Op 10 juli (2025) liep ik een rondje in het ‘krekengebied’, het zuidoostelijke deel van de Polder van Biesland (Pijnacker). Midden in de ‘stille tijd’, dan hoor niet zoveel vogels meer als in het voorjaar. Maar ik zag er des te meer: tientallen kbv’tjes (kleine bruine vogeltjes), op meerdere plekken, op de paden, in de bermen en in de struiken erlangs. En niet alleen klein en bruin, ook grotere en soorten met meer kleur.
Af te toe miegelde en flitste het door elkaar en heen en weer: naar het pad, even schuifelen, en weer terug naar de veilige berm en struiken, etc. etc. Nooit eerder had ik zoiets gezien. Wat was daar gaande?? Het was een warme dag, met veel vlinders en andere insecten op de kruiden in de berm, maar blijkbaar ook op de paden. Foeragerende kbv’tjes die ik anders niet of nauwelijks op de grond zie, concludeerde ik later: tjiftjaffen, een tuinfluiter, een fitis en vooral veel zwartkoppen. Verder pimpels en koolmezen. Ook veel vinken, een paar merels en zanglijsters, juveniele roodborsten en een rietgors, maar die foerageren normaal ook al op de grond.
De bliksemacties van de kleintjes waren onnavolgbaar, de camera moest er aan te pas komen om wat stilstaande beelden voor betrouwbare determinaties te genereren (zie Waarneming.nl). Ik had de indruk dat de zwartkoppen meest 1e-jaars vogels waren: veel lichtbruine koppies. Kortom, feest in het krekengebied, en niet alleen daar. Op de warme dagen rond 10 juli ook boven mijn huis in de Delftse Wippolder: veel kleine mantels en zilvermeeuwen die achter vliegende mieren aan joegen.




