Home » Vogels » Hoe komt de vogel aan zijn naam?

Categoriearchief: Hoe komt de vogel aan zijn naam?

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Hoe komt een vogel aan zijn naam ?

Als taalkundige ben ik geïnteresseerd in alles wat met taal te maken heeft. In combinatie met mijn fascinatie voor vogels heeft dat geleid tot de aanschaf van verschillende woordenboeken met vogelnamen en Nederlandsche Vogelen waarin vogels tussen 1770 en 1829 rijkelijk zijn beschreven en geïllustreerd. En dat levert al bladerend allerlei leuke observaties op.

Toine Andernach

Hoe komen de reigers aan hun naam?

Ik wil ‘t niet meteen met de pietendiscussie vergelijken maar de leden van de familie reiger hebben in de loop der tijd ook alle kleuren van de regenboog gehad.

De blauwe reiger was in de 14de eeuw oorspronkelijk gewoon een reiger en daarna lange tijd een grauwe reiger en zelfs een graauwe vischreiger. Die namen kwamen overeen met zijn daadwerkelijke kleur: grijs. En in het Engels is ie nog steeds een grey herron.

De purperreiger kwam pas in 1763 in het Nederlands om de hoek kijken onder de naam Purpere gekuifde Reiger. Maar hij werd in eerst instantie roode reiger genoemd en ook Bruin-roode reiger. In het Fries is het ook een reade reager.

In de 18de eeuw waren zilverreigers bekend onder de naam witte reiger. En alsof dat nog niet genoeg is, is de zeldzamere ralreiger in het Fries een brune reager.

Reigers spreken nogal tot de verbeelding vanwege hun omvang, voorkomen en nabijheid. Vandaar dat ze in sommige dialecten troetelnamen hebben gekregen die verwijzen naar voornamen: De blauwe reiger heet Ome Kees op Terschelling en Blauwe Jaap in West-Friesland. Daarin is ie trouwens niet uniek. De scholekster (bonte Piet), winterkoning (kleine Jan) en wielewaal (Grete van Gluurne) smaken onder andere ook dat genoegen.

Maar de blauwe reiger is vanwege ongepast gedrag in bepaalde streken ook bekend onder minder flatterende bijnamen zoals schijtreiger en krijser. Die laatste hangt samen met de betekenis van reiger zelf. De precieze herkomst is niet helemaal zeker, maar is waarschijnlijk terug te voeren tot het Protogermaanse *hraigran, dat krijsen betekent. Dat hier een klanknabootsing in het spel is, is wel waarschijnlijk.

In de Middeleeuwen maakte men zich minder druk om naamgeving. Het was veel belangrijker dat reigers lekker smaakten. Dat blijkt al uit onderstaand fragment uit Der naturen Bloeme van van Maerlant uit de 13de eeuw:

Som wit ende som van sciere wise,
Maer die sciere sijn best ter spise,
Van smaken best ende ghesont
Sommige zijn wit en sommige grauw,
maar de grauwen zijn het best te eten,
van smaak best en gezond.

En tot ver in de 18de eeuw werden in Bretagne volgens NV speciale reigernesthokken neergezet om ze te vangen:

(…) leverende hunne Jongen aldaar een voordeelig Inkomen, doordien die eetbaar zijn, en wel gemest zeer smaakelijk geacht worden.

Ze lustten dus wel pap van jonge reigers!

Toine Andernach

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kroonen, G. (2013). Etymological Dictionary of Proto-Germanic. Leiden Indo-European Etymological Dictionary Series, Volume: 11. Leiden/Boston: Brill.

Maerlant, J. van (1878). Der naturen bloeme. Ed.: Eelco Verwijs. Groningen: J.B. Wolters.
Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

 

Hoe komt de ijsvogel aan zijn naam?

