Home » Actviteiten » Lezingen » Verslag van de lezing : Hoe kunnen we de natuur een handje helpen?

Aanmelden voor de nieuwsbrief

Wilt u niets missen, abonneer u dan op de nieuwsbrief.

Volg ons op Facebook

Onze sponsors

Verslag van de lezing : Hoe kunnen we de natuur een handje helpen?

Aleida van den AkkerLezing 14 januari 2016 in de Papaver te Delft
door Leontien Cenin, met medewerking van Marloes Gout.

Natuur-inclusief

Leontien hoorde ooit iemand de vraag stellen: ‘ Wat wil je gedaan hebben aan het eind van je leven?’ en deze vraag bracht haar aan het denken: bleef ze aan de zijlijn staan of wilde ze daadwerkelijk iets betekenen voor de dingen die er volgens haar toe doen? Ze koos dat laatste en is nu adviseur Afval en Grondstoffen bij een adviesbureau (MWH in Delft) en voorvechtster voor een meer duurzamere wereld. Daarvoor heeft ze Biologie en Industriële Ecologie gestudeerd.

Belangrijk is het begrip ‘ Natuur-inclusief’. Bij elke activiteit die de mens onderneemt kan nagedacht worden over de impact op de natuur en hoe die ontzien, of beter nog,  verbeterd kan worden. Leontien noemt in haar lezing twee voorbeelden van mogelijkheden om meer ‘ natuur-inclusief’ bezig te zijn. Allereerst haar eigen onderzoek op het Oost-Groningse platteland naar de waarde van akkerranden voor het broedsucces van leeuweriken. Daarnaast ook het onderzoek van haar studiegenoot Marloes Gout naar de waarde van groene daken in de steden voor bijen.  Zie hieronder. Ook gaf ze voorbeelden van hoopvolle projecten uit de Arabische woestijn, de geërodeerde rijstvelden in China en kaalgeslagen bossen in Indonesië met heel veel geduld en passie, en soms veel geld, weer omgetoverd werden tot vruchtbare, en dus economisch waardevolle, gebieden.  Deze projecten laten zien dat het kán en geven daarmee inspiratie voor onze eigen omgeving.

Boeren

Je staat er niet zo snel bij stil, zeker niet in de Randstad, maar in Nederland is 56 % van de oppervlakte in gebruik door de agrarische sector (in Europa 48%). De natuur heeft zich in de loop van de tijd aangepast aan dit gebruik, maar de laatste tijd gaat het wel erg snel minder. Boeren moeten, om hun hoofd boven water te houden, steeds intensiever gaan werken. In de omgeving van Delft gaan bijvoorbeeld de waterstanden omlaag om eerder en vaker gras te kunnen maaien. John Kleyweg, die ook in de zaal aanwezig was en o.a. actief is in de agrarische natuurvereniging Vockestaert, weet daar alles van. Door die lage waterstand kunnen de weidevogels in de hardere ondergrond niet meer goed hun voedsel vinden.  Gelukkig zijn er ook in Midden-Delfland nog boeren te vinden die, met subsidie van de overheid weliswaar, aan ‘agrarisch natuurbeheer’  willen doen.

Leeuweriken

In Oost-Groningen werkt de werkgroep ‘ Grauwe Kiekendief’ onder leiding van Ben Koks aan de bescherming  van de Grauwe Kiekendief in dat gebied en impliciet ook aan het hele ecosysteem daar.  In november 2010 heeft hij daarover in de Papaver verteld. De werkgroep probeert o.a.  boeren te stimuleren tot het aanleggen van akkerranden. Dit zijn 12 meter brede stroken aan de randen van de akkers van de boeren, waarin kruiden gezaaid worden die voedsel kunnen leveren voor insecten en vogels.  Leeuweriken leven van insecten en zijn op hun beurt weer voedsel voor roofvogels.  Maar sinds 1980 is het aantal leeuweriken gehalveerd (sinds 1960 is hun aantal zelfs met 96% verminderd).  Dus de vraag was:  “Zijn die akkerranden wel effectief?” En daar heeft Leontien, samen met promovendus Marije Kuiper en Henk Jan Ottens van de werkgroep, onderzoek naar gedaan. In de uitgestrekte velden van luzerne, koolzaad, gras, mais en wintertarwe ging ze op zoek naar nestjes. Dat betekende hele dagen in de auto zitten op de uitkijk naar leeuweriken en bekijken waar ze neerstreken. En als dan een leeuwerik gespot was viel het nog niet mee om het nestje daadwerkelijk op te sporen, omdat een leeuwerik nooit  direct bij het nestje landt, maar er van een afstandje naar toe loopt. Dan ontstaat er wel een leeuwerikenpaadje, dat was grappig om te zien  op de foto. Als het nestje eenmaal gevonden was kon het echte onderzoek beginnen. Het hele proces van observeren en meten van de jongen liet Leontien op foto’s zien.  Ook onderzochten ze wat de leeuweriken en hun jongen eten. Dat deden ze door het onderzoeken van hun poepjes en ze deden onderzoek naar de aanwezigheid van insecten in de verschillende gewassen en akkerranden. Dat laatste gebeurde met een soort zelfgemaakte grote stofzuiger (van een omgekeerde bladblazer). Dat alles heeft geleid tot het antwoord op de vraag: zijn akkerranden effectief voor het succes van de leeuwerik? Het antwoord is helaas nee! Betekent dat dat we maar moeten ophouden met de akkerranden? Dat ook weer niet. Akkerranden zijn wel degelijk nuttig, want ze bevatten wel veel insecten en ander spul. Maar leeuweriken gebruiken ze alleen als hun nestje op een afstand van minder dan 100 meter ligt van de akkerrand. En het lukt niet alle leeuweriken om binnen die afstand een goede plek te vinden. Uit het onderzoek bleek verder ook dat nestjes die nabij akkerranden lagen geen merkbaar effect hadden: ze kregen niet meer eieren, niet meer overlevende jongen en die hadden ook geen hoger gewicht. Het gewas waar de nestjes in lagen had wel effect. De laagste overlevingskans hadden de jongen in grasland, de hoogste in luzerne.  De conclusie die Leontien hieruit trok: voor natuur-inclusief handelen is het nodig om naar het gehéél te kijken. Dus én naar de mogelijkheid voor nestelen én naar voedsel. En hiervoor is ook weer de medewerking van de boeren nodig. Op dit moment zoekt de werkgroep Grauwe Kiekendief naar maatregelen die wél een oplossing kunnen bieden.

