Met in totaal twaalf deelnemers waarvan er al vijf op Texel waren, begonnen we op zondagochtend aan wat een bijzondere tweedaagse zou worden. Na een zeer vlot verlopen autorit naar Den Helder namen we de tijd voor koffie met gevulde koek bij de vertrekhaven. Daar ontmoetten we ook Frans en Bart die op eigen gelegenheid waren afgereisd.

Op onze vertrouwde eerste verzamelplaats de Petten zagen we onder andere kluten, grutto’s, tureluurs, twee groepen steenlopers, scholeksters en goudplevieren. Op de Mokbaai een paar honderd meter verderop was het laag water dus daar stonden de vogels wat ver weg. Maar ons hoofd zat veel meer bij een bijzondere soort die we hier in de buurt zouden kunnen gaan aantreffen: een blauwvleugeltaling! Dat zou voor de meesten van ons een lifer zijn. Toen de eerste melding van deze zeldzame taling op ons scherm verscheen, lieten we de Mokbaai dan ook de Mokbaai en vertrokken we naar de Tureluurfietsbrug bij Schettersweid. Helaas, hoe goed we ook speurden, de blauwvleugeltaling was nergens meer te vinden.


Steenloper en kleine kluten (foto’s: Frans Buiter en Toine Andernach)
Dan maar weer terug naar onze oorspronkelijke route langs de binnendijkse plasdrasgebieden aan de Waddenkant van het eiland naar het noorden. Bij gemaal De Schans maakten we een stop om de dwergsternen te zien. Die zijn zo klein en wendbaar dat je ze in eerste instantie niet snel ziet. Uiteindelijk kregen we ze mooi in beeld. Vanaf dezelfde plek zagen we een mooie gele kwikstaart, veel visdieven, een groenpootruiter, een zilverplevier, eiders en rotganzen.


Dwergstern en gele kwikstaart (foto’s: Frans Buiter)
Op verzoek van Kees deden we onderweg naar het noorden een poging om tussen de rotganzen de witbuikrotganzen te vinden. En wie anders dan Kees (alias de koning van de ondersoorten) pikte ze ertussen uit?
Bij Ottersaat probeerden we tussen de visdieven broedende Noordse sternen te vinden, wat best lastig is. Ze hebben geen zwart puntje aan de donkerrode snavel, langere staartveren en kortere pootjes. En ze zijn ook wat grijzer. Maar dat is allemaal moeilijk te zien. Na een tijdje door de kijker turen hebben we geen Noordse sternen gevonden.
We vervolgden onze weg naar Utopia en de Schorren omdat de breedbekstrandloper daar gezien was. Uiteindelijk helaas niet door ons… Wel zagen we bij de Schorren een groenpootruiter en een visarend op een paal zitten. Op de terugweg leverde Utopia een kleine strandloper en lepelaars op.

Lepelaar (foto: Toine Andernach)
Na de koffie+ bij restaurant Floris (voormalig Prins Hendrik) besloten we de morinelplevieren te gaan zoeken maar we waren amper gearriveerd of we kregen de melding van een POELSNIP (!) bij het Renvogelveld. Deze klapper zou alle gemiste zeldzaamheden goed maken. De poelsnip had zelfs Kees maar één keer in zijn leven in Nederland gezien.
Een kanttekening was wel dat hij werd gemeld door een vogelaar die nog niet zoveel soorten had ingevoerd dus we schatten de kans dat de poelsnip daadwerkelijk een poelsnip zou zijn laag in. Het zou toch niet onze zoveelste misser van een zeldzaamheid worden vandaag? Maar al snel bleek dat we er niet verder naast konden zitten: het aantal meldingen stond inmiddels op twaalf, ook van ervaren vogelaars.
Bij het Renvogelveld aangekomen, haastten we ons naar de overkant waar al een paar andere fanatiekelingen stonden te kijken. Dat zag er goed uit! En ja hoor, een beetje verscholen zat ie wel, maar toch prachtig in beeld! Dit hadden we niet durven dromen. En daarin waren we niet de enigen: het duurde niet lang voordat zich een lint van tientallen vogelaars had gevormd om de poelsnip op hun dag-, jaar- en levenslijst bij te schrijven.


