Home » Vogels » Hoe komt de vogel aan zijn naam?

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Hoe komt een vogel aan zijn naam ?

Als taalkundige ben ik geïnteresseerd in alles wat met taal te maken heeft. In combinatie met mijn fascinatie voor vogels heeft dat geleid tot de aanschaf van verschillende woordenboeken met vogelnamen en Nederlandsche Vogelen waarin vogels tussen 1770 en 1829 rijkelijk zijn beschreven en geïllustreerd. En dat levert al bladerend allerlei leuke observaties op.

Toine Andernach

Hoe komt de roerdomp aan zijn naam.

Op het gevaar af als vogelaar niet meer serieus genomen te worden: ik heb ‘m nog nooit gezien! Ik doe ‘m wel regelmatig na. Dat mensen me dan gek aankijken, neem ik op de koop toe. En ik verzamel foto’s van opgezette roerdompen. Allemaal compensatiegedrag: ik moet toch op een of andere manier verwerken dat ie nog niet op m’n levenslijst staat.

Gelukkig ben ik niet de enige die ’t lastig vind om ‘m te vinden. In Nederlandsche Vogelen staat ’t mooi opgeschreven:

“In deeze gestalte wordt hy zeer dikwils onopgemerkt voorbygegaen, en niemand tenzy afgericht, zou hem voor een leevenden vogel, en voor een’ Roerdomp, groeten.”

Conclusie: ik ben niet goed afgericht.

Over de betekenis van roer is geen twijfel. Dat is Middelnederlands voor riet en komt oorspronkelijk waarschijnlijk van het Protogermaanse *rauza.

Het tweede deel domp levert wel weer wat discussie op. Voor de hand ligt de verklaring die het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) vermeldt: het (…) “is hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk de klanknabootsing van het zware doffe geluid dat het dier in den paringstijd maakt.”

Het grappige is dat de roerdomp in verschillende talen volksnamen heeft gekregen die verwijzen naar muziekinstrumenten. Een synoniem voor roerdomp in het Middelnederlands is roertrompe (trompet) en een Noord-Brabantse volksnaam is domphoren (hoorn). In het Engels bestaat mire drum (trommel) en in het Italiaans trombone (trombone).

Ook in Nederlandsche vogelen wordt verwezen naar de hoorn als muziekinstrument:

“(…) en deeze vogel draegt dien naem, omdat hy in het Roer, d.i. Riet, zyne woonstêe heeft, en aldaer een geluid maekt als kwam het uit een blaeshoorn.”

Maar het WNT geeft ook de zogenaamde volksetymologische versie dat domp afkomstig is van dompelen, tuimelen of duiken (…) “naar de bekende gewoonte van den roerdomp om zijn bek onder water te dompelen of in het slijk te steken wanneer hij zijn brullend geluid maakt.” Het WNT beschouwt de klanknabootsende versie als de oorspronkelijke versie.

Eigenhuis (2004) geeft een soortgelijke verklaring: domp komt van het Middelnederlands dumpeln ‘onderduiken’. Roerdomp zou dan rietduiker betekenen. Maar volgens Eigenhuis is juist dit de oorspronkelijke versie omdat we hiermee overeenkomsten tussen namen voor de roerdomp in verschillende talen eleganter kunnen verklaren.

Maar welke was er eerder, de klanknabootsende versie of de duikelversie? Geen flauw idee, eerst maar ’s zorgen dat ik ‘m eindelijk ’s een keer zie…

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff, op http://wnt.inl.nl/.

Waar komt die vogeluitdrukking vandaan?

Toine AndernachVoor de afwisseling en op speciaal verzoek van de webredacteur deze keer een stukje over uitdrukkingen met een vogelnaam. Wat opvalt bij onze speurtocht is dat de meeste vogeluitdrukkingen algemene vogelnamen bevatten die voor meerdere soorten staan. Zo zijn er onder andere uitdrukkingen met kraai, gans, uil, eend, zwaan, mus, zwaluwen duif. Maar een beperkt aantal vogeluitdrukkingen bevat een soortnaam, zoals bijvoorbeeld vink (op het vinkentouw zitten) en kwartel. Met de kwartel hebben we wel meteen een mysterieuze uitdrukking te pakken: waar zou zo doof als een kwartel vandaan komen? Stoet (1923-1925) geeft een mooie en overtuigende verklaring:

“Daar de kwartel tot die dieren behoort, welke, wanneer zij angstig worden, stil op den grond ineengedoken blijven zitten, zoodat men er wel op kan trappen, zonder dat zij zich verroeren, of een geweer vlak bij hen kan afschieten, zonder dat zij opvliegen, zóózeer zijn ze door schrik en angst bevangen, is het niet onmogelijk, dat men ze voor doof heeft gehouden.”  (Stoet, 1923-1925) De kwartel doet dus alsof ie doof is. Hij is eigenlijk Oost-Indisch doof. En laat Kwarteldôf nou net het Friese woord voor Oost-Indisch doof zijn! (Blok en ter Stege, 2008).

