In deze zeer droge en warme zomer leek een bezoek aan het IJsselmeer een goede optie. Vrijdag 31 juli 2026 namen ondergetekende en René Droog de veerboot van Lelystad naar de Marker Wadden. De bijgaande foto’s en stills (uit filmpjes) zijn van René.
Het was prima weer, niet te warm, een aardig briesje, redelijk bewolkt en rond het middaguur verscheen de zon. De regen die de dag daarvoor was voorspeld, viel niet. Het was ons tweede bezoek aan de Marker Wadden. De vorige keer was in oktober 2021, 5 jaar geleden, toen we weer op stap mochten na de corona lockdown. We voeren met de ochtendboot van 10 uur, samen met vele andere bezoekers. Er is een ‘nieuwe’ vaste veerboot, de Nieuw Horizon, helaas niet meer de driemaster Abel Tasman.
Regelmatig vlogen ons visdiefjes voorbij, tegen de wind in en laag boven de golven, met een visje in hun bek op weg naar de Marker Wadden. Visdiefjes de andere kant op richting Lelystad, zeilden ons hoger voorbij, zonder vis en op de wind. Na drie kwartier varen zetten we voet aan wal op het haveneiland. Omdat we om 14:00 uur met dezelfde boot retour moesten, betekende dat drie uur om het eiland te ontdekken.
Net als heel Nederland bleek ook het haveneiland er behoorlijk droog bij te liggen. Overheersend waren de zeer vele krijsende visdiefjes en hun grote jongen. Mooi hoe de ouders hun kroost in die kakafonie terugvinden. Toch vingen we tussen al dat gekrakeel het geluid van een kleine karekiet op. Of was het toch een rietzanger? De app Merlin kon het geluid van de kleine karekiet niet selecteren tussen het geschreeuw van de visdieven: VISDIEF, VISDIEF, VISDIEF…….
Alle soorten zwaluwen (boeren-, huis- en oever-) vlogen in aardige aantallen voorbij. Met als toppunt een zeer grote hoeveelheid oeverzwaluwen, zwenkend boven en rustend op de droge grond aan de noordzijde van het eiland. Casarca’s zijn altijd een fraai gezicht maar de aantallen die hier aanwezig waren overtroffen onze verwachtingen. Alle andere eenden, in hun rommelige eclipskleed, vielen daarbij in het niet. Overal ook kemphanen, oeverlopers, watersnippen en bonte en kleine plevieren. Voor de waterral moesten we het weer alleen met het geluid doen. Dat leek ook het geval voor de baardmannetjes, maar uiteindelijk hebben we er toch een paar gezien. Hier en daar ook bonte strandlopers, tureluurs en grutto’s. Achteraf zag René (op zijn filmbeelden) nog een krombekstrandloper. Speciaal was de ene jonge zwarte stern tussen alle visdiefjes.
Een zonnig gezicht zijn altijd weer de gele kwikstaarten. Zijn witte familielid hadden we al gezien bij de pier van de veerboot in Lelystad. Hij had zich een beetje verstopt maar we zagen hem toch, een jonge koekoek. Ook al was het een juveniel (een wit vlekje op zijn achterhoofd) toch werd onze koekoek driftig op de huid gezeten door KBV-tjes. Zijn ouders zijn al op weg naar het warme zuiden, nog even en dan gaat onze jonge koekoek hen achterna. Qua roofvogels was het wat mager, alleen een vrouwtje bruine kiekendief. Dat werd later op onze terugweg langs de Oostvaardersplassen goed gemaakt.
Het haveneiland is het enige eiland – van de nog steeds groeiende Marker Wadden – waarop bezoekers zijn toegestaan. En dan nog is verreweg het grootste gedeelte als broed- en rustgebied aangewezen. Gelukkig zijn er wandelpaden genoeg om je te vermaken. Net als vijf jaar geleden vloog de tijd voorbij. We hebben dan ook niet de hele kustroute van 7,2 km kunnen lopen.
De Marker Wadden zijn samen met de Oostvaardersplassen het Nationaal Park Nieuw Land. Op de terugweg deden wij nog twee parkeerplaatsen aan langs de Oostvaardersdijk, voor een ruimtelijk zicht op deze Oostvaardersplassen. De oogst was onder andere een bruine kiekendief, buizerd en twee zeearenden, waarvan één luierend maar waakzaam op de droge grond zittend. Daarnaast zeer veel grauwe ganzen, grote zilverreigers en lepelaars. Het vele wit van de zilverreigers en lepelaars gaf de plassen een prachtig accent. De natuur in Nederland heeft het moeilijk maar Nationaal Park Nieuw Land geeft veel mogelijkheden om van de Nederlandse natuur genieten.








