Home » Vogels

Categoriearchief: Vogels

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Buizerd

Hans ZweekhorstVan alle roofvogels die in mijn tuin zijn geweest is de buizerd het vaakst gekomen.Het is er heel rustig en er loopt ook wat lekkers rond. In de hogere bomen rust menig vogel. Totdat die eksters of de kraaien zich ermee bemoeien, ook gaaien kunnen er wat van.
In het begin negeren, daarna wat in de gaten houden of er niet eentje een staartveer pikt en dan zie je hem zenuwachtiger worden en lijkt het of hij chagrijnig wegklapt, achtervolgd door de hyena’s in de lucht. Een flinke kraai is bijna zo groot als een mannetje buizerd.
Ze krassen of schetteren (eksters) zolang dat ze hulp krijgen en gezamenlijk lukt het altijd. Toch moet ik de kraai nageven over enig moed te beschikken.
Langs de slootkant scharrelt hij ook regelmatig en wroet wat in de grond.
Een woelratje is als alternatief voor een kipje ook goed, maar om daar de dag mee door te komen is wat weinig. Verderop langs de weg heeft een dood schaap te lang gelegen en daar ging de buizerd ook op af. Bij zijn aankomst stoven de kraaien weg maar…..u raadt het al, veel lol was er voor de buizerd niet aan.
Regelmatig zweeft er een vlak over de tuin. Een mooi gezicht de bonte ondervleugels, de ontspannen klauwen en dan die scherpe blik. En toch een dubbel gevoel vanwege die wormen, dat aas en altijd maar wegvluchten voor de eksters en kraaien.
Ik heb er ook nog een gered, een jong. Aan de overkant van de weg zag ik gespartel en 2 kraaien erboven. Het bleek een vliegfoutje van dat jonge ding met als resultaat een zeer nat pak. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
Zeker in de wintertijd zitten er wel 4 of 5 buizerds in de polder. Heel af en toe eentje jagend. En dan zie je reacties van eend en meerkoet. Bij een havik of slechtvalk is de paniek alom. Bij hardere wind wil een buizerd ook weleens bidden als een torenvalk.
De buizerd, ach ik weet dat ‘ie kan jagen, maar weet ‘ie het zelf wel?

De IJsvogel

Hans ZweekhorstEen duidelijke ‘pieiet’ en hij scheert als een speer tussen ons huis en de oude kas. Die felle helblauwe streep is onmiskenbaar.We hebben nogal wat slootjes en sloten rondom onze tuin. Sloten met overhangende takken van met name els. En het water is niet echt helder maar er zijn ook stukken waar de visjes goed te zien zijn.
Door de zachte winters van de afgelopen jaren gaat het goed met de ijsvogel.
Het beestje is een goede ambassadeur. Iedereen is enthousiast bij het zien ervan. On-nederlands zo mooi hoor je dan. Ik vraag me dan altijd af waarom dat on-nederlands, zijn wij van die grijze/grauwe vogels gewend? En de putter dan?

Maar inderdaad, de overweldigende felle kleurencombinatie van blauw, oranje en wit is circusachtig bont. Bij sommig licht is het blauw meer blauwgroen.
Op de foto een vrouwtje, herkenbaar aan de ondersnavel die niet zwart is. Ze zit hier op de rand van onze vlonder bij het vijvertje en verschalkte 2 stekelbaarsjes. De snelheid van afsprong, duik en weer terug is minder dan een seconde. Twee snelle slagen opzij en het visje gaat naar binnen. Vis is licht verteerbaar dus zo’n vogel eet er relatief veel van. Alle viseters eten wel 2x zoveel als vleeseters.

Als je heel rustig beweegt blijft de ijsvogel nog net even zitten, maar schuw is hij wel. En als je geluk hebt en een nest vindt kun je pas echt genieten. Bij mij thuis kon ik de foto vanuit de huiskamer nemen.

Tegenwoordig komt hij in onze streken ook meer voor. De steile wanden van rivieroevers zijn bij ons ingeruild voor boomstronk met kluit, kunstoevers, oeverzwaluwwanden en lage graskanten van zo’n 50 cm hoog. Als ze maar een nestgang van ongeveer 50 cm kunnen graven, mag natuurlijk ook langer. De vijf jongen groeien als kool en voor je het weet beginnen ze aan het 2e legsel. Er zijn zelfs 3 legsels gemeld. Ik schat het aantal territoria op 6 voor de gemeente Delft. Ze worden niet vermeld in de overzichtsgids 2012, ons jubileumnummer.