En wat te denken van kind noch kraai hebben? Deze uitdrukking is afgeleid van het dertiende eeuwse no kind no craet. Het Middelnederlandse craet betekent echter niet kraai maar slaat op het gekraai van de haan. De haan stond voor waakzaamheid en had veel aanzien. Onze voorouders geloofden dat de haan, als getuige van bijvoorbeeld een moord, met zijn gekraai de moordenaar aan kon wijzen. Maar ook andersom: door stil te blijven kon hij iemands onschuld bepleiten. Als iemand dan èn geen kind èn geen haan had die ‘m vrij kon pleiten dan stond ie er wel erg alleen voor…

Een andere mogelijke verklaring die Schröder (1980) geeft, is dat de haan symbool stond voor het erf waarover hij de scepter zwaaide. En iemand die kind noch kraai had, had dus geen familie en geen bezittingen.Maar ik houd ’t op de eerste verklaring want die spreekt veel meer tot de verbeelding.

En tenslotte gaan we nog een uiltje knappen. Ook een uitdrukking waarin de vogel geen vogel is. Uiltje heeft hier waarschijnlijk de betekenis van (nacht)vlinder. En knappen betekent vangen. En omdat die beestjes (net als uilen!) toch overdag slapen, is het vangen van een vlinder een fluitje van een cent. Dus voldoende tijd voor oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker!

Gebruikte bronnen

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

Schröder, P.H. (1980). Van Aalmoes tot Zwijntjesjager. Baarn: Erven Thomas Rap, Vijverhof,op http://etymologiebank.nl/

Sijs, N. van der (samensteller) (2010). Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/.

Stoet, F.A. (1923-1925). Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, Zutphen: W.J. Thieme & Cie, vierde druk, op
https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff, op http://wnt.inl.nl/.

Hoe komt de (schol)ekster aan zijn naam?

Toine AndernachDe ekster is al sinds lange tijd een inspiratiebron voor de naamgeving van verschillende andere vogels. Zo is dennenekster een oude volksnaam voor de notenkraker en houtekster de officiële Friese naam voor de gaai, beide net als de ekster lid van de familie van kraaiachtigen (Corvidae).

Ekster kan waarschijnlijk worden herleid tot het West-Germaanse *ago dat de puntige/scherpe betekent. En dat kan zowel op de snavel als op de staart slaan. Er bestond voor de ekster waarschijnlijk ook een samenstelling *aga-str-jon dat de basis vormde voor het woord voor ekster in verschillende andere talen. Het tweede deel *star(r)a(n) betekent spreeuw. Het Engelse starling komt daar vandaan (Kroonen, 2013).

Maar we hebben ook een paar eksters die geen familie van de ekster zijn. De klapekster en de scholekster danken het tweede deel van hun naam alleen aan hun verenkleed dat ook zwart-wit is. Ook het eerste deel van klapekster is trouwens misleidend: klap is afgeleid van klappen/kletsen/praten dat sommige vogels van de mens kunnen leren.  Dat kan de ekster echter wel, maar de klapekster helemaal niet. Klapekster is daarom een voorbeeld van een wel heel erg verkeerd terechtgekomen naam.

Maar waar komt schol van de scholekster dan weer vandaan? Volgens Eigenhuis (2004) en Blok en ter Stege (2008) zou schol afkomstig kunnen zijn van schelp of afgeslepen schelp. De scholekster splijt met zijn snavel de schelpen van mosselen en andere schelpdieren open. Philippa e.a. (2003-2009) beargumenteren echter dat het volgens de geldende klankwetten niet mogelijk is dat schol is afgeleid van schelp of schel.

In het Middelnederlands, dat tussen ongeveer 1200 en 1500 in onze streek werd gesproken, waren al drie betekenissen van het woord schol bekend: aardkluit, ijsschots en soort platvis. De scholekster eet geen schol, dus de verklaring soort platvis lijkt daarmee af te vallen. En ijsschots klinkt ook niet erg aannemelijk. Philippa e.a. (2003-2009) denken aan aardkluit of schijf klei als meest voor de hand liggende betekenis. Die aardkluit zou dan de plaats zijn waarop je de scholeksters kunt vinden.

