Samen met René ben ik een dagje naar de Biesbosch, de Brabantse Biesbosch wel te verstaan. Als voorbereiding op de excursie van de Vogelwacht zaterdag 30 augustus. Is alles nog zoals we het een jaar geleden hebben gezien? Kunnen we overal waar we heen willen nog wel komen? Is het überhaupt interessant om sommige plekken nog te bezoeken? Vragen te over en dan lijkt de tocht een verplichting. Niets is minder waar! Wat is en blijft dit toch een prachtig gebied, ruimte, rust en vergezichten. En dat vlak bij de randstad. Verrassend anders blijken altijd de waterstanden. Logisch in een Nationaal Park, tevens ingericht als waterbuffer (‘ruimte voor de rivier’). Verrassend zijn ook de voor je neus, verrekijker en telescoop verschijnende vogels. Altijd weer anders. Deze keer veel roestganzen (casarcas) en zowaar twee reuzesterns in de Noordwaard.
Langzaam rijdend met de ramen open, om maar niets te missen, leverde een boomvalkennest op. Het hielp ook enorm dat daar een gepassioneerde fotograaf met zijn auto stil stond. Pa en moe boomvalk waren in de buurt en lieten zich regelmatig zien en horen. Hun kroost bestond uit een groot jong, duidelijk zichtbaar in het nest. De fotograaf bezocht deze plek regelmatig en liet enkele fraaie foto’s zien, waaronder de conceptie van dat jong. Ja, dit zijn toch de verrassende momenten waarom je op pad gaat om vogels te kijken.
Een boottochtje verder, we staken de Nieuwe Merwede over met de pont bij de Kop van ’t Land, voor een bezoek aan de Zuid-Hollandse kant van de Biesbosch, wachtte ons de grootste verrassing. Na het parkeren van de auto bij de Tongplaat was het tijd voor de benenwagen. Op weg naar het uitzichtpunt over de Tongplaat met een mogelijke zeearend. Maar eerst even de dijk op voor een blik op de bosschages en de strook weiland tussen de twee grote plassen. Daar prachtig en langdurig zicht op een groene specht aan de maaltijd tussen het gras. Hij/zij, zo te zien een juveniel, was ook niet te beroerd om even op een paaltje te gaan zitten. Een tweede groene specht kwam overvliegen, roepend en wel.
Het meest bijzondere kwam echter daarna.
Niet lang nadat we de pas erin hadden gezet hoorden we een vreemde vogel, een parkiet, maar geen halsbandparkiet. Naast het pad in de bomen zat een valkparkiet. René bleek in het verleden met deze tamme parkieten te maken hebben gehad. Hij begon de vogel dan ook toe te zingen. En zowaar de vogel vloog uit de boom en nestelde zich op René zijn schouder. Vervolgens wandelde de parkiet gezellig met ons mee (op de schouder van René) naar het uitzichtpunt over de Tongplaat. De parkiet, René noemde hem Kuifje, was niet kieskeurig en dacht als René met Hans op stap kan gaan dan kan ik dat ook. Zo stapte hij zo nu en dan over van de een naar de ander.
Ook bezocht hij even een naburig schaap. Dat vond het schaap maar vreemd, zeker toen Kuifje op zijn kop klom. Halfslachtig bekeek ik nog even de bomenrij langs de Nieuwe Merwede op zoek naar de zeearend, maar ik was teveel afgeleid. Wat was Kuifje een gezellige compagnon. Een slokje water uit het dopje van mijn bidon ging er ook wel in, evenals een paar kruimels biscuit. Uiteindelijk is Kuifje weer helemaal mee terug gelopen naar de auto maar dacht toen het is genoeg geweest. De auto wilde hij/zij niet in en vloog de bomen in. Wat een ervaring. Het was sowieso een mooie dag maar Kuifje ging toch vooral in gedachte mee naar huis.

