Home » Vogels » Hoe komt de vogel aan zijn naam? (Page 2)

Category Archives: Hoe komt de vogel aan zijn naam?

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Hoe komen de tortels aan hun naam ?

Toine AndernachEen paar weken geleden was ik voor de zoveelste keer deze zomer in de Broekpolder. Meestal leg ik een hele lijst aan omdat ik zoveel mogelijk verschillende soorten wil zien. Maar nu had ik maar één soort op ‘t oog: de zomertortel. En terwijl ik zoveel moeite voor ‘m doe, speelt hij tot nu toe ‘hard to get’. Daarmee doet ie z’n naam geen eer aan want hij staat al jaren bekend als player:

De Tortels munten boven de andere Duiven uit in ’t werk der naejaeginge van wellust. (Nederlandsche Vogelen, deel 1, 1770)

De zomertortel heette vroeger tortelduif, afgekort ook wel tortel. Maar door de concurrentie met de oprukkende Turkse tortel, die ook vaak tortel werd genoemd, werd het verwarrend en heeft ie in 1994 officieel de naam zomertortel gekregen.

Tortelduif heeft ’t veel langer volgehouden en is zelfs een van de oudste Nederlandse samengestelde vogelnamen, afgeleid van Latijn turtur, wat overigens net als veel andere vogelnamen een klanknabootsende naam is.

Maar er is nog iets bijzonders aan de hand: tortelduif is een samenstelling waarvan het eerste deel vroeger dezelfde betekenis had als die van het hele woord. Oftewel: turtur (tortel) betekende van zichzelf al tortelduif en de toevoeging duif was dus eigenlijk niet nodig. Dat ’t toch tortelduif is geworden, komt omdat men in de loop der tijd de precieze betekenis van ‘t losse woord tortel is vergeten. En dat heeft zich allemaal ongeveer 1000 jaar geleden afgespeeld, want het woord turtulduva is al gevonden in een tekst van rond het jaar 1100.

Het woord duif is nog ouder en komt al voor in een van de oudste Nederlandse teksten: de Wachtendonckse psalmen uit de 10de eeuw. Waar duif vandaan komt weet niemand zeker. Mogelijke verklaringen variëren sterk en hebben betrekking op z’n kleur, op z’n roep en op z’n gedrag (Nederlands duiken en Engels dive).

Hoe de Turkse tortel aan het eerste deel van z’n naam komt, ligt minder ingewikkeld: oorspronkelijk komt hij uit Zuidoost-Europa en ergens begin vorige eeuw breidde zijn verspreidingsgebied zich richting het noordwesten van Europa uit. Het eerste deel van zijn naam verplaatste zich met de vogel mee vanuit de richting van Turkije en zo kwam ie aan z’n Duitse naam Türkentaube. Waarschijnlijk hebben we dat in het Nederlands overgenomen want hij kwam halverwege de vorige eeuw via Duitsland bij ons terecht.

En voor wie meteen dacht dat tortelduif wel van tortelen (minnekozen, mooi woord!) afkomstig zou zijn, jullie hebben ’t mis. Tortelen is afgeleid van tortelduif, en niet andersom! En dat minnekozen blijken ze vooral bij één partner te doen, dus de kwalificatie player die ik hierboven gebruikte, neem ik terug.

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Kerkhof, P.A., (2016). Over struisvogels, windhonden en maaltijden, Hoe leenwoorden inzicht verschaffen in onze taalgeschiedenis, op https://www.nemokennislink.nl/publicaties/over-struisvogels-windhonden-en-maaltijden/.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

Sijs, N. van der (2002). Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen. Amsterdam/Antwerpen: Veen (tweede druk).

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

Hoe komt de snor aan zijn naam?

Toine AndernachSnor!”, riep ik enthousiast toen hij zich in het riet van z’n beste kant liet zien. De hardloopster hield even in toen ze ons groepje tegemoet liep en ik haar verwachtingsvol aankeek. “Oh sorry”, zei ze verontschuldigend, terwijl ze met haar mouw het slijm van haar bovenlip afveegde en met een nog roder hoofd verder jogde. Verbouwereerd van de onbedoelde afloop van dit korte gesprek bleef ik in het riet achter…

Vorige week moest ik aan dit bijzondere voorval terugdenken toen ik er twee hoorde èn zag in de Groenzoom. De snor werd voor het eerst in de negentiende eeuw in Nederland waargenomen in de Kralingse Plassen in Rotterdam. Hij kreeg zijn naam van het volk vanwege het snorrende geluid dat ie maakt en niet vanwege zijn bijzondere bovenlipbedekking. Dit in tegenstelling tot de baardmanman, wiens donkere baardstrepen wel veel weg hebben van de mannelijke gezichtsbeharing.