Maar via een andere ingang zouden we misschien toch weer bij schol in de betekenis van soort platvis uit kunnen komen. Wilms (2016) wijst ons namelijk op een andere interessante verklaring die al in deel 1 van de Nederlandsche Vogelen (1770) wordt gegeven:

“In den tyd, waer in op onze Eilanden en langs onze kust veel werks gemaekt wordt van ’t zouten en droogen van Schollen en Scharren, vindt men deeze vogelen overvloedigst, en men heeft waergenomen, dat zy, wanneer hunne veiligheid daer mede niet gemoeid is, die plaetsen ’t meest in ons Duin bezoeken, op de welken het Schollegrom, d.i. de Ingewanden der zoo even gemeldde vischen, wordt nedergesmeeten; daer zy dan op die wegwerpselen, dik bezet met keinere schelpvisschen uit de robben der scharren en schollen, koomen aezen. Dit kan misschien de aenleiding aen onze Zeedorpelingen gegeeven gehad hebben, om deeze vogelen Scholaeksteren te noemen… (…)”

De ingewanden van de schol (grom) werden als restafval van de visserij op een hoop gegooid. Scholeksters kwamen af op dit zogenaamde schollegrom om daar de meegekomen schelpdieren te verorberen. En om die reden zou de scholekster dus z’n naam hebben kunnen krijgen. Ik denk dan wel: waarom heet ie dan geen gromekster? Wie ’t weet mag ’t zeggen…

Gebruikte bronnen

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

De afbeelding komt uit: Dresser, H.E. (1871-1881). A History of the Birds of Europe, including all the species inhabiting the Western Palæarctic Region, Vol. 2, London: published by the author.

Hoe komt de Cetti’s zanger aan zijn naam?

Toine AndernachVerschillende vogels die in Nederland worden waargenomen, hebben een naam die ontleend is aan een persoon, zoals de Pallas’ boszanger en de Ross’ gans, vernoemd naar respectievelijk een achttiende-eeuwse Duitse zoöloog en botanicus en een negentiende-eeuwse Ierse natuuronderzoeker.

Zo ook de Cetti’s zanger die in 1968 voor het eerst in Nederland werd gesignaleerd en sindsdien enorm in aantal is toegenomen. De Cetti’s zanger is vernoemd naar de in Duitsland geboren wiskundige, filosoof en Jezuïet met Italiaanse ouders Francesco Cetti (1726-1778). Cetti werd in 1765 door de Koning van Sardinië uitgenodigd om het onderwijs op het eiland te verbeteren. Hij ging regelmatig op stap op het eiland en deed zo ook nieuwe ontdekkingen (Birder, 2015). In 1776 publiceerde hij Gli uccelli di Sardegna (de vogels van Sardinië), het tweede deel van zijn Storia Naturale di Sardegna (Natuurlijke geschiedenis van Sardinië). Hierin beschrijft hij de usignuolo di fiume (letterlijk riviernachtegaal), onze huidige Cetti’s zanger (Wilms 2016).

Maar wie gaf de Cetti’s zanger dan zijn naam? In de negentiende eeuw broedden Cetti’s zangers vooral in het Middellandse zeegebied. En veertig jaar na de dood van Cetti bracht Alberto della Marmora (Italiaans soldaat en natuuronderzoeker) veel tijd door op Sardinië en verzamelde daar ook Cetti’s zangers. In 1820 gaf hij deze soort de naam Sylvia Cetti om Cetti te eren. En het was de Nederlandse zoöloog en oprichter van het Rijksmuseum van Natuurlijke Historie Coenraad Jacob Temminck die voor het eerst een volledige beschrijving van Sylvia Cetti gaf (Temminck 1820-1840). De Temminck’s strandloper is (naast veel andere soorten) naar hem vernoemd.

In 1834 kreeg de Cetti’s zanger van Karel Lucien Bonaparte (neef van keizer Napoleon) zijn eigen geslacht en daarom heeft ie nu de wetenschappelijk naam Cettia Cetti. Maar dat is nog niet alles, want de Cettia Cetti is ook nog ‘s lid van de familie van Cettiidae (struikzangers). Nou, dat was wel weer genoeg Cetti.

Gebruikte bronnen:

Birder, K. (2015). Francesco Cetti (1726-1778)…..What’s in a Name?, op http://killybirder.blogspot.com/2015/11/francesco-cetti-1726-1778whats-in-name.html.

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Sovon Vogelonderzoek Nederland (2019). Vogelatlas van Nederland, vierde druk, Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers. blz. 426-437.

Temminck, J.-C., (1820-1840). Manuel d’ornithologie, ou, Tableau systématique des oiseaux qui se trouvent en Europe, tweede druk, deel 1, op https://biodiversitylibrary.org/page/41001498.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

Hoe komen de mezen aan hun naam?