Twitchers en poelsnip (foto’s: Raymond van der Ham en Frans Buiter)
Na dit euforische moment liepen we een rondje om de plas waar we wat zangvogels hoorden. Daarna hebben we een nieuwe poging gedaan om tussen de hoge voren op de akkers bij Zeeburg alsnog de morinelplevieren te ontdekken. Maar dat bleek erg lastig. Wel zagen we grote groepen prachtige goudplevieren.

Bijschrift: goudplevieren (foto: Frans Buiter)
Moe maar voldaan begaven we ons naar eetcafé de Rog voor een welverdiend biertje/wijntje/frisje en het avondmaal. Na het eten was het om 21.30 uur tijd voor het traditionele bezoek aan de nachtzwaluwen en de baltsende houtsnippen op de overgang van heide naar bos. De nachtzwaluwen werden alleen door enkelen van ons gehoord maar de houtsnippen vlogen een paar keer mooi over ons heen.
Karine twijfelde of het karakteristieke ‘piep piep, knor knor’ dat ze hoorde daadwerkelijk van de houtsnippen was. Ze werd snel uit de droom geholpen. Een van de deelnemers was zo eerlijk om toe te geven dat het ‘piep piep’ zou kunnen kloppen, maar dat het ‘knor knor’ het gevolg was van het spontaan opspelen van zijn flatulentie. Zo kreeg de speurtocht naar de nachtzwaluwen een heel andere wending. Maar de verwarring maakte snel plaats voor al vaker door haar getoonde daadkracht: op miraculeuze wijze vond Karine de bril terug die een niet nader te noemen cursusleider vanaf zijn capuchon tussen de heideplanten had laten vallen.

Bij de nachtzwaluwen (foto: Elise den Hertog)
Op maandagochtend bleek het voor sommige deelnemers een uitdaging om op tijd achter hun ontbijt vandaan te komen. Zo erg was dat niet want op het moment dat we in de Tuintjes bij de vuurtoren wilden gaan wandelen, kwam de regen met bakken uit de hemel. Plan B leidde ons naar het zuiden richting de bossen (met beschutting, minder wind en alvast in de richting van boot en blauwvleugeltaling) naar de Catharinahoeve. Daar begonnen we de excursie met een koffietje.
Voordat we het wisten was de regen gestopt en … kwam ook de langverwachte melding uit de lucht vallen. Wandelen in de bossen kon wachten: een blauwvleugeltaling op drie minuten rijden krijgt natuurlijk voorrang. Na tien minuten zoeken zagen we een collegiale medevogelaar aan de overkant uitbundig naar ons zwaaien. Op zo’n moment komen er onvermoede krachten los: ik heb onze deelnemers van een zekere leeftijd nog nooit zo hard zien rennen. Dat leverde prachtige plaatjes op met de duidelijk herkenbare blauwe vleugel. Een fijne verrassing!

Blauwvleugeltaling (foto: Toine Andernach)
De volgende uitdaging waren de kruisbekken die ook in de buurt waren gesignaleerd. Een mooie boswandeling leverde de zang van een gekraagde roodstaart op maar helaas geen kruisbekken. We zagen wel een zeldzaam groentje (vlinder). Dezelfde niet nader te noemen excursieleider kwam er wat laat achter dat die grote metalen schijf in zijn jaszak had moeten achterblijven in het hotel omdat aan die schijf een kamersleutel was bevestigd. Dank aan Suzan en Marian voor het terugbezorgen van de sleutel!
Na een snelle hap bij cafetaria Turfveld konden we er weer tegenaan. We liepen een rondje door het bos maar dat leverde verder weinig nieuwe soorten op. Vanwege de voorspelde harde wind en regen besloten we de boot wat eerder terug te nemen. Maar niet voordat we een laatste blik op de Petten hadden geworpen want we hadden een half uurtje over voordat de boot vertrok. Dat leverde een prachtige groep rosse grutto’s op.

Rosse grutto’s (foto: Toine Andernach)
Op de lijst van Kees stonden uiteindelijk 117 soorten. Dat is exclusief de roodhalsganzen van Hans. Maar veel belangrijker: het was een tweedaagse vol gezelligheid, bijzondere ontmoetingen, spanning en sensatie (citaat Bart).