De zang van de snor lijkt trouwens erg op die van de sprinkhaanzanger die zijn naam kreeg omdat zijn zang op die van een sprinkhaan lijkt; de sprinkhaanzanger zingt iets hoger dan de snor en met een wat langzamere opeenvolging van noten. En als je goed luistert, hoor je een ratel. Een derde lid van het geslacht Locustella (sprinkhaan) is de krekelzanger. En u raadt ’t al…

Ornithologen hebben de snor later (in 1852) nachtegaal-rietzanger genoemd, ontleend aan zijn wetenschappelijke soortnaam lusciniodes dat nachtegaalachtig betekent. Deze keer juist weer niet vanwege zijn zang (lijkt er niet op), maar omdat zijn roodbruine rug aan de kleur van de nachtegaal doet denken.

Gelukkig kreeg ie daarna weer officieel de naam snor want anders was die bijzondere ontmoeting tussen het riet mooi aan m’n neus voorbijgegaan…

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

Hoe komt de roerdomp aan zijn naam.

Op het gevaar af als vogelaar niet meer serieus genomen te worden: ik heb ‘m nog nooit gezien! Ik doe ‘m wel regelmatig na. Dat mensen me dan gek aankijken, neem ik op de koop toe. En ik verzamel foto’s van opgezette roerdompen. Allemaal compensatiegedrag: ik moet toch op een of andere manier verwerken dat ie nog niet op m’n levenslijst staat.

Gelukkig ben ik niet de enige die ’t lastig vind om ‘m te vinden. In Nederlandsche Vogelen staat ’t mooi opgeschreven:

“In deeze gestalte wordt hy zeer dikwils onopgemerkt voorbygegaen, en niemand tenzy afgericht, zou hem voor een leevenden vogel, en voor een’ Roerdomp, groeten.”

Conclusie: ik ben niet goed afgericht.

Over de betekenis van roer is geen twijfel. Dat is Middelnederlands voor riet en komt oorspronkelijk waarschijnlijk van het Protogermaanse *rauza.

Het tweede deel domp levert wel weer wat discussie op. Voor de hand ligt de verklaring die het Woordenboek der Nederlandsche taal (WNT) vermeldt: het (…) “is hoogstwaarschijnlijk oorspronkelijk de klanknabootsing van het zware doffe geluid dat het dier in den paringstijd maakt.”

Het grappige is dat de roerdomp in verschillende talen volksnamen heeft gekregen die verwijzen naar muziekinstrumenten. Een synoniem voor roerdomp in het Middelnederlands is roertrompe (trompet) en een Noord-Brabantse volksnaam is domphoren (hoorn). In het Engels bestaat mire drum (trommel) en in het Italiaans trombone (trombone).

Ook in Nederlandsche vogelen wordt verwezen naar de hoorn als muziekinstrument:

“(…) en deeze vogel draegt dien naem, omdat hy in het Roer, d.i. Riet, zyne woonstêe heeft, en aldaer een geluid maekt als kwam het uit een blaeshoorn.”

Maar het WNT geeft ook de zogenaamde volksetymologische versie dat domp afkomstig is van dompelen, tuimelen of duiken (…) “naar de bekende gewoonte van den roerdomp om zijn bek onder water te dompelen of in het slijk te steken wanneer hij zijn brullend geluid maakt.” Het WNT beschouwt de klanknabootsende versie als de oorspronkelijke versie.

Eigenhuis (2004) geeft een soortgelijke verklaring: domp komt van het Middelnederlands dumpeln ‘onderduiken’. Roerdomp zou dan rietduiker betekenen. Maar volgens Eigenhuis is juist dit de oorspronkelijke versie omdat we hiermee overeenkomsten tussen namen voor de roerdomp in verschillende talen eleganter kunnen verklaren.

Maar welke was er eerder, de klanknabootsende versie of de duikelversie? Geen flauw idee, eerst maar ’s zorgen dat ik ‘m eindelijk ’s een keer zie…

Toine Andernach

 

Gebruikte bronnen

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff, op http://wnt.inl.nl/.

Waar komt die vogeluitdrukking vandaan?