Toine AndernachVanochtend zag ik ‘m voor ’t eerst in de Vockestaert: de buidelmees. De buidelmees is geen ‘echte’ mees (geen lid van de familie Paridae) maar werd lange tijd onder de mezen geschaard door z’n meesachtige gedrag en geluid. Hij kreeg het eerste deel van z’n naam in 1858 vanwege het mooie buidelvormige hangende nest dat ie maakt. Voor die tijd kreeg ie om die reden trouwens zijn eerste Nederlandse naam: Europisch Hangnestje.

De meeste in Nederland voorkomende mezen hebben een naam die is afgeleid van een opvallend lichaamskenmerk: de staartmees heeft een lange staart en de kuifmees een kuif. En de koolmees heeft een zwarte kop en hals die overeenkomt met de kleur van kool. Dat heeft de zwarte mees ook (vandaar dat ie zwarte mees heet :-). En om de verwarring nog groter te maken heet de zwarte mees in het Engels coal tit, dat in het Nederlands vertaald kan worden als koolmees.

Dan hebben we nog de matkop en de glanskop, die geen mezen heten maar het wel zijn. Tot de eerste helft van de 19de eeuw werden ze nog niet als aparte soort herkend en heetten ze eerst Riet-Mees (in Nederlandsche Vogelen) en later Zwartkopmees. Toen ze ieder hun eigen naam kregen werd het eerst Glanskop-Zwartkopmees en Matkop-Zwartkopmees en in de loop der tijd via matkopmees en glanskopmees dus alleen maar korter.

Van de naam pimpelmees is het allemaal nog niet zo duidelijk. Je zou door het woord pimpelpaars denken dat zijn naam ook afgeleid is van deze kleur. Maar pimpelpaars is niet de kleur van de kop van de pimpelmees. Toch wordt er door sommigen gedacht dat ’t andersom is: dat pimpelpaars afgeleid is van pimpelmees.

Maar waar komt pimpel dan vandaan? Waarschijnlijk van het Nederduitse pimpeln dat als een belletje klingelen betekent. Als dat klopt hebben we bij de pimpelmees dus voor een deel met een klanknabootsende naam te maken (een halfonomatopee).

De naam mees is trouwens afkomstig van het Oudhoogduits meisa wat ook al mees betekende. Een andere herkomst van de naam is verder niet bekend of onzeker. Mees komt al voor in Middelnederlandse teksten, zoals in het Haagse liederhandschrift uit omstreeks 1400 met het zinnetje Si hiet mi gaen vangen meesen (Zij droeg me op mezen te gaan vangen). Gelukkig vangen we ze tegenwoordig vooral in de kijker.

Toine Andernach

Gebruikte bronnen:

  • Anoniem (omstreeks 1400). Haags liederhandschrift, van https://dbnl.org/tekst/_haa002ekos01_01/_haa002ekos01_01_0107.php.
  • Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.
  • Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.
  • Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.
  • Sijs, N. van der (samensteller) (2010). Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/.
  • Svensson, L. & Grant, P. J. (2016). ANWB Vogelgids van Europa. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.
  • Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.
  • WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal, op http://wnt.inl.nl/. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff.

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

mei
25
za
07:00 Ameide ( Zouweboezem)
Ameide ( Zouweboezem)
mei 25 @ 07:00 – 16:00
Start Korftlaan tegenover de Papaver Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdag 23 mei tussen 19:00 en 21:00 uur bij Herco Christerus. Tel. 06-55726529 Dé plek om eens te genieten van de … Lees verder
jun
7
vr
19:00 Avondexcursie plas-drasgebied Ko...
Avondexcursie plas-drasgebied Ko...
jun 7 @ 19:00 – 21:00
Start Korftlaan tegenover de Papaver Informatie en aanmelden op donderdag 6 juni tussen 19.00 en 21.00 uur bij John Kleijweg. Tel 015- 2134140 of 06-53774348 Wellicht heb je de berg zand wel eens gezien in … Lees verder
jun
13
do
20:00 Algemene Ledenvergadering
Algemene Ledenvergadering
jun 13 @ 20:00 – 22:00
Aanvang 20:00 In de Natuurschuur.
aug
24
za
07:00 Brabantse Biesbosch
Brabantse Biesbosch
aug 24 @ 07:00 – 16:00
Start Korftlaan tegenover de Papaver. Kosten € 0,07 per kilometer. Informatie en aanmelden op donderdag 22 augustus tussen 19.00 en 21.00 uur bij Hans de Winter. Tel 015-2134636 of 06-22026848. Was het Nationale Park de … Lees verder