De ijsvogel kan niet tegen ijs.” En dat hebben we niet van de eerste de beste. John Kleijweg meldde dat afgelopen donderdag tijdens zijn interessante en vermakelijke presentatie over de vogels van Midden-Delfland. En hij zette zijn stelling kracht bij door te memoreren dat het aantal ijsvogels in de winter van 2008-2009 op bepaalde plekken in Nederland was gedecimeerd. In de Volkskrant was dat toen ook te lezen:

(…) De grootste slachtingen vielen deze winter in Limburg, Noord-Brabant en Gelderland. Daar was het het koudst. In december telden mensen in Gelderland nog 39 ijsvogels en in januari nog maar drie. In februari was er nog maar een te zien. (…)”. Volkskrant 16 maart 2009

Toch werd er wel vaak een verband gelegd met ijs bij het verklaren van zijn naam. In Nederlandsche Vogelen staat bijvoorbeeld:

De benaaming van Ysvogel is daar van afkomstig, dat men hem op de binnen-Wateren meest aantreft by vriezend Weer. Andere benaamingen, van duisterer afleiding, ga ik voorby.

De ijsvogel wordt inderdaad vaker gezien in de kou omdat hij dan niet verscholen zit achter bladeren maar op een kale tak te vinden is in de buurt van een wak. En met z’n felle kleuren tegen een lichte/witte achtergrond is ie dan ook veel beter te zien.

IJs- zou dan van het Oudhoogduitse (8ste eeuw) isarn afgeleid zijn. Isa is ‘ijs’ en Arn ‘arend’ dus dat zou dan op ijsarend uitkomen. En de manier waarop de ijsvogel al stootduikend zijn vis vangt, lijkt op hoe bijvoorbeeld de visarend dat doet. Arn zou heel vroeger ook gewoon ‘vogel’ zijn geweest, waardoor isarn letterlijk op ijsvogel uitkomt.

Maar het kan ook zijn dat de naam ijsvogel niks met ijs te maken heeft. Isarn betekent namelijk als geheel ook ‘ijzer’. En de felblauwe kleur van de ijsvogel zou dan gelinkt zijn aan de blauwglanzende kleur van ijzer. Het Duitse woord voor ijzer is ook Eisen.

In de 11de eeuw bestond in het Oudhoogduits isanuogal waarin het woord vogel voorkomt. In de verklaring met ijzer zou dit dan ‘ijzervogel’ betekenen. Het grappige is dat het in de verklaring met ijs een tautologische samenstelling wordt. Het woord vogel komt er twee keer in voor: is+arn+uogal => ijs+arend/vogel+vogel.

Deze samenstellingen kunnen ontstaan doordat mensen de betekenis en opbouw van het oorspronkelijke woord niet meer kennen en er dan een nieuw woord aan vastplakken. Ook tortelduif en struisvogel zijn tautologische samenstellingen want turtur is al tortelduif en struis komt van Latijn struthio wat al struisvogel betekent.

En dat heb ik geheel en al gratis en voor niets keurig netjes voor u op een rijtje gezet. Klaar uit!

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kerkhof, P. A. (7 juli 2016), Over struisvogels, windhonden en maaltijden. Hoe leenwoorden inzicht verschaffen in onze taalgeschiedenis. Op https://www.nemokennislink.nl/publicaties/over-struisvogels-windhonden-en-maaltijden/.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Volkskrant (16 maart 2009), Helft ijsvogels dood door koude winter. Op https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/helft-ijsvogels-dood-door-koude-winter~bbee8717/.

Wikipedia (17 november 2019), Tautologie (stijlfiguur). Op: https://nl.wikipedia.org/wiki/Tautologie_(stijlfiguur)

Hoe komt de ooievaar aan zijn naam?

Toine AndernachEen ooievaar met darmproblemen vliegt met zijn partner naar zee waar door zijn partner zout water in zijn achterwerk wordt gespoten om de boel ’s goed door te spoelen.

Althans, dat is wat Bartholomaeus Anglicus (1203-1272) beschrijft in Van den proprieteyten der dinghen. Klisma’s waren in die tijd blijkbaar niet voorbehouden aan mensen. Een mooi staaltje mantelzorg van moeder natuur.

Het toegewijde gedrag van ooievaars als jongen, partner en opvoeder, en later als vermeend babybezorger spreekt al eeuwen tot de verbeelding. In de 13de eeuw schreef Jacob van Maerlant in zijn Der Naturen Bloeme over de ooievaar:

 

Plinius die wil bekinnen
dat si hare ionc sere minnen.
Oec sijn de ionc der moeder goet
want also langhe alsoese voet
also langhe voetsise weder.
Plinius wil laten weten
dat ze hun jongen zeer beminnen.
Ook zijn de jongen voor de moeder goed
want al zolang zij hen voedt
voeden zij haar ook.

Zijn trouwe karakter heeft ‘m waarschijnlijk tot symbool van Den Haag gemaakt. Maar ook Delft heeft een speciale band met de ooievaar. Op 3 mei 1536, tijdens de grote stadsbrand, werd ook Oude Delft 167 (het huidige Gemeenlandshuis) getroffen. En op het dak was een ooievaarsnest gevestigd.

Het verhaal gaat dat moeder ooievaar geprobeerd zou hebben om haar jongen uit de vlammen te redden en ze daarna (toen dat niet lukte) met haar gespreide vleugels op het nest wilde beschermen. En dit leidde uiteindelijk tot hun dood…

Naar dit verhaal wordt ook verwezen in Nederlandsche Vogelen maar het is al veel ouder. Cornelis Musius (1500 – 1572), de rector van het St. Agatha-klooster, schreef het gedicht De Delftse ooievaar (in Latijn) waarschijnlijk niet lang na zijn benoeming in 1538. En Theo van der Heijden maakte er in het jaarboek 2011 van Delfia Batavorum een mooie Nederlandse vertaling van. Het onderstaande fragment beschrijft het gedramatiseerde einde van het verhaal:

“(…)
Totdat in pogingen vol liefde
Teleurgesteld, de hoop verloren,
Zij zich spontaan werpt in het vuur,
Omdat zij liever eervol met
Haar dierbaar kroost de dood in wilde
Dan dat zij ontrouw was en leefde.
(…)”

En nu terug naar de herkomst van de naam ooievaar. Een van de mogelijke verklaringen van de naam houdt verband met zijn status als geluksbrenger: de ooievaar zou voorspoed brengen aan de bewoners van het huis waarop ie broedt.

In het Middelnederlands (1200-1500) kwamen vormen voor als odevare en oudeuaer. Deze zouden afgeleid kunnen zijn van het Proto-Germaanse *auda-bara wat ‘schatdrager’ betekent, van *auda– ‘rijkdom, schat’ en *beran– ‘dragen’. In deze betekenis zijn het dus schatten van kinderen die door de ooievaar worden gebracht.

Sommige etymologen menen echter dat de v van ooievaar niet ontstaan kan zijn uit de b van *beran– en komen daarom met een andere verklaring: de gereconstrueerde samenstelling *uda-faran ‘moerasganger’, met -ud ‘moerassige plaats’ en -faran ‘gaan, lopen’. De betekenis van schatdrager zou dan later via volksetymologie tot stand zijn gekomen.

Maar de meest fantasievolle verklaring vinden we toch wel in Nederlandsche vogelen:

“(…) Terwijl Oije een Schaap betekent, en zy, by groote schoolen in de Oostelyke deelen van Europa verzameld, van daar met een Vaart verhuizen, (…); zou men mogen denken, of de gelykenis naar een Kudde Schaapen, door hunne witheid, en het dus ter vlugt verdwynen, dan hun zweeven by troepen in de Lugt, ook aanleiding gegeven had tot die benaaming, welke oudtyds Oijevaart geschreeven werdt. Doch zulks is onzeker.”

(Nederlandsche Vogelen, blz. 321)

Misschien maar ‘s voor de afwisseling een kudde ooievaartjes gaan tellen, als we de slaap niet kunnen vatten….

Toine Andernach

Gebruikte bronnen

Anglicus, Bartholomaeus (2009). Van den proprieteyten der dinghen. Vertaling van Jacop Bellaert, 1485. Editor: E.M. Versélewel de Witt Hamer, op https://www.dbnl.org/tekst/enge022vand01_01/enge022vand01_01_0013.php#977

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Brouwer, G. A. (1954). Historische gegevens over onze vroegere ornithologen en over de avifauna van Nederland, Ardea: vol. 41. E.J. Brill.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Heijden, Th. Van der. (2012). Cornelis Musius en de Delftse ooievaar. In: Jaarboek Delfia Batavorum 2011, op http://www.delfia-batavorum.nl/uploads/Afbeeldingen/jaarboeken/Delfia_Batavorum_2011.pdf. Delft: Historische Vereniging Delfia Batavorum.

Maerlant, J. van (1878). Der naturen bloeme. Ed.: Eelco Verwijs. Groningen: J.B. Wolters. Op https://www.dbnl.org/tekst/maer002ever01_01/index.php.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

Historiek, Redactie (2019). Waarom heeft Den Haag een ooievaar in haar wapen?, op https://historiek.net/ooievaar-den-haag-wapen-waarom/104129/ 

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

Hoe komen de plevieren aan hun naam ?

Toine AndernachOp Texel in mei dit jaar zijn we elke dag even naar ze gaan kijken. Ze zaten met z’n twintigen steeds op hetzelfde omgeploegde akkertje. Ze zitten er ieder jaar. En wat zijn ze mooi! Een van de weinige soorten waarvan het vrouwtje mooier is dan ‘t mannetje trouwens. Ik heb ‘t over de morinelplevier.

De morinelplevier kreeg zijn naam van de Engelsman John Kay (1510-1573) die er twee betekenissen aan gaf. De eerste is afgeleid van de Morini, een bevolkingsgroep in Noord-Frankrijk en België. Hun naam komt van het Keltische mori (zee). De tweede betekenis komt van het Latijnse morus (gek, dwaas) omdat de morinelplevier achter mensen aan zou lopen en daardoor makkelijk te vangen was.

Ook de strandplevier had vroeger namen die afgeleid waren van de plaats waar ie voorkwam. Eerst Alexandrynsche plevier omdat hij in Egypte was waargenomen en later Kentsche plevier.

Plevier komt zelf van het Latijnse pluvialis (op de regen betrekking hebbende). Plevieren zouden gaan fluiten als er regen op komst was. De goudplevier wordt daarom onder het volk ook wel regenfluiter genoemd (net als de regenwulp, de wulp en de merel trouwens). En daarnaast zijn er nog andere vogels die vroeger een gave als regenvoorspeller werd toegedicht zoals de groene specht en de rode wouw. Er is overigens (zoals zo vaak) nog wel discussie over de vraag of plevier niet oorspronkelijk toch een klanknabootsende oorsprong zou hebben.

De bontbekplevier dankt zijn naam aan zijn oranje-zwarte snavel, waarmee hij zich onderscheidt van de kleine plevier. Toen men zich nog niet bewust was van het bestaan van deze twee verschillende, maar op elkaar lijkende soorten werd de bontbekplevier ook wel kleine plevier genoemd. En in Nederlandsche Vogelen was het nog piepert of zee-leeurik, naar twee families waarvan het ook lastig was om ze uit elkaar te houden.

Vanwege hun verwantschap en gelijkenis met de kievit (als lid van de Charadriidae-familie) zijn de zilverplevier en de goudplevier in het verleden kievit genoemd. De goudplevier was begin 18-de eeuw de groene kievit en de zilverplevier is in de loop der jaren zelfs meerdere keren van kleur veranderd: eind 18-de eeuw nog graauwe plevier maar begin 19de eeuw grijze kievit (Nederlandsche Vogelen) en later goudkievit (!).

En om de verwarring nog groter te maken zijn er ook soorten die vroeger onder de plevieren werden geschaard maar dat later niet bleken te zijn, zoals de Gryze Zand-Plevier (de drieteenstrandloper) en de Graeuwe Zand-Plevier (de bonte strandloper).

De herkomst van onze vogelnamen blijft een fascinerend fenomeen!

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Sijs, N. van der (samensteller) (2010). Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/.

Wikipedia, Morinelplevier, op https://nl.wikipedia.org/wiki/Morini_(stam).

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

Hoe komt de putter aan zijn naam?

Een pieper piept, een kruiper kruipt en een duiker duikt. Maar wat doet een putter dan? Een putter put. Huh? Nou ja, niet van nature maar in een kooitje en door mensen geleerd.

En daar begonnen we al heel lang geleden mee. Al sinds de Romeinen in de 1ste eeuw na Christus weten we dankzij Plinius de Oudere dat putters konden leren hun eigen water omhoog te takelen (te putten). Plinius schreef vrij vertaald:

De kleine Distelvinken doen wat men hen leert en dat niet alleen met hun stem maar ook met hun snavel en pootjes die ze in plaats van handen gebruiken.”

Putters konden in hun zogenaamde puttershuis met een klein emmertje water putten door met hun snavel aan een kettinkje te trekken en dat met hun pootjes vast te houden. Sommige huisjes hadden ook een wagentje met voer dat ze naar binnen konden trekken. Een puttershuis zag er in de 17de eeuw zo uit:

(uit Verdaasdonk, het Puttertje van Fabritius)

Sinds 1640 komt de naam putter in het Nederlands voor (en sinds 1555 onder de naam petter). Oorspronkelijk werd die naam alleen gegeven aan de gekooide putters en bleef de naam distelvink (al teruggevonden als distelvinc rond 1240) bestaan voor de in het wild levende vogels (WNT). Dus putter heeft in ieder geval een betekenis gekregen die samenhangt met zijn vaardigheid om water te putten. En in het Engels is dat trouwens nog duidelijker: daarin vinden we de volksnaam water-drawer.

Eigenhuis (2004) vraagt zich echter af of dit ook de oorspronkelijke betekenis is van zijn naam. Het gebeurt namelijk vaker dat vogelnamen ‘onder het volk’ een andere interpretatie krijgen door allerlei nieuwe ontwikkelingen of gebeurtenissen en dat de oude betekenis verwatert en uiteindelijk niet meer bekend is.

Eigenhuis denkt daarbij aan een afleiding van het Middelnederlandse puederen (wroeten) waardoor putter de betekenis van peuter(aar)tje krijgt. Een verklaring voor deze mogelijke betekenis zou dan kunnen zijn dat putters te vinden zijn op distels waarvan ze zaden proberen los te peuteren. Maar we kunnen dit niet met zekerheid zeggen.

En nu bent u vast ook benieuwd hoe ’t zit met die andere vogelnamen die eindigen op -er: als de putter put, eidt dan de eider, fraat de frater, ruit de ruiter, reigt de reiger, sperwt de sperwer, topt de topper en lijst de lijster? Vast niet, maar we zoeken ’t uit!

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Anoniem, Ruit met een geketende vogel voor een vogelhuisje, 1650-1675, gebrandschilderd glas, 11,6 x 8,4 centimeter, Rijksmuseum te Amsterdam, op: https://www.rijksmuseum.nl/nl/zoeken/objecten?q=ruit&p=13&ps=12&st=Objects&ii=6#/BK-LXXXI-L,150.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Veen, P.A.F van, N. van der Sijs (1997). Etymologisch woordenboek. De herkomst van onze woorden. tweede druk, Utrecht/Antwerpen: van Dale Lexicografie, op: http://etymologiebank.nl/.

Verdaasdonk, C. (2018). Het puttertje van Carel Fabritius: functie en iconografie. Volkert Manuth Scriptie, Radboud Universiteit, Nijmegen.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff, op http://wnt.inl.nl/.

Koninklijke Bibliotheek

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

nov
7
za
08:00 AFGELAST: Oude land van Strijen/...
AFGELAST: Oude land van Strijen/...
nov 7 @ 08:00
Zaterdag 7 november, Oude land van Strijen/Korendijkse Slikken, auto- excursie In verband met de corona regels is besloten dat deze excursie niet door kan gaan. Afgelast Start Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten … Lees verder
dec
12
za
08:00 AFGELAST: Excursie Arkemheen/Oos...
AFGELAST: Excursie Arkemheen/Oos...
dec 12 @ 08:00
Zaterdag 12 december, Arkemheen/Oostvaardersplassen, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 10 december tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij Gert van der … Lees verder
jan
16
za
08:00 Excursie De Kwade Hoek
Excursie De Kwade Hoek
jan 16 @ 08:00
Zaterdag 16 januari, De Kwade Hoek, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 14 januari tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij Jannie … Lees verder