Bijen

Marloes Gout stelde zich de vraag of en hoe de aanwezigheid van groene daken in de stad de bijen  kunnen helpen te overleven. 50 % van de 350 soorten wilde bijen in Nederland staan op de rode lijst, alle aanleiding dus om hierover na te denken. Helaas was Marloes ziek en konden niet alle vragen uit de zaal beantwoord worden.  Maar enkele punten van haar onderzoek konden wel gegeven worden. Zo kunnen 195 van de 350 soorten in steden leven. 47 soorten daarvan komen zelfs vaak voor in de stad. Maar ook deze soorten gaan achteruit, door verschillende oorzaken. Om bijen te helpen, moeten we net als bij de leeuweriken, en eigenlijk net als bij alle dieren en planten, letten op de mogelijkheden voor nestelen en eten. Belangrijk daarbij is dat bijen hun eten niet hoger dan 20 meter zoeken en niet verder van hun nest dan 100 meter (honingbijen gaan veel verder maar daar ging dit onderzoek niet alleen naar). Als daken dus lager liggen dan 20 meter, en ze liggen niet in de wind en wel in de zon, en niet op een punt met veel luchtvervuiling, kunnen ze een bijdrage leveren aan de voedselvoorziening voor de bijen. Om een goed stads-ecosysteem te krijgen, kun je dat het beste gebiedsgericht aanpakken.  De bestaande beplanting bekijken, bloeiend onkruid is bijvoorbeeld gunstig voor bijen, en ook bepaalde soorten bomen, en daarnaast de mogelijkheden van de daken bekijken. Hiermee een systeem ontwerpen waarbij een soort samenspel van groenplukjes worden gevormd die onderling niet verder dan 100 meter van elkaar verwijderd zijn. Deze methode heeft Marloes voor de wijk Zuideramstel in Amsterdam uitgewerkt. Helaas is het nog niet in praktijk gebracht. Ze is nu duurzaamheidsadviseur bij de gemeente Rotterdam, dus wie weet komt het er in Rotterdam wel van.

 

 

Deze pagina is 145 keer bezocht
Naar Geluiden

Bijzondere waarnemingen in regio

→ zie kaart

Activiteiten

dec
11
za
08:00 Excursie: Arkemheen/Oostvaarders...
Excursie: Arkemheen/Oostvaarders...
dec 11 @ 08:00 – 16:00
Zaterdag 11 december, Arkemheen/Oostvaardersplassen, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 9 december tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij Gert van der … Lees verder
jan
13
do
20:00 Lezing: Africa Wood Grow
Lezing: Africa Wood Grow
jan 13 @ 20:00 – 21:00
Roeland Lelieveld liep in 2005 stage in Kenia. Hij zag daar de gevolgen van ontbossing, maar ook een oplossing: herbebossing! En waar anderen blijven steken in de gedachte, heeft Roeland gewoon gedaan. Met het spaargeld … Lees verder
jan
15
za
08:00 Excursie: De Kwade Hoek
Excursie: De Kwade Hoek
jan 15 @ 08:00 – 16:00
Zaterdag 15 januari 2022, De Kwade Hoek, auto-excursie Start: Korftlaan tegenover de Papaver om 8.00 uur Kosten € 0,07 per kilometer Informatie en aanmelden op donderdagavond 13 januari tussen 19.00 uur en 21.00 uur bij … Lees verder
feb
10
do
20:00 Lezing: Vogelatlas
Lezing: Vogelatlas
feb 10 @ 20:00 – 21:00
Vogels moeten zich voortdurend aanpassen, aan veranderingen in gebieden, aan andere landbouwmethoden en aan het veranderende klimaat. De Vogelatlas, die in november 2018 werd gepresenteerd, brengt de trends en ontwikkelingen van de vogelstand in beeld, … Lees verder
mrt
10
do
20:00 Lezing: Wie is de bij ?
Lezing: Wie is de bij ?
mrt 10 @ 20:00 – 21:00
door Linde Slikboer (EIS Kenniscentrum Insecten) Na de noodkreet van wetenschappers dat het niet goed gaat met bijen en andere insecten is de aandacht voor “de bij” sterk toegenomen. Helaas blijft de broodnodige kennis over … Lees verder