Na zachte winters gaat het goed: De afgelopen korte vorstperiode zal nu toch de nodige slachtoffers hebben opgeleverd

Heet de fuut ‘fuut’ omdat ie ‘fuut’ roept?

Op 16 februari verschijnt bij uitgeverij Noordboek het boek ‘Baardman & Boterkontje, de vogel en zijn naam’ dat is geschreven door Toine Andernach, lid van onze vereniging. In informatieve en luchtige verhalen verklaart hij de betekenis van raadselachtige vogelnamen. Een aantal van de hoofdstukjes verscheen eerder in een andere vorm op deze website (“Hoe komt de vogel aan zijn naam?”).

De verhalen worden geïllustreerd met bijzondere oude prenten en prachtige foto’s van Toine’s vogelvrienden waaronder leden van de Vogelwacht: Renata de Wit, Ellen Sandberg, Erik la Lau, Gert van der Horn en Mark Kras.

Je kunt het boek nu al reserveren, het kost €17,50. Ga naar het bestelformulier op https://tinyurl.com/baardmanenboterkontje.

Na invullen en versturen van je gegevens, krijg je een scherm met een betaallink. Na betaling krijg je het boek zo snel mogelijk na 16 februari in de bus.

Groene specht in mijn tuin

Hans ZweekhorstDat ondiepe rustige slootje wordt afgezoomd door uitgegroeide wilgen en elzen. Die laatste zijn zeer aantrekkelijk voor mezen, sijzen en zwartkoppen.De grote wilg van de buren is voorzien van een bosuilenkast en 5 meter verder staat de oude els op onze grond.
En in die els heeft een paar jaar geleden een grote bonte specht een nestholte gemaakt, heel knap want het kan niet inwateren.
De jongen zijn groot geworden en de wijde wereld in.
Dat gat heeft aantrekkingskracht voor spreeuwen, maar vorig jaar ook voor een groene specht. Die belangen botsten regelmatig en fel.
Uiteindelijk heeft die groene er minimaal een jong grootgebracht, heel achterbaks. Ik heb er weinig van gezien. Tegenover het nest hangt wel die bosuilenkast en daar zijn 5 torenvalkjes in groot geworden. Wellicht dat de specht zich daarom gedeisd hield.
Ook afgelopen jaar is er een nieuwe generatie opgegroeid.
Regelmatig vlogen ze van het grasveldje of de rand van het pad terug naar de boom. Vaak klommen ze aan de achterkant omhoog, soms even om de hoek kijkend.
Het is me niet opgevallen dat we minder mieren hadden, maar dat zou wel moeten. Ze roeien hele nesten uit. De bosmier is favoriet maar in het westen ook de andere soorten. Ze wroeten het gras weg en dan likken ze de mieren en vooral de larven op. Dat beetje schade neem ik graag op de koop toe want het is een schoonheid om te zien.
Het hele jaar door horen we de specht, al is het in de winter een soort verplicht nummertje zonder inspiratie. Het beestje heeft een leefgebied van ca 1 km in het vierkant.
Bossages en open veldjes is ideaal.
Een keer heb ik de bonte en de groene zien vechten, al leek het meer een rituele dans op de boomstam.

 

Hoe dikker, hoe mooier

Toine Andernach
‘Less is more’ is vaak waar: hoe korter een verhaal en hoe dunner een boek, hoe beter het wordt. Maar dat geldt niet voor de vogelboeken die ik in de kast heb staan. De een is nog dikker en mooier dan de ander. Ik zal er hier vijf de revue laten passeren. Misschien is dit een leuke uitnodiging om ook je favoriete vogelboek te bespreken?

