *hraigran, dat krijsen betekent. Dat hier een klanknabootsing in het spel is, is wel waarschijnlijk.

In de Middeleeuwen maakte men zich minder druk om naamgeving. Het was veel belangrijker dat reigers lekker smaakten. Dat blijkt al uit onderstaand fragment uit Der naturen Bloeme van van Maerlant uit de 13de eeuw:

Som wit ende som van sciere wise,
Maer die sciere sijn best ter spise,
Van smaken best ende ghesont
Sommige zijn wit en sommige grauw,
maar de grauwen zijn het best te eten,
van smaak best en gezond.

En tot ver in de 18de eeuw werden in Bretagne volgens NV speciale reigernesthokken neergezet om ze te vangen:

(…) leverende hunne Jongen aldaar een voordeelig Inkomen, doordien die eetbaar zijn, en wel gemest zeer smaakelijk geacht worden.

Ze lustten dus wel pap van jonge reigers!

Toine Andernach

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kroonen, G. (2013). Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden Indo-European Etymological Dictionary Series, Volume: 11. Leiden/Boston: Brill.

Maerlant, J. van (1878). Der naturen bloeme. Ed.: Eelco Verwijs. Groningen: J.B. Wolters.
Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

 

Hoe komt de ijsvogel aan zijn naam?

De ijsvogel kan niet tegen ijs.” En dat hebben we niet van de eerste de beste. John Kleijweg meldde dat afgelopen donderdag tijdens zijn interessante en vermakelijke presentatie over de vogels van Midden-Delfland. En hij zette zijn stelling kracht bij door te memoreren dat het aantal ijsvogels in de winter van 2008-2009 op bepaalde plekken in Nederland was gedecimeerd. In de Volkskrant was dat toen ook te lezen:

(…) De grootste slachtingen vielen deze winter in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Daar was het het koudst. In december telden mensen in Gelderland nog 39 ijsvogels en in januari nog maar drie. In februari was er nog maar een te zien. (…)”. Volkskrant 16 maart 2009

Toch werd er wel vaak een verband gelegd met ijs bij het verklaren van zijn naam. In Nederlandsche Vogelen staat bijvoorbeeld:

De benaaming van Ysvogel is daar van afkomstig, dat men hem op de binnen-Wateren meest aantreft by vriezend Weer. Andere benaamingen, van duisterer afleiding, ga ik voorby.

De ijsvogel wordt inderdaad vaker gezien in de kou omdat hij dan niet verscholen zit achter bladeren maar op een kale tak te vinden is in de buurt van een wak. En met z’n felle kleuren tegen een lichte/witte achtergrond is ie dan ook veel beter te zien.

IJs- zou dan van het Oudhoogduitse (8ste eeuw) isarn afgeleid zijn. Isa is ‘ijs’ en Arn ‘arend’ dus dat zou dan op ijsarend uitkomen. En de manier waarop de ijsvogel al stootduikend zijn vis vangt, lijkt op hoe bijvoorbeeld de visarend dat doet. Arn zou heel vroeger ook gewoon ‘vogel’ zijn geweest, waardoor isarn letterlijk op ijsvogel uitkomt.

Maar het kan ook zijn dat de naam ijsvogel niks met ijs te maken heeft. Isarn betekent namelijk als geheel ook ‘ijzer’. En de felblauwe kleur van de ijsvogel zou dan gelinkt zijn aan de blauwglanzende kleur van ijzer. Het Duitse woord voor ijzer is ook Eisen.

In de 11de eeuw bestond in het Oudhoogduits isanuogal waarin het woord vogel voorkomt. In de verklaring met ijzer zou dit dan ‘ijzervogel’ betekenen. Het grappige is dat het in de verklaring met ijs een tautologische samenstelling wordt. Het woord vogel komt er twee keer in voor: is+arn+uogal => ijs+arend/vogel+vogel.

Deze samenstellingen kunnen ontstaan doordat mensen de betekenis en opbouw van het oorspronkelijke woord niet meer kennen en er dan een nieuw woord aan vastplakken. Ook tortelduif en struisvogel zijn tautologische samenstellingen want turtur is al tortelduif en struis komt van Latijn struthio wat al struisvogel betekent.

En dat heb ik geheel en al gratis en voor niets keurig netjes voor u op een rijtje gezet. Klaar uit!

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kerkhof, P. A. (7 juli 2016), Over struisvogels, windhonden en maaltijden. Hoe leenwoorden inzicht verschaffen in onze taalgeschiedenis. Op https://www.nemokennislink.nl/publicaties/over-struisvogels-windhonden-en-maaltijden/.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Volkskrant (16 maart 2009), Helft ijsvogels dood door koude winter. Op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/helft-ijsvogels-dood-door-koude-winter~bbee8717/.

Wikipedia (17 november 2019), Tautologie (stijlfiguur). Op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tautologie_(stijlfiguur)

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

mrt
12
do
20:00 Lezing: De regenworm
Lezing: De regenworm
mrt 12 @ 20:00 – 22:00
Jeroen Onrust, onderzocht het belang van regenwormen op de vruchtbaarheid van agrarisch land en voor de voedselvoorziening van weidevogels. “Ik vind het belangrijk om voor de worm op te komen, dat brengt onze wereld verder”, aldus Jeroen … Continue reading
mrt
14
za
07:00 NIEUW: Excursie Rondje Texel
NIEUW: Excursie Rondje Texel
mrt 14 @ 07:00 – 18:00
Start Korftlaan tegenover de Papaver. Kosten € 0,07 per kilometer en de veerkosten per auto. (€ 37,- tarief 2019!). Informatie en aanmelden op donderdag 5 maart 2020 tussen 19.00 en 21.00 uur bij Hans de … Continue reading
mrt
21
za
07:00 Ochtendwandeling Delftse Hout
Ochtendwandeling Delftse Hout
mrt 21 @ 07:00 – 11:00
Aanmelden: is niet nodig. Start: Bij de Papaver aan de Korftlaan Met de komst van de lente worden er in de Delftse Hout zes wandelingen georganiseerd Een wandeling duurt ongeveer 2-3 uur. Om 7.00 uur … Continue reading
mrt
28
za
07:00 Ochtendwandeling Delftse Hout
Ochtendwandeling Delftse Hout
mrt 28 @ 07:00 – 11:00
Aanmelden: is niet nodig. Start: Bij de Papaver aan de Korftlaan Met de komst van de lente worden er in de Delftse Hout zes wandelingen georganiseerd Een wandeling duurt ongeveer 2-3 uur. Om 7.00 uur … Continue reading
apr
4
za
07:00 Ochtendwandeling Delftse Hout
Ochtendwandeling Delftse Hout
apr 4 @ 07:00 – 11:00
Aanmelden: is niet nodig. Start: Bij de Papaver aan de Korftlaan Met de komst van de lente worden er in de Delftse Hout zes wandelingen georganiseerd Een wandeling duurt ongeveer 2-3 uur. Om 7.00 uur … Continue reading