Het was een opvallend gezicht de afgelopen zomer: de Nieuwe Driemanspolder deed opeens dienst als noodberging om een zoetwaterreserve op te bouwen tegen de droogte. Ook Bergboezem Berkel en De Wollebrand liepen tijdelijk vol met extra zoet water. Nu de droogte afneemt, hebben de waterschappen de meeste maatregelen weer opgeheven.
De Nieuwe Driemanspolder (gebied tussen Zoetermeer, Den Haag en Leidschendam-Voorburg) is tussen 2017 en 2020 omgevormd van een agrarisch gebied naar een piekberging met een natuur- en recreatiefunctie. In redelijk korte tijd is het een aantrekkelijk gebied geworden voor natuurliefhebbers, ook vanwege de vele vogels die het gebied aantrekt. In de winter staat het water vaak hoger dan in de zomer, maar nu stond het water ruim een meter hoger dan normaal.
Door het hoge water verdwenen de slikranden tijdelijk onder de oppervlakte. Voor eenden, steltlopers en plevieren verdwenen daarmee hun foerageermogelijkheden en hebben ze moeten uitwijken naar andere gebieden.
De Bergboezem Berkel is een heel ander soort leefgebied, namelijk een polder met weilanden en plasdrasstukken. Hier strijken normaal vooral weidevogels en op kleinere schaal water- en moerasvogels neer. Met het onder water zetten van deze polder werd het gebied juist extra aantrekkelijk voor steltlopers, reigerachtigen zoals koereigers en purperreigers en ook ooievaars, zwanen en veel ganzensoorten werden volop gezien.
Nu de maatregelen weer (deels) opgeheven zijn: wat betekent dit voor de vogels? Keert alles weer terug naar de oude situatie of biedt het extra kansen? Ontstaan er nieuwe slikranden? Heeft het onder water zetten van de Nieuwe Driemanspolder ervoor gezorgd dat vegetatie zoals bramen en wilgen minder goed groeien en blijft het gebied daarmee voldoende open om patrijzen te blijven aantrekken? Of merken we er niets van?
Wil je de effecten met eigen ogen zien? Op 3 oktober is een fietsexcursie naar de Nieuwe Driemanspolder gepland. En op 8 april 2027 is er lezing over de Nieuwe Driemanspolder gepland.