In de jaren ‘70 was ik enthousiast lid van Natuurwacht Bommelerwaard en trok ik iedere twee weken de natuur in onder begeleiding van de zeer actieve excursieleider Ton van Balken. Ik gaf er zelfs mijn lidmaatschap van de voetbalvereniging voor op toen bleek dat het vanwege de samenvallende tijden niet meer allebei kon. In die tijd bladerde ik regelmatig door een vogelboek dat Ton in zijn kast had staan en kon ik mijn ogen niet af houden van de prachtige vogelillustraties. En wat een mooi toeval dat Mark zijn boekenkast ging leegruimen, ik daarin gratis mocht shoppen en toen ook dit boek tegenkwam! Het beste vogelboek, het kleinste in deze lijst, maar met voor mij de grootste sentimentele waarde.

Readers Digest (1971). Het beste vogelboek. Amsterdam: Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV.

483 pagina’s, 3,8 cm dik, 1,6 kilo zwaar

 

Van de jaren ’70 direct naar de jaren ’20: toen Annemieke me enthousiast over dit pas verschenen boek vertelde, werd ik hebberig. Dan wordt bol.com mijn beste vriend. En ik heb er geen moment spijt van gehad. All the birds of the world: 968 bladzijden vol met bijna 21.000 afbeeldingen van alle meer dan 11.000 vogels die er op onze aardkloot te vinden zijn. Als je ze zo bij elkaar ziet, is het gewoonweg niet te geloven dat al die vogels bestaan. 156 soorten koekoeken, 256 spechten en 379 kolibries. Niet te bevatten! Als je je wilt onderdompelen in de wondere wereld van vogels en je door zoveel schoonheid wilt laten overrompelen, dan moet je dit boek in de kast hebben staan (En nee, ik heb geen aandelen).
del Hoyo, J. (2020). All the birds of the World. Barcelona: Lynx Edicions.

968 pagina’s, 4,9 cm dik, 4,0 kilo zwaar

 

En dan naar een nog zwaarder en minstens zo bijzonder boek. Toen het net uit was (in 2014) had ik het al eens in zijn grootste versie bij Huijser zien liggen: 12,5 kilo zwaar en 9 cm dik. En een paar jaar later wees Peter me weer op Nederlandsche Vogelen, een reeks van vijf delen uit de jaren 1770-1829, in één boek samengepakt. Er was inmiddels ook een iets kleinere versie uitgekomen die ik direct aanschafte. En wat een lust voor het oog! Het boek is geïllustreerd met 250 prachtige met de hand ingekleurde prenten en van veel vogels wordt het uiterlijk, gedrag en voorkomen beschreven. Het boek geeft een bijzonder tijdsbeeld want je leest ook hoe lekker of vies sommige soorten zijn en dat je ze pas echt goed kunt determineren en tekenen als je ze eerst hebt geschoten.
Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

832 pagina’s, 6,8 cm dik, 5,2 kilo zwaar

 

Een geheel ander boek, maar minstens zo indrukwekkend is het Verklarend etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Dit boek is het resultaat van jarenlang monnikenwerk door Klaas Eigenhuis. Hij zocht van alle in Nederland voorkomende vogels uit hoe ze aan hun Nederlandse of Friese naam zijn gekomen. Ook volksnamen komen daarbij aan bod. Dat heeft geresulteerd in een encyclopedisch woordenboek, waarin per item uitgebreid wordt ingegaan op de herkomst en etymologie van vogelnamen. Alles wat er te weten is over vogelnamen, staat er in. Een perfect naslagwerk dat als basis voor mijn boek Baardman en boterkontje, de vogel en zijn naam heeft gediend.
Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

670 pagina’s, 4,8 cm dik, 1,8 kilo zwaar

 

Over monnikenwerk gesproken: dit boek is tot stand gekomen na drie jaar lang veldwerk door meer dan 2000 vogelaars om het voorkomen van vogels in Nederland in kaart te brengen. Voor iedere soort is op een of meerdere kaartjes van Nederland aangegeven waar ze zijn waargenomen, voor zover van toepassing als broedvogel of als wintergast. En vaak staat er ook een kaartje bij met het voorkomen in de vorige atlas, zodat je een ontwikkeling kunt zien. De meest recente versie van de Vogelatlas van Nederland is de vierde in 40 jaar. Erg indrukwekkend wat je met zoveel betrokken vogelaars kunt bereiken!

Sovon Vogelonderzoek Nederland (2019). Vogelatlas van Nederland. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.

640 pagina’s, 4,8 cm dik, 3,7 kilo zwaar

 

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio