Home » Vogels (Pagina 2)

Categoriearchief: Vogels

Heet de fuut ‘fuut’ omdat ie ‘fuut’ roept?

Op 16 februari verschijnt bij uitgeverij Noordboek het boek ‘Baardman & Boterkontje, de vogel en zijn naam’ dat is geschreven door Toine Andernach, lid van onze vereniging. In informatieve en luchtige verhalen verklaart hij de betekenis van raadselachtige vogelnamen. Een aantal van de hoofdstukjes verscheen eerder in een andere vorm op deze website (“Hoe komt de vogel aan zijn naam?”).

De verhalen worden geïllustreerd met bijzondere oude prenten en prachtige foto’s van Toine’s vogelvrienden waaronder leden van de Vogelwacht: Renata de Wit, Ellen Sandberg, Erik la Lau, Gert van der Horn en Mark Kras.

Je kunt het boek nu al reserveren, het kost €17,50. Ga naar het bestelformulier op https://tinyurl.com/baardmanenboterkontje.

Na invullen en versturen van je gegevens, krijg je een scherm met een betaallink. Na betaling krijg je het boek zo snel mogelijk na 16 februari in de bus.

Groene specht in mijn tuin

Hans ZweekhorstDat ondiepe rustige slootje wordt afgezoomd door uitgegroeide wilgen en elzen. Die laatste zijn zeer aantrekkelijk voor mezen, sijzen en zwartkoppen.De grote wilg van de buren is voorzien van een bosuilenkast en 5 meter verder staat de oude els op onze grond.
En in die els heeft een paar jaar geleden een grote bonte specht een nestholte gemaakt, heel knap want het kan niet inwateren.
De jongen zijn groot geworden en de wijde wereld in.
Dat gat heeft aantrekkingskracht voor spreeuwen, maar vorig jaar ook voor een groene specht. Die belangen botsten regelmatig en fel.
Uiteindelijk heeft die groene er minimaal een jong grootgebracht, heel achterbaks. Ik heb er weinig van gezien. Tegenover het nest hangt wel die bosuilenkast en daar zijn 5 torenvalkjes in groot geworden. Wellicht dat de specht zich daarom gedeisd hield.
Ook afgelopen jaar is er een nieuwe generatie opgegroeid.
Regelmatig vlogen ze van het grasveldje of de rand van het pad terug naar de boom. Vaak klommen ze aan de achterkant omhoog, soms even om de hoek kijkend.
Het is me niet opgevallen dat we minder mieren hadden, maar dat zou wel moeten. Ze roeien hele nesten uit. De bosmier is favoriet maar in het westen ook de andere soorten. Ze wroeten het gras weg en dan likken ze de mieren en vooral de larven op. Dat beetje schade neem ik graag op de koop toe want het is een schoonheid om te zien.
Het hele jaar door horen we de specht, al is het in de winter een soort verplicht nummertje zonder inspiratie. Het beestje heeft een leefgebied van ca 1 km in het vierkant.
Bossages en open veldjes is ideaal.
Een keer heb ik de bonte en de groene zien vechten, al leek het meer een rituele dans op de boomstam.

 

Hoe dikker, hoe mooier

Toine Andernach
‘Less is more’ is vaak waar: hoe korter een verhaal en hoe dunner een boek, hoe beter het wordt. Maar dat geldt niet voor de vogelboeken die ik in de kast heb staan. De een is nog dikker en mooier dan de ander. Ik zal er hier vijf de revue laten passeren. Misschien is dit een leuke uitnodiging om ook je favoriete vogelboek te bespreken?

In de jaren ‘70 was ik enthousiast lid van Natuurwacht Bommelerwaard en trok ik iedere twee weken de natuur in onder begeleiding van de zeer actieve excursieleider Ton van Balken. Ik gaf er zelfs mijn lidmaatschap van de voetbalvereniging voor op toen bleek dat het vanwege de samenvallende tijden niet meer allebei kon. In die tijd bladerde ik regelmatig door een vogelboek dat Ton in zijn kast had staan en kon ik mijn ogen niet af houden van de prachtige vogelillustraties. En wat een mooi toeval dat Mark zijn boekenkast ging leegruimen, ik daarin gratis mocht shoppen en toen ook dit boek tegenkwam! Het beste vogelboek, het kleinste in deze lijst, maar met voor mij de grootste sentimentele waarde.

Readers Digest (1971). Het beste vogelboek. Amsterdam: Uitgeversmaatschappij The Reader’s Digest NV.

483 pagina’s, 3,8 cm dik, 1,6 kilo zwaar

 

Van de jaren ’70 direct naar de jaren ’20: toen Annemieke me enthousiast over dit pas verschenen boek vertelde, werd ik hebberig. Dan wordt bol.com mijn beste vriend. En ik heb er geen moment spijt van gehad. All the birds of the world: 968 bladzijden vol met bijna 21.000 afbeeldingen van alle meer dan 11.000 vogels die er op onze aardkloot te vinden zijn. Als je ze zo bij elkaar ziet, is het gewoonweg niet te geloven dat al die vogels bestaan. 156 soorten koekoeken, 256 spechten en 379 kolibries. Niet te bevatten! Als je je wilt onderdompelen in de wondere wereld van vogels en je door zoveel schoonheid wilt laten overrompelen, dan moet je dit boek in de kast hebben staan (En nee, ik heb geen aandelen).
del Hoyo, J. (2020). All the birds of the World. Barcelona: Lynx Edicions.

968 pagina’s, 4,9 cm dik, 4,0 kilo zwaar

 

En dan naar een nog zwaarder en minstens zo bijzonder boek. Toen het net uit was (in 2014) had ik het al eens in zijn grootste versie bij Huijser zien liggen: 12,5 kilo zwaar en 9 cm dik. En een paar jaar later wees Peter me weer op Nederlandsche Vogelen, een reeks van vijf delen uit de jaren 1770-1829, in één boek samengepakt. Er was inmiddels ook een iets kleinere versie uitgekomen die ik direct aanschafte. En wat een lust voor het oog! Het boek is geïllustreerd met 250 prachtige met de hand ingekleurde prenten en van veel vogels wordt het uiterlijk, gedrag en voorkomen beschreven. Het boek geeft een bijzonder tijdsbeeld want je leest ook hoe lekker of vies sommige soorten zijn en dat je ze pas echt goed kunt determineren en tekenen als je ze eerst hebt geschoten.
Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

832 pagina’s, 6,8 cm dik, 5,2 kilo zwaar

 

Een geheel ander boek, maar minstens zo indrukwekkend is het Verklarend etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Dit boek is het resultaat van jarenlang monnikenwerk door Klaas Eigenhuis. Hij zocht van alle in Nederland voorkomende vogels uit hoe ze aan hun Nederlandse of Friese naam zijn gekomen. Ook volksnamen komen daarbij aan bod. Dat heeft geresulteerd in een encyclopedisch woordenboek, waarin per item uitgebreid wordt ingegaan op de herkomst en etymologie van vogelnamen. Alles wat er te weten is over vogelnamen, staat er in. Een perfect naslagwerk dat als basis voor mijn boek Baardman en boterkontje, de vogel en zijn naam heeft gediend.
Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

670 pagina’s, 4,8 cm dik, 1,8 kilo zwaar

 

Over monnikenwerk gesproken: dit boek is tot stand gekomen na drie jaar lang veldwerk door meer dan 2000 vogelaars om het voorkomen van vogels in Nederland in kaart te brengen. Voor iedere soort is op een of meerdere kaartjes van Nederland aangegeven waar ze zijn waargenomen, voor zover van toepassing als broedvogel of als wintergast. En vaak staat er ook een kaartje bij met het voorkomen in de vorige atlas, zodat je een ontwikkeling kunt zien. De meest recente versie van de Vogelatlas van Nederland is de vierde in 40 jaar. Erg indrukwekkend wat je met zoveel betrokken vogelaars kunt bereiken!

Sovon Vogelonderzoek Nederland (2019). Vogelatlas van Nederland. Utrecht/Antwerpen: Kosmos Uitgevers.

640 pagina’s, 4,8 cm dik, 3,7 kilo zwaar

 

Mijn tuin

Hans Zweekhorst

Bij fazanten denk iedereen natuurlijk aan Prins Bernhard. Die liet op de Koninklijke Domeinen jonge fazanten uitzetten en flink bijvoeren.
En niet om ze later met een schepnetje te vangen. Dat ras is ontsnapt want in mijn tuin komen ze ook eten. Bij het kippen voeren blijft er genoeg over voor wat duiven en dus ook die koninklijke vogels.

Want mooi zijn ze allebei, man en vrouw. Ik zie ze veranderen gedurende het jaar van een matte schuchterheid naar een felle, helle verschijning. Ook het vrouwtje krijgt gloed en rode mascara.
De mannen vechten op het grasveldje naast ons huis. Ze proberen elkaar te krabben en pikken naar de rode pluimpjes, duikend en springend, bijna dansend rond elkaar.

Soms knokken ze een beetje terughoudend met een kippenhaantje, maar meestal zijn ze alleen nadat de kippen gegeten hebben. In het najaar 2 soms 3 hanen met een handvol hennen. Net als de kippen zijn ze een beetje dom. Zit er een aan de verkeerde kant van het hek dan blijft hij of zij zomaar 10 minuten driftig heen en weer te dreutelen. Het hek gaat niet open dus ben ik benieuwd waar die hersencellen voor zijn.

Net als kippen kunnen ze bijna rechtstandig opvliegen en met een harde vleugelslag over de kas wegvliegen. Overigens veel verder dan een gemiddelde kip die slechts een meter of 20 haalt.
Wanneer ik de krant uit de brievenbus aan de Zuideindseweg haal strooi ik ook altijd wat voer op onze toerit. Teruglopend zie ik dan kauwtjes, kraaien, eksters, houtduiven, holenduiven, tortels, fazanten, vinken, koolmezen en soms een gaai. Natuurlijk niet allemaal tegelijk.

Al die beesten zijn dus te manipuleren. De maag lijkt dan belangrijker dan de hersenen, want onze katten lopen daar ook. Al hebben die wel een belletje aan.

In aanloop van de broedtijd is de samenwerking tussen de fazanten dus over. De gevechten zijn voorbij en aan de overkant van het andere slootje hoor je soms het vleugelgeroffel en de tarzankreet van het mannetje. Dat is wel zo gemakkelijk communiceren, het geluid draagt wel 500 meter in ons drukke westen.

Dat andere slootje scheidt onze percelen van de zwaar verruigde groenstrook rond onze percelen. Die is ooit aangelegd om het zicht op industrieterrein Ruijven af te schermen.
Ik ben daar heel blij mee.

En de fazanten ook. Het is een mooie schuil- en rustplaats voor zo’n 15 stuks. Ik heb de strook verboden gebied verklaard voor gemeente en hoogheemraadschap, want die willen altijd alles schoon en kaal maken. Gelukkig zit er nu ook een Cetti’s zanger en daar kan ik indruk mee maken.

Inmiddels hebben enkele fazanten ook de tuin ontdekt en daar struinen ze regelmatig. Dus wanneer ik ’s morgens de kippen ga voeren schrikt ik me vaak een hoedje omdat er weer een opvliegt op 4 meter afstand.

’s Avonds zie ik regelmatig de fazanten in bomen aan de overkant een slaapplaats opzoeken. Ook een paar kippen van mij doen dat, terwijl een relatief warm maar zeker droog stalletje tot hun beschikking staat. Een boom is veiliger tegen de vos. Dus toch een beetje slim?

Klein, kleiner, kleinst

Toine Andernach

In vogelnamen wordt op verschillende manieren uitgedrukt dat een vogel klein is: door het gebruik van een verkleinwoord (nonnetje), door toevoeging van een eerste samenstellend deel zoals dwerg– (dwergstern) of een bijvoeglijk naamwoord zoals kleine of kleinst(e) (kleine karekiet, kleinste strandloper).

Dat brengt me op de kleine zwanen die ik vorige week in de Vockestaert zag. Die leken helemaal niet zo klein. Ik bedoel, ze waren ver weg, stipjes aan de horizon, maar ze leken niet veel kleiner dan de knobbelzwanen die in hetzelfde weiland stonden. Toch zijn ze gemiddeld een paar tientallen centimeters kleiner, ook dan de wilde zwanen waar ze meer op lijken. Schijn bedriegt door verschillen in afstand, lichtval, houding van de vogel en reliëf in het landschap. ‘Klein’ is natuurlijk ook een relatief begrip. Het hangt er maar vanaf waarmee je het vergelijkt: een kleine mantelmeeuw en een dwergkasuaris zijn veel groter dan een grote barmsijs en een reuzenkolibrie. Maar binnen een geslacht klopt het wel: de kleinste, kleine, middelste en grote jager lopen op in grootte.

Zo’n vijfentwintig jaar geleden heetten goudhanen nog liefkozend goudhaantjes en de winterkoning winterkoninkje. En we hadden nog het visdiefje, het witgatje, het waterhoentje en het baardmannetje. Maar die hebben dus allemaal een je-loze machonaam gekregen omdat men vond dat het verkleinwoord niets zei over de werkelijke grootte. Uitzondering is gemaakt voor de non, de paap en de bok die gewoon nonnetje, paapje en bokje zijn blijven heten omdat hun verkorte naam uit maar één lettergreep bestaat.

Bladerend in Nederlandsche Vogelen uit de 18de/19de eeuw kwam ik namen tegen die we nu niet meer gebruiken. En soms waren die wat logischer dan de huidige namen: Kleine fuut voor de dodaars want dat is onze kleinste fuut en Kleine Zaagbek voor het nonnetje want dat is onze kleinste zaagbek. In diezelfde tijd werden soms woorden als halve en enkele aan vogelnamen toegevoegd om de kleine omvang ten opzichte van andere familieleden aan te geven. En omdat veel vogels nog op het bord belandden, waren die toevoegingen ook een hulpmiddel voor jagers en slagers. De halve eendvogel werd als een aparte soort beschouwd maar bleek een smient te zijn. Een Halfsnepje was een bokje, dat een stuk kleiner is dan een watersnip. En als kleinste eendje was de wintertaling een Halfje of een Vierling. Bij de karekieten zat het vroeger wat anders dan tegenwoordig. Enkele of Kleine Karrakiet en Karrakietje waren de namen voor de rietzanger en de spotvogel.

In Nederlandsche Vogelen heet onze kleine bonte specht nog Allerkleinste Bont-Specht. Maar in Zuid-Amerika heb je de kleine dwergspecht. Dat zal dan wel de allerkleinste specht zijn, zou je denken. Maar het allerallerkleinste familielid van de spechten is toch echt de goudkapdwergspecht van hetzelfde continent. Die is met zijn 7,5 cm ongeveer twee keer zo klein als onze kleine bonte. En maar 1,5-2,5 cm groter dan de allerallerkleinste vogel op aarde, de bijkolibrie. Terwijl je toch zou verwachten dat de dwergkolibrie die eer op zou strijken.

Gebruikte bronnen

Blok, H. & ter Stege, H. (2008). De Nederlandse vogelnamen en hun betekenis. Leidschendam/Waalre: in eigen beheer.

del Hoyo, J. (2020). All the birds of the World. Barcelona: Lynx Edicions.

Eigenhuis, K.J. (2004). Verklarend en etymologisch woordenboek van de Nederlandse vogelnamen. Amsterdam: Stichting Dutch Birding Association.

Nozeman, C. & Sepp, C. (Herdruk 2015). Nederlandsche Vogelen 1770-1829. Tielt, België: Lannoo, Den Haag: KB.

Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

→ zie kaart

Uit het jaaroverzicht 2021

... meer informatie over het jaaroverzicht ...

Activiteiten

dec
10
za
08:00 excursie: Arkemheen/Oostvaarders...
excursie: Arkemheen/Oostvaarders...
dec 10 @ 08:00 – 17:00
Zaterdag 10 december, Arkemheen/Oostvaardersplassen, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 8 december tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij Gert van der … Lees verder
jan
12
do
20:00 Lezing: Planktonium
Lezing: Planktonium
jan 12 @ 20:00 – 22:00
Locatie : De Papaver – Delft Datum : donderdag 12 januari 2023 Aanvang : 20:00 (tot ongeveer 22:00) Fotograaf en filmmaker Jan van IJken verzamelde op diverse plekken in Nederland plankton uit zowel zout-als zoet … Lees verder
jan
14
za
08:00 excursie: De Kwade Hoek/Stellend...
excursie: De Kwade Hoek/Stellend...
jan 14 @ 08:00 – 16:00
Zaterdag 14 januari 2023, De Kwade Hoek, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 12 januari tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij … Lees verder
feb
9
do
20:00 Lezing: De campus als proeftuin
Lezing: De campus als proeftuin
feb 9 @ 20:00 – 22:00
Locatie : De Papaver – Delft Datum : donderdag 9 februari 2023 Aanvang : 20:00 (tot ongeveer 22:00) De campus zou een proeftuin moeten zijn voor de steden van de toekomst. De stad heeft al … Lees verder
mrt
9
do
20:00 Lezing: De Groenzoom
Lezing: De Groenzoom
mrt 9 @ 20:00 – 22:00
Locatie : De Papaver – Delft Datum : donderdag 9 maart 2023 Aanvang : 20:00 (tot ongeveer 22:00) In 2010 werd begonnen met het omvormen van een agrarisch landschap naar een natuur- en recreatiegebied: De … Lees verder

Thank you for your upload