Toine AndernachVoor de afwisseling en op speciaal verzoek van de webredacteur deze keer een stukje over uitdrukkingen met een vogelnaam. Wat opvalt bij onze speurtocht is dat de meeste vogeluitdrukkingen algemene vogelnamen bevatten die voor meerdere soorten staan. Zo zijn er onder andere uitdrukkingen met kraai, gans, uil, eend, zwaan, mus, zwaluwen duif. Maar een beperkt aantal vogeluitdrukkingen bevat een soortnaam, zoals bijvoorbeeld vink (op het vinkentouw zitten) en kwartel. Met de kwartel hebben we wel meteen een mysterieuze uitdrukking te pakken: waar zou zo doof als een kwartel vandaan komen? Stoet (1923-1925) geeft een mooie en overtuigende verklaring:

“Daar de kwartel tot die dieren behoort, welke, wanneer zij angstig worden, stil op den grond ineengedoken blijven zitten, zoodat men er wel op kan trappen, zonder dat zij zich verroeren, of een geweer vlak bij hen kan afschieten, zonder dat zij opvliegen, zóózeer zijn ze door schrik en angst bevangen, is het niet onmogelijk, dat men ze voor doof heeft gehouden.”  (Stoet, 1923-1925) De kwartel doet dus alsof ie doof is. Hij is eigenlijk Oost-Indisch doof. En laat Kwarteldôf nou net het Friese woord voor Oost-Indisch doof zijn! (Blok en ter Stege, 2008).

En wat te denken van kind noch kraai hebben? Deze uitdrukking is afgeleid van het dertiende eeuwse no kind no craet. Het Middelnederlandse craet betekent echter niet kraai maar slaat op het gekraai van de haan. De haan stond voor waakzaamheid en had veel aanzien. Onze voorouders geloofden dat de haan, als getuige van bijvoorbeeld een moord, met zijn gekraai de moordenaar aan kon wijzen. Maar ook andersom: door stil te blijven kon hij iemands onschuld bepleiten. Als iemand dan èn geen kind èn geen haan had die ‘m vrij kon pleiten dan stond ie er wel erg alleen voor…

Een andere mogelijke verklaring die Schröder (1980) geeft, is dat de haan symbool stond voor het erf waarover hij de scepter zwaaide. En iemand die kind noch kraai had, had dus geen familie en geen bezittingen.Maar ik houd ’t op de eerste verklaring want die spreekt veel meer tot de verbeelding.

En tenslotte gaan we nog een uiltje knappen. Ook een uitdrukking waarin de vogel geen vogel is. Uiltje heeft hier waarschijnlijk de betekenis van (nacht)vlinder. En knappen betekent vangen. En omdat die beestjes (net als uilen!) toch overdag slapen, is het vangen van een vlinder een fluitje van een cent. Dus voldoende tijd voor oogjes dicht en snaveltjes toe. Slaap lekker!

Gebruikte bronnen

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam, op http://etymologiebank.nl/.

Schröder, P.H. (1980). Van Aalmoes tot Zwijntjesjager. Baarn: Erven Thomas Rap, Vijverhof,op http://etymologiebank.nl/

Sijs, N. van der (samensteller) (2010). Etymologiebank, op http://etymologiebank.nl/.

Stoet, F.A. (1923-1925). Nederlandse spreekwoorden, spreekwijzen, uitdrukkingen en gezegden, Zutphen: W.J. Thieme & Cie, vierde druk, op
https://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01/.

WNT (1882-1998). Woordenboek der Nederlandsche taal. Bewerkt door M. de Vries en L.A. te Winkel (et al.). ‘s-Gravenhage: Nijhoff, op http://wnt.inl.nl/.

Hoe komt de (schol)ekster aan zijn naam?

Toine AndernachDe ekster is al sinds lange tijd een inspiratiebron voor de naamgeving van verschillende andere vogels. Zo is dennenekster een oude volksnaam voor de notenkraker en houtekster de officiële Friese naam voor de gaai, beide net als de ekster lid van de familie van kraaiachtigen (Corvidae).

Ekster kan waarschijnlijk worden herleid tot het West-Germaanse *ago dat de puntige/scherpe betekent. En dat kan zowel op de snavel als op de staart slaan. Er bestond voor de ekster waarschijnlijk ook een samenstelling *aga-str-jon dat de basis vormde voor het woord voor ekster in verschillende andere talen. Het tweede deel *star(r)a(n) betekent spreeuw. Het Engelse starling komt daar vandaan (Kroonen, 2013).

Maar we hebben ook een paar eksters die geen familie van de ekster zijn. De klapekster en de scholekster danken het tweede deel van hun naam alleen aan hun verenkleed dat ook zwart-wit is. Ook het eerste deel van klapekster is trouwens misleidend: klap is afgeleid van klappen/kletsen/praten dat sommige vogels van de mens kunnen leren.  Dat kan de ekster echter wel, maar de klapekster helemaal niet. Klapekster is daarom een voorbeeld van een wel heel erg verkeerd terechtgekomen naam.

Maar waar komt schol van de scholekster dan weer vandaan? Volgens Eigenhuis (2004) en Blok en ter Stege (2008) zou schol afkomstig kunnen zijn van schelp of afgeslepen schelp. De scholekster splijt met zijn snavel de schelpen van mosselen en andere schelpdieren open. Philippa e.a. (2003-2009) beargumenteren echter dat het volgens de geldende klankwetten niet mogelijk is dat schol is afgeleid van schelp of schel.

In het Middelnederlands, dat tussen ongeveer 1200 en 1500 in onze streek werd gesproken, waren al drie betekenissen van het woord schol bekend: aardkluit, ijsschots en soort platvis. De scholekster eet geen schol, dus de verklaring soort platvis lijkt daarmee af te vallen. En ijsschots klinkt ook niet erg aannemelijk. Philippa e.a. (2003-2009) denken aan aardkluit of schijf klei als meest voor de hand liggende betekenis. Die aardkluit zou dan de plaats zijn waarop je de scholeksters kunt vinden.

Maar via een andere ingang zouden we misschien toch weer bij schol in de betekenis van soort platvis uit kunnen komen. Wilms (2016) wijst ons namelijk op een andere interessante verklaring die al in deel 1 van de Nederlandsche Vogelen (1770) wordt gegeven:

“In den tyd, waer in op onze Eilanden en langs onze kust veel werks gemaekt wordt van ’t zouten en droogen van Schollen en Scharren, vindt men deeze vogelen overvloedigst, en men heeft waergenomen, dat zy, wanneer hunne veiligheid daer mede niet gemoeid is, die plaetsen ’t meest in ons Duin bezoeken, op de welken het Schollegrom, d.i. de Ingewanden der zoo even gemeldde vischen, wordt nedergesmeeten; daer zy dan op die wegwerpselen, dik bezet met keinere schelpvisschen uit de robben der scharren en schollen, koomen aezen. Dit kan misschien de aenleiding aen onze Zeedorpelingen gegeeven gehad hebben, om deeze vogelen Scholaeksteren te noemen… (…)”

De ingewanden van de schol (grom) werden als restafval van de visserij op een hoop gegooid. Scholeksters kwamen af op dit zogenaamde schollegrom om daar de meegekomen schelpdieren te verorberen. En om die reden zou de scholekster dus z’n naam hebben kunnen krijgen. Ik denk dan wel: waarom heet ie dan geen gromekster? Wie ’t weet mag ’t zeggen…

Gebruikte bronnen

Blok, H., ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Philippa, M., F. Debrabandere, F., Quak, A., Schoonheim, N. en van der Sijs, N. (2003-2009). Etymologisch Woordenboek van het Nederlands, 4 delen, Amsterdam.

Wilms, H. (2016). Wetenschappelijke namen van de Vogels van Europa, op http://www.wnve.nl.

De afbeelding komt uit: Dresser, H.E. (1871-1881). A History of the Birds of Europe, including all the species inhabiting the Western Palæarctic Region, Vol. 2, London: published by the author.

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

Activiteiten

dec
14
za
08:00 Excursie: Arkemheense Polder, Oo...
Excursie: Arkemheense Polder, Oo...
dec 14 @ 08:00 – 16:00
Start Korftlaan tegenover de Papaver om 8:00 uur. Informatie en aanmelden op donderdag 12 december tussen 19:00 en 21:00 uur Gert van der Horn, – telefoon klik hier – Arkemheen is een graslandgebied aan het … Continue reading
jan
9
do
20:00 Lezing: Meeuwen
Lezing: Meeuwen
jan 9 @ 20:00 – 22:00
Merijn Loeve, mede- auteur van het in april 2019 verschenen boek: ‘ De Nederlandse Meeuwengids’ Meeuwen zijn misschien wel de lastigste vogelfamilie om op naam – en op leeftijd- te brengen. Niet alleen hebben we in … Continue reading
jan
18
za
08:00 Excursie: Schouwen Duiveland/ S...
Excursie: Schouwen Duiveland/ S...
jan 18 @ 08:00 – 16:00
Start:Korftlaan tegenover de Papaver Kosten: € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdag 16 januari  tussen 19:00 en 21:00 uur, door Herco Christerus – telefoon klik hier –. De Tureluur kun je het hele … Continue reading
feb
13
do
20:00 Lezing: Natuurlijk inclusief bouwen
Lezing: Natuurlijk inclusief bouwen
feb 13 @ 20:00 – 22:00
Ireen Muller, gemeente Den Haag Er heerst een grote bouwwoede in Nederland, de druk op de natuur wordt daardoor steeds groter. Om deze druk niet groter te laten zijn is het thema Natuurlijk inclusief bouwen ontstaan. Irene Mulder … Continue reading
mrt
12
do
20:00 Lezing: De regenworm
Lezing: De regenworm
mrt 12 @ 20:00 – 22:00
Jeroen Onrust, onderzocht het belang van regenwormen op de vruchtbaarheid van agrarisch land en voor de voedselvoorziening van weidevogels. “Ik vind het belangrijk om voor de worm op te komen, dat brengt onze wereld verder”, aldus Jeroen … Continue reading